Harry Mulisch als opvoeder

Er zijn trage en snelle vragen, heeft de ‘humanistisch filosoof’ Harry Kunneman met verve aangetoond. Op snelle vragen krijg je doorgaans ook een snel antwoord; op trage vragen – zeg maar samenlevingsproblemen en ethische kwesties – kunnen geen snelle, definitieve en eenduidige antwoorden gegeven worden....

Paul Depondt

In Literair laboratorium – Rushdie & Mulisch als postmoderne opvoeders stelt Martien Schreurs zulke trage vragen. Hoe kunnen wij zinvolle vormen van omgang ontwikkelen met conflicten, dilemma’s en onzekerheden van de technologie en de massamigratie? Hoe kunnen postmoderne zielen zichzelf en elkaar opvoeden tot samenlevende burgers?

Met name de elites, schrijft Schreurs, ‘ervaren het als een probleem dat noch de technologische ontwikkelingen, noch de migratiestromen meer gestuurd kunnen worden van bovenaf’. Grote verhalen uit de religies, de filosofie, de traditionele ideologieën en het klassieke Bildungs-humanisme hebben ‘hun grip op het zelfbegrip van postmoderne individuen’ verloren. Hij noemt twee spraakmakende discussies: de Sloterdijk-affaire en het Scheffer-drama.

De geschiedenis van het klassieke, literaire vormingshumanisme is volgens Peter Sloterdijk ten einde gekomen, ‘het mensenpark dreigt een pretpark te worden’; Paul Scheffer stelt dat ‘het humanistische ideaal van de vreedzame coëxistentie een vrome leugen is waarmee de werkelijke integratieproblemen van de migranten worden afgedekt’.

Het is een Bildungs-kwestie: hoe kunnen mensen inburgeren, hoe oriënteert iemand zich in een weerbarstige en hybride samenleving, helpt een opgelegde canon tegen vervlakking, heeft de elite een taak? Nog altijd, vindt Schreurs, wordt er vanuit een topdown richting naar het vraagstuk van de vorming gekeken. De sleutelwoorden van zijn model ‘postmoderne Bildung’ (de titel van zijn nu in boekvorm verschenen proefschrift) zijn niet assimilatie en homogeniteit, maar verregaande dialoog en pluriformiteit.

Laat maar gisten, zegt Rushdie, en laten we dan met nieuwsgierige ogen en oren kijken en luisteren naar de nieuwe levensvormen en de nieuwe inzichten die uit die hybride mengsels van popmuziek, filosofie, religie, seks, film en literatuur voortspruiten. Ook de Bildungs-idee doorloopt een Bildung.

In onze tijd brengen misschien niet meer de filosofen en de politici de humanistische idealen tot stand. Wellicht – én dat onderzoekt Schreurs vervolgens uitvoerig, helder en uitdagend – spelen romans als Harry Mulisch’ De ontdekking van de hemel en Rushdie’s De Duivelsverzen een meer inspirerende rol in ons ‘opvoedkundig laboratorium’. In die romans gaan vertellers en personages op zoek naar zin. Bij Mulisch worden ze door de alwetende schrijver, God zelve, geregisseerd; de duivelse verteller van Rushdie evenwel stort zich in de chaos en de onzekerheid.

Zijn zulke boeken spiegels en klankborden waarin de debatten van onze tijd zichtbaar, of beter, hoorbaar worden? In romans kan de lezer worstelen met dilemma’s, conflicten en levensvragen. Dat nu is het wezenskenmerk van de postmoderne Bildung: nemen gesprekken wendingen die anders zijn dan wij van tevoren gedacht hebben, dan is – besluit Schreurs – ‘de dialogische missie volbracht’. Ja, voor even.

Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden