Hamerzwaaien voor de heilige

Op 23 juni werkt Porto even niet. Dan dansen de Sint-Janvierders door de straten en slaan elkaar saamhorig met plastic hamers op het hoofd....

De maand juni is in de Portugese havenstad Porto de feestmaand. In de aanloop naar het oude stadsfeest São João viert Porto en ommeland wekenlang het festas da cidade met allerhande festivals en culturele evenementen.

Hoogtepunt is São João op 23 en 24 juni, het Sint-Jansfeest dat de katholieken in naam van Johannes de Doper vieren, maar dat in pre-christelijke tijden een zonnewendefeest was. Gebruiken als het zwaaien met zaadpluimen van knoflook en het springen over de vreugdevuren verwijzen daar nog naar.

Kom je een paar dagen eerder in Porto, kun je de voorbereidingen meemaken. In elke wijk worden de straten en huizen versierd met kleurige linten en iedereen werkt zich het vuur uit de sloffen voor de zogeheten cascatas, de replica’s van heiligen, maar ook van complete stadstaferelen die allemaal meedingen naar de jaarlijkse prijs voor de mooiste en de beste.

Op de dag zelf zie je rond het middaguur de verkopers met enorme zakken martelaos, veelkleurige plastic hamers die in plaats zijn gekomen van de zaadpluimen waarmee de Sint-Janvierders elkaar saamhorig op het hoofd slaan, vooral als ze iemand leuk vinden. Op alle straathoeken kun je ze kopen, een kleine martelao voor een euro, een grote voor tweeënhalf.

Langs de Cais da Ribeira – de rivierkade – installeren verkopers zich achter stapels blikjes, bovenop grote vaten bier, rond roosters walmende sardinhas. Op de Douro dobberen volgeladen bootjes vrolijk heen en weer.

Tegen het eind van de middag stroomt de stad langzaam vol. Het verkeer komt vast te staan. Uit autoraampjes steken plastic hamers. Treinstation São Bento blijft mensen de stad inspugen.

Op alle pleinen bouwen mannen aan podia, uit geluidsboxen klinken opgewekte deuntjes in afwachting van de live-bands die er later op de avond optreden. In de restaurants zitten uitgelaten families aan lange tafels. Voor wie aan traditie hecht – en dat doen Portugezen – staat het menu vast: caldo verde, vinho verde, sardinhas – boerenkool-met-worst-soep, jonge witte wijn, geroosterde sardientjes.

Buiten schuiven rijen mensen lachend langs elkaar. Vanuit de rijen schieten de martelaos lukraak alle kanten op, om terecht te komen op hoofden van nietsvermoedende tegenliggers. Bij elke klap geeft de hamer een hoog piepje als toegift. De nacht is vol piepjes.

Tegen elf uur staan de kades langs de Douro en de steegjes daarboven mudvol. Aan de overkant hetzelfde. Heel Porto staat op dezelfde vierkante kilometer. Hoog in de lucht zweven ballonnetjes. Op de dubbele brug over de Douro rennen mannen druk heen en weer met fakkels en portofoons ter voorbereiding van de grote vuurwerkshow. Als de eerste vuurpijl uiteen spat, weerkaatsen duizenden ‘oohs’ en ‘aahs’ tegen de berghellingen. De brug staat in vuur en vlam, vanaf pontons en roeibootjes op het water schieten vuurpijlen een half uur lang synchroon de lucht in. Dan klinkt een braaf applaus en zet de massa zich in trage beweging. Plotseling is er een reprise van het vuurwerk. Met luid geknal wordt de hemel nog minutenlang bont gekleurd, maar daar kijken de meesten niet meer van op.

Vanaf een podium aan de overkant breekt Portugese house los. Een juichende menigte host er met geheven martelaos omheen. Op de noordoever hijsen grote groepen feestgangers zich bergop naar de vele podia en feesten elders in de stad. Tot diep in de nacht blijven sardientjes walmen en tappen stromen. Jongeren springen over illegale vreugdevuren op straathoeken, nadat ze met hun ogen dicht een zomerwens hebben gedaan, tot de brandweer komt om het vuur te blussen. Nachtbrakers zetten het feest in het ochtendgloren voort op de stranden ten westen van de stad. Alle anderen gaan in het donker terug huis, nu en dan begeleid door aarzelende piependjes van landerige martelaos.

De dag erop is de officiële vrije dag, om de feestroes uit te slapen, wat te flaneren langs de kades en te kijken naar de jaarlijkse regatta van de barcos rabelos, de houten boten waar vroeger de port mee werd vervoerd. Dan keert langzaam weer de rust terug die Porto door de rest van het jaar kenmerkt.

Lissabon speelt, Porto – havenstad met flink wat industrie – werkt, luidt een Portugees gezegde. Ook dan is Porto overigens de moeite waard. In de jaren negentig heeft de EU veel geld gepompt in de restauratie van de oude binnenstad, met Romeinse en Middeleeuwse monumenten die de werelderfgoedstatus rechtvaardigen. Porto mist misschien de flamboyante uitstraling van Lissabon en de zon van de Algarve, maar de stad heeft veel te bieden van wat het stadsbestuur graag autenticidade noemt: mooie oude winkeltjes, prachtige steile steegjes, een magnifieke ligging aan de Douro en ’s zomers een koele zeebries. Het achterland heeft bovendien historische stadjes aan brede rivieren, lange lege stranden en het natuurpark Serra Peneda, waar het ideaal bergwandelen is.

Alleen de gloednieuwe metrolijn die in 2004 bij de grote opknapbeurt ter gelegenheid van het Europees kampioenschap voetbal werd aangelegd, reikt net niet tot de eveneens splinternieuwe luchthaven. Daar kunnen ze in Porto nog altijd flink over klagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden