interview Ramzi Addarazzi en Barry Broedersz

‘Het is makkelijk om een stempel te drukken. Je openstellen voor iets wat je niet kent is moeilijker’

Barry Broedersz (40) kreeg te horen dat hij moest oppassen voor Ramzi Addarazzi (34) als Brabants-Marokkaanse mede-eigenaar van het kledingmerk Purewhite. Addarazzi werd juist gefeliciteerd met zijn Joodse zakenpartner.

Ramzi Addarazzi (links) en Barry Broedersz. Beeld Casper Kofi

Ramzi Addarazzi (Nederland, 1984) en Barry Broedersz (Zuid-Afrika, 1978) zijn de eigenaren van het kledingmerk Purewhite.

Ramzi Addarazzi is een Nederlandse Marokkaan uit Bergen op Zoom, Barry Broedersz een Zuid-Afrikaanse Jood uit Badhoevedorp. Naast hun modemerk Purewhite hebben ze sinds kort een samenwerking met rapper Lil’ Kleine voor het kledingmerk Jorik, tevens de echte voornaam van Lil’ Kleine.

Ramzi: ‘Anderhalf jaar geleden leerde ik hem kennen. Misschien wel de grootste ster van Nederland op dit moment, dat biedt veel mogelijkheden. Net als Barry en ik is hij een gevoelsjongen, een handshake betekent dat je een afspraak hebt.’

Barry: ‘Ik hou van productietechnische uitdagingen en van mooi vormgegeven kleding. Met Jorik zitten we in een hoger prijssegment dan met Purewhite, we kunnen de mooiste stoffen gebruiken.’

Een songtekst van Lil’ Kleine, uit Zeg dat niet, een duet met Ronnie Flex:

Ik heb een meisje op m’n schoot

Waarvan de borsten zijn vergroot

Je streken waren Duits

Maar m’n money die is joods

Barry: ‘Jorik heeft Joods bloed en daar is hij trots op. Ik maak me meer zorgen over teksten als: ik pop een pil – alsof dat de gewoonste zaak van de wereld is. Mijn zoon van 14 luistert naar zijn teksten.’

Ramzi: ‘Je hebt de artiest Lil’ Kleine en de persoon Jorik, die met de dag wijzer wordt. Tussen de mens en de artiest zit een muur, zo groot is het verschil. Wij werken met de mens.’

Hoe kwamen jullie in de modewereld?

Ramzi: ‘Mijn vader is ondernemend. Een gedurfde ondernemer, niet bang om risico’s te nemen. Begin jaren tachtig was hij een van de eersten die met olijven, noten en andere Marokkaanse levensmiddelen op de markt stond. In Hilversum, met zijn broer, ome Mo. We woonden in Almere.

‘Op mijn tiende verhuisden we naar Bergen op Zoom. Daar komt mijn moeder vandaan. Haar ouders waren ook Marokkaans. Mijn Amsterdamse accent werd snel Brabants. Ik weet nog dat ik met mijn neef in Amsterdam in de tram stond en houdoe zei tegen zijn vrienden. Mijn neef waarschuwde me: dat mag je nooit meer zeggen, je zet me voor schut.’

Barry: ‘Tot mijn tiende woonde ik in Johannesburg. Mijn moeder is Joods en Zuid-Afrikaans, mijn vader Nederlands. Ze ontmoetten elkaar in Israël, op een kibboets. In de familie van mijn moeder zaten ze tot vier generaties terug in de textielhandel.

‘Het was een heftige tijd in Zuid-Afrika, net voor de afschaffing van de apartheid. In Nederland wilden ze voor hun zoons een betere toekomst opbouwen. We woonden in Badhoevedorp en ik zat in Amsterdam op Joodse scholen. In mijn klas zaten minstens tien kinderen van wie de ouders in de textiel zaten. Zodra ik na de middelbare school op mezelf ging wonen, ontmoette ik leuke Amsterdamse meisjes die vrijer waren dan mijn Joodse klasgenotes.’

Ramzi: ‘In Bergen op Zoom nam ik met een vriend een kledingzaak over. Het was de tijd van het merk Circle of Gentlemen. Witte overhemden met in de boord een foute bloemetjeskraag. Dat merk wilde ik in mijn winkel hebben, maar mijn aanvraag werd steeds afgewezen. Ik dacht: dit kan ik zelf ook. Een Turkse vriend kende iemand in Turkije met een kledingfabriek. Ik kocht drie van die hemden en ging ermee naar Turkije: abi, kun je iets voor me maken dat hier op lijkt?’

Hoe begon Purewhite?

Ramzi: ‘In Turkije zat ik op mijn hotelkamer te wachten toen ze kwamen vragen: we moeten een naam zetten op het label, hoe wil je het merk noemen? Daar had ik niet over nagedacht. Die hemden waren wit, dus ik zei: doe maar Purewhite.’

Barry: ‘Ik had een webshop, Freshlabelz, waar de overhemden van Purewhite goed werden verkocht. Alleen kregen we ze steeds teruggestuurd. De pasvorm klopte niet. Eind 2011 vroeg Ramzi: die fabriek in Turkije levert geen goede kwaliteit, kun jij die hemden niet produceren? Sindsdien zijn we partners.’

Worden jullie weleens aangesproken op elkaars afkomst?

Barry: ‘In mijn zakelijke omgeving kreeg ik te horen dat ik moest oppassen. Een Marokkaan en dan ook nog uit Brabant.’

Ramzi, lachend: ‘Dubbel onbetrouwbaar.’

Barry: ‘Het is makkelijk om een stempel te drukken. Je open stellen voor iets wat je niet kent is moeilijker. De mensen die dat zeiden, hadden nog nooit echt een Marokkaan ontmoet. Dat durven ze niet.’

Ramzi: ‘Ik heb Barry binnengelaten in mijn huis. Mijn ouders, iedereen - ze zijn vol lof over hem. Over Marokkaanse fabrikanten met wie ik werkte, zei mijn moeder: pas je wel op? Niemand heeft ooit gevraagd: wat doe jij met een Joodse partner? In Marokko worden zij juist gezien als de grootste zakenmensen, het is goed om met ze samen te werken.’

Zijn dit niet allebei vooroordelen?

Barry: ‘Natuurlijk. Zelf zie ik juist overeenkomsten. In onze beide culturen is het: we geven elkaar een hand en dan hebben we een deal. Je woord is het hoogste wat je hebt. Over de aandelen in ons bedrijf hebben we ooit een afspraak gemaakt die pas twee jaar later op papier stond. Nederlanders zullen sneller zeggen: laten we dit even vastleggen.’

Ramzi: ‘De Joodse en islamitische culturen liggen het dichtste bij elkaar. Allebei warm, gastvrij en respectvol voor ouderen.’

Nederlands

Ramzi: ‘Bij het Nederlands elftal.’

Barry: ‘Ik ben hier niet zo mee bezig. In Zuid-Afrika voel ik me wel Zuid-Afrikaans. De geur van het land.’

Marokkaans

Ramzi: ‘Samen buiten eten in Marokko.’

Joods

Barry: ‘Met mijn familie en overal waar Joodse humor is.’

Partner

Ramzi: ‘Nederlandse vrouwen. Misschien ben ik meer Hollands dan ik dacht. Met de Marokkaanse tradities heb ik moeite. Ik heb ongehuwd samengewoond.’

Barry: ‘Mijn vriendin is Surinaams, maar een a-typische, want ze is helemaal Nederlands opgegroeid.’

IN GESPREK
Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) interviewt Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met politica Samira Rafaela (Antilliaans, Ghanees, Nigeriaans) en comedian Fuad Hassen (Eritrea).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden