Het eeuwige leven Henny Marinus

Henny Marinus (1938-2018), Jordanese wielrenner die Peter Post versloeg

De tengere baanrenner was een van de sterkste sprinters van zijn generatie. Als visboer trok hij op zaterdag klanten uit heel Amsterdam naar de Oranjestraat.

Henny Marinus Beeld RV

Begin jaren zestig was de glorietijd van het Amsterdamse wielrennen. De stad telde zeker een dozijn sterke wielrenners.

De twee grootste rivalen waren Peter Post uit de Westerparkbuurt en Henny Marinus uit de Jordaan. Nadat de ‘kleine kampioen achter de zware motoren’ in een criterium in Beverwijk de grote Post op drie rondes had gezet, liet Post zich van zijn slechtste kant zien. ‘Post was de koning van de Zesdaagsen en Henny kreeg daarvoor geen uitnodiging’, zegt André Stuyfersant, een vriend van Henny Marinus. Marinus bewonderde Post als wielrenner en coach, maar zei er altijd bij dat Post ‘een haatdragend en slecht karakter’ had.

Marinus, die voornamelijk op de baan actief was omdat daar het meeste geld kon worden verdiend, werd in 1964 Nederlands kampioen stayeren achter de roemruchte gangmaker Noppie Koch. Hij was ook jarenlang een van de sterkste baansprinters van het land.

Marinus overleed 2 augustus in zijn woning aan de Goudsbloem- straat. Hij kwam nog bijna dagelijks in buurtcafé Lowietje, bekend uit de televisieserie Baantjer, waar hij zoals een Jordanees betaamt zijn pikketanissie dronk.

In 1998 werd een hersentumor bij hem geconstateerd. Die genas maar kwam tien jaar later terug. Hij wilde er toen niets meer aan laten doen. De artsen gaven hem twee jaar. Het werden er tien. ‘Als hij er een dag niet was, wist je dat hij last had van zijn tumor’, zegt uitbater Rik Lelieveld van Lowietje. In 2013 verscheen zijn autobiografie vol wieleranekdotes: 25 sterke verhalen uit het cyclisme.

Hij was de zoon van een visboer aan de Oranjestraat. Met zijn tengere gestalte was hij meer voor de fiets in de wieg gelegd dan het voetbalveld. In die tijd reden wielrenners op in Amsterdam gemaakte fietsen, zoals de RIH uit de Westerstraat. Maar Marinus had een Joco uit de Marnixstraat. In 1957 haalde hij zijn eerste titel op het circuit van Zandvoort.

Een Jordanese slagerij beloofde hem vlak voor het Nederlands kampioenschap van 1959 een groot stuk vlees. In kranten verpakt werden stukken vlees bij hem thuis afgeleverd. ‘Thuis had mijn moeder de boter al in de pan gedaan. Ze maakte het pak open.... Lag daar een enorme paardenlul op het aanrecht met ernaast een berg paardendarmen. Mijn vader zei: ‘Pak in en breng maar weer terug.’ Ik terug naar de winkel. Buiten kon ik horen hoe ze zichzelf op de knieën sloegen van het lachen. Zo ging dat in die tijd. Je nam elkaar in de maling’, vertelde hij aan journalist Gijs Zandbergen.

Een jaar later werd Marinus prof. Hij maakte deel uit van de ploegen van Vredestein en Amstel Bier. Hij werd in 1967 tweede bij het NK stayeren en in 1968 op de sprint. Wat hij aan prijzengeld verdiende, investeerde hij in de viswinkel van zijn vader.

In 1969 stopte hij met fietsen en nam de viswinkel over. Terwijl zijn vader nooit op zaterdag open ging (‘dan moet ik de overgebleven vis op maandag weggooien’) maakte hij daar de beste dag van de week van. Hij stookte de oven zo hoog op dat de hele Oranjestraat rook naar gebakken vis en iedereen ‘bij Henny een visje ging halen’.

Nadat zijn vrouw en schoonmoeder waren overleden kocht hij een mooie steen voor het familiegraf. Twee jaar geleden zei hij: ‘Ik hoop er zelf ook te komen liggen, want ik ben 78 en niet meer zo gezond. Ik heb tegen mijn dochter, die hier om de hoek woont, al gezegd: ‘Als ik ga kwakkelen en lijden, hoef ik niet meer verder’.’

Hij is niet alleen op zijn grafsteen en in de wielerannalen vereeuwigd. In café Lowietje is een speciaal herdenkingshoekje voor hem gecreëerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.