Half Nederland slikt pilletjes voor de zekerheid: hoe verstandig is dat?

De voor- en nadelen van voedingssupplementen

Half Nederland slikt vitaminepillen of andere voedingssupplementen. Van het Voedingscentrum hoeft het meestal niet en de wetenschap biedt weinig houvast - al is wel zeker dat het veelgehoorde 'baat het niet, schaadt het niet' niet altijd opgaat.

'Hoe lager mensen zijn opgeleid, hoe meer hun prioriteiten bij dagelijkse beslommeringen liggen.' Foto Janssen R.

Elke dag 1.000 milligram vitamine C en een multivitamine voor het algehele welbevinden, een capsuletje visolie omdat ze te weinig vette vis eet, calciumtabletten want ze is geen melkfan, magnesium om kramp na het sporten te voorkomen, cranberrytabletten tegen die jaarlijkse blaasontsteking, vezelcapsules voor een gezonde darmwerking, vitamine D omdat ze amper zon vangt en zo gaat de lijst nog even door.

'Ik ben een ik-denk-dat-ik-me-gezond-slik-vrouw', schrijft presentatrice Linda de Mol in het Linda-themanummer Heel Holland Slikt - en daarin staat ze beslist niet alleen. Uit de Voedselconsumptiepeiling van het RIVM, een periodiek onderzoek naar onze eetgewoonten, blijkt dat Nederlanders het slikken van pillen, capsules, poeders en drankjes met extra voedingsstoffen heel gewoon vinden. Tussen 2012 en 2014 slikte zo'n 42 procent van de Nederlanders supplementen, vooral in de wintermaanden.

Kinderen en ouderen

Vooral kinderen en ouderen zijn meer supplementen gaan slikken, zegt Astrid Postma-Smeets, voedingsexpert bij het Voedingscentrum. 'Onder oudere vrouwen is het percentage dat vitamine D slikt in 2012-2014 naar 48 procent gestegen, terwijl het de jaren daarvoor 37 procent was.'

De toename geeft het Voedingscentrum 'goede hoop' dat de meest recente Voedselconsumptiepeiling, die dit jaar uitkomt, aantoont dat een meerderheid van de oude vrouwen inmiddels wél hun supplementen slikt. Voor hen gelden namelijk suppletieadviezen, net als voor kinderen en zwangere vrouwen: adviezen die de Gezondheidsraad voor risicogroepen heeft opgesteld en waarover alle experts het eens zijn.

Hoewel het Voedingscentrum de bevindingen van de Gezondheidsraad naar concrete do's en don'ts vertaalt en daarmee een gezaghebbende instantie op het gebied van voeding is, volgen burgers die adviezen lang niet altijd op. Zo betwijfelt het instituut of niet-risicogroepen eveneens baat hebben bij voedingssupplementen, maar wordt ook in die gezelschappen gretig geslikt. Volgens marktonderzoeksbureau DVJ Insights vulde afgelopen november bijna 6 op de 10 van alle volwassen Nederlanders zijn voeding met supplementen aan, en lang niet alleen de risicogroepen.

Fabrikanten merken die populariteit ook: het Nederlandse chemiebedrijf DSM (wereldwijd de grootste producent) verkocht tot oktober 2017 8 procent meer voedingssupplementen dan het jaar daarvoor en volgens brancheorganisatie Neprofarm nam bij Nederlandse drogisterijen (die het overgrote marktaandeel hebben) hun omzet uit voedingssupplementen in 2016 met 2 procent toe. Online, waar de verkoop van supplementen steeds meer naartoe verschuift, zijn supplementen helemaal booming. De Nederlandse onlinemarktleider Body & Fit wist de afgelopen jaren met tientallen procenten te groeien en verkoopt meer dan 30 duizend producten op zijn website: wie vitamine C zoekt kan kiezen uit 316 pillen en poeders.

(Tekst gaat verder onder infographic).

Hoewel het Voedingscentrum de bevindingen van de Gezondheidsraad naar concrete do's en don'ts vertaalt en daarmee een gezaghebbende instantie op het gebied van voeding is, volgen burgers die adviezen lang niet altijd op. Foto Rein Janssen
Foto de Volkskrant.

'Pilletje zonneschijn'

Nederlanders slikken meestal multivitaminen en -mineralen en vaak ook vitamine C, maar vooral vitamine D, oftewel een 'pilletje zonneschijn', is duidelijk aan een opmars bezig. Alleen kinderen, ouderen en mensen met een donkere huidskleur wordt aangeraden extra D te slikken, onder meer tegen moeheid, maar ook bij andere groepen is het supplement populair. Waarschijnlijk spelen de oorzaken én bijbehorende klachten van een vitamine-D-tekort in op herkenbare overpeinzingen van de moderne mens, denken experts: natuurlijk vang ik door dit hondenweer/ mijn kantoorbaan/ die Netflixverslaving niet genoeg zonnestralen en ja, nu ik er zo over nadenk: ik ben inderdaad vaak moe.

Van de Nederlanders die supplementen slikken zegt tweederde het verschil te merken, en die tevredenheid is online goed zichtbaar. Wie op sociale media naar #vitamines en #minerals zoekt, treft daar geregeld foto's van supplementen aan, in plaats van voedsel waar die stoffen óók in zitten (sinaasappels of spinazie geven immers net zo'n energieboost). Nog zo'n teken aan de wand: op Instagram wordt de hashtag #supplements allang niet meer alleen gebezigd door bodybuilders die poseren met pillenpotten ter grootte van emmers, maar ook door influencers die hun ontbijtkommen met allerhande potjes en pillen flankeren. Voor je het weet volgt de rest van het #healthyliving-leger.

Volgens voedingsdeskundigen zijn supplementen van alle tijden - denk aan levertraan en Davitamon - maar stuwt de groeiende aandacht voor de invloed van voeding op onze gezondheid de consumptie verder omhoog. Hoewel pillen en poeders eerder een chemisch dan een ambachtelijk imago hebben, zijn we niet bang voor voedingssupplementen, zegt hoogleraar consumentengedrag Hans van Trijp (Wageningen Universiteit). Integendeel. 'De afgelopen decennia viert het 'reductionistische model' hoogtij: de gedachte dat je ons dieet simpelweg kan terugvoeren op nutriënten, voedingsstoffen dus. En ja, nutriënten kun je met pillen eenvoudig binnenkrijgen.'

Hans van Trijp, hoogleraar consumentengedrag.

Om die reden - en omdat het vaak om stoffen gaat die van nature in onze voeding zitten - vertonen we met supplementen eerder opportunistisch dan voorzichtig gedrag, zegt Van Trijp. Zo is onze liefde voor multivitaminen goed te vergelijken met de Nederlandse neiging tot oververzekeren, zegt de hoogleraar consumentengedrag. 'Bij verzekeringen wegen mensen vaak ook niet af wat ze echt nodig hebben, maar kiezen ze er gewoon eentje met algemene aansprakelijkheid. Een houding van: geen idee, laten we maar een beetje van alles doen.'

In dat opzicht zijn de interne gesprekken die Linda de Mol in haar tijdschrift met zichzelf voert - 'Jeetje, minder kans op alzheimer met vitamine B12? Toch maar een potje kopen, ook al is het niet wetenschappelijk bewezen' - exemplarisch voor onze nonchalante opstelling, zeggen experts. In Linda's woorden: 'Kurkuma zou maar eens écht hart- en vaatziekten en kanker kunnen voorkomen. Baat het niet, dan schaadt het niet!'

Eén probleem met dergelijke aannamen: volgens het Voedingscentrum zijn ze geregeld niet waar. Aan het slikken van voedingssupplementen kleven wel degelijk risico's, en dat heeft alles met de dosering te maken. Zo heeft de Gezondheidsraad vastgesteld dat volwassenen 75 milligram vitamine C per dag nodig hebben, maar slikken veel mensen dagelijks pillen van 1000 milligram, net als Linda de Mol. Dat is meer dan tien keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) en kan gevaarlijk zijn.

'Onze liefde voor multivitaminen is goed te vergelijken met de Nederlandse neiging tot oververzekeren', zegt hoogleraar consumentengedrag Van Trijp. Foto Rein Janssen

Risico's

Zogeheten vetoplosbare vitamines - A, D, E en K - sla je op in het lichaam en ga je dus 'stapelen', zegt Postma-Smeets van het Voedingscentrum. 'Dat kan vervelende gevolgen hebben. Te veel vitamine A veroorzaakt vergiftigingen.'

Bij wateroplosbare vitaminen is overvloed minder schadelijk omdat je uitplast wat het lichaam niet nodig heeft, maar er zijn wel degelijk risico's. Postma-Smeets: 'Toen schaatser Sven Kramer dagelijks dertien keer de aanbevolen hoeveelheid B6 binnenkreeg, liep hij zenuwschade op. Daardoor kon hij een hele winter niet schaatsen.' En ook vitamine C, een wateroplosbaar voedingssupplement waarvan mensen zeggen dat een overdosis je hoogstens 'dure urine' oplevert, heeft nadelen, voegt hoogleraar voeding en gezondheid Jaap Seidell (Vrije Universiteit) toe. 'Wie te veel vitamine C slikt, krijgt zulke zure urine dat er kristallen ontstaan, die op hun beurt weer samenklonteren in kleine kiezels: nierstenen dus.'

Toch waarschuwt het Voedingscentrum niet alleen voor voedingssupplementen in hoge doseringen, maar ook voor voedingssupplementen in het algemeen. Het instituut lijkt niet overtuigd dat 'gewone' Nederlanders ze moeten slikken, in welke dosis dan ook. 'Natuurlijk, voor sommige groepen geldt een suppletie-advies', zegt voedingsdeskundige Astrid Postma-Smeets. 'Maar de rest blijven we vertellen: joh, als je gewoon gezond eet, is het niet nodig. Juist omdat veel mensen denken 'Wat zou het schaden?' willen wij als Voedingscentrum een ander geluid laten horen.'

Dat we nu eenmaal niet allemaal gezond eten - slechts 15 procent van de Nederlanders eet genoeg groente en fruit - is waar, geeft de voedingsdeskundige toe, maar dat hóéven we volgens haar niet per se aan te vullen. 'Natuurlijk zijn bij veel mensen een groot aantal nutriënten lager dan aanbevolen, maar de gevolgen daarvan moeten echt nog worden onderzocht. Daarnaast weten we dat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid altijd ruim genomen is: maar een paar mensen zullen iets meer nodig hebben, heel veel mensen minder.' Des te kwalijker dat vitaminebedrijf Swisse in een recente reclame beweert dat de ADH 'eigenlijk het minimum' is, vindt het Voedingscentrum: 'Dat klopt helemaal niet.' (Journalist Teun van de Keuken diende onlangs bij de Reclame Code Commissie een klacht in over het spotje).

En hoe denkt het Voedingscentrum over al die mensen die zich écht beter voelen, sinds ze supplementen slikken? 'Uit onderzoek blijkt dat het placebo-effect bij voedingssupplementen groot is', zegt Postma-Smeets. 'Kennelijk geloven we er graag in.'

Huisarts Job Nievaart, die een eigen praktijk in Nieuwegein heeft, vindt dat te kort door de bocht. Hij treft naar eigen zeggen 'ongelooflijk vaak' lage vitaminewaarden in het bloed van zijn patiënten aan, en is daarom vocaal voorstander van supplementen. 'Ik hoor vaak dat mensen moe of lusteloos zijn, of last hebben van krampen en zwakke spieren. Als ik die klachten op geen andere manier kan verklaren, prik ik vrijwel altijd bloed en vind ik gewoon veel tekorten, en van collega's hoor ik dat ook. Te weinig vitamine D zie ik echt veelvuldig, soms ook B12. Van patiënten die dit gaan aanvullen hoor ik daarna dat ze zich energieker en beter voelen.'

Volgens Nievaart is er door een tekort aan kennis bovendien net zo veel wetenschappelijke grond om te zeggen dat supplementen wél werken. 'Kijk, bij potjes met 300 procent zijn we natuurlijk een beetje de ratio kwijt, maar bij normale doseringen moet je kijken naar hoe schadelijk het is. En dan zeg ik in veel gevallen: who cares? Ons land is groot geworden door bloemen in kweekkassen extra voedingsstoffen te geven, dus waarom zouden we dat dan niet bij mensen doen? Ja, misschien als je een soort survival of the fittest ambieert, en bang bent om zwakke kasplantjes te creëren. Maar dat lijkt me een vreemde benadering. Als huisarts wil je toch liever dat iedereen zich goed voelt.'

Astrid Postma-Smeets.

Paradox

Nievaart adviseert natuurlijk ook gezond eten en buitenlucht, maar volgens hem 'leert de praktijk dat veel mensen dat gewoon niet doen'. Ook in de supplementenwereld is dat de zoveelste complexiteit: terwijl het Voedingscentrum op de gevaren van overdosering hamert, blijkt uit de periodieke Voedselconsumptiepeiling van het RIVM dat groepen die juist wél extra voedingstoffen nodig hebben dikwijls niet naar adviezen luisteren. Zo nemen nog steeds niet alle zwangere vrouwen foliumzuur in en slikt meer dan de helft van de vrouwen boven de 50 geen extra vitamine D tegen osteoporose. Nog zo'n zorgelijk percentage: tussen 2012 en 2014 gaf meer dan 30 procent van de ouders zijn peuter niet de aanbevolen hoeveelheid vitamine D.

Het is een bekende paradox in de gezondheidswetenschap, zeggen artsen en wetenschappers: degenen die toch al gezond leven doen onnodig extra, degenen die ongezond leven komen niet in actie. Dezelfde tegenstelling zie je bij beweging. Hoogleraar Seidell: 'Hoe lager mensen zijn opgeleid, hoe meer hun prioriteiten bij dagelijkse beslommeringen liggen. Een rondje lopen of een potje voedingssupplementen hoeft niet duur te zijn, maar het blijft een luxe om je daarmee bezig te kunnen houden.' Zelfs huisarts Nievaart is stiekem onderdeel van die paradox: ook hij slikt voedingssupplementen ('Mijn vrouw koopt weleens wat') zonder te weten of hij ze echt nodig heeft. 'Ik merk geen verschil, maar ik ben eigenlijk altijd al energiek geweest.'

Juist omdat langdurig onderzoek naar voedingssupplementen zo moeilijk is rommelen we met z'n alleen maar wat aan, zegt VU-hoogleraar Seidell. 'Onderzoek waarbij je mensen 20 of 30 jaar moet blijven volgen terwijl ze dagelijks verschillende doses en sommige zelfs placebopillen slikken is natuurlijk ingewikkeld.' Daarom begrijpt hij huisarts Nievaart wel. 'Juist omdat het zo complex is en we nog heel veel niet weten, durf ik niet met zulke stelligheid te zeggen dat het vaak placebo-effect is, zoals het Voedingscentrum.'

Onwetendheid

De hoogleraar voeding en gezondheid maakt zich dan ook niet zozeer zorgen over reguliere vitaminen en mineralen, maar meer om fabrikanten die gebruik maken van onze onwetendheid. 'Geneesmiddelen en voedseltoevoegingen als E-nummers zijn in de Warenwet goed gereguleerd, maar sommige supplementen bevinden zich in een groot grijs gebied. Daardoor kunnen producenten allerlei valse gezondheidsclaims doen.'

Te midden van al die verwarring is bovendien sprake van een wildgroei aan potjes en pilletjes, zegt Seidell. Vooral online. 'Mensen bestellen de gekste dingen, van sport- en afslankpillen en kruidensupplementen tot orgaanextracten, terwijl spullen die per post komen sterk verontreinigd kunnen zijn. Toen het RIVM en de NVWA steekproeven uitvoerden bleek een substantieel deel van de onderschepte supplementen hele andere of zelfs schadelijke stoffen te bevatten. Dat gebrek aan toezicht vind ik eigenlijk het engst.'

Antoinette van Riel, toxicoloog bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC), sluit zich hierbij aan. 'We krijgen weleens meldingen over kinderen die uit de pot met vitaminepillen hebben gesnoept, maar de zorgelijkste vergiftigingen komen veelal door sport- en afslankpillen. In die branche zijn online echt cowboys actief.'

Zo bezien is er dus niet alleen weinig bewustzijn onder de consument, die ofwel het net breed uitgooit à la Linda de Mol, ofwel zijn tekorten niet aanvult, maar ook weinig consensus onder experts en weinig controle door autoriteiten. In dat vacuüm is voorlopig maar één partij die duidelijk en meetbaar profiteert: de pillenbaas.

Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid: 'Geneesmiddelen en voedseltoevoegingen als E-nummers zijn in de Warenwet goed gereguleerd, maar sommige supplementen bevinden zich in een groot grijs gebied. Foto Rein Janssen

De supplementadviezen

Het overzicht kwijt? Wanhoop niet, er zijn ook suppletie-adviezen waar verreweg de meeste wetenschappers het wél over eens zijn. Dit zijn ze.

Kinderen

Voor baby's van 0 tot en met 3 maanden die borstvoeding krijgen geldt een suppletie-advies van 150 microgram vitamine K per dag. Ouders met kinderen van 0 tot en met 3 jaar doen er daarnaast goed aan hun kroost dagelijks 10 microgram vitamine D te geven. Dit vermindert de kans op rachitis, een aandoening die kromme benen kan veroorzaken.

Zwangere vrouwen
Zwangere vrouwen wordt net als jonge kinderen aangeraden 10 microgram vitamine D per dag te slikken: dit verkleint de kans op een baby met een laag geboortegewicht. Daarnaast is het gebruik van foliumzuur vlak voor en vroeg in de zwangerschap belangrijk. Daarmee verminder je de kans op geboorteafwijkingen als een open ruggetje, een hazenlip en open gehemelte. Het huidige advies? Dagelijks 450 microgram foliumzuur, vanaf minimaal 4 weken voor de conceptie tot 8 weken erna.

Ouderen
Om vallen en botbreuken te voorkomen moeten vrouwen iets eerder met voedingssupplementen beginnen dan mannen: vanaf hun 50ste luidt het advies 10 microgram vitamine D per dag. Vanaf 70 jaar wordt aangeraden de dosis op te schroeven naar 20 microgram. Vanaf die leeftijd zouden ook mannen met vitamine D moeten starten, in diezelfde hoeveelheid.

Mensen met een donkere huidskleur
Mensen met een donkere huidskleur, mensen die te weinig buiten komen en mensen die een hoofddoek of sluier dragen maken zelf minder vitamine D aan. Voor hen geldt een suppletie-advies van 10 microgram vitamine D per dag vanaf hun vierde levensjaar. Let op: vitamine D is erg populair, maar over de optimale hoeveelheid is nog geen consensus. Huisarts Job Nievaart: 'De 'normaalwaarden' liggen erg ver uit elkaar: 50 tot 150. In mijn praktijk kom ik bijna alleen maar tekorten of laagnormale waarden tegen, dus als iemand zich lekkerder voelt als we dat aanvullen zie ik daar geen kwaad in.' Laat in dat geval eerst bloed prikken en kies voor pillen met normale doseringen: maximaal 100 procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH).

Veganisten
Hoewel 'vegan vloggers' dit detail nog weleens achterwege laten, doen veganisten er echt goed aan vitamine-B12-supplementen of verrijkte voedingsmiddelen te nemen, zegt het Voedingscentrum. 'Tot de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is bereikt: 2,8 microgram per dag voor volwassenen.' B12 is nodig voor de aanmaak van rode bloedcellen en een goede werking van het zenuwstelsel.

(Bron: Voedingscentrum)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.