Die ene meldingDaphne de Wit, Hoofdagent

‘Haar moeder schreeuwde, huilde – het ging echt door merg en been’

In ‘Die ene melding’ interviewt Wil Thijssen politiemensen over de gebeurtenissen na een specifieke melding die hun kijk op het vak ingrijpend hebben veranderd. Hoofdagent Daphne de Wit (30) gaat sinds een ogenschijnlijk makkelijke melding uit van het ergste scenario.

Wil Thijssen
null Beeld Anne Stooker
Beeld Anne Stooker

‘Het was een van mijn eerste grote meldingen. In de auto hoorden we over de portofoon van een onwelwording. Dat kan van alles zijn, van een flauwte tot reanimatie. Dus wij reden met zwaailicht en sirene naar het adres, in de buurt van Zoetermeer. Onderweg deed ik wat je altijd doet bij onwelwordingen: handschoenen aan, het standaardprotocol, ik riep het bureau aan via de portofoon op mijn linkerschouder om informatie over het adres te achterhalen: wonen er ouderen? Kinderen?

‘Iets later hoorden we dat het ging om de reanimatie van een kind. De leeftijd was niet bekend – iemand had in grote paniek 112 gebeld. We kwamen bijna tegelijk aan met andere collega’s plus twee ambulances en de brandweer, het wemelde van de hulpverleners. De voordeur stond open, een buurvrouw ving ons op en zei dat boven op bed 13-jarig meisje lag, dus iedereen stormde de trap op.

‘In de woonkamer zaten de ouders, die samen met het 9-jarige zusje radeloos op de bank zaten. Ik ging naar hen toe, schonk een glaasje water voor ze in en zei: ‘Ik ben Daphne en ik ga proberen jullie hier een beetje doorheen te praten.’

‘Een 13-jarige wordt niet zomaar onwel, dus ik probeerde te achterhalen wat er was gebeurd. Was er medicatie in het spel? Drugs? Ze zeiden dat hun dochter zich ziekjes voelde. Ze was die ochtend niet mee gegaan om bergschoenen te kopen voor hun aanstaande vakantie. De ouders vertelden in eerste instantie dat ze hun dochter na het winkelen op bed hadden gevonden, en dat het niet lukte om haar wakker te schudden. Moeder was gaan gillen en rende naar de buurvrouw. Die kwam mee, begon te reanimeren en een van hen heeft 112 gebeld. Relevante informatie die de ouders me vertelden, zoals dat de dochter zich ziekjes voelde, gaf ik via de portofoon door aan de hulpverleners boven.

‘Het gekke was, moeder zat heel emotioneel op de bank, huilend, paniekerig, maar vader had nul emotie op zijn gezicht. Ik vond dat vreemd. Ik dacht: hoe kun jij er zo koeltjes bij zitten als jouw dochter wordt gereanimeerd?

‘Pas na een half uur praten kwam het echte verhaal eruit. Ik vroeg hoe ze hun dochter precies hadden gevonden. ‘Aan een riempje’, zei haar moeder. ‘Waar zat dat riempje aan vast?’, vroeg ik. ‘Een kasthaakje’, antwoordde ze. Ze hadden haar eraf gehaald en op bed gelegd.

‘Ik ben de kamer uitgelopen en briefte naar boven: ‘Kan ik vrijuit spreken? Ja? Het is mogelijk een zelfdoding.’ Dan gaan heel andere protocollen in werking. Ik lichtte de Meldkamer in: ‘Ze is aan een riem gevonden, ik wil hier graag het hele circus’ – zo noemen we dat in de hectiek als niet alleen een begrafenisondernemer, maar ook een lijkschouwer, een forensisch team en de recherche moeten komen. Zij onderzoeken of het om een vrijwillige zelfdoding gaat, of dat daarbij is geholpen of iets in scène is gezet.

‘Ik bleef praten met de ouders totdat een ambulancebroeder mij de woonkamer uitriep. Op de gang zei hij: ‘Ze is overleden.’ Samen vertelden we het de ouders. De emotie ging door het dak. De moeder schreeuwde, huilde, ze knakte – het ging echt door merg en been. Bij vader kwam ietsje meer emotie los. Later legde de ambulancebroeder me uit dat die man volledig in shock was. Zo iemand is zó ontredderd, dat die gewoon niet weet hoe te reageren. Sindsdien weet ik dat je mensen nooit op hun emoties moet beoordelen.

‘De recherche vroeg of ik bereid was om de verklaringen van de ouders op papier te zetten, want ze zagen wel dat het voor mij ook heftig was. ‘Dat wil ik wel doen’, zei ik. Ik heb nog ruim twee uur met die moeder gezeten: ‘Had je dochter mentale problemen? Speelt er iets op school? Vriendjes?’ Uit onderzoek van de telefoon van het meisje bleek dat haar vriendje het kort daarvoor had uitgemaakt, daar was ze kapot van.

‘Sinds dat incident ga ik bij meldingen altijd uit van het ergste scenario. Het zijn vaak de ogenschijnlijk makkelijke meldingen die heel verraderlijk kunnen zijn. En als iemand in shock is: rustig laten zitten. Praten heeft geen zin, je komt er niet doorheen. Die mensen hebben een andere benadering nodig. Naarmate de tijd vordert, komt-ie er wel uit.

‘En zelf moet je praten, praten, praten, want zo’n heftig incident kruipt onder je huid. Van de duizend meldingen die ik heb gehad, kan ik me van alles niet meer herinneren, maar van deze weet ik nog precies dat de ouders bergschoenen gingen kopen. Omdat het allemaal zo hard binnenkomt, onthoud je de kleinste details. Zoals het zusje dat beneden op de bank zat, en vroeg: ‘Mama, gaan we nog wel op vakantie?’’

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden