Help me alstublieft

Vijf jaar geleden werd de prostituee Dyora Bosgra dood gevonden naast een parkeerplaats aan de A1. De recherche hoopt met dna-onderzoek alsnog de moordenaar van de psychisch labiele vrouw te vinden....

Op 17 juli 2001 gaat bij de familie Bosgra in Friesland de telefoon. Dochter Francisca neemt op. Het is de politie. ‘Het gaat om Dyora’, is de mededeling. ‘Mag ik je moeder even?’ Francisca: ‘Ik wist meteen dat ze dood was. Ik was gewend dat er altijd wat aan de hand was met Dyora. Opeens was er niks meer.’

Moeder Dini Bosgra: ‘We waren op dat moment in Leek. Of we naar huis konden komen. Ik zei: ‘Dan weet ik het wel. Dan leeft Dyora niet meer.’ Het was een heel rare rit naar huis. Ik was kwaad, verdrietig* En opstandig tegen al die hulpverleners die hun werk niet hadden gedaan.’

Langs de snelweg A1, aan de rand van het parkeerterrein Lucasgat nabij Apeldoorn, beklimt rechercheur Ab Klein Hulse nog eens de heuvel waar Dyora Bosgra werd gevonden. Een vertegenwoordiger zag daar vijf jaar geleden haar half ontklede lichaam liggen, op een bed van dennennaalden en oude takken. ‘De dader heeft in ieder geval weinig moeite gedaan haar te verbergen’, zegt Klein Hulse. ‘Was het lichaam iets verder in het bos neergelegd, dan was zij misschien wel nooit, of veel later gevonden.’

Terwijl hij nog eens rondkijkt, denkt Klein Hulse terug aan een van de grotere onderzoeken uit zijn loopbaan bij de recherche in Apeldoorn. Hij ziet zijn mede-rechercheurs weer – in linie – de hele omgeving uitkammen. En de entomoloog, de insectenkenner, die vaststelde dat het lichaam daar niet langer dan 24 uur had gelegen. En dan het onderzoek naar de vingerafdrukken. Dat wees al snel uit dat het ging om Dirkje Theodora Bosgra, 26 jaar oud. Bij de politie was zij bekend als prostituee aan de Keileweg, de toenmalige tippelzone van Rotterdam.

In een ziekenhuis in Apeldoorn wordt Dyora opgebaard, enkele dagen nadat zij was gevonden. Moeder Bosgra: ‘Ze was zo klein, zo mager. Ze lag er heel mooi bij, maar je kon wel zien dat ze heel wat had meegemaakt.’ Francisca: ‘Ze had gevochten voor haar leven. Ze had een blauwe lip. En een heel mooi wit hemdje aan.’

Dyora wordt begraven in een familiegraf in Apeldoorn. Moeder Bosgra, die gelovig is: ‘Ze heeft het nu beter dan tijdens* dat leven. Dat had ze ook niet lang meer volgehouden. Het was een rotleven, daar in Rotterdam.’

Als baby, vijf weken oud, wordt Dyora geadopteerd door de Friese familie Bosgra. Het geboortebericht: ‘Met grote vreugde delen wij u mede, dat de Heer ons op zijn wijze een dochter en een zusje heeft toevertrouwd. Dirkje Theodora. We noemen haar Dyora.’ Met haar donkere krullen is Dyora een engelachtige verschijning. Maar al snel wordt duidelijk dat zij geen makkelijk kind is. Ze is druk en heeft moeite haar aandacht bij de les te houden. Ze begint al jong aan een tocht van school naar school. Op haar 12de raakt ze verzeild op de bakkersvakschool. Moeder Bosgra: ‘Daar hebben we haar eens helemaal weggehaald. Toen had ze ook al psychische problemen, met fantasieën en waandenkbeelden en zo.’

Langzaam, zo rond haar 16de, wordt duidelijk dat Dyora niet alleen vaak in de war is, maar ook drugs is gaan gebruiken. Ze krijgt steeds vreemder volk aan de deur. Tot diep in de nacht wordt ze opgebeld, door mensen van wie haar ouders nooit hebben gehoord. Naar school gaat ze allang niet meer. Ze blijkt in de prostitutie terecht te zijn gekomen om haar drugs te kunnen betalen. Moeder Bosgra: ‘Eerst praat je daar niet over. Je schaamt je toch een beetje. Maar op het laatst waren we daar heel eerlijk over, tegen iedereen.’

Hun tocht langs de hulpinstellingen is dan al in volle gang. Een hulpverlener noemt Dyora ‘een bloem zonder steel’. Therapie moet de ‘steel’ terugbrengen. De diagnoses lopen uiteen van een borderline-syndroom tot schizofrenie. De ene psychiater wil haar binnenhouden, de ander wil haar juist de vrijheid geven. Moeder Bosgra: ‘Uiteindelijk gaven ze het allemaal te snel op. Niemand hield de deur op slot.’

De ouders van Dyora bewegen hemel en aarde om hun dochter steeds opnieuw opgenomen te krijgen, liefst gedwongen. Zelfs minister-president Wim Kok krijgt een boze, wanhopige brief. Moeder Bosgra: ‘Ik deed niets anders meer, heb alleen maar doorgevochten.’ Vader Klaas Bosgra overlijdt in 1999 aan een hartaanval. In de familie denken ze dat de spanning en het verdriet om Dyora daar een grote rol bij speelde.

Dyora ziet 27 inrichtingen van binnen. Als ze weer eens wordt opgenomen, duurt dat nooit lang. Steeds loopt ze weg, al dan niet met medeneming van de eigendommen van een ander.

Het is ook de tijd dat moeder Bosgra, in een poging het lijden van haar dochter te verzachten, zelf wel eens ’s nachts meegaat om heroïne te laten kopen. ‘Dan zat ze hier aan tafel te gebruiken, met een aansteker onder een lepel en zo. Vreselijk. Maar het was nog erger om haar uiteindelijk de deur te moeten wijzen. Ze werd agressief, ze stal, de kinderen in de buurt waren bang van haar. Ze bracht iedereen maar mee, van zwervers tot pooiers en criminelen. Het ging niet meer. We waren op. En we moesten ook om ons gezin denken.’

De Apeldoornse rechercheurs duiken, toen duidelijk was wie Dirkje Bosgra was, in de schemerwereld van de Rotterdamse straatprostitutie. In Gelderland hebben ze al heel wat gezien, maar dit slaat alles. Ze spreken dealers, hoerenlopers, prostituees, hulpverleners en wijkagenten. De verslaafde tippelaarsters worden door Klein Hulse omschreven als ‘tijdloze vrouwen, levend van shot naar shot. Ze weten vaak niet eens welke dag het is. Dat is lastig als je ze als getuige wilt horen.’

Ze bezoeken de plek, onder een boom, waar Dyora weleens sliep met twee plastic tasjes met haar eigendommen, als ze niet terechtkon in een opvanghuis, of bij een vriendin of klant. Alle camerabeelden van tankstations tussen Rotterdam en Apeldoorn worden opgevraagd en bekeken. Alle informatiesystemen van de politie worden nagekeken op vergelijkbare gevallen. Een mogelijke getuige op het parkeerterrein Lucasgat wordt onder hypnose gebracht in een poging nog meer details uit hem te halen.

Een gedragsdeskundige maakt op verzoek een profiel van een mogelijke dader. Het levert een waaier van mogelijkheden op; van een man die macht wil uitoefenen over een vrouw in een zeer kwetsbare positie tot een boze klant die ruzie kreeg over de betaling.

In het televisieprogramma Opsporing Verzocht wordt gevraagd om informatie over de laatste 24 uur van Dyora. ‘Ze zag er meestal onverzorgd uit, maar juist de laatste paar dagen besteedde ze extra aandacht aan haar kleding en uiterlijk’, aldus het opsporingsbericht. Maandag 16 juli is zij rond 5 uur ’s morgens nog gezien bij een opvangcentrum voor prostituees. Ze zou met een klant meegaan naar Apeldoorn. Ze werd ook nog bij een dealer gezien, bij wie ze cocaïne kocht. De gouden tip levert het niet op. In de tippelwereld houdt niemand van praten.

Uit de politieverbalen blijkt dat Dyora ‘lastig’ was voor klanten en politie. Zij zou weleens klanten ‘rippen’, maar kreeg ook zelf veel te verduren, tot verkrachting aan toe. Ook voor de hulpverlening bleek zij ‘een moeilijk geval’. Een ‘zorgmakelaar’ omschrijft haar als ‘erg moeilijk, onbereikbaar en onhandelbaar als zij drugs had gebruikt.’

Moeder Bosgra en haar zus Francisca zien Dyora de laatste keer twee maanden voor haar dood. Francisca: ‘Ze was bang en verward. ‘Is dat mamma wel?’, vroeg ze. Ze hoorde weer stemmen in haar hoofd. Ze wilde van mij alleen maar weten: ‘Hou je van me? Hou je van me?’ We gingen weg met een gevoel dat dit de laatste keer was, een soort afscheid.’

Kort voor haar dood schrijft Dyora nog een moeilijk leesbare, wanhopige brief aan de hulpverlening in Rotterdam. Ze smeekt om hulp, als het moet wil ze zelfs gedwongen worden opgenomen. ‘Ik hou van mijn familie. Ik wil ook dat ze een keer trots op me kunnen zijn als volwaardige mens en niet als bedwelmd persoon. Ik voel me met de dag zwakker worden. (*) Ik wil zo niet meer leven. Dit is het laatste waar ik echt achter sta. Help me alstublieft. Nog een keer. Dyora. Overgave en eerlijkheid overwint mijn probleem.’

Precies in de week dat Dyora Bosgra wordt vermoord, zou een rechter haar inderdaad gedwongen laten opnemen. Tot opluchting van de familie. Moeder Bosgra: ‘Uiteindelijk heeft de hulpverlening in Rotterdam het meest voor haar gedaan. Die zochten haar steeds weer op. Dyora kon ook heel goed praten. Misschien wel te goed, waardoor zij te vaak werd geloofd. Het was ook een mooie meid. Ik heb tot het laatst van haar gehouden. Nóg houd ik van haar. Uiteindelijk hield iedereen van haar.’

Mensen die Dyora kenden, vragen zich af hoe de dood van Dyora had kunnen worden voorkomen. Zou gratis heroïne haar uit de prostitutie hebben gehouden? Had de tippelprostitutie eerder moeten worden aangepakt? Moeder Bosgra houdt het op gedwongen opname. ‘Mensen met grote psychiatrische problemen moeten tegen zichzelf worden beschermd. Voor Dyora is het te laat, maar voor anderen misschien nog niet.’

De recherche heeft de hoop gevestigd op nieuwe onderzoekstechnieken van het op Dyora gevonden dna van een nog onbekend persoon. Klein Hulse: ‘Een aantal mensen is ook al dna afgenomen. Maar er is misschien nog meer mogelijk.’

Ook groeit het aantal dna-profielen in Nederland snel, nu bijvoorbeeld alle gedetineerden en ex-gedetineerden hun genetisch profiel moeten afstaan. Daarmee groeit de kans op een plotselinge hit. Klein Hulse: ‘En misschien zijn er ook mensen die vijf jaar geleden zwegen, maar nu hun verhaal wel willen doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden