je kunt het maar één keer doen

‘Het is een schok, maar ook een opluchting’

De dood kunnen we niet ontlopen. Afscheid ­nemen van het leven kan op veel ­manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Menjes Groothuis (23, opleiding verzorgende) overleed op 13 februari 2020 aan de gevolgen van acute leukemie. Ze woonde bij haar ouders, Albert (66, gepensioneerd) en Renske Groothuis (60, re-integratie adviseur). Haar zus Doris (27, groepsleider verstandelijk gehandicapten) woont samen en heeft een dochtertje, Yara.

Renske: ‘Ze was net 20 geworden, in juni 2016, toen ze een bobbel onder haar kin kreeg. Een paar weken later kreeg ze meer klachten, zoals aften in haar mond. Ze was nooit ziek dus dat verontrustte mij. Op mijn aandringen maakte ze een afspraak bij de huisarts. Het was TT-week en wij wonen in het centrum van Assen dus we hadden logees. De stemming was feestelijk maar Menjes en ik hielden ons in want we moesten de volgende ochtend op tijd bij de dokter zijn. De huisarts verwees Menjes meteen door om bloed te laten prikken. Toen we terugkwamen, was iedereen net wakker en we dronken koffie in de tuin. Het was heel mooi weer. Opeens stond de huisarts in de tuin. Hij zei: ‘Ik heb geen goed bericht. Ik heb het bloedonderzoek binnengekregen en je hebt hoogstwaarschijnlijk acute leukemie.’ Het eerste wat Menjes zei, was: ‘Ga ik nou dood?’ De huisarts antwoordde dat hij daar geen antwoord op kon geven maar dat we onmiddellijk naar het UMCG in Groningen moesten gaan.

Drie dagen later, op zondag, kregen we de uitslagen van de onderzoeken. Het was inderdaad acute leukemie. Als je niks doet, ben je binnen twee á drie weken weg. De hematoloog vertelde wat het behandelplan was. Eerst moest ze maandenlang chemokuren ondergaan. Daarna zou ze van top tot teen bestraald worden. En tot slot zou er een stamceltransplantatie moeten plaatsvinden. Ze maken je hele afweersysteem kapot en bouwen het daarna weer helemaal op. Ze moest ook weer opnieuw worden ingeënt want alle prikken die ze als baby heeft gehad, zouden weg zijn. De arts zei dat het de zwaarste behandeling was die ze in het ziekenhuis uitvoerden. Het zou een heel jaar in beslag nemen. In hetzelfde gesprek, dat was ook ontzettend heftig, werd gezegd dat Menjes geen kinderen meer kon krijgen. Dat was een enorme domper want ze was gek op kinderen. Hoewel we nauwelijks konden bevatten wat ons overkwam, was Menjes positief en krachtig: ‘Het komt goed.’ En omdat zij dat heel stellig zei, gingen wij daar ook vanuit.

Moeder Renske over het afscheid van haar dochter Menjes Beeld privé
Moeder Renske over het afscheid van haar dochter MenjesBeeld privé

De maanden die erop volgden lag ze in het ziekenhuis voor de chemobehandeling. In januari werd ze bestraald en daarna was de stamceltransplantatie gepland. Gelukkig kon ze de stamcellen van haar zus Doris krijgen, dat was gunstig. Op zich was het geen zware ingreep, maar wel ontzettend spannend of het aansloeg. En dat deed het.

In juni vierde ze met haar korte koppie haar 21ste verjaardag. We moesten nog een jaar wachten om zeker te weten of de transplantatie goed was aangeslagen. In juni 2018 sprak de hematoloog de woorden: ‘Je bent volledig genezen’. Ze had 1 tot 2 procent kans dat het weer terug zou komen, net als ieder ander. We waren euforisch, hebben het uitbundig gevierd. In de zomer zijn we op vakantie gegaan naar Parga in Griekenland. Omdat we daar de hele dag samen waren, viel mij op dat ze conditioneel erg zwak was, heel veel dingen kon ze niet. Ze liet het thuis niet zo merken en ze sprak het ook niet uit. Ze wilde niet meer revalideren, ze wilde ook niet deelnemen aan gespreksgroepen van mensen die kanker hadden gehad. Ze was er helemaal klaar mee. Ze wilde verder met haar leven, uitgaan met vriendinnen, haar diploma halen.

Een half jaar later kwam ze op mijn werk om sleutels op te halen. Ik vroeg of ze naar boven kwam want ik was net thee aan het drinken met collega’s. Toen ze zei dat ze de trap niet op kon, gingen bij mij de alarmbellen af. In het ziekenhuis kregen we te horen dat de leukemie terug was. Er was nog wel behandeling mogelijk, maar de kans op genezing was 10 procent. Als je dat hoort is het natuurlijk niks, maar het gekke is dat op het moment dat je daar voor gaat, je dat percentage heel snel weer vergeet. Menjes bleef positief. Na de laatste chemo in juli kon ze niet meer lopen omdat de uiteinden van haar zenuwen helemaal waren aangetast. Ze kwam in een rolstoel te zitten en dat vond ze vreselijk. Ze wilde niet meer de stad in, voelde zich een gehandicapte. Ik ging ’s avonds een keer een rondje met haar lopen toen ze haar vriendinnen zag; mooi aangekleed en opgemaakt gingen ze op stap. Menjes klaagde niet. Ze vroeg hen de volgende dag hoe het geweest was. Hoe pijnlijk ook, ze wilde de verhalen van haar vriendinnen wel horen.

Begin januari vorig jaar werd ze mager, ze kleurde anders in het gezicht en ze raakte achter adem. Ik maakte me grote zorgen. Elke ochtend als ik haar wakker maakte, dacht ik: leeft ze nog wel? Ik was heel bang dat ik haar dood in bed zou aantreffen. Een paar weken later kregen we te horen dat de leukemiecellen weer teruggekomen waren. Menjes zei tegen de hematoloog: ‘Ik dacht het al, ik voelde het. Het is een schok, maar ook een opluchting.’ Een eenmalige chemo kon haar leven nog een paar weken rekken.

Het buurmeisje kwam de volgende dag met haar vriend op bezoek en die jongen vroeg: ‘Menjes, heb jij nog een wens?’ ‘Ja’, zei ze tot mijn stomme verbazing, ‘ik wil graag skydiven.’ Een week later, het was een stralende dag, werd ze opgehaald in een limousine. Toen we aankwamen op vliegveld Teuge, stonden daar al haar vriendinnen. Een begeleider vroeg wat de reden was dat we er waren. ‘Vrijgezellenfeestje? Ze maakte een tandemsprong met een instructeur en ze vond het een geweldig kick, ze heeft echt enorm genoten.

Ze vroeg aan de hematoloog: ‘Hoe gaat dat dan, doodgaan, wat gebeurt er dan?’ De hematoloog antwoordde: ‘In jouw geval word je heel moe en langzaam valt alles uit. Maar je hebt geen pijn.’ Ze was niet bang, het was alsof ze in berusting was gekomen. Ze kon zelfs in de laatste week nog gieren van het lachen als ze naar vlogs op de computer keek. Als ik vroeg waarom ze zo hard lachte, zei ze: ‘Dat kan ik jou niet uitleggen, dat snap jij toch niet.’ Ze besprak de uitvaart met haar beste vriendin; foto’s, bloemen, muziek, sprekers, alles tot in de puntjes geregeld.

De laatste dag kon ze niet meer uit bed komen. Ik ben naast haar gaan liggen. Beetje lezen, beetje kletsen, beetje aankeutelen. ’s Avonds heb ik haar nog kleine hapjes eten gevoerd. Ze zei: ‘Ik vind het een raar idee dat ik er straks niet meer ben.’ Ik antwoordde: ‘Ja, dat vinden wij ook.’ Ik hield me flink, was niet bezig met mijn eigen verdriet. Ik denk niet dat ik haar daarmee geholpen zou hebben. Ik was niet Menjes’ vriendin, ik was haar moeder.

Op een gegeven moment zei ze: ‘Ga nou maar naar je eigen kamer, ik app je wel als er wat is.’ Waarop ik zei: ‘Je denkt toch niet dat ik nou nog weg ga?’ Albert kwam er ook bijliggen, ze lag tussen ons in. We zijn een beetje in slaap gevallen, we doezelden wat weg. We werden wakker toen haar ademhaling onrustig werd. Ze is vroeg in de ochtend rustig in het bijzijn van haar vader en mij ingeslapen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden