INTERVIEW

'Het is niet mijn ambitie om alleen te zijn'

Voor generaties kinderen was en is Raymonde de Kuyper (59) gewoon Roos, van Villa Achterwerk. Twee jaar geleden ontdekte ze dat ze kon zingen. Nu speelt ze in een musical van Joop van den Ende.

Beeld Anne Claire de Breij

Twee keer in haar leven is het theater haar redding ('Of, nou ja, redding') geweest, zegt actrice Raymonde de Kuyper. Toen haar vader overleed, ze was begin dertig, en ze na jaren van omzwervingen bij Alex d'Electrique terechtkwam, waar lol was en energie en troost. En nu, nu ze 59 is en weer alleen na een relatie van 24 jaar met acteur Raymond Thiry. Dat is 'niet mals' zegt ze met de langzame, lage stem die haar kenmerkt; dat ze niet in een diep gat is gevallen, dankt ze voor een groot deel aan haar werk. In de artiestenfoyer van het Beatrixtheater in Utrecht gebaart De Kuyper in de richting van het toneel waarop ze vanaf eind september zeven keer per week zal staan in de musical Moeder, ik wil bij de revue. 'Het is zo'n leuke groep, er wordt zo hard gewerkt door allemaal mensen die verschrikkelijk goed zijn in hun vak. En het is revue, hè. Er komt een hele hoop dansen en zingen en toestanden aan te pas, maar er zitten ook stukken in die tragisch zijn. Of, tragisch - niet dat het een huilenbalkentoestand is, maar ontroerende stukjes zitten er ook in. Dat vind ik een mooie combinatie.' Dan, op een toon die tussen verontschuldigend en droogkomisch in zit: 'Nou ja. Dat klinkt misschien wel overdreven enthousiast allemaal.'

Actrice Raymonde de Kuyper is vooral bekend geworden als Roos van Villa Achterwerk, die - rood mantelpak, roze koeken - met haar mannen Van Rossum en Van Oorschot op zondagochtend de VPRO-kinderprogramma's presenteerde. Van Rossum werd gespeeld door Raymond Thiry, haar vriend, die anderhalf jaar geleden besloot dat het voorbij was - niet haar keus, nee. Hij heeft 'een soort van' nieuwe relatie, maar ze zijn vrienden gebleven: 'We zorgen samen voor ons hondje en mijn moeder'. Ze vindt dat ze daar nog 'beter in moet worden', in die vriendschap; zo makkelijk is dat niet na 24 jaar.

Hoe bedoel je, beter worden?

'Tja. Je moet natuurlijk wennen aan je positie die anders is geworden.'

Kan het wel, vrienden blijven?

'Ja, het kan wel. Maar het is... nogal complex allemaal. Het is niet iets...' Ze aarzelt, valt stil. 'Pff, voor het interview zag ik hier nogal tegenop. Ik ben niet iemand die het hart op de tong heeft. Het is ook moeilijk om te praten over dingen waar je middenin zit. Ik vind het eigenlijk privé. Daarom hebben we bewust ook nooit in de media gezegd: we zijn bij elkaar. Een of andere gek heeft op Wikipedia gezet dat we getrouwd zijn, nou, we waren helemaal niet getrouwd. Zou ik zelf nooit doen, iets over mezelf op internet zetten. Ik heb niet eens mijn naam op de deur staan.'

Ze is trouwens ook 'al weer heel aardig opgekrabbeld, hoor', zegt ze dan - waarop een schoonmaakster met een stofzuiger in de artiestenfoyer een heleboel lawaai komt maken. Komt daar het geraas van een espressomachine bij, en later nog eens het geluid van een boor, dan grijnst ze: 'Een Wim T. Schippersachtige situatie. Ze proberen ons hier gek te maken.' We verkassen naar haar kleedkamer. Op de gang prijken bordjes op de deuren: 'Simone Kleinsma'. 'Jon van Eerd'. 'Raymonde de Kuyper en Roos van Erkel'. Moeder, ik wil bij de revue is een Joop van den Ende-musical - de eerste voor De Kuyper, die jaren experimenteel theater maakte bij Alex d'Electrique en ook verder veelal bij het gesubsidieerde toneel zat. Ze is aangenaam verrast, vertelt ze. 'Nee, het was niet zo van: in godsnaam dát dan maar, dan zijn we weer een jaar onder de pannen. Ik heb er andere dingen voor laten schieten. Ik voel dezelfde opwinding als toen ik bij Alex d'Electrique terechtkwam. Dat je denkt: yes en wauw, een hele nieuwe wereld.'

Zelfs als De Kuyper 'yes' en 'wauw' zegt, klinkt dat broodnuchter, licht spottend zelfs. Het is die weergaloze, wat slepende stem, waarmee alles wat ze zegt komisch klinkt, zelfs als het niet zo bedoeld is. Ze vindt dat ook het mooist om te spelen, zegt ze: tragikomische rollen van mensen die het allemaal ook niet zo goed weten in het leven. 'Ik zal niet gauw Medea zijn. Zo'n felrealistisch, tragisch personage, dat is geloof ik niks voor mij. Er moet altijd een zekere afstand in zitten, iets lichts dat de boel draaglijk maakt.'

Beeld Anne Claire de Breij

In Moeder, ik wil bij de revue speelt ze de rol die Annet Malherbe in de gelijknamige tv-serie speelde, alleen komt er nu - musical, tenslotte - ook zang aan te pas.

Hoe vind je dat? Zingen durfde je nooit, las ik.

'Dat vond ik altijd heel eng, inderdaad. Als kind al. Alle meisjes hadden lijsterstemmetjes en ik had' - haar timbre wordt nog lager - 'deze stem. Het heeft ook niet geholpen dat ik op de lagere school geweigerd werd voor de musical. Het eerste en enige wat ik wilde in mijn leven, daar mocht ik niet aan meedoen.' Lacht: 'En ik was nogal sloom, dus ik durfde ook niet te zeggen: wat krijgen we godverdomme nóú?'

Sindsdien dacht je: ik kan niet zingen.

'Ja. Hardop zingen in de badkamer was al problematisch.'

'Een paar jaar geleden werd ik gevraagd om auditie te doen voor de musical André Hazes - niet voor de rol van André, ha. Toen heb ik gewoon helemaal verdrongen dat ik daarbij zou moeten zingen. Ze zeiden: we sturen de muziek op, dan mag je zelf de toonsoort uitzoeken. En ik dacht: toonsoort? Uitzoeken? Ik kreeg thuis bladmuziek met noten, ik kon niet eens zien wat het wás. En ik ben dan zo: ik durf het niet vragen. Dat heb ik ook heel lang gehad in de wasserette. Ik snapte niks van al die knoppen, maar ik dacht: als ik ernaar ga vragen dan denken ze: die is niet goed bij haar hoofd. Of in een sauna. Ben ik ook altijd bang om in mijn blote reet opeens in de verkeerde gang te staan. Zo ging dat met die bladmuziek ook. Vrienden zeiden uiteindelijk: dat is een lied van André Hazes, joh.

'Mij was verteld: die auditie, dat is een 'werkbijeenkomst', of zo'n soort woord. Maar in plaats van de ontspannen, werkbijeenkomstachtige situatie die ik me had voorgesteld, zat er zo'n rij met mensen die je keuren. Toen heb ik gezegd: ik kan niet zingen. Klonk het: doe het toch maar. Met de moed der wanhoop heb ik het gedaan.' Eind van het liedje: de rol kreeg ze niet, maar wel de opsteker dat ze beslist muzikaal is, waarna ze, op haar 57ste, meteen met zanglessen begon. 'Het is zo geweldig. Alsof je al jaren een auto op je erf hebt staan waarvan je denkt: leuk, maar ik kan er niet in rijden. En opeens kan ik overal naartoe.'

CV Raymonde de Kuyper

17 maart 1955 geboren in Den Haag.

Opleiding
Acteursopleiding aan toneelacademie in Utrecht.

Theater (selectie)
1989 - 2005 Vaste speler van theatergroep Alex d’Electrique.
2005 Echt iets om naartoe te leven, Toneelgroep Amsterdam.
2007 Wuivend graan, Wim T. Schippers-voorstelling.
2008 De grote verkiezingsshow, Zuidelijk Toneel.
2010 Amora, Zuidelijk Toneel.
2011 Who’s afraid of George and Mildred, samen met George van Houts.
2014 Mijn slappe komedie voor 4 mensen, een handjevol personeel en een tafel die niet vrijkomt, toneelgroep Carver.

Televisie (selectie)
1996 - 2006 Roos en haar mannen, presentatie van VPRO’s Villa Achterwerk.
Diverse gastrollen, o.m. in Jiskefet, Koefnoen en Aaf.

Film (selectie)
2002 Ja zuster, nee zuster.
2007 Zadelpijn.
2012 Mees Kees.

Raymonde de Kuyper woont in Amsterdam.

De cirkel is rond met deze musical, zegt ze - dat ze altijd in een ander circuit speelde, betekent niet dat ze niets opheeft met het genre. Sterker, de eerste voorstelling die ze als kind zag, was een musical, De kleine parade van Wim Sonneveld, en ze was verpletterd. 'Ik kende hem helemaal uit mijn hoofd. Toen ik de ziekte van Pfeiffer kreeg - ik ben enig kind, dus dat was nogal saai - zat ik hele middagen op bed bandopnamen te maken, zogenaamde radioprogramma's waarin ik ook stukjes uit die musical deed. En toen ik een lied moest meenemen naar mijn zangles, heb ik Dora meegenomen, ook uit die musical.' Ze zingt een paar regels: 'Een keer in de week blinken de ruiten als spiegels, eens in de week is de stoep de schoonste van heel de stad.' Dan, droog: 'Maar goed.'

'Het personage Dora zat oorspronkelijk ook in Moeder, ik wil bij de revue. Ze is er uit verdwenen, maar het is wel precies het repertoire dat ik als kind zo leuk vond. De vijftiger jaren, hè, het is enorm memory lane. Zeker nu, want ik ben het huis van mijn moeder aan het leegruimen die sinds kort in een verzorgingshuis woont, en ik kom op zolder al die oude bandopnames tegen. Mijn hele jeugd komt terug.'

Jonkvrouw Raymonde Virginie Angélique de Kuyper groeide op in Den Haag. In een tamelijk gewoon jarenvijftighuis en zonder dat er thuis veel aandacht was voor die adellijke titel, maar hun naam stond wel in het adelboek, iets wat ze zo veel mogelijk probeerde te verdoezelen. 'Je wilt normaal zijn als kind. En dit was anders, raar. Ik zag er altijd tegenop om te worden ingeënt, want op de kaart stond die titel en die werd in de rij voor de schoolarts uit mijn handen gegrist.' Ze zwaait met een denkbeeldige kaart boven haar hoofd. 'Daar werden dan grappen over gemaakt. Vreselijk. Nog steeds ben ik bang dat anderen denken dat ík denk dat ik wel iets speciaals zal zijn.'

Bij adel denk ik: landgoed, tafelzilver, jachtpartijen.

'Nee, zo was het niet. Wij waren een beetje een raar stelletje met z'n drieën. Mijn vader was een buitenbeentje in zijn familie, hij zette zich daar min of meer tegen af. Hij was actief in de PSP en tegen de Vietnamoorlog en dat soort dingen. Er kwamen altijd veel kleurrijke vrienden bij ons over de vloer en daar werd, zal ik maar zeggen, wat bij gedronken. Hij zat ook vaak in het café 's avonds en op een gegeven moment was hij erg druk met hondenrennen op Duindigt. Het was nogal onconventioneel allemaal, en hij was nogal woest. Ook léúk, want hij had waanzinnig veel interesses, maar als kind vond ik het niet makkelijk dat het zo anders was bij ons. Ik verlangde naar gewoon.' Lacht: 'Ik weet nog dat ik tegen mijn moeder zei - mijn vader was al naar het café: 'Bij Yvonne thuis doen ze na het eten samen de afwas'. Waarop zij antwoordde: 'Hè, jasses, kind.''

Hoe was je als kind?

'Ik was altijd in mijn fantasie bezig. Ik kon heel lang op een kleedje zitten spelen dat ik een aapje was, dan gaf mijn moeder me ook eten op dat kleedje. Het zijn een paar vage herinneringen, veel weet ik niet meer. Wel weet ik nog dat ik vaak speelde dat ik in een kindertehuis woonde. Dat leek me wel wat, om met veel mensen te zijn, net als hier, in het theater. Dan ging ik naar de badkamer en zei: 'Hè, nee, nog stééds bezet.'

Vond je het niet leuk om enig kind te zijn?

'Ach, je bent het gewoon, daar denk je als kind niet op die manier over na. Ik weet wel dat ik liever ging spelen bij kinderen die ook geen broertjes of zusjes hadden. Dat vond ik veiliger, broers vond ik eng. Ik was heel verlegen.'

Beeld Anne Claire de Breij

Later komt ze er op terug: dat ze kindertehuisje speelde, moet dat wel in het interview? Vanwege haar moeder, die misschien zal denken dat ze eenzaam was als kind? Over zichzelf spreken vindt ze maar lastig, net zoals ze het paradoxaal genoeg lastig vindt dat ze zo zichtbaar is als actrice. Zoals ze zei in een eerder interview: 'Weet je wat ik echt een nadeel vind van dit vak? Dat je altijd zo te kijk staat.'

Het duurde dan ook even voor ze haar bestemming vond. Ze ging naar de pedagogische academie - 'Dat was helemaal niks voor mij, het interesseerde me eigenlijk geen flikker. Je moest er allerlei vreselijke knutseldingen doen. Vóúwen' - en ook toen ze uiteindelijk toch de toneelacademie had afgerond, holde ze niet het podium op. 'Ik hoorde dat Jan Ritsema een theaterboekwinkel in Rotterdam ging openen en hem heb ik toen opgebeld. Ik dacht: het is helemaal geen slecht idee om daar tussen die boeken te gaan zitten. Nou, ik was me daar toch ongelukkig, echt niet normaal. Mijn relatie was net uit, ik was in mijn eentje naar Rotterdam verhuisd en dat boekwinkeltje liep voor geen meter. Ik kende daar niemand, het was zo eenzaam als wat. En na een jaar was de winkel over de kop, haha.'

Pas jaren en vele freelance klussen later kwam ze terecht bij theatergroep Alex d'Electrique, waaraan ze 25 jaar verbonden zou blijven. 'Dat is een heel groot moment geweest in mijn leven. Mijn vader, die enorm belangrijk voor me was, was onverwacht overleden aan een hartstilstand. Ik had het gevoel dat ik uit de ene trein op de andere stapte. Opeens zat ik bij dat stelletje wildvreemde mannen bij wie ik me verschrikkelijk thuisvoelde. Dat was een enorme troost.'

Autistische mannen, heb je eens gezegd.

'Ja, op een leuke manier dan, hè? Mannen praten niet, die gaan met elkaar voetballen, of je bent samen met de slijptol bezig voor een nieuw decor. Ik vond dat allemaal ontzettend prettig, als vrouw tussen die mannen.'

Ze leerde er Raymond Thiry kennen - 'ik dacht dat hij een grapje maakte toen hij zich aan me voorstelde, ik wist niet dat hij zo heette' - met wie ze een relatie kreeg. Die, zegt ze, 'honderdduizend vormen' heeft gehad. 'We hebben vijf jaar samengewoond, maar de laatste tijd was dat niet meer zo. We werkten ook al samen, bij Alex d'Electrique, bij Villa Achterwerk, we hebben zo veel samen gedaan. Op een gegeven moment kwam bij hem de behoefte om meer apart te doen.'

En bij jou? Nu je alleen bent - kun je dat goed?

'Ik kan het heel goed, maar dat wist ik al. Het is niet mijn ambitie om alleen te zijn. Daarom vind ik het hier' - ze wijst om zich heen in het theater - 'ook zo fijn. Het is een beetje als met die badkamer vroeger. Lekker veel mensen om je heen. Het klinkt misschien een beetje... maar ik voel me hier veilig. Ik word hier echt gedragen.'

Je hebt geen kinderen. Was dat een bewuste keus?

'Nee, het is zo gelopen. Er was een tijd dat ik wel kinderen wilde, maar toen had ik nog geen relatie en ik zag het niet zitten om het alleen te doen. Ik wilde niet één kind namelijk, ik wilde er veel en dat leek me niet te doen in mijn eentje. Later ging ik zo op in het werk, dat er helemaal geen plaats voor was om kinderen te krijgen. Ik verdwijn altijd helemaal in dingen. Ik bedoel: ik had het al druk genoeg om mijn eigen chaos te bestrijden, ik weet niet of ik wel zo'n handigerd was geweest met het multitasken dat erbij hoort. Misschien wel, ik heb ook een hond tenslotte. Kinderen zijn wel wat bewerkelijker, ha, maar je weet het niet, misschien was ik wél enorm handig geweest.'

Beeld Anne Claire de Breij

Dat het zo is gelopen, spijt je dat?

'Ik moet zeggen: nu ik ouder word, dringt veel meer de betekenis van familie tot me door. Vroeger stond ik daar niet bij stil. Maar nu is het weleens alsof ik mijn portemonnee leegschud en er maar één dubbeltje en een euro uit komen rollen.'

Hoe bedoel je dat?

'Nou, ik heb een moeder van 89, ik heb één nicht met twee kinderen, en dat was het, qua familie. En vrienden met kinderen kruipen met hun gezinnen bij elkaar. Dat is nu eenmaal zo, zo is het gegaan, maar vroeger heb ik me dat niet genoeg gerealiseerd. Nu ben ik me er veel meer van bewust hoe leeg die portemonnee is.'

Later, na het interview, belt ze. Ze wil een aanvulling doen op dit punt.

'Ik vind het wel ontzettend leuk dat ik door Villa Achterwerk toch heel veel contact met kinderen heb gehad. En nog heb; de kinderen van toen zijn nu jonge volwassenen, door hen word ik nog steeds aangesproken. Ik was eens op een grauwe, chagrijnige dag op het station, en toen zei het meisje in de kiosk: 'U heeft me een fijne jeugd bezorgd.' Droog: Dat is misschien wat overdreven, dat begrijp ik ook wel, maar het is toch leuk.'

Eerder, in de kleedkamer, benadrukt ze het ook: 'Ik zou absoluut weer voor hetzelfde vak kiezen, ja, als ik het over kon doen. Ik knap er altijd enorm van op.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden