ColumnSylvia Witteman

Het heet dat onze dappere luis in de bandietenpels ‘voor zijn leven vecht’. Ik hoop dat hij dat niet zelf hoeft te doen

null Beeld

Tamelijk vroeg in de ochtend liep ik de Lange Leidsedwarsstraat in, waar Peter R. de Vries de avond daarvoor was neergeschoten. Ik woon er om de hoek maar ik kom er zelden; die straat is geplaveid met onbeperkte spareribs, tweede pizza’s halve prijs, wietdamp, lachgaspatronen en bier in tweeliterkannen (het tappen van bier in kannen heb ik nooit begrepen: het slaat dood zodra je het aan tafel in de glazen overschenkt). Een toeristengoot.

De Lange Leidsedwarsstraat is inderdaad behoorlijk lang, maar de plaats des onheils was niet moeilijk te vinden. Er lagen bloemen, uiteraard. Niet eens zo gek veel bloemen. Méér dan op een doorsnee verjaardagsvisite, maar een stuk minder dan, bijvoorbeeld, bij de dood van Lady Di.

Ook de kaarsjes en teddybeertjes ontbraken. Die houden we nog tegoed, ongetwijfeld, maar Peter lijkt me geen type voor kaarsjes of teddybeertjes. Meer iemand voor grote glazen salontafels met stalen frame, maar die sleep je dan weer niet een-twee-drie de Lange Leidsedwarsstraat in.

Briefjes lagen er ook. ‘FIGHT, PETER!’ stond er bijvoorbeeld op. Het heet inderdaad dat onze dappere luis in de bandietenpels ‘voor zijn leven vecht’. Ik hoop eigenlijk dat hij dat niet zelf hoeft te doen. Ik hoop dat er een heleboel knappe artsen om hem heen staan om met allerlei ingewikkelde pincetten en kromme schaartjes die kogel uit zijn kop te frunniken, zodat hij, volgende week bijvoorbeeld, weer in een vers gestoomd, lelijk jasje achter de boeven aan kan rennen, met die misprijzende grijns op zijn gezicht. Fight, Peter!

Er kwam een vrouw aanlopen met een pioenroos, die ze naast de andere bloemen legde. De vrouw was mager, grauw en 60. Ook de pioenroos had zijn beste tijd gehad, maar hij kon nog best een dagje mee. Zonde ook, gloednieuwe bloemen kopen voor iemand die ze toch niet ziet, en sowieso moest ik niet zeuren, want zelf had ik helemaal niets bij me.

Krentenbollen, bedacht ik opeens. Onze Nemesis van de onderwereld heeft herhaaldelijk in interviews verklaard dat hij altijd een zak krentenbollen in de auto heeft liggen. ‘Een krentenbol is best lekker, en het is niet zo dat hij na een halve dag niet meer smaakt of zo. Het is best prima. Als je niet echt ergens kan lunchen, zijn er altijd een paar krentenbollen die je weg kan kauwen en dan heb je toch wat in je maag. Zo zit dat eigenlijk.’

Ja, Peter, zo zit dat. Zelf heb ik liever een saucijzenbroodje, maar die hou je niet lang goed op de hoedenplank. En inderdaad, een krentenbol is best lekker.

Ik draaide de bloemen de rug toe en liep door.

Naar de bakker op de hoek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden