ColumnPeter Buwalda

Het maakt niet uit, ze vindt het niet raar of erg dat ik Elvis z’n vriend had willen zijn

null Beeld

Wat Jet bovenmatig fascineert, is mijn fascinatie voor Elvis. Soms denk ik weleens dat haar fascinatie voor mijn fascinatie voor Elvis groter is dan mijn fascinatie voor Elvis. Theoretisch kan dat. Er verschijnt een zachte, hoopvolle uitdrukking op haar gezicht als ze vraagt: ‘Zou jij graag een vriend van Elvis zijn geweest?’

‘Euh… nee’, luidt het antwoord. ‘Jawel’, zegt ze vriendelijk. ‘Nee hoor’, zeg ik, ‘lijkt me niks.’ Ze knikt me begripvol toe, het maakt niet uit, ze vindt het niet raar of erg dat ik Elvis z’n vriend had willen zijn.

Als ik haar vraag om samen met mij naar een YouTubefilmpje van Elvis te kijken, bijvoorbeeld naar Trying To Get To You, Comeback Special 1968, goed filmpje is dat, er bestaan overigens twee versies, allebei hebben ze voors en tegens, dan zie ik vanuit mijn ooghoeken dat ze niet naar Elvis’ verrichtingen kijkt, maar naar mij.

‘Je moet wel kijken!’, roep ik dan, een beetje boos. ‘Ja, ja’, antwoordt ze, maar al snel merk ik dat haar glinsterende oogjes alweer op mij zijn gericht. ‘Je leeft helemaal mee’, zegt ze. ‘Je zit mee te playbacken om hem te helpen. Een echte vriend.’

Wie weet. Ervanaf kom ik in ieder geval niet meer. Vaak doe ik een tijdje erg enthousiast over iemand anders, Sam Cooke ofzo, of The Beach Boys, laatst nog Joseph Haydn, maar dat maakt weinig indruk. Wanneer ik na weken Haydnsymfonieën, echt alleen maar Haydn, Haydn, Haydn, boeken over Haydn, nummerplaat HAY-DN-104, een tatoeage, een Elvis-cd opzet: ‘Toch maar weer je grote vriend?’

Afschalen. Maar hoe? Voor zolang het werkt, heb ik een psychologische buffer opgeworpen, ik heb mijn fascinatie voor Elvis verlegd naar een fascinatie voor iemand met een veel grotere fascinatie voor Elvis. Wat Jet niet weet is dat ik maar een kleine jongen ben in dit veld. Eens zien of haar (eventuele) fascinatie voor mijn fascinatie voor de fascinatie voor Elvis van diegene, over wie zo meer, in de buurt komt van haar fascinatie voor mijn fascinatie voor Elvis. Erop of eronder, dus. (Voor haar.)

Is het wijlen de Rijffster? Nee, die niet. Nee, de Rijffster, de grootste Elvis-fanaat achter de dijken ooit, ik schreef vaker over hem, was zelf gefascineerd door de Elvis-fanaat over wie ik het heb, een internationale figuur. Jammer dat de Rijffster er niet meer is. Anders had ik Jet kunnen testen op haar fascinatie voor mijn fascinatie voor de fascinatie van de Rijffster voor de fascinatie voor Elvis van de man op wie ik doel.

Het is Ernst Jorgensen. Een Deense Viking. Soms zie je hem in een Elvis-documentaire, met lang geel haar achter de knoppen van een RCA-studio. Hij schuift Elvis’ stem naar voren als hij dat wil. Hij kan in de kluizen. Onlangs heb ik een boek van hem gekocht waarin alle, ik herhaal álle, opnamesessies van Elvis gedetailleerd beschreven staan. Jet imiteert graag mijn gezicht als ik erin zit te lezen. Knoops, de strafpleiter, de grote ogen, het mondje.

Jorgensen is een absolute gek. Hij is er vanuit Kopenhagen in geslaagd de Elvis-burelen te penetreren. Hij maakt alle verzamelboxen, omdat hij het meest van Elvis’ platen afweet. Meer dan Guralnick en Priscilla. (Jet gaapt. ‘Jij bent geen kleine speler in dit veld.’)

Hoe Jorgensen het voor elkaar heeft gekregen, de baas worden over de Elvis-platen, het hoogste, zijnde een Deense Viking, daarover moest deze column gaan. Maar ik krijg nooit ruimte van die krant. Anderen krijgen twee pagina’s, voor een elektrische fiets. Ik moet het kort houden, en bondig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden