InterviewNina de la Parra, theatermaker

‘Het feminisme heeft gefaald zolang vrouwen niet klaarkomen’

Beeld Anne Claire de Breij

Theatermaker Nina de la Parra (33) staat met één been in Suriname, het geboorteland van haar vader, filmmaker Pim de la Parra. Over haar verstoorde relatie met hem en andere mannen in haar leven maakte ze een juichend ontvangen voorstelling. ‘Ik zou deze show nooit durven opvoeren in Paramaribo.’

Op de vraag of we bij haar voorstelling in Bergeijk kunnen komen kijken, mailt Nina de la Parra terug dat we ‘natuurlijk van harte welkom’ zijn, maar: ‘Bergeijk is NIET mijn plek’, er zijn zelfs zo weinig kaarten verkocht (23) dat de show bijna werd gecanceld. Als de Volkskrant desalniettemin graag wil zien ‘hoe de show staat als er letterlijk geen reacties komen’ – de kans is aanwezig dat de Bergeijkenaren ‘compleet verschrikt’ zullen reageren als een blonde vrouw over slavernij begint – zijn we van harte welkom.

Uiteindelijk zitten er meer dan zestig bezoekers in de zaal in Bergeijk, een toeloop die helemaal te danken is aan de vijfsterrenrecensie van haar voorstelling die een paar weken eerder in de Volkskrant stond, denkt De la Parra. Gods wegen is haar eerste cabaretsolo, al heeft ze het zelf liever over een ‘autobiografische vertelling’, omdat het laten ­lachen van het publiek ‘totáál niet het doel’ is.

Het gebeurt wel, met overgave. Ook in Bergeijk.

Een autobiografische vertelling dus, over haar slaven­houdende Surinaamse voorouders, over afspraakjes met mannen in smoezelige uurhotels in Paramaribo, over Desi Bouterse, over hoe haar ‘vaginabrein’ het soms overneemt van haar feminisme, een vertelling die uiteindelijk, na een overweldigende anderhalf uur, eindigt bij de kern: Nina de la Parra’s verstoorde relatie met mannen. Drie mannen in het bijzonder: haar vader, haar oudere broer – die achttien jaar geleden zelfmoord pleegde – en haar ex.

Het doel van Gods wegen was om ‘iets te bevragen wat diep in me zit’, zegt De La Parra, vijf dagen na de voorstelling in de keuken van haar woongroep in de Amsterdamse ­Dapperbuurt, waar ze ter ere van haar 33ste verjaardag straks veertig Surinaamse kippenpoten gaat bereiden. ‘Mijn voorstelling is een verzameling oprechte bevragingen. Dat het grappig is, is eigenlijk toevallig. Waarom wordt het niet als geëmancipeerd gezien om seks te hebben met een of andere random dude in Suriname, die geen idee heeft wat het woord ‘feminisme’ betekent? Ik vind het juist wél geëmancipeerd om daarvan te genieten. Als er niemand lacht tijdens de show, wat wel is gebeurd, vind ik dat eigenlijk óók geweldig. Je voelt heel veel dingen gebeuren, bij het publiek. Ze zien mij en verwachten iets anders. Dat het braver gaat zijn. Dat ik minder snel praat dan ik praat. Dat het liever zal zijn. Dat ik líéf ben.’

Nina de la Parra wordt in 1987 geboren in Amsterdam, als dochter van documentaire- en radiomaker Djoeke Veeninga en filmregisseur Pim de la Parra. Haar moeder woont voor haar werk, het radioprogramma Standplaats, een aantal perioden in het buitenland, en het gezin gaat mee – als Nina een baby is voor het eerst, vier maanden naar India. Daarna volgen perioden in Tanzania, Indonesië en Vietnam. Als haar ouders op haar 6de uit elkaar gaan, ­remigreert Pim de la Parra naar zijn geboorteland ­Suriname, waar Nina hem opzoekt in de vakanties. Suriname werd, en is nog steeds, haar tweede thuisland, waar ze een paar maanden per jaar woont.

Na haar middelbare school in Amsterdam studeert ze ­toneel in Stratford-upon-Avon, Engelse en Duitse taal en literatuur in Edinburgh, genderstudies in Berlijn en toneelregie in Essen. Ze regisseert repertoiretoneel in Duitsland en is de regieassistent van Ivo van Hove bij Toneelgroep Amsterdam, voor ze ruim twee jaar geleden, ze is dan 30, besluit haar eigen ‘bevragingen’ naar het toneel te brengen. In Gods wegen, waarmee ze in dit najaar in reprise gaat, schakelt ze soepel tussen vier talen: Nederlands, Engels, Duits en Sranantongo.

Haar eigen ‘kapotte Surinaamse familie’ is een belangrijk thema in de voorstelling. Die geschiedenis is ‘heel pijnlijk’, zegt ze, ze zou deze show nooit in Paramaribo durven ­opvoeren. ‘De De la Parra’s zijn van oorsprong sefardische Joden, die in Portugal werden vervolgd vanwege hun ­geloof en ’m toen zijn gesmeerd naar Zuid-Amerika. In Suriname werden ze, in een bizarre wending, de leiders van de plantages. Mijn opa, de vader van mijn vader, heeft er ontzettende problemen mee gehad, dat hij een directe afstammeling was van slavenhouders, van Joden die de zwarte bevolking helemaal hebben kapotgemaakt.’

‘Jullie kijken naar filth, scum, schuld’, zeg je in de voorstelling. 

‘Ja. Hoewel mijn opa er zelf niks mee te maken had, heeft hij heel zijn leven met een schuldgevoel rond­gelopen. Dus als ik dat soort dingen in een voorstelling ga ontsluieren, is dat pijnlijk. Zeker als ik dan ook nog vertel dat alle rijkdom uit het verleden verloren is gegaan, dat mijn familie drogisterijen bezat, maar dat alles weg is, failliet of afgebrand, dat er eigenlijk niets meer over is. Je kunt je afvragen: is het een straf, voor het verleden? Pijnlijk.’

Jouw vader Pim heeft de westerse manier van leven vaarwel gezegd. Hij is boeddhist en leeft zonder bezittingen. 

‘Ja, dat is zo. Maar zijn leven is ontzettend bepaald door het wel of niet hebben van geld. Hij was, na zijn megasucces met Blue Movie (erotische filmhit uit 1971, red.) miljonair. Maar na het floppen van Wan Pipel (1976), de film waarin hij al zijn geld had gestoken, was hij failliet. Ik ben geboren na het faillissement, het enige kind uit zijn tweede huwelijk. Ik ken mijn vader alleen post-geld. Mijn moeder heeft hem onderhouden. Hij maakte lowbudget-minimal movies en was in zijn hoofd rijk, en dan heb ik het over rijkdom aan ideeën. Hij heeft een eigen benadering van het leven. Die rijkdom draag ik ook mee, en dat is geweldig. Maar...’

Ze zucht hoorbaar. ‘Hij kon, doordat hij zo weinig geld had, vaak niet bij mij zijn. Nadat mijn ouders uit elkaar gingen is hij op mijn 8ste terug naar Suriname verhuisd. En hij kwam wel af en toe, maar ook vaak niet. Ook nu komt hij niet. Hij heeft nog nooit iets gezien van wat ik heb gemaakt.’

Beeld Anne Claire de Breij

Hij stuurt wel trotse mails aan iedereen in zijn netwerk, over je tournee. 

‘Hij is óók superbetrokken. We bellen elke week, op zondag. Geld bepaalt je leven, dat is iets wat ik heb geleerd door het hebben van een vader als mijn vader. Als je het niet hebt, vooral.’

Zou je je vader omschrijven als niet-westerse man, in hoe hij leeft? 

‘Mijn vader is in geen enkele categorie te vangen. Wat je leert, als je zijn kind bent, is: omgaan met chaos, met onvoorspelbaarheid. Als kind was ik zeer ­gestructureerd, ik had altijd een keurig bureautje, met m’n bakje met pennen. Dat bood houvast, denk ik. Mijn vader kon het ene moment het ene zeggen, en het volgende moment het tapijt onder je vandaan trekken door het tegenovergestelde te doen. Hij is geen typische Surinamer, daarvoor is hij te open en te ruimdenkend, te westers. Mijn moeder is net zo eigenzinnig en autonoom als mijn vader, in geen enkel opzicht een burgerlijke vrouw, iemand met een verbijsterend groot hart. Bij mijn vader uit die vrijheid van denken zich in alles, ook in de manier waarop hij over seks praat. Mijn vader heeft het altijd over ‘de macht van kut’, bijvoorbeeld. ‘Wij mannen zijn maar bijgoochems, jullie hebben ons niet nodig, want de macht van kut!’ Dan ben je 7 en denk je: eh, oké, vaag. Ook zijn ­seksuele escapades werden besproken. ‘Met die vrouw heb ik ook nog een keer, in een hotelkamer...’ Allemaal details. Dat is mijn vader. Dát. Ik heb lang gedacht: ik hoef je crazy levenslessen niet. Maar nu merk ik dat ik best wat van die lessen heb overgenomen. Bijvoorbeeld: wees altijd je eigen baas. Die autonomie is belangrijk voor me.’

Je komt uit een kunstzinnige familie, met een regisserende vader en een halfzus, Bodil, die acteert en theater maakt. Wist je al jong dat je diezelfde kant op wilde? 

‘Ik kon me niet verzetten tegen wat er in me zat. Maar ik heb wel gedacht: ga ik dit óók doen? Ik wilde geen na-aper zijn. Bodil is theatermaker, haar man Geert Lageveen ook. Zij zijn twintig jaar ouder dan ik. Maar ook mijn moeder is een gevestigde documentaire- en programmamaker. Ik werd omringd door gevestigde namen.’

En je wilde pertinent niet naar een toneelschool in ­Nederland. 

‘Jezus, nee! Dat bewijst maar weer dat ik nogal graag autonoom wil zijn. Ik ben in Engeland en Duitsland gaan studeren omdat ze daar de familie niet kennen.’

Wat is de rode draad is in je voorstelling? 

‘Ik. De rode draad ben ik, het is verbonden met iets wat speelt, bij mij. Een spanning, die ik voel. Bij dingen. De kern van de voorstelling heb ik geschreven na een traumatische break-up, de grondwoede ligt in een hardvochtig verlies. En daardoor kwamen ook de andere verliezen uit mijn leven bovendrijven. Misschien is de rode draad dus wel: verlies. Maar een deel gaat over mijn vagina brain, en dat gaat niet over verlies, maar over feminisme en emancipatie.’

Seks zoals feministen zeggen dat seks moet zijn, is niet opwindend, zeg jij. 

‘Van die mannen die vragen: doe ik het goed, doe ik het goed? Weet ík veel, dóé het gewoon! Maar het is een these, hè. Die ik in een kunstvorm giet. En omdat ik merk dat dit iets oproept bij het publiek, ga ik er lekker mee door. Ik vind het interessant, en ook grappig, dat er bepaalde feministische ideeën in ons zijn gemept, die niet stroken met verlangens op seksueel gebied. Mannen zijn trouwens óók in de war, hoor, westerse mannen. Pornografie is zo normaal geworden dat er van vrouwen in bed van alles wordt verwacht dat rechtstreeks daaruit ­afkomstig is. Alles moet afgeschoren worden, behalve je wenkbrauwen en hoofdhaar. Je moet duizendmiljoen standjes doen. Jongens laten je ín béd een filmpje zien: ‘Kijk, zó moet je pijpen.’ Eh, oké? Bovendien zie je, als je op straat loopt, overal beelden van halfnaakte wijven. Ik was 21 toen ik voor het eerst dacht: het stóórt me. Dat het normaal is om buiten jouw eigen lichaam, namelijk het lichaam van een vrouw, zo geseksualiseerd te zien. Ik vatte dat persoonlijk op. Tegelijkertijd kreeg ik, toen ik genderstudies studeerde in Berlijn, altijd ruzie met diehard feministische klasgenoten. ‘Jij mag niks zeggen over feminisme, want jij hebt oorbellen in en make-up op.’ Pardon? Het ging er toch juist om dat we er mogen uitzien zoals we willen? ‘Maar je doet het niet voor jezelf!’ Hoe weet jij dat?’

Hoe merk je dat westerse mannen in de war zijn? 

‘Ik heb te veel dingen meegemaakt, met Noordwest-Europese mannen, waaruit blijkt dat nogal veel van die mannen de kluts kwijt zijn wat betreft hun seksualiteit. Ze weten niet meer hoe ze een vrouw moeten veroveren, dat vooral. Ze hebben de heftigste, soms verbijsterende seksuele fantasieën – nee, ik ga geen voorbeeld noemen – over macht en onderdrukking. En over die fantasieën voelen ze zich ­vreselijk schuldig, waardoor die fantasieën worden weg­gestopt en alles alleen nog maar ingewikkelder wordt.’

Wat zou de oorzaak kunnen zijn? 

‘Het komt doordat je als man eigenlijk geen vrouw meer mág veroveren. Want als je dat doet, ben je een misogynistic bastard. We leven in een zeer politiek correcte tijd, een reactie op schuldgevoelens over het verleden. Begrijpelijk, maar dat leidt tot spanningen. Tussen mannen en vrouwen. Maar ook op andere terreinen. Ook politiek. In hoe we omgaan met het slavernijverleden, bijvoorbeeld, want dat is een debacle.’

Waarom? 

‘We lijden onder een verlammend schuldgevoel. We moeten iets met ons slavernijverleden, dus allerlei ­instanties doen er iets mee en daarvoor worden dan potjes geld opengetrokken. Vragen stellen mag niet, en als je dat toch doet, word je een racist genoemd. Terwijl: heel veel mensen begrijpen er niks van. Net zoals er mensen zijn die niet begrijpen dat vrouwen zich nog steeds achtergesteld voelen, en er ook mensen zijn die er geen snars van begrijpen waarom het belangrijk is dat transgenders ook af en toe iets mogen zeggen. We moeten ook naar de mensen luisteren die het niet begrijpen. Met ze praten. Weet je hoeveel neonazi’s er op dit moment zijn in Duitsland? Dat is gewoon serieus creepy. En dat komt, denk ik, doordat er naar te veel mensen nooit is geluisterd. Voor je het weet lopen ze achter een engerd aan. Ik denk dat ze beter achter míj aan kunnen lopen, snap je?’

Loopt de keuken in, gaat kruidenthee zetten. ‘Bij mij gebeurt het nooit dat ik in Noordwest-Europa door een man wordt veroverd. Terwijl ik in Suriname één been uit het vliegtuig zet, en... nee, ik zit nog ín het vliegtuig naar Suriname en ik word al versierd. Je hoeft niets te doen. Je hoeft alleen maar rond te lopen.’

Wat gebeurt er dan, als je daar rondloopt? 

‘Het begint met kijken. En dan (in Surinaams accent): ‘hé schatje, ben je aan het wandelen? Je komt uit Holland, toch? Waarom ben je hier?’ De veiligheidsman van een winkel begint een heel gesprek met je. Mannen lopen achter je aan.’

En dat is niet irritant of bedreigend? 

‘Ik vind het superleuk. En je kunt ook gewoon zeggen: kaolo, rot op.’

In eerste instantie zien ze jou en denken: Nederlandse stagiaire. 

‘Precies. Ik ben Ilse, die stage loopt bij het academisch ziekenhuis. Stagiaires, dat is natuurlijk een ding in Paramaribo. Ik noem het altijd: de Surinaamse inburgeringscursus. Veel Nederlandse meisjes komen stage lopen in Paramaribo, vaak meisjes die niet uit grote steden komen en niet veel in contact zijn gekomen met zwarte mensen. Ze komen met bepaalde ideeën naar Suriname. Een van die ideeën is: daar zijn mannen, en die zijn héél anders dan Nederlandse mannen. Ik kan dat onderstrepen. Dat klopt. Annemien uit Medemblik kan zich in Paramaribo een absolute queen voelen. Want dat is wat Surinaamse mannen doen. Maar er is ook een naar ondertoontje. Want het is exotisme. En er is een economische component, de stagiaires staan voor rijkdom. Je moet niet vergeten wat het in zo’n arm land betekent om wit te zijn. Je bent één groot rond­lopend dollarteken. De stagiaires staan voor vrijheid, in seksuele zin, ze hebben een bepaalde reputatie. Al is het maar omdat ze, anders dan Surinaamse meisjes, niet bij hun ouders in huis wonen. Die Nederlandse stagiaires laten zich door een jongen ophalen met de fiets! Dat hoef je niet bij een Surinaamse vrouw te proberen, die maakt een dikke vette tjoerie.’

Beeld Anne Claire de Breij

Jij bent zelf veel Surinaamser dan je eruitziet. 

‘Ik zie eruit als een bakra (Hollander, red.), wat ik vroeger nog wel eens jammer vond. Ik had toen gewild dat mensen aan me ­konden zien dat ik half Surinaams ben. Maar ik heb het ­geaccepteerd. Ik ben een Nederlandse vrouw met een ­Nederlands paspoort, die toevallig ook half-Surinaams is.’

Het gebeurt regelmatig dat er vrouwen – ja, eigenlijk altijd vrouwen – weglopen tijdens Gods wegen, en het is bijna altijd tijdens het gedeelte waarin De la Parra in dialoog gaat met haar vagina, die nogal andere wensen heeft dan haar ratio. ‘Als er vrouwen weglopen, dan vind ik dat geweldig, want dan bewijzen ze voor mij het hele punt dat ik wil maken. Dan ráákt het ze. Ik hoop dat vrouwen na afloop naar hun man gaan kijken en denken: inderdaad, hij laat me niet komen en dat is niet oké. Het feminisme heeft gefaald zolang vrouwen niet klaarkomen. Vind ik. Dat we daar nog stééds niet zijn, vind ik oprecht ongelooflijk.’

Een onenightstand hoeft eigenlijk maar één ding te doen. 

‘En ze doen het niet. Ze kúnnen het gewoon niet! Niet allemaal, maar: de meesten.’

Waarom kunnen ze het niet? 

‘Dat weet ik niet. Want in ­Suriname kunnen ze het wel. Volgens mij is het daar ook echt een soort schande, als je een vrouw niet kan laten komen. Dus ze kunnen daar dingen, ze beheersen technieken, dat is amazing. Ja, in dat opzicht begrijp ik dat iedereen in Suriname geobsedeerd is door seks. Het heeft ook met de temperatuur te maken misschien, met het feit dat je sowieso al halfnaakt bent. En met de andere omgang met tijd. In Noordwest-Europa proberen we de tijd naar ons doel te buigen, hem te controleren, nnnhhhgg! In Suriname, en veel andere niet-westerse landen, buigen ze de tijd niet, de tijd buigt hén. Je gaat in Suriname niet, als je met een vrouw bent, de boel afraffelen omdat je nog een andere afspraak hebt. Nee, you drop everything. Als ik denk aan de random onenightstands die ik in Nederland gehad heb, zelfs aan sommige relaties, word ik echt een beetje verdrietig – het lijkt wel alsof die mannen niks begrepen van de vrouwelijke anatomie.’

Ligt daar een rol voor vrouwen? Moeten vrouwen het niet eerlijk zeggen als het nergens op lijkt? 

‘Als vrouw krijg je mee dat je aardig moet zijn. Je moet ja zeggen, het is belangrijker dat je er voor hém bent. Vrouwen worden, nog steeds, geprezen als ze over zich heen laten lopen. Dan wordt er gezegd: ‘Zij is altijd zo lief.’ Ook daarom word ik nooit versierd, omdat ik niet lief ben. Mannen zijn vaak diep ontroerd door een kwetsbaar hertje met grote ogen.’

Bestaat er überhaupt een man die aan alle eisen voldoet?

‘Nee! Heel grappig, vind ik dat. Het is leuk om te accepteren dat iemand anders, een man, nooit alles tegelijk voor je kan zijn. Dat we elkaar gevangen houden in een valse belofte. Misschien zou het ook helpen om kritischer te kijken naar onze eigen schijnheiligheid. Als ik mensen hoor zeggen (zet zeurstemmetje op): ‘Ja, maar feminisme is toch gewoon héél ver gekomen?’ Dan denk ik: really?’

Waarom dan niet? 

‘Omdat ik zoveel vrouwen om me heen zichzelf zie wegcijferen voor anderen. En ik doe het zelf ook, zoals ik in mijn voorstelling vertel. Veel vrouwen ­barsten in tranen uit tijdens dat slotstuk. Tegen vrouwen is eeuwenlang gezegd dat ze voor anderen moeten zorgen, en we zijn nog niet zover dat vrouwen echt kunnen voelen dat ze voor zichzelf mogen leven. Ik leef ogenschijnlijk voor mezelf, maar tóch geef ik mezelf van allerlei dingen de schuld. Grote dingen. Het vertrek van mijn vader terug naar Suriname, de zelfmoord van mijn oudere broer, dat mijn ex bij me weg is gegaan. Dat continu jezelf de schuld geven is iets vrouwelijks. Het heeft te maken met de sociale en culturele verwachtingen die erin zijn geramd, en misschien ook met de biologie, dat weet ik niet, maar van mannen kun je niet zeggen dat ze zichzelf altijd wegcijferen. Ah, kijk, weer een man die zichzelf de schuld van alles geeft! Nee. Duidelijk níét het probleem van mannen.’

De grondwoede van waaruit je voorstelling is ontstaan, kwam voort uit een break-up. Je toenmalige vriend verliet je tijdens een kampeervakantie in de Ardennen en liet acht maanden niets van zich horen. 

‘Ik vertel je niet het hele verhaal, want ik wil het in een volgende voorstelling gebruiken. Waar het op neerkomt is dat je op een hardvochtige, compleet onverwachte manier door iemand wordt verlaten, en dat die iemand daarna niets uitlegt en van de aardbodem lijkt te zijn verdwenen. Hij zei: ‘Ik heb een probleem, en dat moet ik alleen oplossen.’ Ik vroeg wat het probleem was. Dat wist hij niet. We waren aan het wildkamperen, met grote rugzakken. Ik geef je verder geen details, maar we waren negen maanden samen, we zouden voor altijd bij elkaar blijven, huis kopen, kinderen. Hij nam daarna acht maanden zijn telefoon niet op. E-mails, bellen, niets, niets, niets. Daarna hebben we één keer gebeld. Nog steeds geen uitleg. Maar dit gaat niet om hem. Het gaat erom wat het míj heeft geleerd. Het spiegelde voor mij de onverwachte dood van mijn broer. Ik ben mijn ex dankbaar, eigenlijk, omdat het uiteindelijk deze voorstelling heeft opgeleverd. De beste kunst komt niet voort uit een gevoel van heel blij en gelukkig zijn. Voor mij komt zij voort uit de noodzaak om dat wat chaos is te ordenen.’

Val je op de verkeerde mannen? 

‘Absoluut. Ik idealiseer mannen, en ik heb het talent om, steeds weer, een of andere dude uit te kiezen met grote problemen. Dat is een patroon, dat begon ik op een gegeven moment wel te zien. Crazy mannen, compleet van de pot gerukt. De laatste man viel nog wel mee, maar die woonde in Suriname, wat het lastig maakte. Ik was van plan om naar Suriname te verhuizen, maar toen werd mijn show een succes en kon dat ook eigenlijk niet meer. De keuze was: naar Suriname voor een man, of op tournee met mijn superemanciperende show? Haha. Het is ook troostrijk, dit. Het is een soort ­healing, voor mezelf en het publiek.’

In de voorstelling zeg je: ‘Ik ben heel geëmancipeerd, tot er een man voor me staat die me eventueel zou kunnen afwijzen.’ 

‘Ik heb verlatingsangst, wat vast door mijn vader komt.’

Ook van zijn vertrek terug naar Suriname gaf je jezelf de schuld? 

‘Het is complexer, een diep weggestopt, onderhuids gevoel, wat ik gedurende mijn leven heb opgebouwd. Ik heb een fijne jeugd gehad, het contact tussen mijn ouders is altijd goed gebleven, ik voelde me altijd veilig. Maar toch knaagt er iets aan je, als je ergens bent en je ziet andere vaders, en die van jou is er niet bij. Ik wil het niet Oliver Twist-achtig laten klinken. Maar het is gewoon duidelijk dat ik een probleem heb met mannen. Een bepaalde obsessie. Ik zoek mannen om de leegte op te vullen die ik voel, terwijl die leegte eigenlijk met iets anders te maken heeft. Ik plaats mannen op een voetstuk.’

Hoorbare zucht. ‘Het is dus écht niet zo dat ik zeg: mijn papa was er niet en nu ben ik zielig. Totáál niet. Maar ­ergens is er, toch, dat kinderlijke gevoel: was ik dan niet goed genoeg om voor in Nederland te blijven? En misschien is dat gevoel pas echt ontstaan nadat op mijn 15de mijn broer overleed. Daarna is mijn vader jaren niet naar Nederland gekomen.’

Beeld Anne Claire de Breij

Niemand wist dat je broer heel ongelukkig was. Zijn zelfdoding kwam volkomen uit het niets. Hoe kan zoiets? 

‘Ik denk dat het altijd een mysterie zal blijven. Hij was 35 en niet iemand die al jaren worstelde met depressies. Hij had een aantal issues, maar die waren kort daarvoor pas ontstaan. Hij heeft in die tijd heel veel drugs gebruikt, xtc. Ik denk dat daar iets is getriggerd, een acute depressie, maar zeker weten doen we het niet. Ik had hem kort daarvoor nog gezien en het was vet gezellig. Het is gissen, naar de lijdensweg die hij, klaarblijkelijk, in zijn eentje heeft afgelegd. Zo’n leuk, warm, persoon, met zoveel vrienden, en toch heeft hij zoveel pijn gehad dat hij in staat was tot zo’n daad van zelfhaat. Zo ontzettend naar. Dat vreselijke gevoel gaat nooit meer weg. Zelfs na zoveel tijd, ik ben nu 33, het is achttien jaar geleden, gaat het nooit weg. Je moet het verdragen. Iemand van wie je heel veel hield, was heel erg ongelukkig. En jij kon daar niks aan doen.’

Had je het idee dat je hem had moeten redden? 

‘Dat niet. Ik dacht meer, maar ik was dus 15: waarom hield hij niet genoeg van mij om het niet te doen? Heel egocentrisch. Wat ik me toen heb voorgenomen was: ik laat dit niet mijn leven definiëren. Ik ga geen slachtoffer zijn. Ik was nogal gedreven, als puber, en nu kwam er een nieuw soort drive bovenop. Op mijn 17de had ik het plan voor mijn studie in Engeland helemaal rond. Op mijn 19de woonde ik samen met mijn toenmalige vriend in Edinburgh en was ik daar voorzitter van de toneelclub. Ik was bezig de controle over mijn leven terug te krijgen. De opdonder kwam pas later.’

Weet je vader wat je over hem zegt in de voorstelling? Dat hij niet altijd ‘de spirituele engel’ is die anderen van hem maken, maar ook egocentrisch kan zijn? 

‘Hij weet het wel ongeveer, denk ik. Al richt hij zich altijd op de ­logistiek – wat knap dat ik dat voor elkaar heb gekregen, met een band, en een management, en marketing. Maar uiteindelijk gaat het in de voorstelling om mij, om hoe ik omga met pijn. Over mijn pogingen tot zelfheling. Dat is ook een grap, vind ik, dat ik alles heb geprobeerd in het ­arsenaal van de westerse neo-spiritualiteit, en dat ik dan, als witte, half-Surinaamse vrouw, uiteindelijk in een laatste wanhoopspoging, aanklop bij een wintipriester in Suriname. Zwarte magie. En weet je, het is allemaal hetzelfde. Het maakt niet uit of het winti is, of een yogaretraite of een ayurvedische massage. Ik ben nog steeds met van alles bezig, ook al weet ik dat je het uiteindelijk zelf moet doen. Ik doe het nu ook al een tijdje zonder man. Dat is winst. De zoektocht naar mannen heeft in mijn leven zoveel ruimte ingenomen – als ik maar die man heb, dan is alles goed. Neehee! Nina, je bent echt fucked up! Dus hou er eens mee op! Ik ben me gaan afvragen of het, misschien, zou kunnen dat het feit dat mijn ex wegrent niets met mij te maken heeft. Wat als ik níét heb gefaald? Wat als het onzin is om extra pijn te voelen, omdat je denkt dat het je eigen schuld is?’

CV Nina de la Parra

28 januari 1987 Geboren in ­Amsterdam

1987-1995 woont in India, Indonesie, Tanzania en Vietnam

1995 Woont in Paramaribo bij vader

2005 Barlaeus gymnasium Amsterdam

2005-2006 Drama in Stratford-upon-Avon

2006-2015 Studies Engelse en Duitse taal en ­literatuur, regie in Edinburgh, ­Berlijn en Essen

2013 Stage bij Toneelgroep ­Amsterdam

2014-2017 ­Regieassistentie Toneelgroep ­Amsterdam

2015-2019 ­Regie in diverse Duitse steden. 2015 Eerste jazz-comedy-concert

2016 Sylvia Kristel Award

2017 Samenwerking met regie- en schrijfcoach Titus Muizelaar. Gods Wegen in Theater Bellevue

2018 Samenwerking met Adelheid Roosen inWijkSafari AZC

2018 Thou Shalt Love Thy Self op Theaterfestival Boulevard

2019 Gods Wegen in Bellevue. Tournee tot en met april 2020. Reprisetournee Gods Wegen: november 2020 tot en met januari 2021

Speellijst: ninadelaparra.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden