Het Eeuwige Leven: Kees Rijnvos (1931-2018)

Hij maakte de lagere school niet af, maar promoveerde twee keer en verdiepte zich na zijn emeritaat in de theologie.

Kees Rijnvos krijgt een lintje opgespeld Beeld RV

Het is een onwaarschijnlijk levensverhaal als dat van een zwerver die een mooie prinses van Oranje aan de haak slaat en van haar een republikein maakt.

Kees Rijnvos, die de lagere school niet afmaakte en zijn werkzame leven begon als boerenknecht en betonijzervlechter, zou twee keer promoveren (in de economie en filosofie) en opklimmen tot rector magnificus van de Erasmus Universiteit.

Daarnaast werd hij een gezaghebbend econoom en CDA-prominent. Nadat hij in 1996 met emeritaat was gegaan, stortte hij zich op de theologie. Uiteindelijk besloot hij de klassieke katholieke kerk vaarwel te zeggen. Rijnvos overleed op 12 april. ‘Hij koos voor een crematie en een dienst in een kapelletje in plaats van in de katholieke basiliek van zijn woonplaats Laren (NH)’, zegt zijn zoon André Rijnvos.

Kees Rijnvos werd in het crisisjaar 1931 geboren in een straatarm katholiek landarbeidersgezin in het Brabantse dorp Standdaarbuiten bij Moerdijk. Van de tien kinderen was zijn jongere broer Paul (Pauwke) een begenadigd wielrenner.

De lagere school zou hij vanwege het uitbreken van de oorlog niet afmaken. Hij ging net als zijn vader op het land werken voor een boer en verdiende bij als betonijzervlechter in de bouw. De ambitie om te studeren had hij al jong, maar dat lukte pas toen hij zich na de oorlog aansloot bij de Katholieke Arbeidersbond. Die gaf hem in 1952 de kans zichzelf te scholen, nadat hij een opstelwedstrijd van de KRO en Vara over ‘industrialisatie en de arbeider’ had gewonnen. Hij voltooide in recordtempo de middelbare school en ging daarna economie studeren aan de toenmalige Katholieke Hogeschool in Tilburg, de huidige Tilburg University. In 1970 promoveerde hij in Tilburg op een proefschrift over economische orde en Europese monetaire integratie. Hij bleef heel nuchter. ‘Ik studeerde hard. Maar niet te hard’, zei hij in 1974 in een interview met het Leidsch Dagblad.

Hij was toen al opgeklommen tot bankier bij de Amrobank. Hij zei niet links te zijn noch rechts maar iemand van het midden. Wel waarschuwde hij als arbeidseconoom dat de medezeggenschap van de werknemers niet te veel zou mogen doorschieten. ‘Dit zal investeerders afschrikken. En dan zal de overheid moeten investeren en dat betekent dat Nederland een centraal geleide economie krijgt.’ Hiermee voorspelde hij min of meer de Hollandse ziekte die na de oliecrisis de Nederlandse economie zou treffen.

Rijnvos was toen al KVP-lid. Maar politieke ambitie zei hij niet te hebben. Dan zou hij de avonden door het land moeten trekken met een groot afbreukrisico. ‘Ik luister ’s avonds liever met een glas wijn naar een muziekje van Strauss.’

Vanaf 1981 werd hij toch nog voor korte tijd Eerste Kamerlid voor het CDA de opvolger van de KVP. Hij was op dat moment gefascineerd geraakt door de wetenschapsfilosofie het denken over het denken, waarbij hij zich richtte op de invloed van maatschappijkritiek op de economische wetenschap. In 1988 promoveerde hij met een proefschrift getiteld: Monetaire filosofie. In 1989 werd hij benoemd tot rector magnificus van de Erasmus Universiteit. Deze functie vervulde Rijnvos tot 1994. Hij deed het werk met verve. ‘Professor Rijnvos stond bekend als een informele, toegankelijke en daadkrachtige bestuurder’, schreef de universiteit op haar website bij zijn dood. Op 1 maart 1996 ging hij met emeritaat. ‘Daarna heeft hij nooit meer iets met de economie gedaan’, zegt zijn zoon. Rijnvos’ echtgenote Käthe-Liese Philippi overleed in 2014. Ze hadden vier kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.