CoronadagboekNadia Ezzeroili

Het park blijkt opvallend rustig, maar thuis hebben we steeds vaker een stoeipartij nodig

‘Wil je knokken?’, zegt mijn partner als de kinderen even niet in de buurt zijn. ‘Geef me vooral een reden’, kras ik terug.

Daar gaan we weer. Hij springt om me heen als een kolderieke versie van Muhammed Ali’s drafje. Ik krijg een zachte tik op mijn wang. Mijn vuile schop richting zijn schenen mist doel. Weer een zachte tik op mijn wang. En weer haal ik uit, maar ook deze bitchslap weet hij af te weren. Dus begin ik, zoals altijd, met mijn vuisten te maaien totdat ik in zijn houdgreep eindig.

Je zou het huiselijk geweld kunnen noemen, maar ik noem het therapie. De halfslachtige knoksessies die we sinds de semi-quarantaine hebben ingevoerd luchten beter op dan een onthecht gesprek over onze emotietjes.

Dinsdagmiddag wandel ik naar het park met de kleine in de kinderwagen terwijl de oudste als een kuiken achter moeder eend aan huppelt. Ik heb geen flauw idee of het zinvol is, maar ik heb deze locomotief-wandelopstelling vorige week ingevoerd om tegenliggers zo veel mogelijk de ruimte te geven. Toch blijf ik nog alert op mensen die eveneens aan het wandelen zijn, maar het zum kotsen vinden dat anderen dat ook blijven doen. Voor je het weet kom je een corona-strijder tegen. Sta je straks met je kroost en je onverzorgde kop op een schandpaalfoto die viraal gaat op sociale media.

Het park blijkt opvallend rustig. Iedereen ligt op dertig meter afstand van elkaar, er zit weinig energie in. Ook de kinderen liggen aartslui in het gras vitamine D op te nemen. Op de terugweg nemen we een ruime bocht om de weggeflikkerde lege doos van een hometrainer die we midden op de stoep tegenkomen. Zonde, denk ik. Als de nieuwe eigenaar niet eens zin heeft om de doos twintig meter verderop bij de vuilnisbak te deponeren, dan zal het dure apparaat vermoedelijk ook nauwelijks worden gebruikt. De hometrainer zal na de coronacrisis vast op Marktplaats eindigen, samen met andere afgedankte corona-aankopen als loopbanden en trampolines.

Woensdagochtend raakt mijn uiterlijke verzorging een nieuw dieptepunt. Vandaag heb ik een beige teddycoat over mijn babyblauwe kamerjas aangetrokken. En sinds de bezorging van mijn haarproducten vertraagd is, lijken mijn haarlokken inmiddels op een zwarte treurwilg. Mijn partner wacht mijn toestemming niet af en maakt, gierend van het lachen, een foto voor het nageslacht. Ik steek mijn middelvinger op, maar de foto van mijn verpauperde verschijning moedigt in ieder geval aan om snel mijn haren te fatsoeneren en minstens een huispak aan te trekken. Al is het maar omdat straks de wekelijkse redactievergadering via Google Hangout begint.

Op Twitter zie ik dat grafiekjes van het RIVM druk worden gedeeld. Volgens sommige Twitterraars geven de grafiekjes een indicatie van positieve ontwikkelingen: dat er minder nieuwe besmettingen zijn, dat social distancing een betere methode is dan een lockdown, dat we dus minder hysterisch hoeven te doen. Anderen gebruiken grafiekjes om aan te tonen dat we er allemaal aan gaan.

Maar ik snap in alle eerlijkheid geen reet van de grafiekjes. Al weken niet. Ik weet alleen dat woensdag het dodenaantal opnieuw is gestegen en dat het einde voorlopig nog niet in zicht is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden