Het leven van een reservist: 'Bij oefeningen maken we de beroepsmilitairen regelmatig in'

De betrekking bij het leger zorgt voor een 'gave afwisseling' met een echte baan

Vrijwillig maar niet vrijblijvend. De leden van het Korps Nationale Reserve voelen de roeping van de militair, maar doen het naast hun vaste bestaan in de burgermaatschappij. Wat beweegt hen? Schrijver Daan Heerma van Voss liep een etmaal met de troepen mee.

Reservist Tim Koster: 'Ik zat echt in een dip toen ik op de tv de advertentie voor de Nationale Reserve zag. Ik had zin in een uitdaging, een toetsmoment, iets om te overwinnen.' Foto Jan Mulders

'Kou is een emotie', fluistert Tim Koster (37) me toe, op deze zeer koude avond in Haldensleben in het voormalige Oost-Duitsland, waar het Korps Nationale Reserve 45 Pantserinfanteriebataljon ondersteunt bij oefening 'Peacock Supremacy'. Tims groep bestaat vanavond uit 22 reservisten, die zich vrijwillig hebben aangemeld. Sommigen hebben vrij gekregen van hun baas, anderen hebben vakantiedagen opgenomen. De komende tien dagen zullen ze 24 uur per dag het wapentuig dat beroepsmilitairen tijdens de oefening gebruiken - enkele containers vol zwaardere handwapens en antitankgeschut - bewaken en beveiligen. Het verschil tussen die twee taken? Tim: 'Je moet het zo zien: bewaken is blaffen, beveiligen is bijten.'

Maar voordat sprake kan zijn van blaffen dan wel bijten, moet de groep het tentenkamp opzetten en de Duitse dieselkachels aansluiten. Veldbedden worden opengeklapt, kisten versjouwd, Duitse handleidingen geraadpleegd. Ondertussen maken ze kletspraatjes, over hun liefdesrela's (relaties), prio's (prioriteiten) en waar toch het rowili (rood-witte lint) ligt. Rond half tien is het kamp gereed en begint, in het donker, een generator te brommen. Een dikke, zware warmte verspreidt zich via buizen door de tenten. De geüniformeerde mannen zijn klaar om te horen wat hun te doen staat.

Opleiding

De eerste keer dat Tim zijn uniform aantrok, was in 2013, toen hij op het punt stond te beginnen aan zijn drie weken durende Algemene Militaire Opleiding. Als kind was hij zeer geïnteresseerd geweest in de Tweede Wereldoorlog, hij verslond films en boeken die daarover gingen, en hij luisterde aandachtig als zijn oma vertelde over haar tijd als verzetskoerier - hij erfde zelfs haar Verzetskruis. Voor zijn uniform moest hij naar Soesterberg, naar het Kleding Persoonlijke Uitrusting-bedrijf waar ook reguliere militairen hun materiaal verkrijgen, volgens Tim 'een soort supermarkt voor legerspul'. 'Uniformpje passen en weer naar huis, dacht ik. Nou, ik kwam met tweeënhalve winkelwagen naar buiten. Holy shit. Mijn auto zakte bijna door zijn vering. Toen benauwde het me wel. Waar was ik aan begonnen?'

Dat veranderde tijdens de opleiding, om precies te zijn in het eerste weekeinde na een week intern te hebben gezeten op de kazerne in Assen. Tim reed in uniform naar huis, kijken hoe dat voelde. En hoewel zijn benzinetank verre van leeg was, besloot hij toch te stoppen bij een tankstation. 'Dat was echt tof. Ineens was het míjn uniform. Wildvreemden knikten me toe. Een jongetje vroeg aan zijn vader: 'Pap, is dat nou een echte soldaat?''

Lees verder onder de afbeelding.

Reservisten en soldaten van de Landmacht tijdens de oefening in Haldensleben in Duitsland. Foto Jan Mulders
Reservisten en soldaten van de Landmacht tijdens de oefening in Haldensleben in Duitsland. Foto Jan Mulders

Niet het volle respect

Ik moet bekennen dat dit ook de eerste vraag was die ik Tim heb gesteld. Ik zag hem voor het eerst op de verjaardag van een vriendin, hij gedroeg zich beleefd maar schuchter. 'Hij is reservist', werd me toegefluisterd. Reservist, was dat niet een veredeld Larp'er? (Live Action Role Player, DHvV) Wat maakte dat iemand dat pad koos? Vrijwel alle jongetjes spelen met soldaatjes, maar slechts weinigen worden ook militair, laat staan vrijwillig parttimemilitair, dat wil zeggen reservist. Ik stapte op hem af. Na me te hebben aangehoord, zei hij op alles antwoord te willen geven, zolang ik elke vraag net zo serieus nam als hij het reservist-zijn. Nog niet wetend dat dit het startschot zou zijn van een maandenlang contact, ging ik daarmee akkoord.

Voordat ik Tim opnieuw zou spreken, consulteerde ik enkele beroepsmilitairen. Hun beeld van de korpsreservist: een nuttige kracht die hun veel werk uit handen neemt, zoals het opzetten van een kamp of het bewaken van de wapens, maar die tegelijk niet het volle respect geniet. Tim wilde er niets van weten: 'Mensen denken dat reservisten van die types zijn die altijd maar komen opdraven. Beeldvulling voor als er eens een koning op bezoek is. Maar dat is volstrekt achterhaald, het gaat echt niet meer op zijn janboerenfluitjes, hoor. We zijn superfanatiek. Bij oefeningen maken we de beroepsmilitairen regelmatig in.'

Vaker ingezet

Tijdens de oefening in Duitsland merk ik niets van enig wedstrijdelement. De reservisten bewaken de wapens, opdat de beroeps zich aan hun oefening kunnen wijden. De twee groepen slapen in aparte kampementen, maar eten gezamenlijk. Ze gaan vriendelijk en respectvol met elkaar om. Voor mij als buitenstaander komen ze over als twee takken van dezelfde stam.

Omstreeks half elf 's avonds wordt Tims groep - waarin zich twee vrouwen bevinden, die het niet erg vinden dat het leger 'toch een beetje een mannenwereld is' - grofweg in drieën gedeeld: een deel loopt patrouille, een deel neemt de jeep, en een deel houdt wacht bij de containers. Elk uur wordt gerouleerd. Tims dienst zal er om 6.00 uur op zitten. De militairen worden ingedeeld, trekken hun warmste jassen aan, klikken hun helm vast, pakken hun Colt c7's. Tijd om 'dingen te doen'. Tim moet als eerste lopen en ik volg hem. De door de pantserwagens omgewoelde modder is bevroren geraakt. Natuurlijk heb ik weer de verkeerde kleren aan. De ijskou kruipt langs de pijpen van mijn spijkerbroek omhoog, grondvocht dringt door het stiksel van mijn schoenen. 'De laatste jaren worden we veel vaker ingezet', vertelt Tim. 'De reservist speelt een steeds belangrijker rol binnen de krijgsmacht, echt mooi om te zien.'

Reservisten en soldaten van de Landmacht tijdens de oefening in Haldensleben in Duitsland. Foto Jan Mulders

Nieuwe bedreigingen

Tim heeft gelijk. 'De wereld verandert extreem snel', legt kolonel Peter van der Tuin, programmamanager Adaptieve Krijgsmacht, namens Defensie uit. 'Ga even vier jaar terug in de tijd. Toen was IS nog een kleine groepering, hoorde de Krim bij Oekraïne, was de MH17 niet neergeschoten en was het nauwelijks denkbaar dat Rusland zich zou bemoeien met de Amerikaanse verkiezingen. Om die nieuwe bedreigingen het hoofd te bieden, moeten we met nieuwe oplossingen komen. Maar omdat het steeds moeilijker wordt vooruit te kijken, hebben wij bij Defensie ook minder zicht op wat we nodig zullen hebben. Dan bieden reservisten in al hun verschijningsvormen uitkomst: ze bezitten vaak specifieke kennis die beroepsmilitairen ontberen. Denk aan: computerwhizzkids, tolken, historici, operationeel analisten, juristen, ingenieurs, antropologen, landbouw- of veeteeltspecialisten en cultureel adviseurs die alles weten over een bepaald gebied of conflict. Maar ook de ouderwetse, niet-gespecialiseerde korpsreservist wordt operationeler; hij moet kunnen aanklikken (probleemloos aansluiten, DHvV) bij een gevechtseenheid. Het grote publiek ziet dat misschien niet, maar de krijgsmacht is grondig aan het veranderen en daarin speelt de reservist een grote rol. We krijgen daarbij alle steun van zowel het vorige als het huidige kabinet.'

Begin 2017 schreef toenmalig minister van Defensie Hennis-Plasschaert een Kamerbrief over het door haar geïmplementeerde Total Force Concept, de noemer waaronder deze hervormingen vallen. En in een brief eerder dat jaar staat dat de komende jaren elk jaar tientallen maatregelen genomen worden die de krijgsmacht 'adaptiever' zullen maken, dat wil zeggen: meer gericht op samenwerking met civiele partijen op het gebied van mensen, middelen en kennis.

Reservisten en soldaten van de Landmacht tijdens de oefening in Haldensleben in Duitsland. Foto Jan Mulders

Nulurencontract

Een andere mogelijke reden voor deze graduele maar grootschalige verandering van het leger, die Defensie overigens minder graag geeft: reservisten zijn over het algemeen goedkoper dan beroeps. Neem Tim, in zijn dagelijks leven geluidstechnicus. Tim heeft bij Defensie een nulurencontract: hij wordt betaald voor zijn opkomst, en krijgt een reiskostenvergoeding - in totaal bedraagt dit gemiddeld 200 euro per maand, voor de drie dagen die hij gemiddeld maandelijks aan het leger spendeert.

Op de vraag of een hybride krijgsmacht ook nadelen heeft, antwoordt kolonel Van der Tuin: 'We gaan van een situatie van manschappen 'hebben' naar 'beschikbaar hebben'. Dan duurt het dus iets langer voordat je de juiste persoon aan het werk kunt zetten. Er is dus een risico dat je te laat komt. Bovendien heeft de beroepsmilitair meer militaire ervaring dan de reservist, daar hoeven we niet ingewikkeld over te doen: hij heeft meer in zijn rugzak zitten. Maar wat mij betreft wegen de voordelen veel zwaarder.'

Lees verder onder de afbeelding.

Deskundigheid van buiten

Naast de traditionele korpsreservist kent de krijgsmacht ook moderne reservisttypen. Sinds enkele jaren leidt Defensie Reservisten Specifieke Deskundigheid (RSD) op: specialisten uit de civiele wereld, meestal wetenschappers of onderzoekers. Voorbeelden: antropologen, historici, rechters, inspanningsfysiologen, dagboekschrijvers, politiek adviseurs en ingenieurs. Een ander relatief nieuw initiatief is het twee jaar geleden opgerichte Defensity - samentrekking van Defense en University. Hier krijgen universitaire studenten de kans te werken bij Defensie en zo ervaring op te doen, terwijl ze hun theoriekennis in de praktijk brengen. Voor zowel de RSD als Defensity geldt dat ze de Algemene Militaire Opleiding moeten doorlopen en vooraf grondig worden gescreend.

Reservist Tim Koster. Foto Jan Mulders

Kerkgangers

'Al die plannen en concepten komen volgens mij op hetzelfde neer', zegt Tim wanneer we, op de helft van onze patrouille, de hoek omslaan en een rij scherp ruikende dixies passeren. 'De komende jaren gaan we steeds meer heavy lifting doen. Ons werk wordt minder reactief en ondersteunend, zal meer draaien om ordehandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp. We zullen geen gevechtsmacht worden, maar defensief optreden zou mogelijk zijn.'

En die maten van hem, de andere reservisten die hij doorgaans treft, wie zijn zij eigenlijk? Tim: 'Alles door elkaar. Jonge mensen vinden het heel aantrekkelijk dat er veel sport aan te pas komt, ik zie veel hbo- en wo-studenten die fit willen worden of hun theoriekennis eens in de praktijk willen brengen. Je hebt de kickjagers die willen schieten, maar zij haken snel af; er wordt wel geëist dat je serieus bent. Dan heb je ook nog de ex-militairen die het niet kunnen loslaten, types met een groen hart. En er zijn veel kerkgangers bij, mensen voor wie het kerk-en-vaderlandgevoel belangrijk is.'

Broederschap

Tims schets komt grotendeels overeen met mijn observaties. Zo heb ik vandaag uitvoerig gesproken met Henk (58), oud-beroeps en thans glaszetter, die het heerlijk vindt om 'even de burgermaatschappij uit te zijn'. 'Daar is het allemaal los zand, mensen die elkaar de schuld geven, ieder voor zich. Dit, hier met deze gasten zijn, dat is thuis voor mij.' Pieter (27) zat in dienst, werd opgeleid tot vliegenier, totdat de bezuinigingen maakten dat alleen het topje van de klas verder mocht, en volgens zijn beoordelaars was hij 'geen militair vlieger'. Pieter werd een civiele helikopterpiloot. Nu voert hij inspectievluchten uit voor de overheid en vliegt volkszangers en acteurs door het land. Roel (56) daarentegen heeft geen militaire ervaring. In het dagelijks leven is hij agoog. Zijn vader was dienstplichtig, zijn broers waren dienstweigeraars. Hij wilde altijd bij het leger, maar in de jaren dat het moest gebeuren, waren er te veel jongens, hij viel buiten de boot. Als reservist heeft hij dat rechtgezet. 'Dit is de leukste club die ik ken', zegt hij. 'Die broederschap heb je niet in de burgermaatschappij. Je lijdt met zijn allen kou, lijdt met zijn allen honger.'

Dat jongensachtige gevoel van broederschap uit zich ook in specifiek taalgebruik. Onbegrijpelijke of ronduit overbodige afkortingen passeren voortdurend de revue, zoals de liboza (linkerbovenzak) of kikadewado (kind kan de was doen). En wat te denken van de vreemde gezegdes, die elkaar soms geheel of gedeeltelijk tegenspreken. 'Haast je als je tijd hebt, dan heb je tijd als je haast hebt' tegenover: 'Never stand if you can sit, never sit if you can lie down, never lie down if you can sleep'. 'Word je hard van' tegenover 'Pijn is fijn, maar bloeden niet'. Wat de afkortingen en pseudospreekwoorden precies uitdrukken, doet niet ter zake. Het gaat erom dat militairen ze wel begrijpen en de meeste buitenstaanders niet.

Lees verder onder de afbeelding.

Reservisten en soldaten van de Landmacht tijdens de oefening in Haldensleben in Duitsland. Foto Jan Mulders
Een van de reservisten wijst naar een kaart. Foto Jan Mulders

Meer werk dan hobby

De reservisten die ik in Haldensleben spreek, zijn dankbaar en positief ingesteld. Dit in tegenstelling tot sommige beroepsmilitairen die ik tref, die zich af en toe verliezen in frustratie over de bezuinigingen en het gebrek aan respect dat daaruit zou spreken. Voor de meeste reservisten zorgt hun betrekking bij het leger voor een 'gave afwisseling' met hun echte baan, zegt Jerry (30), die voor Heineken werkt. 'We zijn lekker buiten, even weg van de ingewikkelde echte wereld.' Zien ze hun reservistschap als werk of hobby? Wanneer ik hen dwing te kiezen, zeggen de meesten na enige aarzeling: werk. Het beste voorbeeld daarvan is Jordi (22), de jongste van de groep, die met het geld dat hij verdient als reservist zijn hbo-studie vliegtuigtechniek betaalt. Alleen oudere reservisten als Henk en Ed spreken eerder van 'liefhebberij'.

Waarom is Tim zelf eigenlijk bij de reservisten gegaan? 'Ooit wilde ik bij de Luchtmobiele Brigade. Op mijn 16de ben ik naar een introductiedag van de KMA (Koninklijke Militaire Academie, red.) in Breda gegaan. Maar fysiek zat het niet goed, ik was iets te stevig. En het was de verkeerde tijd. De jaren negentig, overal in Nederland heerste de gabbercultuur, ook bij de KMA. Al die kale gasten, helemaal opgefokt, grote bek. Daar hoorde ik niet bij. Toen ik naar buiten liep, werd ik aangesproken door een kolonel; waarom ik wegging. Toen had ik geen antwoord. Nu denk ik: ik was er nog niet klaar voor.'

Korps Nationale Reserve

Het Korps Nationale Reserve ontstond in 1914, als Vrijwillige Landstorm Korpsen, opgericht om de vele vrijwilligers die zich meldden voor de oorlogsmobilisatie te organiseren. Vanaf 1948 is het Korps officieel deel van de landmacht. Na de opschorting van de opkomstplicht in 1997 kelderde het aantal actieve reservisten. Sinds enkele jaren melden zich weer meer mensen aan en is de gemiddelde leeftijd van de reservisten aanzienlijk lager komen te liggen. In 2017 was 58 procent van de Natres-korpsleden tussen de 18 en 40 jaar oud en was slechts 7 procent ouder dan 55 jaar. In totaal zijn er zo'n drieduizend actief dienende reservisten.

Anne Faber

Dat veranderde in 2014. Hij werkte voor het familiebedrijf, dat audio- en videoapparatuur verhuurde. Jaren was het hun voor de wind gegaan, maar de recessie liet zijn sporen na. Ze konden nog maar net het hoofd boven water houden. Er waren weinig opdrachten, Tim moest veel kantoorwerk doen. Niks voor hem, hij verveelde zich, had iets actievers nodig. 'Toen zag ik zo'n advertentie op tv: militairen die een helikopter uit sprongen, en de tekst: 'Je moet het maar kunnen.' Ik zat echt in een dip. Mijn hart was gebroken. Ik sportte veel om mijn zelfvertrouwen op te krikken. Ik had zin in een uitdaging, een toetsmoment, iets om te overwinnen. Inmiddels was ik te oud voor de gewone dienst en ik had ook geen zin mijn hele leven om te gooien, dus ik meldde me aan voor de keuring van de Natres (Nationale Reserve). Die doorstond ik met vlag en wimpel, mag ik wel zeggen. Op een gegeven moment zei de keuringsarts dat ik mocht ophouden met fietsen, ik was allang geslaagd. Ik bleek te trappen op het niveau van de Luchtmobiele Brigade. Dat was wel egostrelend.' Tegenwoordig is Tim Korporaal Verbindingen, verantwoordelijk voor de communicatie binnen zijn peloton, dat deel uitmaakt van de E-compagnie van het 10 Natres-bataljon.

Bij Tim hoef je niet lang door te vragen om op begrippen als 'trots' en 'eer' te stuiten. 'Ik vind het een eer de Nederlandse vlag te dragen, om mee te helpen. Ja, ik ben trots op Nederland. Dat klinkt misschien afgezaagd, maar het is wel zo. Neem de zoektocht van Anne Faber laatst. Daar deden wij ook aan mee. De luitenant belde, of ik 's morgens om zes uur op de kazerne kon zijn. De opdrachten zijn vrijwillig, je mag dus weigeren, maar als je dat een paar keer doet, gaat men wel aan je goede wil twijfelen. Zeker tachtig man had gehoor gegeven aan de oproep, tachtig! We werden vooraf gebrieft dat de kans dat ze nog leefde klein was, dus áls we haar zouden vinden, zou ze er heel slecht aan toe zijn. We deelden het gebied op in percelen en liepen naar elkaar toe. Zo kamden we de buurt rondom Soest uit, waar zich de kliniek bevond waar die vent had gezeten. We hebben zelfs Huis ter Heide doorzocht. Het was nog best ingewikkeld, het is een chique buurt, als je niet oplet, loop je dwars door tuinen en zo. Het was belangrijk werk, het hele land keek mee. Zoals bekend vonden we haar niet. Wel vond onze eenheid een trui, bij Den Dolder. Ik moest de vindplaats bewaken tot de technische recherche kwam om het object mee te nemen. Ik zal er vermoedelijk nooit achterkomen of die trui van Anne Faber was.'

Lees verder onder de afbeelding.

Reservisten en soldaten van de Landmacht tijdens de oefening in Haldensleben in Duitsland. Foto Jan Mulders
Een van de reservisten in Duitsland. Foto Jan Mulders

Vriendinnetjes

Tweederde van onze ronde zit erop. Mijn armen om mijn koude romp geklemd, verzwik ik herhaaldelijk mijn enkel in bevroren rupssporen. Ik vraag hem welk percentage Facebookfoto's die hij post met het leger te maken heeft. 'Eerst waren het er veel, wat wil je, ik was trots. Maar na al die terreuraanslagen werden we aangespoord niet te veel over onszelf prijs te geven en daar heb ik me aan gehouden.' Wat vindt zijn familie van zijn reservistschap? 'Die vinden het wel mooi. Soms gooi ik een foto in de familie-app, dan krijg ik altijd leuke reacties, 'gaaf', 'stoer'. Het is ook echt iets voor mij. Ik heb altijd al mensen willen helpen en als geluidstechnicus kun je dat niet. Natuurlijk, dit is werk op de achtergrond, maar vinden daar soms geen belangrijke dingen plaats?'

En hoe zit het met vriendinnetjes? 'Eerlijk gezegd, vriendinnetjes vonden het soms irritant als ik weer eens weg moest. Hoezo móést ik weg, vroegen ze dan, het was toch vrijwillig, en door de week had ik toch ook mijn baan? Zo werkt het natuurlijk niet. Reservist-zijn is niet vrijblijvend. Ik had eens een vriendinnetje dat er op aanstuurde dat ik een keuze maakte tussen haar en het uniform. Precies op dat moment kon ik een maand meedraaien met Luchtmobiel, een oefening in Amerika, echt fucking dik. Maar ik koos voor haar. Daar baal ik nog steeds van. Natuurlijk ging het kort daarna uit. Nee, ze moeten dit wel accepteren, anders wordt het niks. Het is deel van wie ik ben.'

Reservist Tim Koster. Foto Jan Mulders

Onze patrouille, ook wel: 'het rondje van de zaak', zit er bijna op. We lopen het laatste stukje, langs de machinerie van de landmacht, de jeeps, de boxers, de tanks. Tim zegt wat de anderen vandaag al vaak hebben gezegd: dat het toch wel mooi is, 'dat spul'. Wanneer we terugkomen in het kamp worden we hartelijk onthaald. Of we nog een Russische spion in de bosjes hebben aangetroffen, vragen ze. Daarna wordt me een Cup-a-Soup-zakje in de handen gedrukt. Maar er is geen tijd. Rillend volg ik Tim naar de Amaroktruck die hij het komende uur zal besturen, het volgende deel van zijn wacht. Het is twaalf uur 's nachts, ik klappertand, blijkbaar zijn mijn lippen blauw. Hij stelt voor dat ik lekker ga slapen. Ik verzeker hem ervan dat ik verder kan. 'Hoeft niet', zegt hij. 'Daar zijn wij voor.' En hij stapt de Amarok in. De motor begint te draaien, het zoeklicht gaat aan. De radio van zijn truck fluistert schlagerdeuntjes, totdat ook dat geluid verdwijnt.

Een van de reservisten in Duitsland. Foto Jan Mulders
Reservist Tim Koster. Foto Jan Mulders
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.