Het gehavende leven van een bevrijdingskind

Huub Schepers (69) is een bevrijdingskind, een van de naar schatting zeven- tot tienduizend in Nederland. Zijn vader was een Amerikaanse militair, zijn moeder had al een gezin met een ander. 'Er ligt een sluier over mijn leven.'

Huub Schepers tijdens carnaval in Sittard, 1947.Beeld Jiri Buller

Zijn geboortebewijs ligt op tafel, het is een wat vergeeld documentje uit november 1945, vol vouwen. Zowel vader als moeder staat vermeld. Johannes Hubertus Schepers, Maria Josephina Schepers-Dobbelstein. Woonachtig aan de Sumatrastraat 34, Geleen.

Maar zijn vader was niet zijn verwekker. Huub Schepers (69) is een bevrijdingskind, een van de naar schatting zeven- tot tienduizend in Nederland. Ze werden geboren uit vaak kortstondige relaties tussen jonge Nederlandse vrouwen en geallieerde soldaten in de roes na het verjagen van de bezetter. Er bestaat een vrolijk lied over.

Trees heeft een Canadees

O, wat is dat kindje in d'r sas

Trees heeft een Canadees

Samen in de jeep en dan vol gas

Huub Schepers oogt broos. Hij bedient de deur van de aanleunwoning bij een verzorgingshuis in Gulpen met een knop vanuit de woonkamer. In het vertrek zelf staat een videoscherm met een noodtelefoon. Zijn tongval is Limburgs, zijn huid is donker en hij heeft kroeshaar, zij het dat het op de terugtocht is. De Canadees uit het liedje moet in zijn leven een Afro-Amerikaanse soldaat zijn geweest. Hij weet niet wie hij was, zijn moeder heeft zich nooit over diens identiteit uitgelaten. De vrolijkheid van het liedje is hem altijd ontgaan. 'Er ligt een sluier over mijn leven.'

Er zijn er meer die dat nog steeds zo voelen. In 2012 verscheen het boek Trees krijgt een Canadees van journaliste Bonnie Okkema. Het staat vol gehavende levens. Veel kinderen belandden in weeshuizen. Ook moeders zelf werden verstoten, ze hadden immers gezondigd.

Zaterdag is er een landelijke bijeenkomst voor lotgenoten in Oisterwijk en de organisator, Anneke Hölsgens, zelf een bevrijdingskind, denkt dat dit de laatste ontmoeting zal zijn. De Vereniging Bevrijdingskinderen, die actief naar biologische vaders zocht, hief zichzelf al in 2006 op. Hölsgens: 'Nu het zeventig jaar geleden is, vond ik toch dat er iets moest gebeuren.'

Een teruggekeerde soldaat wordt verwelkomd. Schepers is twee jaar oud.Beeld Jiri Buller

Anders

Dit is Huubs verhaal, een bevrijdingsverhaal vol verliezers. Hij praat er pas kort vrijuit over. Zijn ex-vrouw Netty Wanders (69) is erbij vandaag, zijn herinneringen vertonen soms gaten. Hij denkt dat het voor hem nog moeilijker is geweest dan voor de meeste bevrijdingskinderen. 'Het was meteen zichtbaar dat ik anders was.'

Vorig jaar bezocht hij de presentatie van een boek over een zwarte compagnie van het Amerikaanse leger, die in 1944 gesneuvelde militairen begroef op het plateau van Margraten. 'Het voelde ineens alsof ik ergens bij hoorde. Er ging van binnen iets open. Een van die jongens had mijn vader kunnen zijn.'

Netty had soortgelijke gevoelens al twintig jaar eerder, toen de bevrijding van Noorbeek werd nagespeeld. Met hun twee dochters en een zoon gingen ze kijken. Donkere veteranen in uniform passeerden in jeeps en op trucks. Ze had willen roepen. Kijk, hier! Wij staan hier! Zien jullie ons? We zijn jullie kinderen, jullie kleinkinderen!

Huub Schepers zou nu weleens willen achterhalen wie zijn vader is.Beeld Jiri Buller

Toespeling

Dat Huub 'van een Amerikaan' was, had ze gehoord van de echtgenoot van zijn halfzus. Zelf zei hij er nooit wat over, Netty kan zich slechts één bedekte toespeling herinneren. Als iemand hem vroeg naar zijn afkomst, zei hij dat hij uit Suriname kwam. Dan wist hij dat er geen vragen kwamen waarop hij zelf de antwoorden ook niet goed wist. Zijn moeder is ondanks enkele ontmoetingen na een snelle uithuisplaatsing een vreemde voor hem gebleven. 'Ik voelde er niks bij.'

De Sumatrastraat bestaat niet meer. Van de Ouw Kolonie, een mijnwerkersbuurt aan de rand van Geleen, zijn alleen de Javastraat en de Surinamestraat over, wat sjofele gevelrijtjes die doodlopen op industrieterrein. In die wintermaanden van '45 kwam hij bijna elke avond langs bij Fientje Schepers, de zwarte soldaat.

Vermoedelijk was hij gelegerd in een eenheid die was belast met de brandstofbevoorrading van troepen aan het front. Huubs halfzus, toen 9 jaar oud, weet nog dat haar moeder als het ware op hem zat te wachten. Zelf was ze een beetje bang voor hem. Haar jongere zus zegt dat ze betwijfelt of er liefde in het spel was. Armoede moet de drijfveer zijn geweest. Hoe moest haar moeder anders rondkomen, alleen met toen nog drie kinderen?

Vader was er niet, al maanden niet. Johannes Hubertus, door iedereen Lei genoemd, was geïnterneerd in Valkenburg. De ordediensten hadden hem opgepakt in de woelige dagen na de bevrijding. Mijnwerker Lei was lid geweest van de NSB, de nationaal-socialistische bond. Hij was geen uitzondering, er was nogal wat sympathie voor de partij in Geleen. In 1935 had een op de vijf er nog op gestemd.

Op de traktor (links) met kinderen van voogdijgesticht Sint Joseph.Beeld Jiri Buller

Verdrinken in een emmer water

Het was de vroedvrouw en niet een trotse vader die op die novemberdag in '45 naar de burgerlijke stand van Geleen was gegaan om aangifte van Huubs geboorte te doen.

Toen Lei ruim een jaar later thuiskwam, had hij Huub als zijn zoon erkend - het had hem vermoedelijk vervroegde invrijheidstelling opgeleverd. Veel verder ging de genegenheid niet. Uit de overlevering is deze uitspraak: 'Als ik vanavond thuiskom en hij is er nog, verdrink ik hem eigenhandig in een emmer water.' Fien zou hij haar overspel nooit vergeven. Onder invloed van drank waren er geregeld klappen. Al snel verliet het gezin de Sumatrastraat, gebukt zowel onder het stempel van het heulen met de Duitser als het donkere en kroezige bewijs van ontrouw. Ze gingen in Stein wonen.

Huub, anderhalf jaar oud, is er niet meer bij. Een dame op leeftijd uit Sittard trekt zich zijn lot aan als ze hoort dat Lei van hem af wil. Ze wil hem eerst eens goed wassen, zo zwart ziet hij. Als ze vanwege haar leeftijd zijn verzorging niet meer aankan, neemt Lei hem mee naar een ander gezin. De dochters daar zijn dol op hem. Ze nemen hem mee naar school en trekken zijn schoentjes uit. Kijk eens, hij is bruin, maar hij heeft witte voetjes!

Weer pakt zijn vader hem op om hem ergens anders te planten. Het moet telkens frustratie zijn geweest, denkt Huub nu. 'Hij wilde bepalen wat er gebeurde, hij wilde niet dat ik ergens gelukkig was.' Hij komt eerst terecht bij de nonnen in een kindertehuis in Maastricht, in 1952 volgt plaatsing in het voogdijgesticht Sint Joseph in Cadier en Keer, bij de broeders. Er zitten weeskinderen, kinderen van NSB'ers en bevrijdingskinderen als Huub.

Hij is de enige donkere jongen. Het is overleven. Zorgen dat je onder het maaiveld blijft, niet opvallen, niks vragen. Hij vreest straf, elke dag. Urenlang op de knieën zitten met de handen omhoog. Een koude douche. Zout brood eten. De gang poetsen met een tandborstel. Opsluiting in een kast.

Misbruik

Het lukt niet altijd om onzichtbaar te blijven. Dan wenkt een broeder hem, dat hij naar het slaapvertrek moest komen. Daar trekt de frater van dienst zijn broek naar beneden. Dit is jouw straf, krijgt hij na afloop te horen. Hij begrijpt het niet. Wat heeft hij dan misdaan? Pas in 2011 zou hij contact opnemen met het Meldpunt Seksueel Misbruik RKK, vorig jaar kende de rechter hem een schadevergoeding toe.

Hij verblijft na het gesticht nog enige tijd in een psychiatrische kliniek in Oegstgeest - waarom heeft hij nooit begrepen - en wordt dan ondergebracht bij een pleeggezin in Maastricht. Daar zijn ook andere donkere kinderen. Maar hij vraagt niks en hem wordt ook niks gevraagd. Dat is misschien maar beter ook. Wie weet wat je aantreft, als je gaat graven.

Hij wordt verpleger, misschien wel omdat hij anderen wil geven wat hij zelf nooit heeft ontvangen. Wat meespeelt: nu is de ander, de patiënt, kwetsbaar, hij niet. 'Ze vragen hulp van je, verder niks. Dat vond ik ook prettig.'

Op de opleiding ontmoet hij Netty. Haar vader vraagt hem wel naar zijn afkomst. Uit Suriname? Waarom spreekt hij dan zo vlekkeloos Limburgs?

Het verleden staat plotseling op de drempel als ze willen trouwen. Zijn wettelijke ouders moeten toestemming geven. Vader Lei weigert. Het is zijn kind toch niet? De kinderbescherming regelt in het kader van een rechtszaak om toch het huwelijk te kunnen voltrekken een ontmoeting met zijn moeder, op het kantoor in Maastricht. Hij kan zich niet herinneren dat hij haar ooit heeft gezien.

In het gezelschap van haar oudste dochter verschijnt een fragiel vrouwtje, een hoofddoek strak vastgeknoopt onder de kin. Ze zegt alleen dat hij het haar maar niet kwalijk moet nemen. Hij voelt gelijk dat het nooit meer wat tussen hen zou worden. Waarom had ze niet gezegd dat ze van hem hield, dat hij haar zoon was? Maar, blikt hij terug, ze moet ook zelf geleden hebben. Haar dochters zeggen dat ze spijt heeft gehad en schaamte heeft gevoeld.

Wettige vader

Bij een van de latere ontmoetingen bij zijn oudste halfzus thuis, ziet hij één keer zijn wettelijke vader. Beginnend dementerend al, maar ontegenzeggelijk een statige, gesoigneerde man, waar de hele familie ontzag voor heeft. Hij spreekt Huub één keer aan. 'Ken ik u ergens van?'

Diens dood is hem ontgaan, het overlijden van zijn moeder niet. In de krant staat een rouwadvertentie, namens alle kinderen. Twee dochters, drie zonen. Een klap: Huub staat er niet bij.

Jaren later gaan Huub en Netty uit elkaar. Ze is vaak boos geweest. Op zijn moeder die alleen maar zweeg, maar ook op hem. Toen zijn eerste kind was geboren, zei ze, hier, pak 'r toch eens lekker vast. Hij had er moeite mee. Altijd was er afstand. Hij kon zijn emoties niet uiten. Ze begreep het wel. Bij wie had hij ooit kunnen zien hoe dat moest?

Er komen foto's van de kinderen en kleinkinderen tevoorschijn. Er zijn er met kroeshaar. Weet je wat nu zo mooi is? Hun kleinkinderen zeggen dat hun opa een echte Amerikaan is. Ze hebben op school een spreekbeurt over hem gehouden.

Huub Schepers zou nu toch zelf willen achterhalen wie zijn vader was. Hij gelooft dat hij er echt aan toe is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden