Hans deed iedere dag een goede daad, 100 dagen lang

Een goede daad per dag, honderd dagen lang. Hans Heuvelmans deed het voor anderen, ja, maar ook voor zichzelf.

Beeld Noël Loozen

Hij hoort ze weleens op straat in het dorp: 'Hé Hans, hoe lang moet je nog?' Of: 'Hé, daar is Hans, de goede-dadenman.' Maar Hans is klaar, sinds vorige week. Honderd dagen op rij heeft hij een goede daad verricht. Geen wereldschokkende daad, maar een kleine, fijne, liefdevolle daad. Zelf bedacht, spontaan gedaan of uitgevoerd naar een idee van een ander. Het was best moeilijk, want honderd dagen is lang.

Hoe het begint met Hans? In de trein, op weg naar zijn werk in Sittard, leest hij over een man die goede daden verricht, die rigoureus breekt met zijn levensstijl, die alle rijkdom achter zich laat. Diegene pakt het meteen heel groot aan. Helpen in India en zo. Maar Hans komt uit Sint Joost, in Midden-Limburg, en dat is geen India. Hij wil ook helemaal niet naar India. Sint Joost is al groot genoeg voor hem. Maar het principe, het plan, dat staat hem aan. Al dat negatieve nieuws, hij kan het bijna niet meer verdragen. De aanslagen, de oorlogsdreiging. Als hij de krant leest, krijgt hij depressieve gevoelens. En: op het perron staat iedereen op het schermpje van zijn telefoon te turen. Als de deuren van de trein opengaan, drommen ze meteen naar binnen zonder eerst de anderen naar buiten te laten. Zo is Hans niet opgevoed. Hij staat in het openbaar vervoer op voor een oud vrouwtje. Dingen die hij gewend is, lijken te verdwijnen uit het straatbeeld.

Hij zegt dus thuis tegen Nicole, met wie hij 25 jaar getrouwd is, dat hij dat ook wel wil: goede daden verrichten, elke dag eentje. Honderd dagen lang. Groot zijn in het kleine gebaar.

Nicole zegt dat het wel lang is, honderd dagen, maar ze belooft hem te helpen. Ze werkt zelf in de zorg, het idee spreekt ook haar aan.

Op een dag wandelt Hans naar zijn vader. In de buurt van het zwembad in Echt ziet hij zo'n herdenkingsplekje voor iemand die bij een ongeluk om het leven is gekomen. Alle relikwieën liggen verspreid. Hij raapt de spulletjes bij elkaar en legt ze netjes neer. Hij steekt theelichtjes aan, hangt de foto recht en schikt de bloemen. Als hij thuiskomt, zegt hij tegen Nicole dat hij is begonnen met de honderd dagen.

Beeld Noël Loozen

Podiumdier

Hans is een echte Limburger. Een vrolijke jongen. Vroeger was hij een goede voetballer bij RIOS'31. Razendsnel. Rechtsbuiten. Hij werkt al jaren bij verzekeringsmaatschappij CZ, in Sittard. Met Nicole treedt hij, zeker rond carnaval, veelvuldig op als het duo de Vlaegelkes, band-parodie. Hans is verknocht aan Limburg, aan Sint Joost ook, het dorp waarnaar hij is verhuisd, op een paar kilometer van zijn ouderlijk huis. Hij draait soms muziek in café 't Heukske. Dan heet hij dj Keuf. Keuf is zijn bijnaam, vanwege de eu in zijn achternaam en zijn vroegere kuif. Hij doet overal aan mee. Hij was jarenlang de drijvende kracht achter het carnaval. Hij is oud-prins. In Sint Joost kent iedereen Hans, en Hans kent iedereen.

Hij denkt veel na over de honderd daden. Nicole draagt ideeën aan. Sommige plannetjes ontstaan spontaan, voor andere krijgt hij tips.

Hierbij kijkt hij terug op een aantal van zijn favoriete daden in de afgelopen honderd dagen.

Hij bezoekt Sjra Schulpen uit Ohé en Laak, een man van 92 jaar bij wie Nicole jarenlang thuiszorg deed. Schulpen is een aparte, dankbare, lieve man. Hij had de gewoonte om de diepvrieskist te ontdooien met een verfbrander. Hij heeft gebeld. Of Hans de aardbeienplanten uit de grond wil halen, want Schulpen is echt te oud om dat nog zelf te doen. Hij kookt ook al niet meer, sinds kort, terwijl hij vroeger zijn fruit inmaakte en zijn eigen potje kookte. Hij gaat snel achteruit. Terwijl Hans druk bezig is, loopt Schulpen met zijn rollator en zuurstoftankje de tuin in. Om in tranen uit te barsten, omdat hij in één moment terugkijkt op zijn leven en dankbaar is voor de hulp van Hans, nu hij op zijn kwetsbaarst is.

Doe iets

De belofte om elke dag een goede daad te verrichten, is bekend uit de padvinderij of scouting. Voor de oorlog circuleerde het boekje De goede daad van Pim de padvinder. Maar je hoeft geen groene bloes aan te trekken om de mensheid een handje te helpen. Dertiger Rachel van de Pol besloot - net als menig generatiegenoot, het lijkt een trend - ook dagelijks een goede daad te doen. In haar Hedendaags heldenboek, 365 manieren om de wereld te redden (of in elk geval een klein beetje) zijn ze terug te vinden. Typisch Nederlands is de goededadendrang natuurlijk niet. Al 93 landen zijn aangesloten bij de Good Deeds Day, die elk jaar anders valt, in 2018 op 15 april.

Hans biedt aan om de kinderen van basisschool Maria Goretti te helpen met de traditionele musical van groep 8. Eigenlijk wil hij één keer tips geven, maar uiteindelijk is hij drie, vier keer aanwezig. Hij heeft een klik met de kinderen, hij moedigt ze aan achter de coulissen. Hij, als podiumdier, vertelt aan verlegen jongens dat ze eens een hupje kunnen proberen, een beetje flair kunnen tonen, een danspasje. Het hoeft allemaal niet zo serieus. Ze danken hem na de musical voor het vertrouwen dat hij ze heeft geschonken.

Hans helpt vier uur mee bij de kookclub in het nieuwe Patronaat, het gemeenschapsgebouw. Voor 7,50 euro kunnen ouderen een middag koken. En later eten. Hij staat de halve middag gehaktballen te draaien.

Tijdens de vakantie in Zeeland springt Hans opeens van de fiets omdat hij een eend met kuikens ziet oversteken. Hij houdt auto's tegen. Hij loopt met de kuikens mee tot ze veilig aan de overkant zijn. Op dezelfde dag helpt hij de gemeentewerkers met het schoonmaken van het strand.

Hans brengt gevulde koeken naar woonzorgcentrum Herbergier in Sint Joost, waar ouderen met geheugenproblemen wonen.

Als de temperatuur boven de 30 graden schiet, trakteert Hans op een ijsje bij het Thomashuis voor bewoners met een verstandelijke beperking. Het is nog best lastig om deze daad te verwezenlijken. Hij fietst met de ijsjes naar huis, legt ze nog even in de diepvries, om zich dan snel te melden bij het Thomashuis. Als hij vertrekt, krijgt hij een klaterend applaus.

Hans is als eerste aanwezig bij de schoonmaakdag van de voetbalclub, waar hij tevens de eerste training zal verzorgen van de nieuwe vrouwenploeg.

Met de Vlaegelkes treden Nicole en hij op, waarbij de opbrengst voor de voedselbank is.

Om 10 uur in de ochtend meldt hij zich in het Theresia-kapelletje in Sint Joost, waar hij een oudere man helpt met het verwijderen van kaarsvet. Hij krijgt uitleg over alle wederwaardigheden van de kapel.

Zo gaat dat door, elke dag weer. Honderd dagen lang. Sommige ideeën wijst hij af. Sleuven graven of zo, dat gaat hem te ver.

Paniekaanvallen

Dat Hans tot deze actie komt, is geen toeval. Zorgzaamheid zit in hem, en ook in Nicole trouwens. En hij heeft de laatste jaren iets te veel leed beleefd. Hans ziet zijn moeder Annie aftakelen na een herseninfarct. Met zijn vader Hein en zus Conny verzorgt hij haar bijna tien jaar. Ze zijn hecht als gezin. Hans rijdt elke dag naar het ziekenhuis, soms wel drie keer op een dag. Het lot van zijn moeder vreet aan hem. Hij voelt zich machteloos. Zijn moeder was opgenomen met dikke voeten, maar door de bloedverdunners is vermoedelijk een bloedpropje naar de hersenen geschoten. Ze is te laat gevonden om goed te kunnen herstellen.

Zijn leven staat op zijn kop. Hij is altijd vrolijk geweest, maar onder die inborst schuilt ook een andere kant. Zo is hij dwangmatig. Elke dag schuift hij de afstandsbediening wel zes keer op zijn plek, om één voorbeeld te noemen. Alles is piekfijn thuis. Nicole en hij hebben een Mexicaanse tuin, met een echte palmboom. De emmer bij Hans loopt over. Dat dwangmatige breekt hem op als het programma te vol raakt. Hans kan geen 24 uur per dag bij zijn moeder zijn, ook niet als ze weer bij zijn vader thuis is, maar hij denkt steeds aan zijn ouders. Zijn vader Hein is op bepaalde gebieden onzelfstandig. Hij vindt het al moeilijk om een treinkaartje te kopen in zo'n machine.

Met Nicole wil Hans graag kinderen, maar het lukt niet. Twee zwangerschappen zijn voortijdig afgebroken. Er gebeurt zo verschrikkelijk veel in dat kleine dorp. Een kennis, verteerd door liefdesverdriet, wurgt zijn zoon en hangt zichzelf in de gevangenis op. Een andere kennis werpt zich voor de trein. Hans kan de cirkel van leed niet doorbreken. Zijn vader wil zijn moeder niet naar het verzorgingstehuis brengen. Hij wil bij haar blijven, in hun speciale woning. Maar elke dag is er wel iets. Epileptische aanvallen. Problemen met de ontlasting. Allebei de benen van zijn moeder zijn geamputeerd. Hans kan het bijna niet meer aanzien. Nooit gebeurt er nog iets leuks. Ja, als ze samen gaan eten bij de Griek in het dorp, dan ziet hij zijn moeder even opfleuren.

Beeld Noël Loozen

En in Sint Joost weten ze hem te vinden. Hij is gek van de Tour de France. Daar weet hij alles van. Als iemand wil meedoen aan de Tourtoto, komt hij bij Hans. Of die nog tips heeft. Altijd is er iets. Hij is een soort Hans-pro-deo. Zijn optredens met de Vlaegelkes zijn in die moeilijke tijd ook een vlucht. Op het podium verstopt hij zijn verdriet achter een masker. Alleen daar glorieert de clown Hans nog.

Hans krijgt een burn-out, ook omdat hij nergens nee tegen zegt. Zijn moeder overlijdt in februari 2015. Op het eind weegt ze nog 33 kilo. Een paar maanden na haar dood, als hij denkt hersteld te zijn van zijn burn-out, gebeurt het: hij krijgt geen lucht meer op het station. Zijn bloeddruk is 220. Hij heeft paniekaanvallen.

En dus mag hij een tijdje helemaal niets meer. Hans denkt na. Hij wandelt veel en ontdekt dat hij een gevoelige perfectionist is, dat hij slecht kan omgaan met tegenslagen. Op een dag loopt hij door het Kranenbroek, het grote bos in de buurt. Zit hij daar op een bankje, om 10 uur in de ochtend. En hij beseft dat het een beetje vreemd is, een werknemer van een verzekeringsmaatschappij die om 10 uur op een dinsdag op een bankje in het bos zit. Dan kijkt hij naast zich. Hé, jij ook? En jij ook?

Gemoedsrust

Het klinkt zweverig, maar mindfulness heeft hem geholpen. Terug naar de basis. Oefeningen doen, leven in het moment. Wandelen. Luisteren naar de vogels. Hans herstelt. Misschien zijn die honderd daden ook wel een afsluiting geweest van een moeilijke periode. Wat hij mooi vindt: in zijn favoriete restaurant ontmoet hij burgemeester Hessels van Echt-Susteren. Hans vertelt hem dat een stoplicht op een gevaarlijke kruispunt kapot is, dat het goed zou zijn dat snel te repareren. Een dag later krijgt hij op Facebook een vriendschapsverzoek van de burgemeester, met een lief berichtje.

Hans heeft al die goede daden ook voor zichzelf uitgevoerd, voor zijn gemoedsrust. Natuurlijk wilde hij om te beginnen iets doen voor anderen. Dat zal ook zo blijven, maar niet meer per se elke dag. Hij hoeft niet meer af te tellen, van honderd dagen naar nul. Hij heeft ook geen verheven boodschap. Wat hij wil zeggen, is simpel: wees attent. Loop eens bij iemand binnen die alleen is. Geef eens een compliment. Stuur een kaartje. Help elkaar een beetje.

Dat is alles eigenlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden