Help de pedoseksueel, zet hem niet op een eiland

In een proef laat de reclassering veroordeelde pedoseksuelen door burgers begeleiden. Vrijwilligers Peter en Anke geloven erin. ‘Je leert zo’n man goed kennen.’..

‘Sommige vrienden riepen wel: waar begin je aan? Pedo’s, dat zijn toch vieze mannen?’, zegt Peter (53). ‘We leven in een tijd dat veel mensen pedoseksuelen het liefst levenslang willen opsluiten of met z’n allen op een eiland zetten. Maar stel, je loopt op straat en iemand klampt je aan: meneer, ik ben een kinderverkrachter, help me, anders ga ik nog meer kinderen verkrachten. Dan zeg je toch ook niet: rot op, ga levenslang in de gevangenis zitten. Dan help je zo’n man toch?’

Anke (65): ‘Vorige week zei een vriendin nog: Anke, ik snap niet dat je dit doet. Je hebt zo lang met slachtoffers gewerkt, je weet wat die hebben doorgemaakt. En dan ga je nu ook nog eens in je vrije tijd met een dader om, met de andere kant. Ik heb haar rustig geantwoord: ik doe dit juist om meer slachtoffers te voorkomen.’

Peter: ‘Ik heb er wel thuis over gesproken. Mijn vriendin en kinderen hadden geen bezwaar. Mijn vriendin is Amerikaanse en zij vindt sowieso dat we het hier in Europa beter geregeld hebben dan in Amerika. Daar worden pedoseksuelen opgejaagd en gestigmatiseerd. Er worden bordjes op hun huizen getimmerd: pas op, hier woont een pedo.’

Peter en Anke hebben zich ruim een half jaar geleden bij Reclassering Nederland aangemeld als vrijwilliger in een nieuw hulpverleningstraject voor zedendelinquenten: CoSA (Circles of Support and Accountability, zie inzet). Samen met twee andere vrijwilligers vormden zij zo’n ‘cirkel’ rond een veroordeelde pedoseksueel in een middelgrote stad in de regio Den Bosch.

De reclassering gaat met die ‘softe’ aanpak tegen de trend in. Tegenwoordig worden pedoseksuelen veelal uit hun buurt verdreven en kunnen pedojagers rekenen op brede steun onder de bevolking. Soft of niet soft, voor de reclassering telt het resultaat: veroordeelde zedendelinquenten uit hun sociale isolement halen, waardoor de kans veel kleiner is dat ze opnieuw in de fout gaan.

Het ‘kernlid’ van de cirkel van Anke en Peter is een man van rond de 40, die zijn celstraf heeft uitgezeten voor seksueel misbruik van minderjarigen via de webcam en voor het downloaden van kinderporno. Hij was onder toezicht gesteld van de reclassering.

Reclasseringmedewerkster Audrey vroeg of hij wilde meedoen aan CoSA. ‘Hij wilde dolgraag. Hij wilde zijn leven beteren’, aldus Audrey. ‘Hij zei: ik wil niet meer terug naar de oude situatie. Ik wil nooit meer slachtoffers maken.’

Wat beweegt gewone burgers om zich vrijwillig in te laten met lieden die door een groot deel van de bevolking zijn uitgekotst? Peter was jarenlang zakenman in multimedia, maar studeert nu rechten aan de Open Universiteit. In september hoopt hij af te studeren. Hij heeft zich opgegeven omdat de resultaten van het project hem aanspreken: in Canada en Engeland is het recidiverisico door CoSA aanmerkelijk verminderd. ‘De cijfers spreken me aan: 70 procent verbetering op een recidive van gemiddeld 40 procent, dat zijn toch 28 slachtoffers minder op de 100 eerder veroordeelden.’

Na zijn studie wil Peter aan de slag in de juridische wereld: ‘Ik vind dat iedereen in juridische kring, of hij nou advocaat of rechter is, een keer uit dat wetboek moet stappen en met zijn poten in de modder moet staan.’

Anke was coördinator slachtofferhulp: ‘Ik wilde na mijn pensionering nog iets doen voor de maatschappij. Elk slachtoffer dat ik kan voorkomen, is er één. De preventie van het project spreekt me erg aan. Ik heb gezien hoeveel ellende zedendelinquenten kunnen veroorzaken.’

Eind vorig jaar kregen de vrijwilligers eerst een training bij de reclassering. Audrey, die optreedt als cirkelcoördinator: ‘We leggen uit hoe een zedendelinquent te werk gaat. Hun leefwereld is vaak de computerwereld, eindeloos plaatjes downloaden. Wat zijn de risicosignalen, wanneer merk je dat hij misschien weer dreigt terug te vallen in zijn oude gedrag. Maar ook: wat is je verantwoordelijkheid als vrijwilliger en hoe zit het met je veiligheid. Vrijwilligers moeten ook geen achternamen gebruiken, om hun privacy te beschermen.’

Peter: ‘Je leert best veel. Het is toch een verbijsterende wereld. Over seks denk je als vijftiger de meeste dingen wel te weten. Maar dit is geen normale seks. Deze wereld kende ik niet.’

Anke: ‘We deden een rollenspel, waarin ook wordt onderstreept dat je als vrijwilliger nooit alleen bij een zedendelinquent naar binnen mag gaan. In de praktijk ben ik daarmee al eens de mist ingegaan. Peter was te laat en ik ging gewoon naar binnen. Volgens de regels was dat helemaal verkeerd.’

Peter: ‘Ik vond het juist hartstikke goed van je. Er was geen enkele twijfel. Je gaat gewoon op je intuïtie af. Je leert zo’n man toch redelijk goed kennen.’

Anke: ‘Tijdens de cursus hadden ze er niet bij gezegd dat het buiten verdomd koud kan zijn.’

Peter: ‘Over onze veiligheid hoeven we ons geen zorgen te maken. De essentie van de cirkel is: wil het kernlid echt veranderen? Ziet hij dat hij fout is geweest?’

Het eerste kringgesprek een half jaar geleden was spannend, geven beide vrijwilligers toe.

Anke: ‘Hij moest zelf vertellen wat hij gedaan had. Petje af dat hij dat durfde te vertellen aan wildvreemden.’

Peter: ‘Je bent ook wel nieuwsgierig. Hij was al zo door de molen van de behandelaars heen gegaan, en dan moet hij ook aan ons nog zijn verhaal doen. In het begin had hij de neiging die typische behandeltaal te bezigen. Dan had hij het over risicosignalen en terugvalpreventieplan. Dan zeiden wij: hoho, wij zijn geen professionals. Zeg het maar in je eigen woorden.’

Ze zien elkaar één keer per week. De ene keer bij het kernlid thuis, de andere keer op kantoor of het terras. Anke: ‘We hebben zelfs een keer gebiljart.’

Peter: ‘We proberen vertrouwen te winnen. Ik wil zelf dat hij weer trots is op zichzelf. Op zijn werk, dat hij gelukkig heeft kunnen behouden, of op zijn relatie. Het is niet verheffend wat hij allemaal heeft gedaan. Dat is bepaald niet goed voor zijn gevoel van eigenwaarde.’

Anke: ‘Het is goed dat er verschillende mensen in de cirkel zitten. Peter is directer, ik ben wat rustiger. We moeten als vrijwilliger ook een soort voorbeeldgedrag laten zien.’

Peter: ‘We praten over van alles. We hebben een hele discussie gevoerd over hoe hij omging met zijn nichtje van 13 of 14. Ze zijn dol op elkaar en hij vertelde dat ze nog steeds bij hem op schoot kwam zitten. Ik zie dat niet als seksueel, zegt hij dan. Ik heb hem verteld dat je zelfs als vader enige afstand neemt van je dochter wanneer ze borstjes krijgt.’

Anke: ‘Daarover is hij toch wel gaan nadenken.’

Peter: ‘Ik maak ook wel grappen met hem. Hij heeft thuis een enorm beeldscherm naast de computer staan. Nou, daar kan een meisje in het ècht op liggen, zeg ik dan. Waarom heb je zo’n groot scherm, joh? Soms heb ik ook wel met hem te doen. Hij wordt om de oren geslagen met al dat jargon uit de hulpverlening, zelfs voor de eenvoudigste dingen. Dan vraag ik hem gewoon op de man af: heb je nog goede seks gehad met je vriendin?’

Anke: ‘Hij is heel gemotiveerd. Hij komt alle afspraken na en houdt geen dingen achter. Maar een keer vond ik hem heel nerveus. Dat kan een signaal zijn dat hij niet goed in zijn vel zit, dat hij gevoeliger is voor pedoseksuele neigingen. Toen hebben we toch maar even onze coördinator gebeld.’

Peter: ‘Hij doet het goed, we zijn hartstikke trots op hem. Het is ook best intensief, naast zijn 40-urige werkweek. Ik zou heel teleurgesteld zijn als hij weer terug zou vallen in zijn oude gewoonten. Maar ja, soms zijn de donkere krochten in de geest van de mens moeilijk te doorgronden. De reclassering zegt wel dat we daar als vrijwilliger niet verantwoordelijk voor zijn. Maar ik zou me rot voelen.’

Anke: ‘Als hij recidiveert, zou ik me toch wel afvragen: heb ik iets gemist?’

Peter: ‘We doen dit als lid van de samenleving, waartoe ook een pedoseksueel behoort. Levenslang opsluiten van die mensen werkt niet. Dat is onmenselijk. Als samenleving moeten we dit gezamenlijk oplossen. Menselijkheid betaalt zich altijd terug.’

Anke: ‘Het is betrokkenheid, geen vriendschap.’

Peter: ‘Soms nemen we de hele wereld door. Hij heeft ook vragen die niets met zedenzaken te maken hebben. Over problemen op zijn werk of met zijn vriendin. Je weet wat voor vlees je in de kuip hebt. Je wordt heel close met hem. Maar ik zie hem niet als vriend of kennis. Ik zie mezelf vooral als raadgever.’

Anke: ‘Het is goed dat hij het verleden met anderen deelt. Maar hij moet het niet aan iedereen vertellen. Dat zou weer te naïef zijn.’

Peter: ‘We staan als vrijwilliger dichter bij hem dan de professionele hulpverleners. We praten ook niet in dat vreselijke jargon. De essentie is dat er weer evenwicht in zijn leven komt, dat hij uit zijn isolement komt. Wij zijn de verbinding met de samenleving.’

Cirkels van ondersteuning
CoSA staat – vrij vertaald – voor ‘cirkels van ondersteuning en aanspreekbaarheid’. Rond een veroordeelde zedendelinquent wordt een cirkel van vier of vijf vrijwilligers gevormd. Zij gaan aan de slag met het sociale leven van de zedendader. Dat verkleint de kans dat hij in een sociaal isolement terechtkomt en opnieuw in de fout gaat.

De vrijwilligers kunnen vroegtijdig signalen oppikken dat iemand in zijn oude fout dreigt te vervallen. De reclasseringsmedewerker die de cirkel coördineert kan dan snel ingrijpen. Want de zedendader blijft onder verplicht reclasseringstoezicht staan.

Rond de ‘binnencirkel’ van vrijwilligers staat een ‘buitencirkel’ van professionals.

De werkwijze is in 1994 in Canada ontwikkeld en vanaf 2002 geïntroduceerd in Engeland. Onderzoek in Canada toont aan dat herhaling van crimineel gedrag aanzienlijk wordt teruggedrongen. Reclassering Nederland onderzoekt of deze werkwijze ook hier werkt. In de regio Den Bosch is dit jaar begonnen met CoSA-cirkels rond twee veroordeelde pedoseksuelen.

De eerste resultaten zijn zo bemoedigend dat de reclassering ook in de regio’s Rotterdam en Breda met zulke cirkels wil beginnen.

Ruim zeventig vrijwilligers hebben zich hiervoor al aangemeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden