Je kunt het maar één keer doen

‘Het is zo onnatuurlijk en oneerlijk dat zo’n jong iemand gaat’

De dood kunnen we niet ontlopen. Afscheid ­nemen van het leven kan op veel ­manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Hanneke Bakker (34, docent middelbare school) overleed op 13 december 2019 aan de gevolgen van borstkanker. Ze was getrouwd en had twee kinderen, die toen 2 en 1 jaar oud waren. Hanneke had twee zussen, Nienke (38, communicatiespecialist) en Inge (43, docent hbo).

Inge: ‘De dood van onze moeder heeft onze band als zussen verstevigd. Ik was 27, mijn zusjes 22 en 20, toen we samen met mijn vader een jaar lang intensief hebben gezorgd voor mijn moeder die aan ALS leed. Onze band werd nog sterker toen we allemaal kinderen kregen. Ook al woonden we niet bij elkaar om de hoek, ik woon in Groningen, Hanneke in Haarlem en Nienke in Hilversum, we spraken en zagen elkaar heel vaak. Onbewust namen we voor elkaar een soort moederrol aan, we deelden ontzettend veel. Mijn jongste en Hannekes oudste kind schelen drie weken, dus onze zwangerschappen liepen helemaal synchroon.

In de zevende maand van haar tweede zwangerschap ging Hanneke naar de dokter voor de kinkhoestvaccinatie die ze tegenwoordig aan zwangere vrouwen geven. Zij had die week een knobbeltje in haar borst gevoeld en omdat ze toch een afspraak bij de dokter had zou ze hem er wel even naar laten kijken. De huisarts zei dat het vermoedelijk niks was maar hij stuurde haar toch voor de zekerheid even door. In het ziekenhuis werd een foto gemaakt en een biopt genomen en diezelfde middag kwam de mokerslag: kanker. Ze ging naar de dokter voor een kinkhoestprik en ’s avond was de grond onder haar voeten weggeslagen. Toen ik het hoorde kreeg ik een extreem fysieke reactie, ik heb een uur lang zitten trillen. Het kón gewoon niet. Wij waren buutvrij. We hadden al zoveel meegemaakt, wij moesten nu een tijd vrij van onheil zijn.

Van links af: Hanneke, Nienke, Inge Beeld privé
Van links af: Hanneke, Nienke, IngeBeeld privé

Het bleek triple negatief te zijn, binnen de borstkankersoorten is dit één van de meest agressieve. Naast de tumor waren een paar klieren aangetast maar het was volgens de artsen wel behandelbaar. Ze kreeg twee keer een chemokuur waarna de behandeling moest worden onderbroken zodat ze kon bevallen. De bevalling deed Hanneke heel flink, ze was een sterke vrouw, mentaal en fysiek. Ze was ook een mooie verschijning, altijd goed gekleed en ze had lang dik haar. En toen lag ze in het kraambed met een kaal hoofd en een baby in haar armen. Het was zo’n schrijnend contrast tussen nieuw leven en het gevecht voor haar eigen leven. Door de chemo kon ze geen borstvoeding geven, dat vond ze heel erg. Maar de baby bood haar ook veel afleiding. Hanneke voelde zich weliswaar ziek, maar haar moederinstinct zorgde ervoor dat ze zich in plaats van patiënt vooral moeder voelde.

Vier weken na de bevalling werd de chemokuur hervat. In april bleek dat de chemo maar de helft van de tumor had weggehaald. Na operatie en bestraling kreeg ze nog een chemokuur, dit keer in de vorm van pillen. Hanneke bleef optimistisch en levenslustig, er was voor haar geen andere optie dan genezen. Over haar angsten sprak ze nauwelijks. We zijn in de zomer een week met de hele familie op Terschelling geweest. Mijn vader vertelde later dat toen ze met z’n tweeën in de keuken stonden, Hanneke had gezegd: ‘Stel je voor dat dit de laatste keer is dat we met z’n allen op het eiland zijn.’ Dat was de enige keer dat ze het uitsprak. Ze wilde dat alles in het teken stond van beter worden.

In november kwam ze met haar gezin een weekend bij ons. Ik had champagne gekocht om te proosten op het einde van de chemokuren. Op naar een goed jaar. Hanneke was verkouden, maar haar kinderen liepen rond met snotterbellen en het leek logisch dat zij haar hadden aangestoken. Twee weken later, op 23 november, werd haar dochtertje 1 jaar en zag ik Hanneke weer. Ik schrok van het verschil; ze was benauwd en we zagen allemaal dat ze in korte tijd verzwakt was. Ze beloofde na het weekend het ziekenhuis te bellen. Drie dagen later belde ze me op mijn werk om te zeggen dat het toch weer kanker was en dat het nu ook in haar longen zat. Het enige wat restte was een experimentele therapie. Het was een klein strohalmpje dat we met z’n allen gretig vastpakten. Tijdens de afspraak in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis op 5 december zei de oncoloog meteen dat ze heel slecht nieuws had. Hanneke was niet sterk genoeg meer om mee te doen aan die therapie.

Na twee dagen volkomen wezenloos te zijn van verdriet, herpakte ze zichzelf. Ze dacht na over wat er nog moest gebeuren, wie ze nog wilde zien en wat haar wensen waren voor de uitvaart. Ze wilde verjaardagskaarten voor haar kinderen schrijven, zodat ze ieder jaar op hun verjaardag een kaart van hun moeder zouden krijgen. Ze wilde dat tot 18 jaar doen maar ze is niet verder gekomen dan hun 4de verjaardag. Twee dagen voor ze overleed heeft ze nog een fotosessie met haar gezin gehad, een cadeautje van vrienden. Ze maakte zich op en trok een mooi jurkje aan. Het zijn heel mooie foto’s geworden.

Na die fotoshoot voelde ze zich zo slecht en was ze zo ziek dat ik bij mijn zusje een vorm van berusting ontwaarde. Het gíng gewoon niet meer. Hanneke merkte woensdag dat ze niet meer goed de trap kon oplopen en niet meer in staat was om zelf de kinderen in bad te doen. Ze wilde geen bed in de huiskamer en ook niet aan de beademing, want ze wilde niet eng worden voor haar kinderen. Ze besloot dat ze donderdagavond palliatieve sedatie zou krijgen, nadat ze zelf haar kinderen in bed had gelegd.

Donderdagochtend zei ze tegen mijn vader: ‘Als ik vanavond ga twijfelen, moet je twee woorden tegen me zeggen: bad en trap.’ Ze wilde per se nog met de hele familie naar café-restaurant De Stinkende Emmer, waar ze vaak lunchte als ze met haar gezin ging fietsen. We zaten met z’n allen aan een grote tafel, Hanneke met haar zoontje op schoot. Het was een volstrekt surrealistische situatie. Ik keek naar mijn zusje en dacht alleen maar: over een paar uur ben je er niet meer. We hebben thuis nog samen gegeten, we hadden Indisch gehaald. Het was de ergste maaltijd die ik ooit heb meegemaakt, niemand kreeg een hap door zijn keel. Daarna bracht Hanneke haar kindjes voor de laatste keer naar bed, samen met haar man. Wij bleven bedrukt achter.

Toen de kinderen sliepen, kwam de huisarts. We stonden allemaal om Hanneke heen in de slaapkamer. Ze maakte zelfs nog grapjes, zei dat we allemaal niet zo ernstig moesten kijken. Nadat de huisarts de medicatie had toegediend, doezelde Hanneke rustig weg en viel in slaap. Ik voelde pure paniek en wanhoop. Het is zo onnatuurlijk en oneerlijk dat zo’n jong iemand gaat. Het klopte gewoon niet. Mijn moeder was ook te jong, zij was 54, maar zij heeft haar kinderen wel zien opgroeien.

Het verdrietige voor ons was dat er geen tijd was. We konden het allemaal niet bijbenen, er was geen rust, geen tijd voor reflectie. Soms voelt het alsof ze plotseling is doodgegaan, zo haastig en snel ging het. Voor Hanneke zelf ben ik blij dat het niet lang heeft geduurd. Zij heeft maar kort geweten dat ze haar kinderen los moest laten. Ze heeft niet lang hoeven leven met dat loodzware zwaard van Damocles boven haar hoofd.’

Dit is voorlopig de laatste aflevering van ‘Je kunt het maar één keer doen’. Vanaf januari 2022 wordt de rubriek hervat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden