Opinie

'Het gaat goed met Nederlandse vrouwen (maar nog beter met mannen)'

Nederland staat op de eerste plaats van de Gender Inequality Index van de Verenigde Naties. Volgens Tanja van der Lippe en Joop Schippers van de Universiteit Utrecht komt Nederland eerder in aanmerking voor een aanmoedigingsprijs dan voor een gouden medaille.

Het kabinet-Rutte II op het bordes van Huis ten Bosch. Beeld anp

Onlangs werd duidelijk dat Nederland op nummer 1 staat in de Gender Inequality Index van de Verenigde Naties. Niet onbelangrijk gegeven de huidige discussie, want betekent dit dat de emancipatie dan nu eindelijk is voltooid? Gelet op wat de index meet, is er weinig aanleiding om te juichen en zeker geen reden voor beleidsmakers om achterover te leunen.

Een niet geringe prestatie, zo lijkt de eerste plaats voor Nederland in de Gender Inequality Index. Belangrijke vraag is echter wat deze index nu precies meet. Nadere bestudering van de index leert dat deze gebaseerd is op drie onderdelen: reproductieve gezondheid, 'empowerment', en arbeidsparticipatie. Bij gezondheid gaat het om moedersterfte en tienerzwangerschappen. Empowerment betreft het aandeel vrouwen in het parlement en het bereikte opleidingsniveau. En bij arbeidsparticipatie gaat het om werk buitenshuis.

Wereldtop
Met het geringe aantal tienerzwangerschappen behoort Nederland inderdaad tot de wereldtop (4,3 geboorten bij 1000 jonge vrouwen tussen 15 en 19). Het aandeel vrouwen in het parlement is met 38 procent ook niet verkeerd (we staan daar op de 18de plaats van de 208 landen), maar daar gaan bijvoorbeeld alle Scandinavische landen ons toch nog voorbij. Dat laatste geldt ook voor de arbeidsparticipatie. Houden we rekening met het aantal gewerkte uren (Nederland deeltijdland!) dan verliest Nederland het contact met de kopgroep.

Maar meet deze index nu werkelijk gendergelijkheid? Wat ons betreft niet. De index haalt namelijk twee maten door elkaar. Enerzijds de mate van ontwikkeling van vrouwen in een land en anderzijds de tussen vrouwen en mannen bestaande verschillen.

Volgens de VN is gezondheid van vrouwen gedurende zwangerschap en bevalling een duidelijk teken van de positie van vrouwen in de samenleving. Dat zal zeker zo zijn in landen als Jemen, Afghanistan en Niger (die daar geen beste scores op vertonen), maar in landen als Nederland is dat allang geen teken meer van gendergelijkheid.

Alle landen in West-Europa hebben een uitstekende gezondheidszorg en ook vrouwen profiteren daar volop van. Of daar sprake is van gendergelijkheid zou je bijvoorbeeld kunnen afmeten aan de mate waarin de (gezonde) levensverwachting van vrouwen en mannen verschilt of de mate waarin de gezondheidszorg, inclusief de ontwikkeling van geneesmiddelen, in gelijke mate op vrouwen en mannen is afgestemd.

Echte vergelijking
Bij het meten van het aandeel vrouwen in het parlement gaat het wel om een 'echte' vergelijking van vrouwen en mannen. Met ruim een derde vrouwelijke parlementariërs is er echter nog geen reden om de vlag uit te steken. Wie iets verder kijkt naar hoe invloedrijke posities in politiek, bedrijfsleven en samenleving over vrouwen en mannen zijn verdeeld, kan niet anders concluderen dan dat Nederland nog een lange weg te gaan heeft.

Dat geldt ook op het punt van de arbeidsparticipatie. Weliswaar zijn heel veel meer vrouwen op de arbeidsmarkt actief dan enkele decennia geleden. Toch is maar iets meer dan de helft van de vrouwen in Nederland economisch zelfstandig. Daarbij is belangrijk om te weten dat beleidsmakers de norm voor economische zelfstandigheid leggen bij 70 procent van het wettelijk minimumloon. Dat is bepaald geen vetpot. Maar zelfs dat is een 'norm' die slechts door een krappe meerderheid van de vrouwen wordt gehaald. Bij mannen gaat het om circa drie kwart. Zoals gezegd, kan Nederland op dit punt niet tippen aan de positie van landen als Zweden, Noorwegen en Denemarken. Ook als we letten op de verdeling van de armoede zijn in Nederland veel meer vrouwen dan mannen die amper kunnen rondkomen.

Onderwijs
Dus ondanks de mooie positie op de VN-lijst is er geen enkele reden voor zelfgenoegzaamheid. Wel gloort er hoop. In het onderwijs doen meisjes en jonge vrouwen het al vele jaren beter dan hun mannelijke leeftijdsgenoten: ze bereiken hogere opleidingsniveaus, studeren sneller af en met betere cijfers. Dat is overigens geen uniek Nederlands verschijnsel. Wel biedt het perspectief op een samenleving waarin vrouwen hun achterstand op mannen daadwerkelijk kunnen inlopen.

Dat vergt enerzijds ambitie: probeer het maximale uit je diploma te halen. Het vergt anderzijds aanmoediging van de kant van de overheid en het slechten van obstakels, ook aan de kant van het bedrijfsleven. Vanuit dat perspectief komt Nederland eerder in aanmerking voor een aanmoedigingsprijs dan voor een gouden medaille. Die is niet verdiend zolang het vrouwen weliswaar goed gaat, maar mannen nog veel beter.

Tanja van der Lippe is hoogleraar sociologie en Joop Schippers is hoogleraar arbeidseconomie, beiden zijn verbonden aan de Universiteit Utrecht

 
Ondanks de mooie positie op de VN-lijst is er geen enkele reden voor zelfgenoegzaamheid. Wel gloort er hoop.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden