Hart tegen verstand

NEDERLAND zit vol met overbodige medische stichtingen. Een beetje lichaamsdeel heeft zo'n organisatie, zoals de Nierstichting en de Maag Lever Darm Stichting....

Het positieve effect van het bestaan van al die instellingen is dat het de bestuurders ervan in ieder geval van de straat houdt. Wat met het ingezamelde geld gebeurt, onttrekt zich meestal aan de openbare controle. Het zijn ten slotte bijna altijd stichtingen en nooit verenigingen.

Wat ook de sentimentele praatjes van die instellingen zijn, ik neem me altijd voor om er geen cent aan te geven. Uit principe niet. Ik ben gek op redeneringen die ervoor zorgen dat ik geen geld hoef uit te geven.

De agressieve radiospotjes van die medische clubs sterken me alleen maar in mijn weigering om te betalen. Ongevraagde acceptgirokaarten gaan sowieso in de prullenmand. Als de dood ben ik dat mijn adres in hun bestand terecht komt, zodat ik alle liefdadigheidsinstellingen over me heen krijg.

Het lijkt zo eenvoudig om je leven verstandelijk in te richten. Enquêtes vul ik nooit in. Ik vraag altijd hoeveel geld ik ervoor krijg. Dan is mijn mening plotseling niet meer interessant.

Ik doe ook nooit mee aan voetbalpool of loterij. Want met een beetje kennis van statistiek, weet je dat elke loterij een vorm van vrijwillige belastingbetaling is. Als wetenschappers onder elkaar zijn, voegen ze er nog aan toe dat het een vrijwillige belasting is voor de dommen in de maatschappij.

Ik luister ook nooit naar de wartaal van de beursanalisten. Volgens mij zijn het de moderne opvolgers van de zigeunervrouw die in een glazen bol kijkt.

Toch is zo'n rationele levenshouding niet lang vol te houden. Als je tenminste nog wat vrienden wilt overhouden. De wereld om je heen is niet zo verstandelijk. Wanneer ik vroeger bij mijn ouders op bezoek kwam, zei mijn moeder altijd: 'Ad, we hebben een staatslot gekocht en als we de hoofdprijs winnen, krijg jij hem.' (Ik ben enig kind). Wat moest ik nu antwoorden op zoveel liefde? Dat ik het zonde van het geld vond? Nee, toch.

Hoe moet ik reageren als ik op een receptie een aantrekkelijke dame ontmoet die na een tijdje aan mij vraagt wat mijn sterrenbeeld is? Ik denk dan: 'Ik geloof niet in die kolder', maar ik geef als antwoord: 'Ik ben nog net Schorpioen, en je weet: het venijn zit in de staart.'

Er wordt aan de deur gebeld. Ik woon in een klein dorp, waar iedereen elkaar kent. Er staat een collectant voor de deur. Haar familie woont hier al sinds mensenheugenis. Ik ben import en wil er graag bijhoren. 'Buurman, ik collecteer voor de Hartstichting', is gezien de grote bus met rood hart, haar overbodige mededeling.

Ik denk: 'Zo'n stichting is nep. Het is onduidelijk wat ze met het geld doen. Waarschijnlijk speculeren ze ermee op de beurs. Wat die medici van me willen, is mijn geld en mijn organen. De medische wetenschap heeft er geen enkel belang bij, de burgers goed voor te lichten. Statistieken over de resultaten zie je nooit. De gemiddelde levensduur van de Nederlander wordt door het werk van al die stichtingen geen week langer. Weggegooid geld dus.'

Ik antwoord: 'Oh, dat is een mooi doel.' En geef gul. Ze lacht hartverwarmend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden