Die ene meldingAngelique Baselier, medewerker Intake en Service

Het jochie keek me aan en zei: ‘Papa en mama waren boos. Ik zag overal bloed bij mama’

Politiemensen over de gebeurtenissen na een specifieke melding die hun kijk op het vak ingrijpend hebben veranderd. Deze week: intake- en servicemedewerker Angelique Baselier, die pleit voor nazorg voor de politiemensen die aangiften opnemen.

Wil Thijssen
null Beeld Anne Stooker
Beeld Anne Stooker

‘Ze had wonden en kneuzingen in haar gezicht en hals, een arm zat in het verband. Maar wat nog erger was: ze had haar 5-jarige zoontje meegenomen.

‘Dat had ik niet verwacht. Eigenlijk is het niet wenselijk dat kinderen meekomen bij aangiften van een delict, vooral niet bij huiselijkgeweldzaken, want dan hoort zo’n kind alles van de ruzie tussen papa en mama.

‘Ik was goed voorbereid. De collega’s die na de 112-melding bij haar thuis waren geweest, hadden haar met een ambulance naar het ziekenhuis laten afvoeren. Ik had hun informatie goed gelezen en zou haar aangifte opnemen zodra ze ertoe in staat was.

‘Meteen toen ze die avond binnenkwam, verontschuldigde ze zich dat ze haar zoontje bij zich had, maar ze had geen oppas. Ze was rechtstreeks uit het ziekenhuis met het ventje naar het politiebureau gekomen.

‘Niet doen, papa!’

‘‘Hij wil graag even wat vertellen’, zei de vrouw, ‘want hij is er vol van.’ ‘Geen probleem’, antwoordde ik, want iemand die aangifte komt doen, wil je vooral geruststellen. ‘Toe maar, vertel de politie maar wat je wilt zeggen’, zei z’n moeder.

‘Het jochie keek me aan en zei: ‘Papa en mama waren boos. Papa duwde mama op de bank en ging boven op mama zitten. Ik zag overal bloed bij mama. Ik vond dat niet leuk. Toen pakte papa mama bij de nek. Ik zei: ‘Niet doen, papa! Niet doen!’’

‘Op dat moment begon het kereltje te huilen. Ook zijn moeder brak. Mijn maag draaide zich om. Als je op papier leest hoe een vrouw is mishandeld, is dat heel iets anders dan wanneer een kleuter huilend tegen jou vertelt dat hij erbij stond toen zijn vader zijn moeder probeerde te wurgen.

‘Je moet professioneel blijven en goed op je woorden letten, want hoe akelig het allemaal ook is, de liefde van een kind voor z’n vader is onvoorwaardelijk, hè. Dus ik zei zo neutraal mogelijk: ‘Wat goed dat je dit hebt verteld. We zullen zorgen dat jullie veilig blijven. In die hoek kun je even spelen, ik ga nu het verhaal van mama op papier zetten.’

‘Zijn moeder vertelde tot in detail hoe ze was geslagen, hoe haar partner haar keel dichtkneep, dat ze geen lucht meer kreeg en dacht: dit is het einde. Hij had haar bijna vermoord, voor de ogen van zijn zoontje.

In je eentje

‘Ik schreef een melding voor Veilig Thuis, de samenwerkende zorginstanties die overleggen wat ze voor een slachtoffer kunnen betekenen, en maakte een zogenoemde Afspraak op Locatie – als iemand 112 belt, ziet de meldkamer dan meteen dat voor de beller een hogere alertheid geldt.

‘Die moeder en haar zoontje bedankten me en gingen weg. Ik zie dat kleine handje nog naar me zwaaien. Daarna kwam het. Ik werd erdoor overvallen, heel stom, maar ik werd ineens erg emotioneel. En dan zit je daar in je eentje. Ik ging op zoek naar een collega, even tegen iemand aanpraten, maar het was al laat, het pand was bijna leeg.

‘Ergens in een kamer trof ik twee blauwe collega’s, zoals wij ze noemen, van de uniformdienst. Ik begon te vertellen wat er was gebeurd, maar ze keken niet op van hun computer. Zij hebben een ander referentiekader; zij gaan naar verkeersongelukken, vechtpartijen, naar doden. Na elke heftige melding debriefen zij, om emoties de ruimte te geven.

‘Van dit incident heb ik geleerd dat ook wij, de collega’s die alle aangiften opnemen, soms moeten debriefen, want ook onze rugzak loopt vol. Het is vijf jaar geleden gebeurd, maar nog steeds hoor ik in mijn hoofd dat machteloze stemmetje: ‘Niet doen, papa! Niet doen.’

Rugzakje

‘Medewerkers van Intake en Service hebben hun plek binnen de politieorganisatie moeten veroveren, maar we zijn er nog lang niet. Ik ben opgeleid tot boa, bijzonder opsporingsambtenaar, en heb een training van een half jaar voor het afnemen van aangiften gehad.

‘Ik doe dit werk al zestien jaar met veel plezier, want ik vind het prachtig mooi om iets voor burgers te kunnen betekenen, maar ik mis een beetje nazorg. Twee weken geleden kwam iemand aangifte doen die mij op zijn telefoon een kinderpornofilmpje liet zien – afschuwelijke beelden. En ik herinner me een meisje dat belde vanuit een kast waarin ze was gekropen omdat haar oom haar sloeg. Dat doet iets met je, dat gaat allemaal je rugzak in.

‘Bij het debriefen van heftige incidenten worden wij, degenen die het eerste contact met het slachtoffer of de nabestaande hebben gelegd, meestal vergeten. Ik let er nu steeds op dat ik na een heftige aangifte naar de juiste collega loop, bij wie ik even mijn hart kan luchten. Maar die is er dus niet altijd. Dan houdt het op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden