ColumnSylvia Witteman

Helaas, ik ben de dochter van de farao niet

null Beeld

Op de Nassaukade fietste ik bijna tegen een rieten mand op. Hij stond onwrikbaar stil in de storm; er moest dus iets zwaars in zitten. Een slapend kindje, zoals baby Mozes? Wat zou dat leuk zijn! Maar de Nassaukade is de Nijl niet, en ik ben geen dochter van een farao. De mand bevatte geen baby, maar een tas.

Het was een grote, doorleefde damestas van ruig leer. Thuis maakte ik hem open, terwijl mijn jongens nieuwsgierig toekeken. Een telefoon. Een iPad. Een paar teenslippers. Twee zakjes drop. Een pakje sigaretten. Een gebloemde portemonnee. Een bankpas. Een papiertje met een telefoonnummer.

Opwinding maakte zich van ons meester. Eerst maar eens dat nummer bellen. De telefoon in de tas ging over. Dat schoot niet op. ‘Ik breng hem wel naar de politie’, zei huisgenoot P. Ja, dat is mannenwerk. Ik drukte hem nog op het hart van de dropjes af te blijven, waarop hij met een schuldbewust hoofd afdroop. Hij was gauw weer terug, met de tas: de politie wou hem niet aannemen. Nou ja zeg!

Er brak een avond van zinderende spanning aan. Ik maakte 1 euro over naar het rekeningnummer op het pasje, waarbij ik in het mededelingenvakje ‘ik heb je tas gevonden’ schreef, en mijn telefoonnummer. Slim bedacht (niet door mij, helaas), maar er gebeurde niets. We plaatsten berichten op alle sociale media. Kent iemand Paula Sutter (niet haar echte naam)? Niemand.

Mijn zoons lieten, door elkaar heen schreeuwend, allerlei trucjes los op de telefoon, maar die gaf niets prijs. We bekeken bonnetjes in de portemonnee. Paula Sutter deed haar boodschappen bij de Lidl om de hoek! Waarom konden we haar niet vinden? Was ze voortvluchtig? In nood? Verzopen in het water aan de Nassaukade? ‘Als ze dood is, mogen wij dan met haar geld naar McDonald’s?’, vroegen mijn zoons.

Wat wist ik al veel van Paula Sutter! Ze houdt van zoute drop, van noten, van kabeljauw en sinaasappels. Ze rookt Kent Silver. Ze heeft lang haar, schoenmaat 41 en een zoon. Ze zeult een kilo kleingeld rond, maar geen enkele make-up. Ze is 51, heeft drie zussen en een vriendin die Becky heet. Ze woont bij mij om de hoek. Waar zou ze toch zijn?

’s Nachts droomde ik onrustig van Paula. Maar de volgende ochtend herkende iemand haar naam op Twitter, en een half uur later stond ze dolblij voor mijn deur. Nee, ben je mal, graag gedaan hoor!

De tas is weg. Mijn leven is leeg. Ik had zo’n plezier in dat speurwerk, en nu is het voorbij. Gauw naar buiten maar weer. Als ik goed zoek, vind ik misschien alsnog een slapende baby.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden