‘Held’ of ‘beest’ van Srebrenica wacht op straf

Naser Oric, destijds Moslim-commandant in Srebrenica, is een held, vinden veel Bosnische Moslims. Hij is een beest, vinden veel Serviërs....

Ze zullen nooit vergeten wat hij voor hen heeft gedaan, zeggen veel overlevenden van ‘Srebrenica’. Naser Oric is voor veel Bosnische Moslims geen oorlogsmisdadiger, maar een held, zonder wiens moed er nog meer slachtoffers zouden zijn gevallen. De 38-jarige voormalige Moslimcommandant in Srebrenica is hun symbool van verzet, in de jaren dat de Serviërs het gebied etnisch wilden zuiveren.

Oric ontvangt veel bezoek in het VN-cellencomplex in Scheveningen. De voormalige worstelkampioen met het uiterlijk van een filmster geeft blijk van een ijzeren discipline, vertelt een bezoeker. Hij blijft opmerkelijk rustig, nu hem een lange gevangenisstraf boven het hoofd hangt. Hij sport een paar uur per dag en gebruikt geen kalmeringsmiddelen.

Toen de aanklagers van het Joegoslavië-Tribunaal in april achttien jaar tegen Oric eisten, vloeiden er tranen op de publieke tribune. ‘Een draconische eis’, reageerde zijn advocaat John Jones. ‘Achttien jaar, ondanks al het bewijs over de verschrikkelijke omstandigheden in Srebrenica, en alles wat de getuigen hebben gezegd over de pogingen van Naser Oric om de tienduizenden vluchtelingen te beschermen. Er is niet één opmerking gemaakt over verzachtende omstandigheden.’

Oric zei in zijn laatste woord: ‘Ik vertrouw op dit hof en geloof dat het een eerlijk oordeel zal vellen.’ Dat zal vrijdag uitspraak doen in zijn zaak.

Oric wordt berecht, om bij Serviërs het idee weg te nemen dat er alleen leden van hun bevolkingsgroep door het Tribunaal worden berecht, menen veel Moslims. De overlevenden vinden het wrang dat de man die hen verdedigde voor jaren de cel in dreigt te gaan, terwijl de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de Moslims in Srebrenica – generaal Ratko Mladic en de leider van de Bosnische Serviërs Radovan Karadzic – nog voortvluchtig zijn.

‘Oric is een van de dapperste en meest capabele mensen die ik in mijn leven heb ontmoet’, zegt Hasan Nuhanovic, die hem destijds meerdere malen ontmoette als tolk van de Nederlandse militairen van Dutchbat. ‘Als we zelf in wanhoop dachten: nu is alles verloren, kon Naser Oric glimlachend zeggen: Morgen pakken we de Serviërs. Dan geloofden we weer dat we het zouden overleven.’

Nuhanovic woonde in de eerste helft van de jaren negentig in het stadje in Oost-Bosnië, waarvan de naam synoniem geworden is voor de grootste massamoord in Europa na de Tweede Wereldoorlog. De Bosnische Serviërs vermoordden er in juli 1995 na de val van de Moslim-enclave zeker 7500 Moslimmannen. Vanwege zijn functie overleefde Nuhanovic, veel van zijn familieleden niet.

‘De mensen gingen bijna dood van de honger in de jaren ’92 en ’93’, zegt Nuhanovic. Dus moesten de Bosnische Moslims wel op strooptocht gaan, zegt hij, om het voedseltekort aan te vullen. Naser Oric was hun onbetwiste charismatische leider. Maar er was geen georganiseerd leger, benadrukte Nuhanovic. ‘We handelden puur om te overleven.’

Maar vraag Serviërs uit de omgeving van Srebrenica naar Oric, en zij spreken van ‘het Moslim-beest’. Sommigen brengen je naar zijn slachtoffers, die zeggen door hem en zijn mannen te zijn gemarteld en verminkt. Naser Oric is in hun ogen een moordzuchtige oorlogsmisdadiger, die met zijn leger systematisch Servische dorpen verwoestte, bij voorkeur op orthodox-christelijke feestdagen. Berucht is de aanval op het dorpje Kravica, op 7 januari 1993, het orthodoxe kerstfeest. Op de videobeelden, die Oric zelf zou hebben geschoten, zijn tientallen verminkte lijken op een pleintje te zien. Zijn wreedheden en provocaties zouden mede hebben geleid tot de massamoord op de Moslims in juli 1995.

‘Naser Oric is ten onrechte niet beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid. Terwijl zijn aanvallen op Servische dorpen zo systematisch waren als mogelijk is’, zegt Sasa Obradovic, eerste secretaris van de Servische ambassade in Nederland. Hij pleit namens Servië in de zaak voor het Internationale Gerechtshof, waarin Bosnië Servië van genocide beschuldigt.

Obradovic noemt de zaak tegen Oric voor het Joegoslavië-Tribunaal van cruciaal belang voor de beeldvorming van de oorlog. ‘Oric is een symbool. Uit de uitspraak zal blijken welk van de twee beelden die er van hem bestaan, de doorslag geeft.’

Naser Oric maakte al op jonge leeftijd een opmerkelijke carrière. Hij was enige tijd lijfwacht van Slobodan Milosevic. Als lid van de commandotroepen van de politie in de jaren ’87 tot ’91 nam hij deel aan speciale operaties tegen van terrorisme verdachte etnische Albanezen in Kosovo. Eind 1991, toen de de Bosnische Moslims opdeling van Bosnië door Servië en Kroatië vreesden, keerde hij terug naar Bosnië.

‘Zolang ik en mijn mannen hier zijn, zal Srebrenica nooit Servisch worden. We zullen vechten tot de laatste man’, zei hij in 1994 vastberaden tegen een journalist van de Toronto Star. Het was zijn onverzettelijkheid tegen de Servische overmacht die hem de heldenstatus bezorgde. Er werden liederen over hem gemaakt:

Als ik een vogel zou zijn,

dan zou ik vliegen

om de held te zien

waar heel Bosnië over praat,

de dappere strijder,

onze leider Naser Oric.

Veel Nederlandse VN-soldaten, die de Moslim-enclave moesten beschermen, vonden hem een onbehouwen gangster. De gewraakte opmerking van Dutchbat-commandant Karremans, dat er geen ‘good guys en bad guys’ waren in de oorlog, had mede betrekking op Oric. Karremans omschreef hem in zijn boek Srebrenica who cares? als een van de lokale krachtpatsers. Als Moslims Servische dorpen in de omgeving overvielen, deed Oric of hij van niets wist, schrijft Karremans.

Oric was er niet toen de enclave viel in juli 1995. Hij was in april van dat jaar naar Tuzla vertrokken. Of hij niet terug kon of niet terug wilde, daarover is Oric zelf nooit duidelijk geweest.

Na de oorlog deed Oric zijn imago geen goed door in een veel te grote jeep rond te scheuren. Hij opende een sportschool en zou zijn geld verdienen met dubieuze handeltjes. In maart 2003 vaardigde hoofdaanklaagster Carla Del Ponte een geheime aanklacht tegen hem uit. Een maand later werd hij opgepakt door de SFOR, de internationale vredesmacht in Bosnië, en overgebracht naar Den Haag. Oric zei later dat hij zich vrijwillig zou hebben aangegeven als hij had geweten van de aanklacht.

Op 6 oktober 2004 begon zijn proces, een van de eerste van het Tribunaal tegen een Moslim wegens misdaden jegens de Serviërs. Oric zou de Moslimtroepen hebben aangevoerd bij de verwoesting van zeker veertien Servische dorpen in Oost-Bosnië in 1992 en 1993. Tijdens deze nietsontziende plundertochten zouden onder zijn leiding een groot aantal Serviërs krijgsgevangen zijn gemaakt en zijn gemarteld op het politiebureau in Srebrenica.

Oric wordt ervan beschuldigd dat onder zijn verantwoordelijkheid zeker zes Servische krijgsgevangenen zijn vermoord. Met roestige tangen zouden er tanden van gevangenen zijn getrokken. Aanklaagster Patricia Sellers liet een video ziet van zwaar toegetakelde Servische slachtoffers. Een van de getuigen zei dat hij Oric op het politiebureau had gezien waar hij werd mishandeld.

De verdediging ontkent niet dat er misdaden zijn gepleegd, maar zegt dat Oric geen controle over zijn mannen had. Volgens zijn advocaten was er geen sprake van een gecoördineerd Moslim-leger, maar van een hongerig en wanhopig zootje ongeregeld. Vrouwen uit Srebrenica getuigden voor hem dat het plunderen van Servische voedselvoorraden de enige mogelijkheid was om te overleven.

De anderhalf jaar dat zijn proces heeft geduurd, zijn tachtig getuigen gehoord en 1700 documenten overlegd. Duidelijk werd dat Oric zeker niet onschuldig was. Maar hij wordt niet beschuldigd van genocide, zoals zijn tegenstanders Mladic en Karadzic. Hoe gruwelijk ook, de misdaden van de Moslims rond Srebrenica zijn van een andere orde dan de moord op ruim 7500 Moslimmannen na de val van de enclave, redeneren sommige deskundigen.

Volgens criminologe Frederiek de Vlaming, die promoveert op het Joegoslavië-Tribunaal, speelden hoogstwaarschijnlijk politieke motieven mee in de beslissing Oric te vervolgen. ‘Hoofdaanklaagster Del Ponte vindt het belangrijk dat alle drie partijen – Serviërs, Kroaten en Moslims – worden berecht.’

Daarin zit wel een gradatie: een aantal Servische verdachten wordt vervolgd wegens genocide – de zwaarst mogelijke aanklacht – misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Kroatische alleen voor de laatste twee en de aangeklaagde Moslims ‘slechts’ wegens oorlogsmisdrijven. Meer dan de helft van de aangeklaagden is Serviër.

De Vlaming vindt de eis van achttien jaar tegen Oric opmerkelijk hoog, vergeleken met andere straffen: Biljana Plavsic, de voormalige president van Republiek Srpska en een van de architecten van de etnische zuiveringen, kreeg in 2003 elf jaar.

Volgens de criminologe had het Tribunaal zich beter kunnen richten op ‘datgene waardoor de internationale gemeenschap was geschokt en dat leidde tot de oprichting van het Tribunaal: op berechting van de verantwoordelijken voor de doelbewuste etnische zuiveringen in Bosnië’. Omdat het Tribunaal in de selectie van verdachten is gehinderd door het gebrek aan samenwerking in de regio, heeft het volgens haar ook personen berecht die geen grote rol hebben gespeeld in het conflict. ‘Je had Naser Oric wel moeten berechten, maar misschien niet voor dit Tribunaal’, meent zij.

Andere Tribunaal-watchers noemen de eis niet uitzinnig hoog, gezien de beschuldigingen. ‘Wat voor straf Oric ook opgelegd zal krijgen, de Serviërs zullen die te laag vinden, de Moslims te hoog’, zegt journalist Mirko Klarin, die met zijn nieuwsagentschap Sense alle zittingen van het Tribunaal volgt. Hij vindt dat het voor de berechting van Oric niet ter zake doet dat Mladic en Karadzic niet zijn gepakt. Klarin: ‘Iedereen die oorlogsmisdaden pleegt, moet worden bestraft.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden