HELP, IK WORD 50 50

De midlifecrisis is overwonnen, de jeugd afgesloten en de gewrichten vertonen de eerste gebreken. Peter R. de Vries, Kees Prins en Hans van Breukelen over het bereiken van de 50-jarige leeftijd....

'Vijftig is een mooie leeftijd, ik heb er veel plezier van gehad. De jeugd is een verre illusie geworden en dat lucht enorm op. Welkom in het kamp der oude mannen'. De mail van een goede vriend (51), enkele weken vóór mijn 50ste verjaardag in augustus 2005 verstuurd, markeerde de definitieve aanvaarding van een nieuwe levensfase.

Jarenlang had ik soms ontkennend, soms berustend en vaak met tegenzin aan dit moment gedacht. Nu was er geen ontkomen meer aan. Enkele maanden voor mijn 50ste verjaardag besloot ik de beker tot de bodem leeg te drinken en een feest te geven. De uitnodiging voor een partijtje deed mij - zoals ongetwijfeld menig Abraham doet - door een oude doos met foto's ploegen. Iedere tien jaar was de fysieke verandering goed te zien. Weliswaar ouder en doorleefder, maar misschien ook milder en wat zelfverzekerder.

Het feest werd gewoon thuis op een mooie septemberavond in 2005 gevierd. Van dochter Anne (16) ontving ik die avond een Oscar, voor 'de beste vader van de hele wereld', dat verzachtte mijn leed enigszins. Onder vrienden en familie werd een inzameling voor een reis naar China gehouden. Het is er nog steeds niet van gekomen. Voorlopig is het geld gestoken in een reis naar New York, waar ik al vele malen eerder was geweest. Sommige patronen veranderen niet.

Kan een 50-jarige sowieso de koers nog verleggen? De week voor het feest werd de huiskamer in allerijl opnieuw geschilderd en werd er drastisch opgeruimd. Het feest was ook de kans voor een weerzien met oude liefdes en het beslechten van vertroebelde vriendschappen. Goede vriend L. met wie ik in 1980 een wereldreis had gemaakt en met wie de relatie sinds acht jaar ernstig is bekoeld, schreef niet te willen komen en stelde voor eerst eens uit eten te gaan. Het dineetje volgde enkele weken later, maar de verzoening wil nog steeds niet vlotten.

Ik ben van een generatie die in de schaduw van de oorlog, vrij beschermd en in redelijke voorspoed is opgegroeid. Inmiddels ben ik 'middelbaar' en stapelen onder mij de generaties zich op. De pijnlijke vraag dringt zich op: hoe is het om een 'man van 50' te zijn in een tijdperk waarin vooral jong & jeugdig telt? Hoe staat het met de illusies over het leven van (bijna) jaargenoten? Ik leg de vragen voor aan drie mannen die dit jaar hun Abraham-moment beleven: Kees Prins, Hans van Breukelen en Peter R. de Vries.

Mijn tocht brengt me naar de Amsterdamse Jordaan, de studio van acteur Kees Prins (7 april, 1956). Hij steekt de zoveelste sigaret op: '50 Is een raar getal, dat niet bij mij past. Vijftigers vond ik altijd oude mensen. Toen ik 40 werd, dacht ik: Jezus, over tien jaar ben ik 50. Nu denk ik niet: help ik word 50, maar: help, ik word 60! Voor mijn gevoel ben ik nog geen helemaal geen 50, maar het is net alsof ik een hekje achter me dicht heb gedaan. Mijn lichaam geeft aan dat ik toch echt 50 ben geworden. Ik ben wat strammer in de spieren, sneller moe.'

Eerder spreek ik, 30 kilometer verderop, op het Hilversumse Mediapark Peter R. de Vries (14 november 1956).' Als jongen dacht ik: het leven is oneindig. Nu heb ik gemengde gevoelens om 50 te worden. Ik ben niet vol vreugde. Ik kan me goed herinneren dat mijn vader 50 werd. Ik vond het een oude man. En de leraar op school die 50 werd, die was voor mijn gevoel in zijn absolute nadagen. Ik heb één troost bij dit jubileum: ik doe zoveel aan sport. Ik behoor tot de 3 procent fitste mensen van mijn leeftijd.'

En dan is er sportman Hans van Breukelen (4 oktober 1956). We ontmoeten elkaar in de catacomben van het Eindhovense stadion, restaurant De Verlenging. Tegenwoordig treedt de oud-keeper van Oranje en PSV op als gastspreker en debatleider voor het bedrijfsleven. 'Volgens de kalender word ik inderdaad 50, maar het voelt nog helemaal geen 50. Maar ik weet wat het is als oud gezien te worden. Toen ik 34 was, hoorde ik ze vanaf de tribune al schreeuwen: ''Ouwe lul''. Dacht ik: wacht maar, ik zal jullie effe de mond snoeren.'

Man van 50, het is niet zomaar een leeftijd. Als ik in de spiegel kijk, zijn mijn eigen bruine krullen grotendeels vervangen door grijze haren en kale inhammen. En die broeken lijken ook almaar strakker uit de was te komen. Wij mannen van 50 hebben het er kennelijk allemaal moeilijk mee. Minister Hans Hoogervorst (19 april 1956) moest vorige week een debat met de Tweede Kamer voeren over plastische chirurgie. Ironisch, maar met een ondertoon van ernst: 'Ik moet wel zeggen dat de felicitaties voor mijn 50ste verjaardag van de Kamer wat rauw op mijn dak vallen. Op het moment dat ik me wil gaan bedienen van rimpelvullers, wordt er gepleit voor een hardere aanpak.'

De tijdgeest bepaalt dat het uiterlijk er toe doet. Primus inter pares Jan Peter Balkenende wordt op 7 mei 50 en is daarmee een van de vier kabinetsleden die Abraham of Sarah is geworden. Te vaak is de vergelijking met Harry Potter gemaakt. De jongheidscultus heeft hem niet aangeraakt. Wellicht hadden wat grijze haartjes onze minister-president juist wél geholpen. Rita Verdonk (18 oktober 1955) verraste vriend en vijand met haar restyling, toen zij zich als kandidaatlijsttrekker presenteerde. En een jeugdig ogende minister De Geus (28 juli 1955) staat nogal altijd mét snor op de officiële regeringswebsite, terwijl de 50-jarige deze inmiddels al weer heeft afgeschoren.

De man van 50 moet er aan geloven. De generatie die eigenlijk voor altijd jong, fit en sportief had willen blijven, is meer met zijn uiterlijk bezig dan welke vorige generatie dan ook. Zelf kocht ik een paar glimmende Puma's met het voornemen tweemaal per week te gaan joggen. Het experiment met de kleurspoeling voor mijn grijze haren mislukte, waarna ik er snel mee ben gestopt. Peter R.de Vries: 'Ik heb ook een poos mijn haar geverfd. Ik wilde me tegen het grijs verzetten. Ik ben heel blij dat ik het nu niet meer doe. Grijs haar kan zijn charme hebben.'

De haren van Kees Prins zijn nog gitzwart. Maar hij raakte lichtelijk in paniek over zijn almaar uitdijende buik. Prins ' Ik zag de opnames van De Uitverkorene waarin ik met Pierre Bokma (ook net 50!) de gebroeders Baan speel. Ik zag me zelf terug, schrok me echt rot, zei tegen de regisseur: whaaat! Dit is een dikke oude man van 50. Bah! Dit ben ik niet. Dit kan niet meer. Ik ben geen ouwe man!' Schuchter stapte Prins nog diezelfde middag naar een boekwinkel, waar hij een boekje weg griste over vermageren 'Het zal heus geen toeval zijn.Vlak voor mijn 50ste ben ik een intensief dieet gaan volgen.'

Op 31 december 2005 at de 49 jarige Kees Prins een enorme maaltijd om op 1 januari een kleine drie maanden voor zijn 50ste op dieet te gaan. Inmiddels is de acteur - volgens eigen zeggen - 10 kilo afgevallen.' Peter R. de Vries mag zich hebben neergelegd bij zijn grijze haren, hij koestert zijn sixpack. 'Het is mijn lust en mijn leven fysiek bezig te zijn. Ik heb thuis een roeiapparaat, een hometrainer, ik squash. Ik eis van mijzelf een krachtige uitstraling te houden. Dat is heel belangrijk voor mij.'

Vol trots: 'Als ik in de sportschool een gewicht opdruk en er naast mij een jongen van 31 jaar, 20 kilo van zijn halter af doet, dan geniet ik.' De Vries laat niet onvermeld onlangs een wedstrijdje hardlopen over 400 meter van zijn 16-jarige zoon Royce - 'hij is net als zijn vader een sportjongen' - te hebben gewonnen. De misdaadverslaggever 'Voor mijn gevoel kan ik even veel als in mijn beste jaren. Maar ik geef toe, ik moet er meer voor doen. Toen ik 25 jaar was, kon ik feesten en beesten en anderhalve week niet sporten. Die tijd is voorbij.'

Wat is toch dat forever young-fenomeen? Kees Prins: 'Ik ben gewoon bij 20, oké misschien 30 jaar blijven steken. Daarna is er nooit meer iets wezenlijk in mijn leven veranderd.' Peter R.de Vries: 'Ik ben in feite nog erg speels. Ik wil bij wijze van spreken op vakantie nog altijd in een boom klimmen. Je omgeving verwacht niet dat je het doet, maar ik wil het nog wel, zo zit ik in elkaar. Ik word erg zenuwachtig als jonge collega's me met u aanspreken. Ik heb al een paar keer moeten zeggen: zeg maar Peter, anders word je ontslagen.'

Toen De Vries een tijdje geleden naar een discotheek ging met zijn gemiddeld vijftien jaar jongere cameraploeg bekroop hem toch een vreemd gevoel. 'Dit past niet bij mij, hoewel ik er eigenlijk nog bij wil horen.' De kinderen van Van Breukelen zijn twintigers. Krijgen we binnenkort te maken met opa Hans van Breukelen? Hij schrikt zichtbaar: 'Nee joh. Uiteindelijk is het natuurlijk en een mooie gebeurtenis, maar ik hoop nog even te mogen wachten.'

De mannen geboren in 1955/1956 zijn uit een ander hout gesneden dan de generatie ervoor. Kalmer, op overeenstemming gericht, in ieder geval minder scherp, strijdlustig en conflictueus dan de babyboomers van de eerste jaren. Van Breukelen: 'Het Nederlands elftal van Johan Cruijff (1948) is het voorbeeld van het conflictmodel. Ik heb het idee dat ze veel harder waren. Ik was als jonkie tweede keeper achter stoere mannen als Piet Schrijvers (1946) en Pim Doesburg (1943). Ik was meteen de pispaal van de selectie, maar dacht: ik geef niet op en zet door.'

De spelers van Van Breukelens geboortejaar 1955/1956 hadden begin jaren tachtig moeten gloreren. Maar ze werden voor het Europees- en wereldkampioenkampioenschap van 1982, 1984 en 1986 uitgeschakeld. Van Breukelen: 'Mijn leeftijdsgenoten zijn in die tijd heel vaak de patatgeneratie, de mooiweervoetballers, de net-niet generatie genoemd. De spelers waren minder op het conflict en meer op harmonie ingesteld.' Als bijna-veteraan lukte het Van Breukelen dan toch nog deel uit te maken van het roemruchte team dat in 1988 Europees kampioen werd. Het elftal werd gedragen door een veel jongere generatie onder leiding van Gullit (1962), Van Basten (1964) en Rijkaard (1962).

De tweede golf babyboomers is ook in de politiek een minder baanbrekende en afwachtender generatie geworden in vergelijking met de vertegenwoordigers uit de eerste geboortegolf van rond 1946. De twee 'revoluties', die van 1968 en 2002 (Fortuyn, 1948), kwamen voort uit de echte babyboomers. Is het toeval dat politici uit die jaren hun politieke ambities nét niet konden waarmaken? Ad Melkert (PvdA, 1956), Paul Rosenmöller (GroenLinks, 1956), Thom de Graaf (D66, 1957) en Frank de Grave (VVD, 1955) golden als de absolute toptalenten, maar Jan Peter Balkenende werd vanuit het niets zomaar premier.

En dat is nu juist het probleem, als we Peter R. de Vries mogen geloven. Balkenende is zeker niet de stoere mannetjesputter die voorop loopt in zijn generatie: 'Ik heb weleens gedacht: ik lijd schipbreuk en spoel op een onbewoond eiland aan met Balkenende. Heb ik dan wat aan die man om te overleven of zal ik 'm jankend mee moeten slepen? Ik vrees dat ik niets aan Balkenende zal hebben.'

Prins 'De generatie voor ons was met revolutie bezig. Die moest knokken, zij hebben echt alles moeten bevechten. Wij hebben de jaren zestig niet actief meegemaakt. Daarvoor waren we te jong. We zijn wel zeer door hun ideeën en gedrag beïnvloed. Wij hebben nooit erg ons best hoeven doen om zaken voor elkaar te krijgen. Heel simpel: dan krijg je het ook nooit voor elkaar. Mijn generatie is in een gespreid bedje terecht gekomen.'

Het cliché werd waarheid: zelf werd ik verliefd op iemand anders. De beruchte midlifecrisis, tussen de 40 en 50 jaar? Prins doet niet stoer: 'Ik was de draad kwijt, twijfelde of ik op de goede weg zat. Het was heftig met vreemdgaan en andere zaken. Ik heb veel aan mijn vrouw te danken. Ze heeft me erdoorheen gesleept en is bij me gebleven.'

Peter R. de Vries formuleert bedachtzaam: 'Ik heb er nog geen last van gehad. Maar je moet eerlijk zijn, een crisis is niet uit te sluiten. Als ik een ongeluk of blessure zou oplopen, kan ik me voorstellen dat het wat met mijn gemoed doet. Voor vrouwelijk schoon heb ik echt wel oog. Ik ben nog altijd met dezelfde vrouw, we zijn happy. Met haar wil ik oud worden.'

[Zie verder pagina 26, kolom 6]

WEL OF GEEN FEESTJE?

[vervolg van pagina 25]

Van Breukelen: 'Een midlifecrisis heb ik niet gehad. Ik weet wel wat het is om in de put te zitten. Zo rond mijn 30ste heb ik een ontzettend zware tijd gehad. Ik maakte het leven erg moeilijk voor mezelf. Ik heb nog twee weken in een berghut gezeten om er uit te komen. Mijn vrouw zei altijd: ''Het komt goed''. Ze is een kanjer, ze is ook de manager thuis. Ik ben - om het zomaar te zeggen - wat individualistisch ingesteld. Daar voel ik me schuldig over.'

Midlifecrisis of niet, toch vonden er rond het 50ste levensjaar bij alledrie ingrijpende gebeurtenissen plaats. De acteur stopte met Jiskefet. De voormalige doelman gooide de handdoek in de ring als manager bij FC Utrecht en de misdaadverslaggever wilde zomaar de politiek in om minister-president te worden. Prins over Jiskefet: 'Als we met z'n drieën bij elkaar zaten, werd het steeds moeilijker daaruit inspiratie te halen. Als de ideeën niet komen, ga je de fouten in externe factoren zoeken. Op een gegeven moment moesten we stoppen en dat was toevallig op mijn 49ste. Maar ja, wat is toeval in het leven? Ik vind het nu heerlijk dingen in mijn eentje te doen. Alles wat ik onderneem, hoef ik niet met de twee anderen door te spreken.'

Peter R. de Vries was op zijn 49ste bijna de politiek ingestapt. De Vries wilde dat 41 procent van het electoraat hem als 'een aanwinst voor de politiek zou beschouwen'. Dat bleek te hoog gegrepen. De journalist stapte daarop net zo snel de politieke arena uit als hij er in was gekomen. Waarom had hij als ervaren man van middelbare leeftijd het ongeduld van een 20-jarige? De Vries: 'Ik wilde dit doen in de kracht van mijn leven. Mijn beste jaren zijn nu. Ik had minder dan tien jaar de tijd gehad iets in de politiek te presteren.'

Vijftiger zijn is weliswaar vervelend, maar het voortschrijdende proces van échte ouderdom met bijbehorende krakende botten en stramme spieren is erger. Wie is er bang af te takelen? Hans van Breukelen: 'De aftakeling voel ik wel. Sinds drie jaar speel ik competitietennis. Niveau een zesje. 's Avonds heb ik last van mijn knieën, soms last van mijn rug en ik heb regelmatig een krampaanvalletje.'

En het voetballen? 'Ik speel nog weleens een voetbalwedstrijdje met de oude mannen. Mijn zoon noemt dat voor de grap 'de demente internationals': De broertjes Van de Kerkhof, Berry van Aerle, Simon Tahamata en vele anderen. Komt er een hoge voorzet, ik speel zonder lenzen, sta ik wat te turen en moet mijn bril even opdoen. Ik grap tegen mijn ploeggenoten: doe maar een belletje in de bal, dan vang ik 'm ten minste. De timing bij het uitlopen is ook niet meer wat het geweest is, meestal kom ik 2 à 3 meter te kort. Maar mag het, vroeger trainde ik zes per week.'

Prins: 'Ik ben wel bang af te takelen. Ik merk dat ik moeilijker herstel. Een wilde avond uit, flink feesten: het kost me twee dagen te herstellen. Ik heb last van mijn rug, heb een hernia gehad, maar gelukkig nog geen kwaaltjes.' Peter R. de Vries is doodsbang voor een zware sportblessure: 'Als ik op deze leeftijd een ongelukje zou krijgen waardoor ik niet meer intensief kan sporten, zal het een enorme inspanning vergen het oude niveau nog terug te krijgen. Ik leef gezond. Ik rook niet en drink met mate, hoewel ik best een fles wijn achter elkaar kan opdrinken. Maar ik sta op het standpunt dat je dat krijgt terugbetaalt.'

De scherpe kantjes zijn verdwenen. De heren geven het grif toe. Van Breukelen: 'Zaken die anderen pas later in hun leven meemaken, ervaar je als topsporter al op jeugdige leeftijd. Ik was echt obsessief met voetbal bezig. Die absolute wil te winnen, is natuurlijk allang verdwenen. Op een gegeven moment was ik het mentaal en psychisch ook spuugzat.'

Prins: 'Ik ben ook iets minder gretig. De bewijsdrang is minder geworden. Ik spring minder snel ergens in. Denk eerder na van: kan ik mijn ei kwijt. Wel heb ik de ambitie ooit een soloprogramma te maken.' De Vries: 'De agressie is er nog steeds, maar ik kon té scherp zijn. Ik heb geleerd dat zaken vergankelijk zijn. Ik heb mensen uit mijn omgeving, zoals Cor van Hout en Theo van Gogh, verloren. Ik ben mentaal veel sterker en rustiger geworden. Maar de tijd dat ik me zat te verbijten dat een ander een prachtige scoop had, is voorbij. Er is een soort rust over me gekomen.'

Vetes zullen vanwege de 50ste verjaardag niet worden bijgelegd. Prins zegt ze niet eens te hebben. Van Breukelen fel: 'Verzoening vanwege mijn 50ste? Daaraan heb ik helemaal geen behoefte. Er zijn mensen die me op mijn ziel hebben getrapt, achter mijn rug om hebben gehandeld, oneerlijk zijn geweest en bij wie ik een slecht gevoel heb: de reden waarom ik als manager bij FC Utrecht ben opgestapt. Maar als ik het had willen bijleggen, had ik het allang gedaan.'

Peter R. de Vries: 'Wat mij betreft geen verzoening met mijn vijanden! Ik kan goed leven met brouilles. Ik heb geleerd keuzes te maken. In bepaalde zaken steek ik geen energie meer, dat geeft rust. Ik heb ook vriendschappen die stroef zijn gaan lopen. Je kent het wel: veel discussie en veel misverstanden, kortom niet echt gezellig. Ik ga ook niet meer naar verjaardagen waar ik in mijn hart niet naar toe wil en chagrijnig vandaan kom.'

Een feestje voor zijn 50ste verjaardag hoeft van Peter R. de Vries niet. 'Ik heb mijn verjaardag al twintig jaar niet meer gevierd. Buren en vrienden die op visite komen, ik zie het totaal niet zitten. Maar ik sluit niet uit dat mijn vrouw er werk van wil maken. Eigenlijk reis ik liever naar een exotische plek en duik ik - letterlijk - liever onder water met mijn gezin.'

Hans van Breukelen wil ook het liefst 'onderduiken' als zijn feestelijke moment zich aandient. 'Ik wil met mijn vrouw een feest geven als we samen honderd worden, ze is nu 48. Maar van alle kanten hebben ze me al laten weten dat ik beter op mijn 50ste thuis kan blijven.'

Kees Prins liet de grote dag niet ongemerkt voorbij gaan. Hij gaf een dineetje 'in zeer intieme kring' in Hotel New York in Rotterdam. Voor zoals hij het zelf noemt 'de buitenwereld' gaat hij dit najaar zijn 50ste vieren. Prins ' Het feest geef ik samen met mijn tweelingbroer en mijn beste vriend. We gaan driehonderd man uitnodigen. Er komt een band, heerlijk eten, goede drank, er mogen voordrachten worden gehouden en sketches worden opgevoerd. Ik heb het al vijftig jaar uitgehouden. Een hele prestatie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden