LAND VAN AFKOMSTKhadija Arib

Het laatste interview in de reeks Land van afkomst, met Khadija Arib: ‘Mensen herkennen dat ik moet vechten’

Khadija Arib: ‘Ik heb geprobeerd om wat op mijn pad kwam zo goed mogelijk te doen.’Beeld Ernst Coppejans

Niet alle partijen zagen Khadija Arib (59) als Kamervoorzitter. Ook haar eigen PvdA niet. ‘Ik heb gezegd dat ik het toch wilde doorzetten. En uiteindelijk heeft de overgrote meerderheid van de Kamer voor mij gekozen.’

Nadat ze Kamervoorzitter was geworden, kwam Khadija Arib ineens op ‘het lijstje’. ‘Ahmed Aboutaleb stond daar al op, daarna kwam Ahmed Marcouch erbij. Ik loop al heel lang mee, maar aan dat denkbeeldige lijstje werd ik later pas toegevoegd, na mijn benoeming als voorzitter.’

Wat vindt u ervan dat Mark Rutte u steeds noemt als een van de voorbeelden: kijk maar, in Nederland hebben we geen racisme, je kunt alles worden, zelfs Kamervoorzitter?

‘Ik heb hem nooit horen zeggen dat er door mijn functie geen racisme bestaat. Hij heeft me niet om toestemming gevraagd voor dat lijstje, maar ik merk wel dat hij het echt meent. Hij is trots dat ik Kamervoorzitter ben. Ik heb me er lang tegen verzet. Toeval en geluk spelen een te grote rol om het zo simpel te stellen als met dat lijstje gebeurt. Toch heeft het waarde voor mensen, heb ik gemerkt. Ze zeggen tegen me: jij geeft ons vertrouwen doordat je daar zit als voorzitter.’

Khadija Arib (Marokko, 1960) is sinds 1998 (met een korte onderbreking van eind 2006 tot begin 2007) Tweede Kamerlid namens de PvdA. Sinds 2016 is ze ook voorzitter van de Tweede Kamer. In 2017 werd ze in de Opzij Top 100 uitgeroepen tot invloedrijkste vrouw van Nederland, in 2018 won ze de Thorbeckeprijs en in 2020 de Aletta Jacobsprijs.

Zou Rutte niet iemand van de VVD moeten noemen? Op het ‘lijstje’ staan alleen PvdA’ers.

‘Bij de VVD hebben ze Laetitia Griffith in de Tweede Kamer gehad.’

Die wordt niet genoemd, toch?

‘Dit moet je echt aan Rutte vragen.’

Tot haar 15de zat Khadija Arib op school in Casablanca. ‘Daar had ik leraren die altijd benadrukten hoe belangrijk onderwijs was. Zelfs de directeur kwam onze klas in om te vertellen dat we twee mogelijkheden hadden: een dienstmeid worden bij rijke mensen of in een fabriek werken. De enige manier om daaraan te ontstijgen was heel hard studeren, dat kregen we echt mee op school. Later begreep ik dat die docenten politiek geëngageerd waren.’

En hoe was het in Rotterdam?

‘De broer van mijn vader werkte in een fabriek in Apeldoorn. Hij zei tegen mijn vader dat hij in Schiedam kon komen werken, we gingen in Rotterdam wonen. Mijn ouders werkten in een enorme wasserette waar al het materiaal van ziekenhuizen werd gereinigd. De lakens zaten onder de ontlasting en het bloed. Ze werkten zonder bescherming, in deze tijd zou dat niet kunnen. Ik werkte er in de vakantie, met grote machines voor het strijken en stomen. Het werd zo heet dat het niet vol te houden was, je werd drijfnat van het zweet.

‘In Casablanca was ik gewend om iedere ochtend rijen kinderen over straat naar school te zien lopen, in uniform. Het was normaal dat vrouwen in de openbare ruimte kwamen. In Rotterdam zaten de Marokkaanse vrouwen thuis. Soms zag je een man met zijn vrouw over straat lopen. Meisjes van mijn leeftijd mochten niet naar buiten.’

Land van afkomst

Ruim zes jaar lang interviewde Robert Vuijsje voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Dit is de 300ste en laatste aflevering. Het eerste interview was op 15 juli 2014, met Aysel Erbudak. De portretfoto’s werden gemaakt door achtereenvolgens Robin de Puy, Casper Kofi en Ernst Coppejans.

Waarom niet?

‘Misschien hadden de vaders angst voor verandering. Voor nieuwe zienswijzen die buiten de deur bestonden. Ze hadden ook andere opvattingen over man-vrouwverhoudingen. Ik was enig kind, in een traditioneel gezin. Hoe ik me moest kleden, wat ik wel en niet mocht zeggen – die sociale codes werden duidelijk ingeprent. Maar bij ons was onderwijs wel belangrijk.

‘Tegen een leerplichtambtenaar zeggen dat de dochter moet thuisblijven om voor haar zogenaamd zieke moeder te zorgen: ik vind het kwalijk dat dit door de Nederlandse overheid werd toegestaan. Het was goedbedoeld – zo van: dat hoort bij hun cultuur – maar schadelijk. Dit heeft lang geduurd, meer dan een paar jaar. In Nederland gaan we zo om met maatschappelijke problemen. Zolang je er geen last van hebt, hoef je niets te doen. Pas toen die kinderen ouder werden, de straat op gingen en daar voor problemen zorgden, hoorde je ineens: wat is hier aan de hand?’

Khadija Arib: ‘In Nederland gaan we zo om met maatschappelijke problemen. Zolang je er geen last van hebt, hoef je niets te doen.’Beeld Ernst Coppejans

Wat wilde u worden?

‘In Marokko had je volksdanseressen die kwamen optreden op feesten. Vrijgevochten vrouwen, mooi uitgedost met rode lippen en hun haar opgestoken. Ze waren heel zichtbaar aanwezig en dansten met mannen, ze deden alles wat verboden was. Op die vrouwen werd neergekeken, meestal waren ze ook gescheiden. Als mij werd gevraagd wat ik later wilde worden, zei ik: volksdanseres. Van mijn moeder mocht ik dat niet zeggen. Ze zei dat ik lerares moest zeggen, of tolk, ik weet niet hoe ze daarbij kwam. Ik vraag haar nu altijd: maar waarom luister je dan naar hun muziek? Mijn moeder heeft er cassettebandjes van, waar ze naar luistert voor ze gaat slapen. Uiteindelijk ben ik net zo zichtbaar geworden als die volksdanseressen, met mijn rode lippen.’

Waarom wilde u Kamervoorzitter worden?

‘Ik heb nooit aan carrièreplanning gedaan, daarom zit ik nu ook een beetje vast. De vraag dringt zich op wat ik verder wil: moet ik op de lijst gaan staan voor de komende Kamerverkiezingen? Ik heb geprobeerd om wat op mijn pad kwam zo goed mogelijk te doen. Eerst rolde ik het maatschappelijk werk in, omdat ik een beetje boos was op alles. Op de politiek hier en in Marokko. Uit loyaliteit steunde ik de PvdA: opkomen voor vrouwen en arbeiders. Pas in 1994 werd ik lid. Na een paar jaar vroegen ze al: moet je geen Kamerlid worden? Ik heb nooit folders uitgedeeld, ben geen gemeenteraadslid geweest.

‘Het was de enige keer in mijn leven dat ik ergens voor ben gevraagd. De enige keer dat het in mijn voordeel werkte om vrouw en van Marokkaanse afkomst te zijn. Nu ben ik een van de langstzittende Kamerleden, met Van der Staaij en Wilders – niet te verwarren met de oudste. Ik wilde ook iets doen met het instituut Tweede Kamer. In Marokko bestond geen democratie en hier wel. Het is een grote eer om dat te mogen uitdragen, dat overstijgt het werk als Kamerlid. Eerst zat ik in het presidium, het bestuur van de Kamer. Als Kamervoorzitter heb je meer invloed op de organisatie dan als Kamerlid. Democratie en vertegenwoordiging van minderheden, dat vond ik belangrijk. Alle soorten minderheden, niet alleen etnische.

‘Toen de PvdA nog in het kabinet zat, heb ik meegewerkt aan een wet om iedere partij dezelfde spreektijd te geven: vier minuten. Ook wanneer die partij maar één of twee zetels had. Collega’s vroegen waarom ik dat deed. Op dat moment was het in ons nadeel, we hadden een grote fractie. Ik vind dat je altijd moet uitkijken. Als je aan de macht bent, moet je niet een minderheid proberen uit te sluiten.’

Dubbele nationaliteit

Khadija Arib: ‘Ik heb het nooit zo ervaren dat ik een dubbele nationaliteit heb. Het werd een politiek issue, alsof je bij voorbaat verdacht bent. Mijn kinderen hadden op school klasgenoten uit Engeland. Iedereen vond dat leuk, de juf deed haar best om Engels met ze te praten. Als de tweede taal Turks of Marokkaans is, heeft het een andere lading. Voor mij is het een reisdocument. Mijn Marokkaanse paspoort is al verlopen sinds de jaren tachtig. Ik ben geboren in Marokko, maar het grootste deel van mijn leven woon ik hier. Iedereen mag die dubbele nationaliteit voelen zoals hij zelf wil.’

Vond u het belangrijk om de eerste Kamervoorzitter te zijn met een niet-westerse migratieachtergrond, zoals dat officieel heet?

‘Niet meteen. Eind 2015 trad mijn voorganger Anouchka van Miltenburg af. Omdat ik haar al tijdelijk verving, vond ik het normaal dat ik het zou overnemen. Mijn fractievoorzitter Diederik Samsom vond dat geen goed idee. Hij zei dat ik geen draagvlak had en dat de VVD, de grootste partij, mij absoluut niet zag zitten. Vanuit de PvdA wilde hij liever een andere kandidaat. Volgens Diederik vonden ze me een beetje lastig. Ik vroeg: zou het met mijn afkomst te maken kunnen hebben? Dat gevoel had ik.

‘Ik was heel boos, ook op Diederik eigenlijk. In die periode kreeg ik allemaal bagger over me heen. Anonieme Kamerleden die in de media vertelden dat ze problemen hadden met mijn accent. Of dat ze liever iemand hadden die van stamppot hield. Ik weet wie ze zijn, maar dat zal ik nooit vertellen. Dat deed ik ook niet toen ze me na mijn benoeming kwamen feliciteren. 

‘Binnen de PvdA waren er nog twee kandidaten. Vanuit de partij gingen ze de andere fracties langs: wie vinden jullie de beste bij ons? Ik kreeg te horen dat de uitslag erg negatief voor me was en dat ze me niet wilden zien afgaan. In 2012 had ik me ook al een keer gekandideerd en toen werd ik het niet. Ik heb gezegd dat ik het toch wilde doorzetten. En uiteindelijk heeft de overgrote meerderheid van de Kamer voor mij gekozen.’

Maar vond u het belangrijk om de eerste Kamervoorzitter met een niet-westerse migratieachtergrond te zijn?

‘Dat kwam later pas, toen ik de impact zag. Wat mensen herkennen is dat ik moet vechten. Dat ik nooit het voordeel van de twijfel krijg. Om me heen zie ik soms collega’s die een kans krijgen, ook al hebben ze geen ervaring. Voor mij geldt dat niet.’

Wat vindt u van de term ‘niet-westerse migratieachtergrond’?

‘Het bekt niet zo lekker, hè. Ik zeg altijd: Nederlander van Marokkaanse afkomst. Van kleur, dat vind ik ook zoiets. Wat betekent dat? Het is net alsof die zin nog niet af is.’

In 2016 werd u voorzitter van een Tweede Kamer waar drie jaar eerder op verzoek van de PVV een ‘Marokkanendebat’ was gehouden.

‘Dat debat vond ik vreselijk. Ik was ook niet tevreden over de wijze waarop mijn partij het aanpakte, met zo’n algemeen verhaal, dat de meeste Nederlandse Marokkanen het best goed deden. Het was een politiek debat, het had een maatschappelijk debat moeten zijn. Verder heb ik het verdrongen.’

Khadija Arib: ‘Om me heen zie ik soms collega’s die een kans krijgen, ook al hebben ze geen ervaring. Voor mij geldt dat niet.’Beeld Ernst Coppejans

Thierry Baudet heeft gezegd dat hij een dominant blank Europa wil, hoort u daarbij?

‘Ik weet niet welk Europa hij bedoelt, maar dan sluit je hele generaties uit. Soms word ik daar verdrietig van. Hij was verbaasd dat hij werd aangevallen op zijn opvattingen en omdat hij zich associeert met racisten. Als je het niet zo bedoelt, moet je het ook niet zeggen.’

Rijdt Martin Bosma van de PVV nog weleens mee in de dienstauto?

‘Sinds corona niet meer, maar van mij zou het zo weer mogen. Özturk van Denk maakte daar ooit foto’s van. Ik was een favoriet mikpunt van die partij, als iemand die zogenaamd niet Marokkaans genoeg was. Als ik Martin Bosma in zijn eentje zie zitten, vraag ik of hij wil lunchen. Met zijn opvattingen ben ik het niet eens, maar ik kan mensen niet uitsluiten op basis van hun ideeën. Ik zie de Kamerleden vaker dan mijn eigen kinderen, je moet er samen iets van maken. En ook in linkse kringen ben ik anders behandeld door mijn afkomst, maar dan gebeurde het bedekter.’

Wat is er sinds 2016 veranderd in de Tweede Kamer?

‘Op het menselijk vlak is het verhard, maar dat was al langer zo. Wat ik mis in de huidige discussies, bijvoorbeeld over Zwarte Piet: je moet in gesprek gaan. Ik denk dat de meeste Nederlanders openstaan voor verandering, maar als je ze meteen in de racistische hoek zet, is een gesprek onmogelijk. Activisten die mensen voor van alles uitmaken, dat is niet mijn manier, ik zoek altijd de dialoog.

‘Maar door de maatschappelijke discussies van de laatste maanden is er wel iets in beweging gezet. Door protesten van groepen mensen die zeiden: wij accepteren dit niet meer. Ik denk dat de kandidatenlijsten voor de komende Tweede Kamerverkiezingen er anders uit zullen zien.’

Naar aanleiding van de Black Lives Matter-demonstraties werd in de Tweede Kamer gedebatteerd zonder dat daar zwarte Nederlanders aan meededen.

‘Ik denk dat veel Nederlanders van Surinaamse afkomst op deze Kamerleden hebben gestemd. Dat zij zelf niet meededen aan het debat, geldt voor alles, ook als het over de boeren of de zorg gaat. Ik verzet me tegen de gedachte dat een autochtoon Kamerlid niet zou kunnen opkomen voor zwarte Nederlanders. Zelf heb ik van alles voor elkaar gekregen met autochtone bondgenoten. Vroeger stemde ik op Hedy d’Ancona, omdat ik me in haar herkende, als vrouw. Dat liep ook niet langs etnische lijnen.’

Wat zegt het over Nederland dat er in 2020 nul zwarte Kamerleden zijn?

‘Voor Kamerleden met een andere etnische afkomst geldt hetzelfde mechanisme als voor vrouwen: als het niet goed gaat, straalt dat af op iedereen uit die groep. Wanneer Pauline Krikke faalt als burgemeester van Den Haag, dan kun je er vergif op innemen dat haar opvolger een man is. Het kan dat het bij sommige zwarte Kamerleden niet goed ging en dat partijen daarna terughoudend werden. Dat ligt ook aan de kiescommissies. Ik zag dat Ahmed Marcouch in de PvdA-commissie zit voor de lijst van de Tweede Kamerverkiezingen in 2021.

‘Ik heb er twintig jaar geleden ooit bij gezeten toen binnen de partij werd geteld terwijl ze een kandidatenlijst bekeken: één Marokkaan, één Turk, één Surinamer. Alle partijen deden dat. Ik zei dat je zo niet naar een lijst moet kijken. Wat als je twee topkandidaten van Surinaamse afkomst hebt? Als er één jurist op de lijst staat, zeg je toch ook niet dat er niet nog een bij mag? Dat moment heeft mij zó geraakt, het duurde even tot ik begreep waarom. Het kwam doordat ik werd geteld als Marokkaan, niet omdat ik goed was. Maar nu heb ik laten zien dat het wél goed kan. De partij heeft daar ook van geleerd.’

Nederlands
‘Als ik in Marokko ben, denk ik: ik wil terug. Daar voel ik me minder vrij.’

Marokkaans
‘Ongestructureerd en niet gepland iets gaan doen. Ik heb een talent voor improviseren.’

Partner
‘Mijn ex-man was Marokkaans, in Nederland, een zelfde soort achtergrond als ik. Het had ook anders kunnen zijn.’

Wit of blank
‘Geen van beide. Als het iets toevoegt, zeg ik de afkomst erbij.’

Robert Vuijsje blikt terug op zijn serie Land van afkomst, 300 interviews in 6 jaar. Is er iets veranderd?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden