Haal ontwikkeling en hulp uit elkaar

Joop van den Ende was niet beschikbaar. Dat was een tegenvaller voor de kopstukken van de Partij van de Arbeid die op 1 oktober bijeen waren om draagvlak te zoeken voor ontwikkelingshulp in het algemeen en minister Bert Koenders in het bijzonder....

Van den Ende had zich in het VPRO-programma Zomergasten gekeerd tegen het ‘platte populisme’, waarmee ontwikkelingssamenwerking als geldverspilling werd afgedaan, en gepleit voor meer maatschappelijke betrokkenheid. Joop was in de ogen van de aanwezigen een ‘onverdacht persoon’, dat wil zeggen: geen PvdA-professional die persoonlijke belangen had bij het in stand houden van de ontwikkelingsbusiness. Want Koenders vertelde tijdens de bijeenkomst dat wanneer iemand uit de door hem gesubsidieerde sector een pleidooi voor ontwikkelingshulp hield, dat voor hem eerder negatief dan positief uitwerkte.

Het beraad was een initiatief van Peter Heintze van de aan de PvdA gelieerde Evert Vermeer Stichting. Heintze had partijgenoten uitgenodigd die topfuncties vervullen bij hulporganisaties als Cordaid, Hivos, ICCO en Plan Nederland. Ook PvdA-voorzitter Lilianne Ploumen, oud-directeur van Cordaid, was van de partij. Het doel van de bijeenkomst was activiteiten op elkaar af te stemmen en te bespreken ‘hoe we Bert Koenders het best kunnen ondersteunen’. Een goed idee, vond Jack van Ham van het ICCO. PvdA’ers moesten wat hem betreft hun schaamte overwinnen om voor partijgenoot Koenders en de ontwikkelingssamenwerking (OS) op te komen. Want, mailde Van Ham aan zijn partijgenoten, ‘het CDA haalt op 6 oktober alles uit de kast wat zich ook maar verbonden weet met OS naar Den Haag te halen en het debat over de toekomst (begrotingsbehandeling) te bespreken met woordvoerders, fractievoorzitters en alles wat zich politiek en bestuurlijk bezighoudt met OS’.

In dit licht lijkt het schijnheilig dat het CDA-Kamerlid Haverkamp schriftelijke vragen heeft gesteld over de bijeenkomst. Hij wil weten waarom alleen PvdA-directeuren van medefinancieringsorganisaties (gesubsidieerde hulporganisaties) waren uitgenodigd.

Volgens Van Ham van het ICCO is dat dus normaal, omdat het CDA dat ook doet. En deed. Minister Van Ardenne overlegde voortdurend met haar CDA-partijgenoten in de ontwikkelingsbranche. Maar dat maakt de geur van belangenverstrengeling alleen maar penetranter.

Een verklaring daarvoor is dat zowel voor het CDA als voor de PvdA ontwikkelingssamenwerking een geloofsartikel is. Beide partijen zijn er trots op dat Nederland als één van de weinige landen ter wereld 0,8 procent van het bruto nationaal product uitgeeft aan christelijke naastenliefde, respectievelijk internationale solidariteit. Ze waren dan ook – net als de ChristenUnie – geschokt dat de VVD de norm van 0,8 procent (rond de 5 miljard euro) ter discussie heeft gesteld bij de algemene politieke beschouwingen. VVD-leider Rutte verklaarde dat schuldgevoel ten opzichte van de Derde Wereld een slechte raadgever is. Zijn partijgenoot Boekestijn pleitte eergisteren in de Volkskrant voor een parlementaire enquête naar de effectiviteit van de OS-uitgaven. Boekestijn wil weten waarom er geen onafhankelijke evaluaties plaatsvinden en waarom landen worden gesteund die dat – vanweg corruptie, onderdrukking of wanbestuur – niet verdienen.

Of die enquête er komt of niet, ontwikkelingshulp zit in het beklaagdenbankje (zie ook het boek van Linda Polman: De crisiskaravaan). In het huidige politieke klimaat is de bewijslast omgedraaid. Een moreel appèl volstaat niet langer, de voorstanders van het huidige beleid zullen moeten aantonen dat dat beleid nog steeds zinvol en verantwoord is.

Piet Emmer, hoogleraar in de geschiedenis van de Europese expansie aan de Universiteit Leiden, twijfelt daar al jaren aan. Emmer heeft vijf jaar geleden (in NRC Handelsblad van 8 februari 2003) een interessant schot voor de boeg afgevuurd. Zijn stelling is dat ontwikkeling en hulp twee verschillende dingen zijn en dat we dringend afscheid moeten nemen van de samenvoeging van deze begrippen. Emmer stelt dat humanitaire noodhulp moet blijven bestaan, maar dat de afgelopen vijftig jaar hebben aangetoond dat ontwikkelingshulp geen duurzame economische ontwikkeling in gang kan zetten.

Humanitaire hulp (bij milieurampen, aidsepidemieën, opvang van vluchtelingen in oorlogsgebieden) is onomstreden, al valt het beter te organiseren. Voor economische groei zijn particuliere investeringen, fair trade (zonder EU-protectionisme) en vooral goed bestuur essentiële voorwaarden; subsidie werkt corruptie en afhankelijkheid in de hand.

Deze denktrant klinkt als vloeken in de ontwikkelingskerk, maar sluit verrassend aan bij aanbevelingen die uitgerekend Bert Koenders, als voorzitter van een PvdA-commissie in 2005, heeft gedaan (in het rapport Een goede ontwikkeling) Koenders pleitte daarin voor een minister van Internationale Samenwerking, een soort minister van Buitenlandse Zaken voor de arme landen die alles wat van belang is voor die landen coördineert: landbouwpolitiek, handelsbetrekkingen, veiligheid en diplomatieke betrekkingen. Koenders wilde een grotere rol voor bedrijven (investeren) en ‘dwingende eisen’ aan de kwaliteit van niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisaties.

Van de standpunten van de PvdA en minister Koenders moet dus geen karikatuur worden gemaakt; het besef dat het beter moet, is wel degelijk aanwezig. Koenders krijgt binnenkort te maken met een kritische evaluatie van 50 jaar ontwikkelingshulp door de Evert Vermeer Stichting en de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Dat rapport moet in november verschijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden