Haat en hoop wisselen elkaar af in het diepe zuiden van Martin Luther King

Vijftig jaar na de moord op Martin Luther King maakt Amerika-correspondent Michael Persson in zijn voetsporen een reis door het diepe zuiden. 'Niemand komt hier zonder kippevel naar buiten.'

Coretta King verwelkomt haar echtgenoot Martin Luther King in 1956, na afloop van een rechtszaak in Montgomery, Alabama. Beeld AP

 'Neem me mee', zegt een jonge zwarte vrouw. Ze heeft rood kroeshaar en draagt een zomerjurkje, hoewel de lente nog moet beginnen. Ze staat op de afbrokkelende veranda van een al lang gesloten winkel. Waar kom je vandaan, heeft ze me gevraagd, en waar is dat, hoe kom je daar. En dan nog een keer: neem me mee.

De jongen naast haar doet zijn mond open, maar weet niets te zeggen - zijn gouden tanden schitteren in de ondergaande zon. We grijnzen ongemakkelijk, twee mannen die geen uitweg kunnen bieden. 'Kom op, schat, we gaan', zegt hij dan.

Zijn vriendin aarzelt nog even. Ze kijkt me aan, maar eigenlijk kijkt ze door me heen, naar een vergezicht dat zich in haar hoofd heeft gevormd rond het woord Europa. Dan zucht ze. 'I am stuck', zegt ze. En dan lopen zij en haar vriend naar een groepje mannen die verderop aan het dobbelen zijn tussen wat geparkeerde auto's in de modder. Dit is het voor hen, voorlopig, en misschien wel voor altijd.

Wie een reis maakt door de burgerrechtengeschiedenis van de Verenigde Staten, door het diepe zuiden van Amerika, komt er vroeg of laat achter dat die geschiedenis een open einde heeft. Je ontdekt wat een geweldige strijd er is geleverd en wat een geweldige overwinning die heeft opgeleverd voor zwart Amerika, een overwinning die gevierd wordt in prachtige musea en gedenkplaatsen verspreid over Georgia, Alabama, Mississippi en Tennessee. Maar tussen die plekken is het harde heden zichtbaar. De overwinning, vijftig jaar geleden, geldt niet voor iedereen. Misschien is juist dat de reden om die historische strijd weer op te rakelen.

En dat gebeurt dit jaar, rond een van de tragische verjaardagen van de burgerrechtenstrijd. Deze week, op 4 april om precies te zijn, was het een halve eeuw geleden dat Martin Luther King jr. werd doodgeschoten op het balkon van een motel in Memphis. De man van 'I have a dream' natuurlijk, maar van veel meer dan dat: veertien jaar lang leidde hij marsen en demonstraties, boycots en stakingen die in de jaren vijftig en zestig de gelijke rechten voor zwarte mannen en vrouwen steeds een stapje dichterbij brachten. Dankzij al die gedenkplaatsen en musea, met hun geblakerde bussen en in brons gegoten waterkanonnen, is elke stap opnieuw te zetten. 

Atlanta, Georgia

Rouwenden wachten tot ze de Ebenezer Baptist Church in mogen om te waken bij het lichaam van Martin Luther King. Beeld AP

Een blinde gids doet de deur open van een oud geel huis in Atlanta, met luiken, een veranda en een puntdak. Binnen staan de borden op tafel alsof het gezin King elk moment kan aanschuiven. Hier, in de zwarte wijk Sweet Auburn, werd Martin in 1929 geboren als zoon in een welvarend gezin uit de hogere middenklasse. Zijn vader was een van de best betaalde predikanten van het land en Martin groeide op zoals zwarte kinderen in ambitieuze zwarte gezinnen opgroeiden: met verplichte pianolessen, gezamenlijke maaltijden, huiselijke klusjes, potjes monopoly en kattenkwaad. Hier sloeg Martin met een honkbalknuppel de kop van de pop van zijn zusje eraf en reed hij de auto van zijn vader door de garagedeur.

Pas later zou hij geweldloos worden. 'Hij was net als jij', zegt de gids tegen een jongetje in onze groep. 'Een gewone jongen, die buitengewone dingen zou gaan doen.'

Het straatje ziet er nog uit als een halve eeuw geleden, met houten 'shotgun'-huizen (als je de voordeur en de achterdeur openzet, vliegen de kogels gewoon weer naar buiten) en een brandweerkazerne met oud materieel - de jonge Martin wilde graag brandweerman worden, maar helaas: dat was alleen voor witte mannen weggelegd. Hij moest achterin de stadsbus zitten en werd met zijn vader uit een witte schoenwinkel gezet. Hoe veel ze ook bezaten, ze waren minder: na de afschaffing van de slavernij was in Amerika een systeem van apartheid ontwikkeld, geaccordeerd door het Hooggerechtshof, dat de gelijke rechten uit de Grondwet voor alle Amerikanen uitlegde als 'gelijke maar gescheiden' rechten. Zwarten hadden aparte theaters, winkels, restaurants en aparte scholen. 'Hoe lang ik ook leef, ik zal dit nooit accepteren', zei vader King tegen zijn zoon. De jonge Martin zou er werk van maken.

Atlanta zou zijn trainingskamp worden: hij preekte in de Ebenezer Baptist Church even verderop, een kerk van rode baksteen die net als het geboortehuis wordt beheerd door de rangers van de National Park Service, een dienst die eigenlijk de natuurparken beheert, maar met net zoveel liefde de historische plekken in het land onderhoudt. De kerk is een bedevaartsoord: met tranen in hun ogen luisteren zwarte Amerikanen, vaak in hun zondagse kleren, naar opnamen van Kings toespraken. Niemand komt hier zonder kippevel naar buiten.

Bij de graftombe van King spreekt hij nog steeds tegen de bezoekers via luidsprekers in het struikgewas. Alfred Walker, een Vietnamveteraan van tegen de 70 uit Alabama, zegt: 'Het is zo krachtig om zijn stem te horen. We hebben die inspiratie weer nodig. Sinds Trump president is, komt het ongedierte weer uit het houtwerk. We moeten ze stoppen.' 

Montgomery, Alabama

De arrestantenfoto van Rosa Parks. Beeld UIG via Getty Images

 King zou op zijn 25ste, na zijn studie in Boston, naar Montgomery gaan voor zijn eerste baan als dominee. Wie daar vanuit Atlanta naartoe rijdt, moet onderweg even stoppen bij het vliegveld van de Tuskegee Airmen, het eerste zwarte squadron van de Amerikaanse luchtmacht. De mannen in hun Mustangs bleken minstens zulke goede gevechtspiloten als hun witte collega's; op hun missies naar Duitsland verloren ze minder bommenwerpers (zie ook de film Mudbound). Toen de zwarte soldaten na de oorlog terugkeerden, voelde hun tweederangsstatus nog onrechtvaardiger dan daarvoor. Sommigen van hen werden drijvende krachten in het verzet tegen de witte dominantie.

Toch werd de eerste burgerrechtenslag geleverd door vrouwen. In Montgomery, in het museum van Rosa Parks, wordt in een op een bus geprojecteerde film precies nagespeeld hoe deze keurige activist weigerde achterin de bus te gaan zitten, waarna ze werd gearresteerd. King zou daarna mede leiding geven aan een boycot van de busmaatschappij. King werd voor het eerst gearresteerd en kreeg de eerste (bom)aanslag voor zijn kiezen.

Maar hier in het museum is ook de openbaring te zien, de boodschap van hogerhand die King de weg zou wijzen. We zien een wassen beeld van hem aan de keukentafel over een kop koffie gebogen, met een kruis en een schilderij van Ghandi aan de muur. Hij was bang, schreef hij later in zijn dagboek. 'Ik zat aan die tafel en dacht aan mijn prachtige dochtertje dat net geboren was... Ik dacht aan het feit dat ze elk moment van me weggenomen kon worden. (...) Maar toen hoorde ik een stem van binnen die zei: Martin Luther, sta op voor gerechtigheid. Ik zal je bijstaan, tot het einde van de wereld. Ik hoorde de stem van Jezus. Hij zou me nooit verlaten.'

Birmingham, Alabama

Het Birmingham Civil Rights District. Beeld Christian Science Monitor/Getty

De geweldloosheid kwam maar van één kant. Er vielen in die jaren tientallen doden onder burgerrechtenstrijders en -omstanders. Greyhoundbussen met activisten die naar het zuiden reden, werden in Alabama aangevallen en in brand gestoken door Ku Klux Klan-leden. Birmingham, een stad waarvan de verloren welvaart nu nog steeds is te zien aan de gevels van de warenhuizen en bioscopen, werd in die tijd omgedoopt tot Bombingham. Aan de zijkant van de First Baptist Church staan bloemen voor de vier meisjes die omkwamen bij een bomaanslag in 1963, het jaar waarin kinderen vanuit die kerk marsen hielden in de stad om te demonstreren tegen de segregatie in restaurants en winkels. In een parkje bij de kerk staat een nazi-achtige politieagent met een gruwelijke hond die een jongetje bijt - een iconische foto die hier tot standbeeld is verwerkt.

Ik raak aan de praat met een zwarte dakloze die Earnest del Mandingo Artis zegt te heten en die vertelt dat hij net uit de gevangenis is, na een jarenlange straf omdat hij in de jaren zestig een politieman heeft doodgeschoten. De agent had hem tijdens de kindermars met een hond aangevallen, zegt hij. Hij zag de naam van de politieman op zijn uniform, zocht hem een paar maanden later in zijn huis op en schoot hem dood. Earnest vult nu zijn dagen met het lezen van een woordenboek: hij schrijft de woorden op die hij niet kent en denkt dan uren na over de betekenis.

Ik bel een journalist van de krant, die al jaren de lokale crimedesk doet. Ze heeft nog nooit van deze moord gehoord en weet er ook bij navraag niets over te vinden. Het is iets wat je vaker tegenkomt rond burgerrechtenmonumenten: daklozen die met geweldige verhalen hun lot in eigen hand nemen, al is het fictief. 

Selma, Alabama

De Edmund Pettus-brug. Beeld AP

 Een memorabel optreden van Martin Luther King was in het stadje Selma, waar hij een mars leidde, 80 kilometer naar Montgomery, als protest tegen de pogingen van zuidelijke staten om zwarte stemmers het zwijgen op te leggen. Bij de beroemde Edmund Pettus-boogbrug werden ze tegengehouden en uit elkaar geslagen door de politie. Pas bij een derde poging mochten ze door. Het werd, ondanks weer een Ku Klux Klan-moord, een triomftocht, die uiteindelijk zou leiden tot de Stemwet van 1965. Ook aan deze route staan weer rangers om het uit te leggen - het is nu een verhaal waar Amerikanen trots op zijn.

Jackson, Mississippi

Roy Bryant en zijn halfbroer J. W. Milam worden vrijgelaten uit hun voorarrest voor de moord op en ontvoering van de 14-jarige Emmitt Till. Beeld AP

Wie vanuit Selma naar het westen rijdt, komt in de bloederigste burgerrechtenscènes van de jaren vijftig en zestig terecht. Op een bosweggetje bij het plaatsje Philadelphia werden in 1964 drie mannen vermoord omdat ze zwarte kiezers wilden registreren om te kunnen stemmen. Langs de kant van de weg kun je een gedenkteken bekijken. In hoofdstad Jackson werd activist Medgar Evers doodgeschoten. De daders van deze moorden werden eerst vrijgesproken en pas opgepakt nadat de plaatselijke (witte) journalist Jerry Mitchell in de jaren negentig nieuwe bewijzen had aangeleverd. Lees The Clarion-Ledger in Jackson voor zijn nieuwste onthullingen.

Het is in het indrukwekkende nieuwe museum van Jackson allemaal op een rijtje gezet - weer zo'n plek waar zwarte scholieren met opgekropte woede en afgrijzen het onrecht slikken. In een nagebouwd kerkje wordt Amazing Grace gezongen, op een filmpje, en iedereen zingt mee.

Emmett Louis Till, 14 jaar. Beeld AP

Daar wordt ook een andere beruchte moord tot in detail beschreven. Emmett Till, een jongen van 14 die op bezoek was uit Chicago, had in een kruidenierszaak een witte vrouw aangesproken. Die winkel, nu overwoekerd, is in het plaatsje Money te vinden, in de brede Mississippi-delta ten noorden van Jackson. Hoe cynisch ook, het is de omweg waard, op weg naar Memphis. Till werd door de kruidenier gelyncht in het iets verderop gelegen plaatsje Glendora, het plaatsje waaruit de vrouw met het rode haar wil ontsnappen. Elke dichtgetimmerde winkel hier lijkt schuldig. Er is een geïmproviseerd museum in de voormalige katoenfabriek waarnaast Till werd vermoord en aan een doodlopende weg richting de rivier is een Emmett Till-park te vinden. De moordenaars zijn nooit gestraft, maar wel vertrokken.

Memphis, Tennessee

Het Lorraine Motel in Memphis. Beeld AFP

King zou zich na de Burgerrechtenwet (1964) en Stemwet (1965) gaan toeleggen op het economische onrecht dat zwarte arbeiders werd aangedaan. Het was om die reden dat hij in 1968 afreisde naar Memphis, waar twee vuilnismannen waren verpletterd in de laadbak van hun vuilniswagen, waarop hun collega's staakten voor meer veiligheid. Hij stak er zijn beroemde Mountaintop-speech af: 'Ik weet niet wat er nu gaat gebeuren. We hebben een paar moeilijke dagen voor de boeg. Maar het maakt me eigenlijk niet veel uit, want ik ben op de bergtop geweest. Net als iedereen zou ik graag een lang leven willen hebben, maar daar maak ik me nu geen zorgen over. Want God heeft me de berg laten beklimmen en ik heb het beloofde land gezien. Misschien zal ik daar niet met jullie aankomen, maar jullie zullen het beloofde land bereiken.'

Een dag later werd hij doodgeschoten. Sindsdien doen ze in het Lorraine Motel, waar het drama plaatsvond, alsof de tijd heeft stilgestaan. Onder het raam van zijn balkon staan een oude Dodge en een Chevrolet, aan het balkon zelf hangt een krans. De kamer van King ziet eruit alsof hij er net is ingetrokken, met een kopje vol koffie en een asbak vol peuken. Er staat een blikje bier op zijn wastafel.

Aan de andere kant van de straat, als je de kogelbaan volgt die tussen de tegels wordt aangegeven, kom je uit bij de ook weer intact gelaten badkamer waar (hoogstwaarschijnlijk) James Earl Ray de kogel afvuurde die de hals van King doorboorde. In een vitrine staan de spullen die in zíjn kamer werden aangetroffen. Waaronder ook een blikje bier. Alleen van een ander merk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden