Het grote genieten

Bijna de helft van de mensen zou met Kerst liefst de benen nemen. De plicht tot oergezelligheid drukt zwaar op het gemoed....

Op 6 december was het al raak. Buiten struikelde ik op elke hoek over stapels kerstbomen; bij de overburen hing de plastic krans al dreigend op de deur. Terwijl ik, nog nagenietend van het sinterklaasfeest, wat afgeprijsde chocoladeletters in mijn mandje wierp, klonk het drenzerige Merry Christmas uit de speakers. Alle taarten waren versierd met kerstklokken, in het fruitschap verdrongen de dadels en cranberry’s de appels en peren en mijn lievelingswijn had plaats moeten maken voor dure katerverwekkers.

En dan had ik nog uit voorzorg alle Blokkers, Kruidvatten en Hema’s, die met hun kerstcongsi al vóór 5 december de Goedheiligman hadden gebruuskeerd, vermeden. Net zoals ‘de bladen’, met hun droevige plaatjes van opgedofte gezinnen, de helse recepten voor een tot mislukken gedoemd zesgangendiner en de leuke voorbeelden om thuis hyperoriginele kerstkaarten te fabriceren.

Wat niet te vermijden bleek, was de lichte hoofdpijn en een bezwaard gemoed. Het gevoel van onvermijdelijkheid. Het jaarlijks opkomende krachtige verlangen om na pakjesavond, iedereen een heilzame Kerst en een dolgelukkig Nieuwjaar toewensend, in een vliegtuig te stappen, om de geruststellende routine weer te hernemen op 2 januari – als de kranten weer gewone kranten maken, de winkels weer gewone kleren verkopen en avondjes met vrienden en familie weer gewoon gezellig zijn.

Kerstdepressie is een te zwaar woord, beschamend tegenover mensen die daar echt aan lijden. Toch komt het in de buurt. En ik ben de enige niet. Bijna de helft van de mensen zou met Kerst liever de benen nemen. Dat heeft de website vakantie.nl laten uitzoeken. Toegegeven, een belanghebbende branche, maar toch. De vraag is: waarom gáát het merendeel van die kersthaters dan niet gewoon? Mag je toevallig niet zo heel erg houden van de plicht tot saamhorigheid en oergezelligheid die dit familiefeest aankleeft?

Nee, dat mag niet, of liever: het heeft geen zin. Ik heb het geprobeerd, en hoe, maar het lukte niet. Toen wij nog geen kinderen hadden, maar ze heel graag wilden, besloten we dapper te gaan wandelen in de Limburgse heuvels. Achter elk met kerstlichtjes versierd huis waar wij langsliepen, vermoedden wij een orgie van gezinsgeluk. ’s Avonds vermaalden wij droge kalkoen met vruchtjes uit blik, in het gezelschap van enkele bejaarde stellen die niet door hun kinderen waren uitgenodigd.

Hadden we toch thuis moeten blijven, met wat mooie boeken, wijnen en filmklassiekers? Maar dan hadden we ons demonstratieve kerstweigeraars gevoeld, Prinzipienreiter, familiehaters – wat we niet waren. Natuurlijk hadden we vrienden of tantes kunnen uitnodigen die de kerst vermoedelijk alleen door zouden brengen. Maar daarmee zouden we de verdenking op ons laden dat we hen zielig vonden, en een vals gevoel van dickensiaanse goedheid zou aan ons knagen. Nee, we hadden eigenlijk net zo goed naar onze lieve ouders kunnen gaan.

Een paar jaar later vluchtten we toch weer. Ditmaal met twee peuters en gewapend met sleetjes en ijsmutsen, naar de witte Beierse bergen, om het gesleep met logeerbedjes en de strijd welke (schoon)moeder ons de éérste, de enig echte Kerstdag zou ‘krijgen’, te voorkomen. Tijdens het kerstdiner in het hotel werden wij geacht een kerstmuts op te zetten. Bij de derde gang gingen de kinderen jengelen, wat ons op verontwaardigd gesis kwam te staan. Maar ja, Duitse kindertjes pakten wél grote cadeaus uit, die wij de onzen onthielden omdat ze met Sinterklaas al overladen waren.

Er was nog één alternatief: de camp-kerst. We gooiden ons er vol in. Alle kerstshit van Xenos en de Aldi werd in huis gehaald, tot groot plezier van de kinderen: kerstcd’s met dunne stemmetjes, een obsceen heupwiegende kerstman, een ‘Hohoho’ schallende kerstmat achter de voordeur, een joekel van een boom en zelfs een felrealistische kerststal, door mijn goddeloze kleuters ‘de boerderij’ genoemd. Nu waren wij zelf Het Gezin, de uitnodigende partij, dat scheelde. Het was niet eens de slechtste kerst, maar ook lolbroekerij gaat vermoeien.

En dan is mijn familie nog van een ouderwetse, solide eenvoud. Mijn ouders zijn nooit gescheiden en mijn man en ik evenmin, en met geen van de familieleden hebben wij brouilles. Wel is er elke paar jaar eentje minder. Zodat je de eerste, zesde of tiende kerst krijgt zonder vader of broer. Komen geliefde doden in het leven van alledag nog wel eens levendig in gedachten, met Kerst zijn ze doder dan ooit. Kerst maakt alles erger: de montere alleenstaande voelt zich tussen al die paren een kneus; in de wonden van verlatenen en kinderen van gescheiden ouders schrijnt het zout.

De hele dag stug doordrinken helpt om de Kerstdagen door te komen. Bloedlink is het wel, vooral als je aan tafel belandt met al dan niet aangetrouwde familieleden of schoonouders die je beslist niet zelf zou hebben uitgekozen – en zij jou niet. Na enige glazen is er altijd wel iemand die zich niet kan inhouden: schoonzus gooit de beschuldiging eruit waarop ze jaren zat te broeden, broer onthult een akelig familiegeheim, of vraagt zijn ouders staalhard waarom hij altijd werd achtergesteld bij zijn broer. Taferelen zoals in de ongeëvenaarde film Festen van Thomas Vinterberg moeten jaarlijks in menig sfeervol versierde huiskamer plaatsvinden.

Maar ook zonder emotioneel drijfzand en rondvliegend servies is Kerst een moeizame aangelegenheid. Het is de wezenloosheid van het feest zelf. Wat is er toch aan Kerstmis dat dit feest zo droefgeestig maakt?

Natuurlijk zijn er de jeugdherinneringen. Aan die nimmer eindigende middagen onder de boom, kerstliederen op de radio – een woestenij van verveling. De stijve kerstkleren schuurden aan je vel, de lakschoenen knelden. Buiten spelen ging niet, want alle andere kinderen zaten ook binnen. Een wandeling werd al gauw een ‘ommetje’ door de stille straten. Als het tegenzat, had je vier van die kerstdagen achter elkaar. Vrede op aarde? Nee, landerig ruziemaken. Na een halve voortkruipende dag ging je verlangen naar een brand, een burenruzie, een steekpartij zelfs, als die dooie sfeer maar werd doorbroken.

Een paar dagen geleden zei Yvon Jaspers, het nationale rolmodel voor de opgewekte huisvrouw, in De wereld draait door dat ze helemaal klaar was voor de mooiste dagen van het jaar: vier kerstbomen had ze neergezet, binnen en buiten, zelfs in de slaapkamer. Ze had de mooiste kerstballen gekocht in Londen en Parijs – aan die toewijding kon menig huismoeder een puntje zuigen. Het genieten in de schoot van haar gezin kon beginnen. ‘Meditatief’, noemde Yvon het sudderen te midden van honderden kaarsjes, hertjes en engeltjes.

Dat is nu precies de makke van kerst. Mediteren? Waarover dan? Toewijding, maar waaraan? Bezinning, maar waarop?

Alleen gelovigen kunnen met recht zeggen iets te vieren op 25 december. Voor wie in God gelooft, is het een gloedvol feest, met zinvolle rituelen. Het is ook mijn beste herinnering aan Kerstmis, uit de tijd dat ik nog uit volle borst geloofde: de nachtmis in een bomvolle kerk, de mysterieuze Latijnse gezangen, en een overdonderend, het merg rakend orgel. Iedereen hield een brandende kaars vast. God verspreidde zijn licht over het mensdom en legde zijn zoon maar weer eens in het armoedige kribbetje.

Dat verhaal kun je onzinnig vinden, of apert onwaar en zelfs de symboolwaarde ervan – het weldadige Licht – kun je weghonen. Maar zanik dan ook niet over meditatie, bezinning, vrede en saamhorigheid.

Mijn Kerst is dit jaar goed te doen. Het wordt een Kerst-light, gelukkig: mijn dochter en haar vriendin zullen voor hun families koken, onbezwaarde meisjes die houden van bomen met lichtjes en engeltjes. Ik hoop nooit mee te maken dat mijn kinderen ruziën over wie moeder nu eens moet nemen met Kerst. Verlos je geliefden van knellende plichten – dat zou een mooie kerstgedachte zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden