InterviewHans van Zetten

Hans van Zetten: ‘Epke Zonderland bracht me in zo’n staat van euforie dat ik buiten mezelf trad’

Wat zijn dit voor vragen? Sportcommentator Hans van Zetten krijgt elf dilemma’s voorgeschoteld naar aanleiding van het onlangs verschenen boek Hij staat! Verhalen uit het turnleven van Hans van Zetten

Hans van Zetten. Beeld Frank Ruiter

Epke Zonderland of Sanne Wevers? (1)

‘Epke. Omdat hij zoiets bijzonders bij me losmaakte in 2012, toen hij olympisch goud won, dat mensen het me nog naroepen op straat: ‘Hij staat!’ Wat Epke deed op de rekstok, drie vluchtelementen aan elkaar verbinden, was uniek. Het bracht mij, met al mijn ervaring als turner, coach en commentator, in zo’n staat van euforie dat ik buiten mezelf trad. Daardoor wist ik ineens niet meer hoe die elementen heetten: Cassina, Kovacs en Kolman. ‘Nu komt het’, zei ik. ‘Daar is de eerste, en de tweede, en de derde. Jawel, hij heeft het geflikt!’

‘Na de finale kon ik me bijna geen woord herinneren, behalve mijn eerste zin: ‘De komende minuut gaat het leven van Epke veranderen.’ Toen ik de beelden en het commentaar zag, was ik tevreden. Tot de dag van vandaag word ik opgewonden als ik dit hoor: ‘Hij staat! En ik sta ook! Ik ga helemaal uit mijn dak!’

Dansles of kaartavondje?

‘Dansles! Ik mis het zo dat ik door de coronacrisis niet kan stijldansen. In mijn opleiding als turncoach kreeg ik al balletles. Ik ben een groot liefhebber, ga naar elke voorstelling van Het Nationale Ballet. Stijldansen doe ik pas vijf jaar. Ik ga op vrijdag én zaterdag naar les, en naar vrijwel elk bal. Omdat ik zo veel dans, heb ik inmiddels twee vaste danspartners. We doen de Engelse wals, de tango, de chachacha, de rumba, de jive. Zo goed mogelijk, we zijn kritisch op onszelf. Daarom rol ik sinds ruim een maand minstens één keer per week het vloerkleed in mijn huiskamer op, om te oefenen. In mijn eentje, helaas. Ik raad iedereen van mijn leeftijd, 71 jaar, aan te gaan dansen. Het geeft zo veel plezier.’

Voor of achter de schermen?

‘Het gaat om de turners, niet om mij. Zij moeten in beeld zijn, ik ben slechts de stem, de duider. Achter de schermen, dus. Waarom er nu dan een boek over me uitkomt? Dat heb ik jarenlang tegengehouden. Ik vond het onzin, tot ik kennismaakte met een van de schrijvers: journalist Marijn de Vries. Zij is topsporter geweest; wielrenner. En ze is een vrouw; die hebben vaak meer gevoel bij een artistieke sport als turnen. Het klikte met haar en co-auteur Lidewey van Noord, die ook sportjournalist is.

‘Ik voel me ambassadeur van het turnen. Het boek van deze schrijvers, over bekende turners en mijn privéleven, is een eerbetoon aan deze sport en mijn familie. Mijn ouders waren coach bij Pro Patria Zoetermeer, een hoog aangeschreven turnclub. Mijn zusje Marianne en ik gingen als kleuter al naar gym. Turnen was ons leven. Ik was tweede van Nederland bij de junioren, maar moest stoppen door een knieblessure. Marianne was beter. Kort voor de Spelen van 1972 raakte ze geblesseerd. Ze had het niveau, maar heeft haar olympische droom nooit waar kunnen maken. In 1980 overleed ze, op haar 28ste, aan een hartspierontsteking.’

Commentator of beroepsmilitair?

‘Als beroep? Beroepsmilitair ben ik achttien jaar geweest. Ik was gespecialiseerd in luchtverdediging en air space management. Ik heb er een boek over geschreven en gaf les aan het Instituut Defensie Leergangen. Luchtverdediging an sich gaat over het neerhalen van vijandelijke toestellen, en hoe je voorkomt dat je wordt geraakt. Je moet veel afstemmen met anderen, zoals troepen die vuursteun geven. Het is een mooi, complex vak. Maar ik kies commentator. Dat houd je het langst vol, dat is mijn passie. Als ik op de commentaarpositie zit, bij turnen of kunstrijden, ben ik in m’n element.’

Militair gala-uniform of wit overhemd met strik?

‘Ik vind het leuk met mijn kleding een bijzondere dag te markeren. Op dagen dat een Nederlandse turner in een grote finale staat, trek ik een keurig wit overhemd aan met een feestelijke strik: oranje of roodwitblauw. Dan weet ik: dit wordt een bijzondere uitzending. En als ik naar het Sportgala ga, draag ik altijd mijn militaire gala-uniform. Vrouwen op het Sportgala dragen prachtige creaties, mannen zien er allemaal hetzelfde uit, in black tie. Behalve ik. Dat vind ik leuk, en ik krijg best veel complimenten. Op die manier laat ik ook zien dat ik trots ben op het leger, als luitenant-kolonel buiten dienst.’

Epke Zonderland of Sanne Wevers? (2)

‘Voor mij was de cirkel rond toen Sanne in 2016, vier jaar na Epke, olympisch goud won op de evenwichtsbalk. Een Nederlandse kampioen bij de mannen én vrouwen. Dat was vroeger echt ondenkbaar. Ik vond het fantastisch.

‘Als commentator voelde ik tijdens Sannes finale niet dezelfde euforie als bij Epke. Dat kan niet bij een balkoefening, daarin gaat het vooral om balans en precisie. Bij haar was ik ‘in control’. Dat hoor je. Als Sanne het einde van haar oefening nadert, begin ik al te duiden: dat ze optimaal presteert, dat ze een olympische droom heeft die ze tot volle bloei aan het brengen is. Even later bleek dat ze op dat moment de beste was.’

Objectief of subjectief commentaar?

‘Als een landgenoot aan de beurt is, zoals Sanne, zie ik mezelf als de voorpost van het Nederlandse volk. Kijkers willen dat zij wint. Ik ook. Voor hun finales was ik nerveus. Zouden ze het wel goed doen? Waarom zou ik me dan afstandelijk opstellen? Ik zit er als supersupporter.

‘Toen ik begon, 34 jaar geleden, kreeg ik het advies me de volgende scène in te beelden: ik loop met een vriend het café in en we zien een tv hangen waarop een turnwedstrijd bezig is. Dan zegt hij: hé, jij hebt daar toch verstand van? Wat ik in die situatie zou doen, is de essentie: uitleggen wat in beeld gebeurt. Dat een turnster even haar balans verliest op de balk, en daarom een halve punt aftrek zal krijgen. Dat een turner zijn armen niet voldoende strekt aan de rekstok. Dat je na een sprong geen ‘na-hup’ moet maken. Hoe beter de kijker het begrijpt, hoe meer hij kan meeleven.’

Directief of empathisch?

‘Nu ben ik empathisch, vroeger niet. Ik was ontzettend ambitieus, als jonge trainer. Als turnsters klaagden dat ze te weinig tijd hadden om te oefenen, zei ik: ‘Hoezo? Er zit 24 uur in een dag.’

‘In 1977, toen ik bondscoach van Jong Oranje was, heb ik een vreselijke fout gemaakt. De situatie was dat ik moest bezuinigen en met veel moeite een choreograaf had geregeld voor de vloeroefening van een 15-jarige topturnster. Het ging mis toen die turnster zei dat de muziek niet goed was. We kregen ruzie en ik raakte zo gefrustreerd dat ik haar een klap gaf. Ik schrok er zo van dat ik meteen naar buiten liep. Ik heb er lang niet met haar over gesproken. Pas in 2011, op een reünie, heb ik haar publiekelijk mijn excuses aangeboden.’

Jong turntalent: stimuleren of faciliteren?

‘Faciliteren. In de documentaire Turn van Ester Pardijs, die vorig jaar te zien was bij de NPO, zie je hoe het níét moet: ouders die overal achteraan gaan zodat hun zoontje van 10, 11 jaar blijft doorgaan met turnen. Ze waren veel intrinsieker gemotiveerd dan dat knulletje. Zulke talenten haken uiteindelijk af, omdat ze de druk niet meer aankunnen.

‘Er zijn kinderen die al op jonge leeftijd precies weten wat ze willen en heel ijverig zijn. Die ontzeggen zichzelf feestjes, om te trainen of zichzelf te sparen. Als ze dat zelf willen, zie ik geen bezwaar. Maar dat zijn uitzonderingen. In andere gevallen zeg ik: ga naar die verjaardag. Als ouder en coach moet je erop letten dat sociale banden van kinderen in stand blijven, want van al die talenten haalt maar een enkeling de top.’

Sterven in het harnas of stoppen op het hoogtepunt?

‘Ik doe vrijwilligerswerk, ben VVD-voorzitter in Ermelo. Ik wil actief blijven totdat ik dood ben. Maar als ik mijn werk bij de NOS niet goed meer kan doen, stop ik. Ik sta nog gewoon ingepland voor de Spelen in Tokio, in 2021, en de Winterspelen in Peking in 2022. Daarna kijken we verder. Ik leg de lat hoog. In Tokio moet ik het nog beter doen dan vorige keren, vind ik.’

Moeten peuters veel of weinig bewegen?

‘Veel! Ik ga elke week gymmen met mijn kleindochter Elisa. Ze is 3 jaar. We gaan met z’n tweeën op speelplaatsentour. Dan komen we van alles tegen dat uitnodigt tot bewegen: een schommel, een klimrek, een wip. Ik leer haar ook gooien en vangen, met een pittenzak. Die is makkelijker te vangen, want die vormt zich naar je hand. Als ze groter is, gaan we verder met een softbal, kastiebal, voetbal en een basketbal. Alles ligt klaar in mijn schuur. Als oud-gymleraar weet ik dat elke sport gebaseerd is op een grondvorm van bewegen. Hoe veelzijdiger de basis van een kind is, hoe meer zelfvertrouwen het heeft. Als Elisa groot is, kan ze alles doen wat ze wil. Dat is toch geweldig?’

Lidewey van Noord en Marijn de Vries: Hij staat! Verhalen uit het turnleven van Hans van Zetten. Overamstel Uitgevers; € 21,99.

HANS VAN ZETTEN

1948 Geboren op 18 oktober in Leiden

1965 Tweede NK junioren olympische meerkamp

1975-80 Docent lichamelijke opvoeding

1977-80 Coach Jong Oranje, landelijk trainingscoördinator KNGV

1980-86 Bondscoach vrouwenturnteam

1986-94 Turnverslaggever NRC Handelsblad

1986-nu Sportcommentator NOS

1987-2004 Diverse functies bij Defensie

2001 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

2005-10 Gemeenteraadslid VVD, Leersum, Utrechtse Heuvelrug

2012 Theo Koomen Award, beste sportverslag

2015-nu Voorzitter VVD, afdeling Ermelo

Hans van Zetten is vader van twee zoons.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden