De eenzame uitvaart vanmeneer D.

Het huis van de eenzame dode ruikt naar bier, bakvet, sigaretten en mottenballen

Beeld Merel Corduwener

De dode man die eenzaam wordt begraven, noemde zichzelf loco-huismeester en was in het trappenhuis nogal dominant. Wie heeft na zijn overlijden zijn huis geplunderd?

POULE DES DOODS

Schrijver Joris van Casteren doet verslag van zijn wederwaardigheden als coördinator bij het begeleiden van eenzame uitvaarten in Amsterdam. Daarbij leest een dichter, aangesloten bij de zogenoemde Poule des Doods, een gedicht voor de gestorvene voor. Vandaag het relaas van meneer D.

De portiekwoning van meneer D. aan de Barbusselaan in Amsterdam-Zuidoost doet denken aan The Beanery, het angstaanjagende namaakcafé van Edward Kienholz, in 1970 verworven door het Stedelijk Museum.

In een hoek van de woonkamer is een morsige bar opgesteld, met twee roestige krukken waaruit de vulling tevoorschijn stulpt. Poppen met klokken als hoofden zijn er niet, wel veel speelgoedbeesten.

Net als mooie vrouwen, van wie meneer D. erg hield. Hij knipte ze uit tijdschriften en hing ze op waar ruimte was. Katherine Heigl, een Amerikaans actrice, is met plakband op de koelkast bevestigd. Een zeer magere Aziatische dame, haar naam in het bijschrift is niet goed leesbaar, kreeg een plaats boven het aangekoekte fornuis.

Met koningin Máxima had hij een speciale band, op meerdere plaatsen in de woning kom ik afbeeldingen van de geboren Argentijnse tegen. Ook in de slaapkamer, waar het bed staat waarin meneer D. door twee agenten werd gevonden. Hij was toen al een aantal dagen dood.

***

Meneer D. werd op 3 maart 1935 geboren, in Roosendaal en Nispen. Hij had in ieder geval één broer, die niet meer leeft. Zelf bleef meneer D. ongehuwd en kreeg geen kinderen.

Vier dagen na de vondst meldde een neef zich op het kantoor van Team Rampendienst, Uitvaarten en Pension (TRUP) van de gemeente Amsterdam. Hij kwam de sleutelbos van zijn oom brengen, die hij als nabestaande van de politie had gekregen.

De neef wilde niet bij de uitvaart worden betrokken, de gemeente moest dat maar regelen. Wel wilde hij graag de gouden ring, die zijn oom, intussen in het mortuarium van Uitvaartcentrum Zuid, aan een vinger zou hebben gedragen.

TRUP-medewerker Gerald Rosenberger legde uit dat dat niet ging: een nabestaande die de uitvaart niet wil regelen kan geen aanspraak maken op bezit. ‘Ik wil die ring’, herhaalde de neef. ‘Die ring vertegenwoordigt voor mij emotionele waarde.’ Het kostte Rosenberger moeite om kalm te blijven.

***

Een buurvrouw, ze woont achttien jaar in het sombere complex aan de Barbusselaan, vertelt dat meneer D. er vaak op de fiets op uittrok. De laatste jaren ging het niet meer, hij was kortademig en had problemen met zijn hart.

Zijn wereld werd steeds kleiner. Hij zorgde goed voor het trappenhuis, waar verdeeld over vier verdiepingen acht voordeuren op uitkomen. Soms zorgde hij er een beetje te goed voor, vertelt een andere buurvrouw.

Meneer D. hing vreemde briefjes op, vol spelfouten. Een paar van die briefjes hangen er nog. ‘Haud de trappen schoon svp’, lees ik op een exemplaar dat op de derde verdieping, naast zijn voordeur, in een lijstje hangt. Met viltstift heeft hij er een trap bij getekend, zoals een kind een trap zou tekenen.

Er is geen lift in het complex, meneer D. had steeds meer moeite met de vele treden. Om struikelpartijen te voorkomen, plakte hij alle losliggende kleedjes en voordeurmatten die hij onderweg tegenkwam met grijskleurige hobbytape vast.

Het is geen gezicht, zegt de tweede buurvrouw. Vooral niet nu de tape versleten is, alles kleeft en rafelt, de kans dat je struikelt is juist toegenomen. Ze hoopt dat de woningbouwvereniging, nu meneer D. niet meer leeft, de plakkerige taperestanten komt verwijderen.

Destijds durfde niemand er wat van te zeggen, meneer D. was nogal dominant. Hij noemde zichzelf loco-huismeester – dat staat ook op een zelfontworpen bordje dat hij, schots en scheef, naast zijn voordeur op de muur heeft geplakt – terwijl hij dat officieel helemaal niet was.

***

Negen dagen na de akelige ontdekking ga ik met Gerald Rosenberger en Bert Kiewik van TRUP de woning binnen. Kienholz stelde een speciale geurpasta samen om zijn kunstwerk, gemodelleerd naar een kroeg in Los Angeles waar hij vaak kwam, authentiek te laten ruiken.

Voor de pasta gebruikte hij verschaald bier, bakvet, sigarettenas, mottenballen en urine. Bij meneer D. binnen ruikt het precies zo. We zien flessen Cointreau en jonge jenever staan – op een merkwaardige plek, in het kozijn boven de keukendeur – maar niet in hoeveelheden zoals je die aantreft bij doorgewinterde alcoholisten.

Op een vreemde manier is dit rommelige huis ook netjes. Aan de kleefrol aan het plafond, vol dode vliegen, kun je zien dat meneer D. op zijn manier toch een zekere reinheid nastreefde.

***

Rosenberger en Kiewik vermoeden dat de neef, of iemand anders die over de sleutel is komen te beschikken, in de woning naar geld op zoek is geweest. Op de vloer voor meneer D.’s fauteuil liggen lege portefeuilles en cassettes van wat een omvangrijke muntenverzameling moet zijn geweest; een televisie lijkt eveneens te ontbreken.

Eigenlijk, zeggen Rosenberger en Kiewik, mag de politie een sleutel alleen overhandigen als nabestaanden zich bereid verklaren de uitvaart van de overledene en de ontruiming van de woning op zich te nemen.

Wat hier nu gebeurt – het huis plunderen en dan de gemeente opzadelen met de afhandeling – klopt van geen kanten. Ze denken niet dat de neef nog contact had met zijn oom. De agenten hebben hem via de basisadministratie opgespoord, zodat hij meneer D.’s identiteit kon bevestigen. Op dat moment zal de ring hem zijn opgevallen.

De neef is minder sluw geweest dan hij zelf misschien heeft gedacht: op twee bankrekeningen – afschriften worden aangetroffen in de nog tamelijk geordende administratie van meneer D. – blijkt voldoende geld te staan om de kosten van een uitvaart te kunnen dekken.

Als de neef slim was geweest had hij bij een notaris een verklaring van erfrecht laten opstellen. Met zo’n verklaring kunnen banken tot uitkering van rekeningtegoeden van overledenen aan nabestaanden overgaan.

Nu blijven meneer D.’s bescheiden tegoeden, na aftrek van de kosten die met de begrafenis zijn gemoeid, op de rekeningen staan. Na een jaar of twintig komen ze te vervallen en strijkt de staat ze op.

***

In fotoalbums was de neef niet geïnteresseerd. Ze zijn achteloos uit de overhoop gehaalde wandkast getrokken. Binnenkort, als de woningbouwvereniging de eer te beurt valt deze Beanery te ontmantelen, zullen ze worden afgevoerd en in de papierverpulper of de vuilverbrander eindigen, net als de speelgoedbeesten, de grote hoeveelheid kitsch die meneer D. in de loop der jaren om zich heen verzamelde en de rest van zijn spullen, die waarschijnlijk zelfs voor kringloopwinkels waardeloos zijn.

Ik blader door de albums en zie meneer D. in betere tijden. Veel foto’s zijn gemaakt in het Haarlemsch Koffiehuis, aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade, waar meneer D. waarschijnlijk ook werkzaam is geweest.

Op de foto’s is hij steevast keurig in pak. Hij lijkt, ook vanwege het brilmontuur, een beetje op Sjef van Oekel, het fictieve personage uit de door Wim T. Schippers geschreven strips van Theo van den Boogaard. Met andere vaste klanten van het etablissement maakte hij reisjes, onder meer naar Londen en Venetië.

Op een aantal foto’s, genomen in de jaren tachtig, is een dame te zien, een zekere Grada, valt op te maken uit een handgeschreven bijschrift. Ze zit op zijn schoot, soms omhelst ze hem. Op een dressoir, tussen portretten van zijn ouders, staat een ingelijste foto van dezelfde vrouw.

Meneer D. lijkt gelukkig met Grada te zijn geweest. Zouden ze aan trouwen hebben gedacht? In ieder geval heeft meneer D. zich in het onderwerp verdiept, in de jaren tachtig ontving hij per post de brochure Over trouwen en samenwonen, die ik aantref in een door de neef omvergekieperde mand. ‘Blijft het rozengeur en maneschijn?’ is onder meer te lezen op het omslag.

Even later geeft Grada, in een slordig getypte brief die Rosenberger en Kiewik in een kast op de slaapkamer hebben gevonden, het antwoord. ‘Beste R., ik wens met jou geen relatie meer, het is over en uit tussen ons. Ik weet dat je goed voor me bent geweest en zorgzaam, bedankt voor de steun en de hulp.’

***

De volgende dag, het is woensdag, half tien ’s ochtends, tillen acht dragers de kist met meneer D. de aula van begraafplaats Sint Barbara binnen. Ik laat Zij was goed voor mij van Frans Halsema voor hem draaien, want in het huis zag ik enkele cassettebandjes liggen van deze artiest.

Ik trof ook een bandje aan met muziek van jazztrombonist Glenn Miller, dus draai ik van hem, als Yentl van Stokkum haar gedicht heeft voorgelezen, In a Sentimental Mood. Op een adagio van Elgar, het Nimrod uit de Enigma-variaties, wordt meneer D. naar buiten gedragen.

Voor Y. R. D.

dus dit is de plek waar wij een gesprek aangaan

over alles wat we delen

ik vul de ruimte tussen ons

met dempende tapijten

ik plak ze stevig aan de vloeren vast

zodat er geen galm is

tussen ons geen leegte vanaf nu

ik decoreer de wanden met

knuffeldieren, oude munten, foto’s wel of niet uit tijdschriften geknipt

potjes, vlaggen, lampenkappen en boeketjes plastic bloemen

die kunnen blijven bloeien

het is hier veilig

we gaan de laatste jaren na

hoe de cirkels waarin jij je bewoog steeds kleiner werden

je rug steeds stroever boog

praten over hoe je vaker thuis gebleven bent

je longen vulden zich met licht

je hart sloeg zwaarder met de dag

het is goed

we sommen het één en ander op

de overeenkomsten zijn als volgt:

enkele letters in onze namen

(al wilde jij liever R. heten)

mijn broer die jouw verjaardag deelt

bijna waren ze onopgemerkt gebleven

zoals je deurmat waarop het woord welkom

op het laatst nog amper zichtbaar was

wanneer we zwijgen vul ik de ruimte

met aarde, met muziek, ik verslik me haast

in een belofte

ik sluit de ruimte af

het is een mooie

volle ruimte

vanaf nu lig je

waar men je verwacht

Yentl van Stokkum 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden