PostuumHerbert Curiël (1927-2021)

Het bijzondere leven van de markante cineast Herbert Curiël was een film waard geweest

Hij verfilmde Rituelen (Cees Nooteboom) en Het jaar van de kreeft (Hugo Claus) en maakte een curieuze cultfilm over Herman Brood. Misschien had Herbert Curiël (1927-2021) ook een film over zijn eigen curieuze leven moeten maken.

Herbert Curiël in 1990. Beeld Pieter Vandermeer / ANP / Nederlands Fotomuseum
Herbert Curiël in 1990.Beeld Pieter Vandermeer / ANP / Nederlands Fotomuseum

Midden jaren zeventig begon het Nederlandse boekverfilmingen te regenen. Dan stapte een producent (zeg, Rob Houwer) naar het Productiefonds en sprak: ‘Dit is de nieuwe Jan Wolkers en daar gaan wij een film van maken.’ Dat werd Turks Fruit (1973), en daarna ging het los. Bert Haanstra deed Anton Koolhaas (Dokter Pulder zaait papavers), Fons Rademakers ging voor Multatuli (Max Havelaar). Ook Gerard Reve, Heere Heeresma, Harry Mulisch, Simon Vestdijk Frederik van Eeden en Maarten ’t Hart werden verfilmd. Een bloeitijd, want het publiek kwam eropaf: een Nederlands golfje.

Herbert Curiël liet zich evenmin onbetuigd. De woensdag overleden regisseur koos in 1975 voor Het jaar van de kreeft. De roman van Hugo Claus las als een afrekening van de auteur met zijn ex-geliefde, actrice Kitty Courbois. De hoofdrollen in de film waren voor Willeke van Ammelrooy (als de wispelturige Toni, visagist en kapster van professie) en Rutger Hauer (als zakenman Pierre).

null Beeld

Je vindt nog een clipje terug op internet. Rutger met snor en sportieve pet als man van de wereld. Willeke in hotpants en getooid met flamboyante hoed. En Piet Römer doet ook mee. De recensies waren niet mals. Vooral de dialogen moesten het ontgelden. ‘Een ronduit gênante vertoning,’ schamperde Ischa Meijer in de Haagse Post.

Toch blijft de kracht, zoveel jaar later, ook van niet geheel geslaagde films, dat ze het tijdsbeeld zo mooi vangen. Dat geldt al evenzeer voor Curiëls tweede grote film: Cha Cha (1979), een tamelijk warrige (soort van) biopic over Herman Brood. Inclusief die (gefakete) trouwscène met Nina Hagen. Op de vraag van de ambtenaar of Herman haar hand wil, antwoordt de rockster: ‘Nou… u overvalt me wel een beetje.’ Het gaf Cha Cha zijn cultstatus, tot op de dag van vandaag.

null Beeld

En over cult gesproken: met Herbert Curiël (1927-2021) hebben we toch wel een van de markantste personages uit de Nederlandse filmgeschiedenis te pakken. De man met Spaans-Nederlands-Surinaams-Indonesische wortels had zijn eigen leven moeten verfilmen, zo curieus is het. Wel hebben Hans Polak en Marga van Praag in 2015 een documentaire over hem gemaakt: Kindsoldaat van Hitler.

Een paar feiten. Herbert Curiël werd geboren in Krabbendijke, Zeeland in een fanatiek NSB-gezin. Zijn vader was reeds in 1933 lid geworden. Daarmee werd de jonge Herbert op school flink gepest. Zozeer zelfs dat hij besloot, zo vertelt hij in de documentaire, als 15-jarige ‘de eer van het vaderland hoog te houden en te vechten voor Mussert’. Hij wilde bij de SS, maar was te klein van stuk en werd afgewezen, waarna hij terechtkwam bij de Kriegsmarine.

Aan boord van de mijnenveger RKX in de Oostzee, nabij Kiel, beleefde hij de overgave van het Derde Rijk. Terug in Nederland dook hij onder, maar hij werd in 1947 tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Het was in die periode dat hij, naar eigen zeggen, pas leerde wat er in de concentratiekampen was gebeurd. Bovendien bleek hij zelf Joodse voorouders te hebben – sindsdien zat het verleden hem voorgoed op de hielen.

Een tweede feit betreft zijn rondzwervingen, en niet alleen in filmland. Herbert Curiël somde in 2013 voor de Filmkrant op wat hij allemaal al eens geweest was: bordenwasser, barkeeper, kelner, matroos, mijnwerker, gids op een rondvaartboot, druivenplukker, visser, havenarbeider, smokkelaar, persagent en nog een paar dingen waarover hij dan weer niet kon spreken.

Dat alles, plus figurant. Hij woonde in Spanje toen een deel van het heldenepos Lawrence of Arabia (David Lean, 1952) er werd opgenomen. Hij claimde de Turk Abdul te spelen, een van de soldaten die Lawrence gruwelijk martelden. Al eerder kreeg hij een rolletje in de Jezusfilm King of Kings (1961) van Nicholas Ray, en als het zo uitkwam bood hij zijn diensten aan als assistent van de regieassistent. In 1970 maakte hij zelf zijn eerste korte film, De activist, over een jonge Griek die het opneemt tegen het toenmalige kolonelsregime. Het leidde nog tot een politiek relletje, maar gelouterd door zijn eigen keuzen in de oorlog nam Curiël het nadien op voor de misleiden, de onderdrukten en de politieke vluchtelingen. ‘Moeders en kinderen zijn altijd de dupe van voortdurend machogeweld.’

null Beeld

Feit vier is dat Rituelen (1989) zijn meesterproef moest worden. Wederom naar een roman, in 1982 geschreven door Cees Nooteboom. Maar inmiddels was er wel wat veranderd bij het Productiefonds. Het ‘en dit gaan wij verfilmen’ werkte niet meer. Te literair, onverfilmbaar, dat stond nu in de afwijzing. Producent Matthijs van Heijningen betaalde het project toen maar uit eigen zak. Thom Hoffman en Derek de Lint werden gecast voor de hoofdrollen, in een verhaal dat ging over een gesjeesde beurshandelaar (De Lint) die gefascineerd raakt door een losgezongen filosofische leeftijdgenoot (Hoffman) die zich overgeeft aan zenboeddhistische rituelen, meestal een theeceremonie.

Te quasi-diepzinnig, te deftig taalgebruik ook, luidde nu weer het oordeel van de vakjury, maar op zich wel mooi gemaakt. Er was ook wel waardering voor de cineast met de querulante trekjes, maar toen hij het docudrama Krima-Kerime (1994) – over de verboden liefde tussen een Turks meisje en een Nederlandse jongen, een Romeo en Julia voor onze tijd – uitbracht, schreef de zo gevreesde Peter van Bueren in de Volkskrant: ‘Herbert Curiël heeft met Het jaar van de kreeft en Rituelen bewezen een vakman te zijn die door anderen aangedragen stof heel fatsoenlijk kan ordenen in een bekwaam gemaakte film. Zodra hij echter vanuit zichzelf begint te vertellen wat er loos is met mens en wereld, stromen gevoelens in een ongebreidelde overdosis naar buiten.’

En dan was Herbert weer even heel kwaad, en vervloekte de filmpers (‘Ik haat jullie. Altijd pikken jullie de verkeerde citaten eruit om zelf te kunnen scoren’), waarna je hem vervolgens op het filmfestival van Rotterdam tot in de late uurtjes op de dansvloer terug kon vinden. Geen IFFR was compleet zonder Herbert Curiël, en dat had toch ook wel weer wat.

Sindsdien was hij enigszins uit het zicht verdwenen. Woensdagochtend overleed hij bij een brand in zijn slaapkamer aan de Amsterdamse Dapperstraat. Herbert Curiël werd 93 jaar oud. Zijn zoon, filmmaker Lodewijk Curiël, bevestigt het nieuws telefonisch aan de Volkskrant. ‘Hij wilde nog een film maken over Suriname, maar dat is er niet meer van gekomen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden