Harde hand of zachte dwang?

Na de ongeregeldheden in nieuwjaarsnacht laaide de discussie over het opleggen van forse straffen opnieuw op. De PVV haalde onmiddellijk een van haar stokpaardjes van stal....

Dat strenge straffen niet altijd afschrikken, was al bekend in het 18de-eeuwse Engeland. Daar waren zakkenrollers actief onder het publiek dat naar een executie van een zakkenroller stond te kijken.

Toch neemt de roep om zware straffen almaar toe. Vorig jaar begon het voormalige LPF-Kamerlid Joost Eerdmans een actie tegen rechters die veel te lage straffen zouden uitdelen. De wetgever moest minimumstraffen vastleggen, vond Eerdmans, zodat boeven niet meer ontzien konden worden door rechterlijke slapjanussen. Na de relletjes in de nieuwjaarsnacht wilde het PVV-Kamerlid Raymond de Roon ‘de knoet’ leggen over ‘het schuim van de straat’. Openlijke geweldpleging? Een jaar cel! Is er sprake van letsel of schade? Twee jaar cel! Dan is het zo afgelopen!

Ondanks zijn schuimbekkende toon zal De Roon bij menige links-liberale lezer stiekem een snaar hebben geraakt, vooral met zijn verzuchting dat ‘we in een omgekeerde wereld leven’. De overheid moet alles uit de kast halen om een handjevol relschoppers nog enigszins in bedwang te houden. Radicale maatregelen liggen voor de hand, om te laten zien wie er de baas is in Nederland.

In zulke pleidooien lopen doorgaans twee dingen door elkaar heen: de wens om de dader zwaar te laten boeten en de veronderstelling dat potentiële daders worden afgeschrikt door hogere straffen.

Straf is primair vergelding. Voor het slachtoffer – hoewel de schade van ernstige geweldsmisdrijven nooit is goed te maken –, maar ook voor de samenleving. De morele orde wordt op zijn kop gezet als brave burgers slachtoffers worden, terwijl boeven vrij rondlopen. Met een straf wordt die orde op symbolische wijze hersteld. Dat kan alleen als die straf in de ogen van de meeste burgers zwaar genoeg is in verhouding tot het misdrijf. Bij ernstige misdrijven moet dus zwaar worden gestraft.

Problematischer is de veronderstelling dat de criminaliteit zal dalen als er zwaarder wordt gestraft. Uit onderzoek blijkt dat hoge straffen niet of nauwelijks afschrikken. Bovendien: niet elke dader is dezelfde. Sommigen zijn onverbeterlijke criminelen, soms psychopaten, voor wie slechts straf resteert. Anderen zijn echter meelopers, die bij vechtpartijtjes of opstootjes betrokken raken, omdat ze zich laten meeslepen door een groep, al dan niet onder invloed van alcohol of drugs. Hun gedrag is uiteraard niet goed te praten, maar zij verdienen nog een kans. Dat geldt zeker voor jonge daders. ‘Als je kinderen opsluit, haal je ze uit hun omgeving, je isoleert. Als je ze consequent hard en repressief aanpakt, komen ze in de samenleving terug met een grote achterstand, veel gevaarlijker dan toen ze de gevangenis ingingen. De beste voorspeller van recidive is gevangenisstraf’, zei procureur-generaal Rieke Samson in de Volkskrant. Vaak houden jongeren vanzelf op met crimineel gedrag als ze ouder worden. Als zulke meelopers meteen zware straffen krijgen, worden ze juist in het criminele kamp gedreven. Ze kunnen beter met zachte dwang tot sociaal gedrag worden gebracht. Als dat niet helpt, kan de harde aanpak altijd nog volgen.

Mild strafklimaat
Nederland kende lange tijd een mild strafklimaat. Na de Tweede Wereldoorlog geloofden christelijke en sociaal-democratische denkers in de opbouw van een gemeenschap waarin misdaad goeddeels zou zijn uitgebannen, schrijft de sociaal-psycholoog Hans Boutellier in zijn boek De Veiligheidsutopie. Als de welvaart steeg, hoefde niemand meer te stelen. En als de samenleving rechtvaardig was, zou agressief gedrag verdwijnen, omdat niemand zich vernederd hoefde te voelen.

Bij een misdrijf had ook de gemeenschap een beetje gefaald: zij was bij niet bij machte gebleken het dwalende individu op het rechte pad te houden. Zowel christenen als socialisten hadden een zekere compassie met de dader. Voor christenen was hij een zondaar die van zijn dwalingen moest worden genezen. Voor socialisten een slachtoffer van een onrechtvaardig systeem.

In 1960 waren dit niet eens zulke gekke gedachten. De criminaliteit bevond zich op een historisch laag niveau, door een combinatie van stijgende welvaart en sterke sociale controle door de zuilen. Toen die sociale controle wegviel, nam de criminaliteit meteen toe. Het aantal geregistreerde delicten per 100 duizend inwoners steeg van 1.200 in 1965 naar 7.500 in 1980. Daarna vlakte de groei sterk af, tot 8.000 delicten per 100 duizend inwoners in 2000. De laatste jaren daalt de criminaliteit als geheel, maar neemt het aantal geweldsmisdrijven toe.

Merkwaardig genoeg leidde de toename van de criminaliteit niet tot een tempering, maar juist tot een radicalisering van het optimisme. Zo wilde hoogleraar Louk Hulsman het strafrecht helemaal afschaffen. Hij bagatelliseerde criminaliteit als een voorbijgaand voorschijnsel, net zoiets als ‘zindelijk worden’. Bovendien stond misdaad niet altijd voor kwaad. Soms was het ook een broodnodig protest tegen ‘verstarde structuren’, vond Hulsman. De droom van de opbouw van een perfecte gemeenschap werd verruild voor het streven naar maximale individuele vrijheid. Bij die cultuur hoort een heel ander mensbeeld en een heel andere kijk op de dader. De nadruk ligt op individuele verantwoordelijkheid. Wie zich niet aan de wet houdt, moet zelf de consequenties maar dragen. Terwijl het begrip voor de dader sterk afnam, is de compassie met het slachtoffer enorm toegenomen. Gemeenschappelijke morele kaders van religie en ideologie zijn grotendeels verdwenen, stelt sociaal-psycholoog Boutellier. Identificatie met het slachtoffer is overgebleven als een morele categorie waarover alle burgers het eens kunnen zijn, een bron waarop een hedendaagse moraal kan worden gefundeerd.

Omdat het geloof in de maakbaarheid van de samenleving is verdwenen, wordt criminaliteit ook niet meer beschouwd als een vlekje dat nog moet worden weggewerkt, maar als een teken van teloorgang en controleverlies, misschien zelfs als een voorbode van de naderende ondergang. Wat ooit lichtvaardig werd beschouwd als ongemak of onvermijdelijk bijverschijnsel van een moderne samenleving, leidt nu al snel tot morele paniek.

In zo’n klimaat worden zware straffen niet alleen gezien als een hoogst noodzakelijke vergelding, maar ook als een manier om de samenleving weer onder controle te krijgen.

Helaas is er weinig bewijs voor dat het ook zo werkt. Het idee dat zware straffen afschrikken, is gebaseerd op de veronderstelling dat daders een rationele afweging maken: ze wegen de voordelen van een misdrijf af tegen de straf.

Groei van de criminaliteit
Sommige daders doen dat ook, zij het op een andere manier dan de voorvechters van zware straffen zouden willen. Vaak is de pakkans zo klein, dat daders de gok best willen wagen. Politie en justitie hebben de groei van de criminaliteit niet kunnen bijbenen. In 1960 werd 90 procent van de geweldsmisdrijven opgehelderd, in 1999 nog maar 45 procent. Het ophelderingspercentage voor alle misdrijven daalde van 55 naar 15 procent. De beste manier van criminaliteitsbestrijding is het verhogen van de pakkans, maar dat is ook de moeilijkste.

Veel daders maken echter helemaal geen rationele afweging. ‘Veel misdaden worden in een impuls gepleegd’, staat in een rapport over afschrikking van het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘Ze worden gepleegd door overtreders die van moment tot moment leven; hun misdaden zijn net zo impulsief als de rest van hun lamlendige, trieste en pathetische levens.’

Het is natuurlijk uiterst moeilijk te onderzoeken of zwaarder straffen effectief is. Stel dat de criminaliteit inderdaad daalt: ligt dat aan de strengere straffen of door allerlei andere economische of culturele veranderingen?

Amerikaanse criminologen zijn in het algemeen sceptisch over de vraag of zwaarder straffen helpt. Zo hebben zij nooit een verband kunnen vinden tussen de herinvoering van de doodstraf en het niveau van de gewelddadige criminaliteit. In Californië werd in 1994 de three strikes out-wetgeving geïntroduceerd. Wie voor de derde keer wordt veroordeeld – het doet er niet toe waarvoor – verdwijnt levenslang achter tralies. De wet leidde tot curieuze situaties, waarin mensen levenslang kregen na het stelen van een reep chocola.

De criminaliteit in Californië is sterk gedaald, maar volgens de criminoloog Zimring valt niet te bewijzen dat three strikes out daarvan de oorzaak is. De misdaad begon al te dalen aan het begin van de jaren negentig. Three strikes out leidde niet tot een trendbreuk. In New York nam de criminaliteit nog sterker af dan in Los Angeles, in Chicago overigens weer minder.

Wetenschappers uit de economische hoek hebben modellen gebouwd, waarin de verschillende oorzaken voor de daling van de criminaliteit worden ontrafeld. Zij komen tot de conclusie dat langere gevangenisstraffen wel degelijk helpen. Zo stelt de bestuurskundige William Spelman dat de daling van de criminaliteit in de Verenigde Staten voor ruim een kwart kan worden verklaard door de expansie van het gevangeniswezen.

Rotte appels verwijderen
Veroordeelde misdadigers krijgen in elk geval enige tijd geen kans om misdrijven te plegen. Natuurlijk wordt hun plaats op straat vaak ingenomen, maar niet altijd. Het loont om rotte appels uit de maatschappij te verwijderen, aldus Spelman. Bovendien kan er sprake zijn van een afschrikkingseffect op potentiële daders.

Toch wordt ook in Spelmans model nog altijd driekwart verklaard door heel andere factoren, die vaak niets met politie of justitie te maken hebben, zoals de opbloei van de economie, een dalend aantal jongeren en veranderingen in de drugscultuur (alcohol en marihuana in plaats van crack.)

Bovendien wordt een hoge prijs betaald voor het opsluiten van zo veel criminelen. In Californië wordt tegenwoordig meer geld uitgegeven aan gevangenissen dan aan hoger onderwijs. Ook de Leidse rechtseconoom Ben van Velthoven komt in het tijdschrift Justitiële Verkenningen tot de conclusie dat gevangenisstraf effect heeft, maar dat de kosten hoog zijn. Om de criminaliteit in Nederland met 25 procent terug te dringen, moeten de gevangenisstraffen met 80 procent worden opgevoerd. Het is een algemeen cijfer, benadrukt Van Velthoven, dat niets zegt over specifieke vergrijpen, zoals het aanvallen van hulpverleners.

Zo is de wetenschap verdeeld. Criminologen zien doorgaans niets in zwaarder straffen, economen vinden wel een effect, maar hun conclusies worden weer bestreden door criminologen die niet geloven dat de werkelijkheid zich in een economisch-wiskundig model laat vangen. Eén ding is echter zeker: ook als we de economen geloven, is de afschrikwekkende werking van zwaarder straffen beperkt.

Mede daarom moet zware straffen pragmatisch en selectief worden toegepast. Hardnekkige criminelen, hooligans of daders van een ernstig misdrijf moeten zwaar worden bestraft om het maatschappelijk rechtsgevoel te herstellen. Meelopers en gelegenheidsdaders van relatief lichte vergrijpen moeten uiteraard wel worden aangepakt, maar verdienen ook een nieuwe kans, zeker als zij jong zijn. Door een overdreven harde aanpak worden zij juist in het criminele kamp gedreven.

De toegenomen compassie met het slachtoffer is zeker een vooruitgang. Toch moeten we ons, hoe moeilijk ook, in sommige daders kunnen inleven. Bijvoorbeeld in jongeren die in een ruige buurt opgroeien en stoer willen doen onder druk van de groep. Of in doodgewone jongens die op een uitgaansavond te veel drinken en iets vernielen of bij een vechtpartij betrokken raken.

Als er minimumstraffen worden vastgelegd, of als daders van openlijke geweldpleging automatisch een jaar cel krijgen, kan de rechter geen onderscheid meer maken tussen doorgewinterde hooligans en daders die een keer de fout in gaan.

Straf hard, maar selectief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden