Grote Bronk - verlangen naar een gedeelde ervaring

Het kerkbezoek mag dan een dalende lijn vertonen, de processies verkeren in een toestand van wonderbaarlijke wederopstanding. Zelfs in Ootmarsum en Lattrop vroegen gelovigen om een processie....

Meneer Wetzels staat in zijn zaterdagse kleren langs de Rijksweg - op klompen, in korte broek en met een gebreid mutsje op het hoofd. Voor hem zit zijn buurman op de knieën. Deze boort gaten in stoeptegels. In de gaten komen paaltjes en als dan op zondagmorgen de grote processie door Gronsveld trekt, hangen er wit-gele vlaggetjes aan. 'Schiet es op Pie', spoort meneer Wetzels zijn buurman aan. 'Je bent ook zo verdomde secuur.'

Een keer in de vier jaar groeit de Bronk, de jaarlijkse processie van het Limburgse dorp Gronsveld, uit tot Grote Bronk. Het is een pronktocht, een praalstoet waaraan zowat alle tweeënhalfduizend Gronsvelders deelnemen en die met militaire precisie wordt voorbereid. Wie in Gronsveld ter wereld kwam, keert terug naar zijn geboortegrond voor de plechtige optocht van rooms-katholieke priesters en gelovigen, die biddend en zingend de heilige symbolen door de straten en langs de velden dragen. En die vervolgens dagen feest vieren. Dat ook wel weer.

De vrouw van de bakker neemt haar schoonzus mee naar buiten. 'Kijk nou toch wat de buurman aan zijn vlaggenmast heeft hangen.' Het wit van het rood-wit-blauw blijkt geel. De vaan is goor. De bakkersvrouw schudt haar hoofd. 'Het zijn Hollanders', zegt ze. Degene die van ver komt en zich door de mores niet laat afschrikken kan rekenen op sympathie, maar hem wordt evengoed de maat genomen op details en ongeschreven voorschriften.

Op zaterdagmiddag drie uur is Gronsveld een dorp aan kant. De gazons zijn gekortwiekt, de ramen gelapt, de gevels gewit, de kozijnen gelakt. Wat aan rommeligheid op straat overblijft, is bestemd voor de ceremonie van de volgende dag. Voor elk huis ligt een bosje berkentakken, daar neergelegd door jongeren uit het dorp die de takken zijn wezen kappen op een landje buiten het dorp. Van die takken zullen alle Gronsvelders zondagochtend een erehaag maken langs de route van de processie. Meneer Wetzels verheugt zich: 'Ha, ik ga nooit naar de kerk. Ik ben een man van Darwin en niet van God. Maar voor de Bronk sta ik als eerste paraat.'

De processie beleeft een wonderbaarlijke wederopstanding. Het kerkbezoek vertoont nog steeds een dalende lijn, maar het lijkt de belangstelling voor de processie niet te deren. In tegendeel. De Mariaprocessies, de kruisprocessies (om een goede oogst af te smeken), de sacramentsprocessies (om de gang van Gods zoon onder de mensen te vieren) en de processies die een wonder van God herdenken, ze worden almaar populairder.

Wonderlijk, omdat de katholieke kerk in Nederland de barokke devotie na het Tweede Vaticaanse concilie van 1965 juist uit de kerkgebouwen heeft verbannen. De eredienst moest moderner, dat wil zeggen strakker en soberder.

In Gronsveld, ten zuiden van Maastricht, wortelt de Bronk in de ononderbroken traditie van het rijke en blije roomse leven. Het is te begrijpen dat de processie daar onveranderlijk tot het gemeenschapsleven behoort. In sommige plaatsen worden processies zelfs als publiekstrekker gebruikt. Zo maakt de vvv van het Brabantse Boxtel volop reclame voor de Heilig Bloedprocessie: grote borden in het weiland kondigen daar de katholieke tocht aan. Verlangen naar traditie en de behoefte aan recreatie lijken probleemloos hand in hand te gaan.

Maar ook in parochies waar decennia geleden de laatste processie voorbij trok, is het ritueel in ere hersteld. Zelfs nieuwbouwwijken en dorpen in de katholieke diaspora beleefden de afgelopen jaren de primeur van een processie. In de Twentse dorpen Ootmarsum en Lattrop bijvoorbeeld is de processie ingezet als middel om de geloofsbeleving nieuw leven in te blazen. J. Mulder, pastoraal werker in Ootmarsum: 'Een kerkdienst wordt vaak als saai ervaren. Een jaar of tien geleden zijn we op zoek gegaan naar een aansprekende vorm om de liturgie te beleven.'

Ootmarsum beschikte over een oud en bijzonder Maria beeld: de Moeder Gods z¢nder kind. Het werd aanleiding voor een jaarlijkse Mariaprocessie. Als eerbetoon aan de vrouw als vrouw (en niet als moeder) en natuurlijk ook als aantrekkelijk religieus ritueel. In Ootmarsum - en later in Lattrop - gaan de gelovigen op eigentijdse wijze rond: met een kaarsje, een vlammetje. Mulder: 'Het is romantisch, zo'n stoet mensen in een ketting van kaarslicht. Je merkt dat ze het fijn vinden.'

In Gronsveld is de aanpak aanzienlijk robuuster, barokker. In de processie van nu wordt nog steeds dankbaar gebruik gemaakt van wat in de zestiende en zeventiende eeuw wel voorviel aan protestantse obstructie. Tegenstanders van de katholieke optocht versperden toen graag de weg met omgehakte bomen en ook belaagden ze de deelnemers. Om de sacramentsprocessie te beschermen, werd daarom in Gronsveld in 1619 de schutterij Sint Sebastianus opgericht. Sindsdien marcheert eens in de vier jaar de schutterij aan het hoofd van de Grote Bronk, alsof in het struikgewas nog steeds protestanten en struikrovers op de loer liggen. 'Het is net als in Ierland', zegt de dochter van meneer Wetzels. 'Daar maken protestanten en katholieken nog steeds ruzie over een mars. Wij spelen het alleen maar na.'

En zo komt het dat voorop in de stoet vijf 'bielemannen' paraderen, een berenmuts op het hoofd, een wit leren slagersschort voor de schoot en daaronder een pak met smokinghemd en vlinderdasje. E & lsquor;n man draagt een sabel, een ander een zaag en de overige bielemannen hebben een bijl in de hand waarmee de versperringen worden opgeruimd. Geen protestant legt de Bronk nog een strobreed in de weg, dus bouwen de Gronsvelders nu zelf hun symbolische versperringen. Als beloning ligt onder een om te hakken paal een flesje jenever met vijf glaasjes, 'om de bijl te smeren'.

Jan Hayen, ambtenaar van beroep, is majoor en daarmee de hoogste baas van de schutterij. Hij zegt: 'De belangstelling voor het feest, de behoefte aan saamhorigheid neemt toe. De jongeren zijn zo mogelijk nog gekker dan wij, ouderen.' De dochter van meneer Wetzels woont tegenwoordig in Purmerend. Maar op de Bronk ziet ze al haar vrienden van vroeger weer. 'Dat hoeven we niet af te spreken. Ze zijn er allemaal.'

Is het uit devotie dat de jonge garde van Gronsveld zo massaal ter processie trekt? De dochter van meneer Wetzels: 'Ik vraag me af wat er van de processie overbleef als er geen cafés waren.' Haar moeder: 'Hoeveel schutters gaan er nog naar de kerk? De processie is een excuus voor een feest.'

Pater Klaver, priester te Gronsveld, ziet geen enkele reden te twijfelen aan de religieuze motieven van de deelnemers. 'De processiegangers bidden goed mee', weet hij. 'Jaja', lacht een Gronsvelder, 'als de pastoor in de buurt staat. Daarna gaat het gewoon weer over de duivel en over het voetbal.'

Pater Klaver wuift het weg. De meeste mensen hebben 'een diep religieus gevoel', houdt hij vol. Is de processie dan niet overwegend een folkloristische optocht? Klaver: 'Het is altijd een show geweest. Dat is geen zwaktebod. De liturgie is ook een kijkspel. Dat is het grote voordeel van het rooms-katholicisme: het spreekt alle zintuigen aan.' Jan Hayen, de majoor van de schutterij, is er niet gerust op. 'We zijn kwetsbaar. Het is hier al net als in andere gemeenten: de gelovigheid daalt naar een dieptepunt.'

Hayen bekleedt de enige functie waarvoor een democratische verkiezing wordt gehouden - de functies van bieleman, vaandeldrager en onderofficier worden van oudsher bij opbod verkocht zodra de 'schut' is overleden. Hayen werd in 1997 uit vier kandidaat-majoors met 60 procent van de stemmen verkozen. Dat is niet alleen eervol; het schept ook een verplichting. 'De mensen in het dorp verwachten veel van je. Op straat spreken ze me aan met majoor en niet meer met Jan.' Hij moet laten zien wat hij waard is, hij houdt in de gaten of de Bronk gesmeerd verloopt.

Veel zorgen daarover hoeft hij zich niet te maken. Voor de schutterij die traditiegetrouw tijdens de Grote Bronk een hoofdrol speelt, bestaat een wachtlijst. Zou vandaag een schutter overlijden, dan staan 53 mannen klaar voor zijn geweer. Vroeger kreeg iemand die bereid was voor bieleman te spelen, nog betaald. Dit jaar ging zo'n plaats voor twaalfduizend gulden van de hand. Bij die veiling kan het er ruig aan toe gaan, zeker als een familie geld bij elkaar legt om een bepaalde functie in eigen kring te houden. Robert Spronck, caf & lsquor;-eigenaar, moest in juni opboksen tegen zo'n collectief om de functie van kwartiermeester, een bereden onderofficier, binnen te halen. Hij won het pleit voor een bedrag van 31.500 gulden. Hij heeft het er graag voor over om tijdens de processie prominent aanwezig te zijn. 'Ik zit op een paard, het hele dorp kijkt tegen me op.'

Over die majoorsstatus van Hayen is trouwens nog een mooi verhaal te vertellen. De allereerste keer dat hij zijn troepen aanvoerde, dit jaar op tweede pinksterdag bij het vogelschieten, zat hij meteen al met een groot probleem. Zijn paard liet tijdens de wedstrijd het leven. De officieren vonden dat de majoor per se te paard terug moest naar het dorp. Een van hen bood Hayen zijn ruin aan, maar de majoor peinsde er niet over. En zo zagen de geschokte toeschouwers hoe hun schutterij terugkeerde in Gronsveld met vooraan de stoet de majoor, te voet. Langs de kant hadden er een paar natte ogen.

'Het is nostalgie', meent deken Th. van Galen, priester in de Heerlense Pancratiuskerk. De renaissance van de processie heeft weinig van doen met een opleving van het geloof. Dat de processie als fenomeen al zeven levens rijk is, schrijft de deken toe aan het eigentijdse verlangen naar gedeelde ervaringen en aan de herwaardering van tradities.

Hij herinnert aan de modernisering in de kerk in de jaren zestig. Processies waren 'rationeel niet meer te begrijpen'. Zo werd dat genoemd. Bleek later dat de kerk nu juist een van de sterkere kanten had laten vallen. Telkens hoorde Van Galen: komt de processie nog terug?

Al in 1986, hij was toen priester in het Zuid-Limburgse Landgraaf, hernam Van Galen in zijn parochie de processie. 'De schwung kwam er weer helemaal in.' In de stad laat de bezieling overigens langer op zich wachten dan in het dorp. In zijn huidige parochie in de binnenstad van Heerlen tonen de bewoners zich minder gevoelig voor het 'wij-met-z'n-allen', ofschoon ook hier dit jaar zich meer jongeren lieten zien dan in het verleden.

In Gronsveld krijgt het beeld van Sint Martinus een plastic kapje mee op zijn wagen - mocht het nodig zijn, om onderweg zijn bladgoud te beschermen. De regen valt met bakken uit de hemel. 'Wat vandaaag valt, valt morgen niet', houden de Gronsvelders niet op elkaar gerust te stellen.

Om vier uur zondagochtend slaan de trommelaars de reveille. De koning, de onderofficieren en uiteindelijk vele gezinnen laten zich zien voor hun slaapkamerraam. Een uur later zijn de tamboersuniformen nat en zwaar. De missie is volbracht, het dorp is wakker. Bij het huis van de majoor staat de jenever klaar; voor wie trek heeft bakt de zoon van Jan Hayen eieren met spek.

Een paar uur later trekt de heilige stoet door het dorp. Voorop de compagnies met daarachter de bidders, vrouwen en mannen die hardop weesgegroetjes bidden. Tegenwoordig spelen de meisjes van groep zeven voor maagdenkoor. Ze dragen blauwe mantels en gouden kroontjes in het haar. Daarachter de Kelk des Overvloeds, de Noodkist en Sint Martinus op zijn kar. Dan komt het allerheiligste in zicht. In een wolk van wierook, beschermd door een baldakijn, verschijnt de priester, hij heft de monstrans.

Zo bereikt de stoet het open veld. Een paard, een vaandel, de baldakijn, witte communicantjes, blauwe schutters en zwarte kerkmeesters trekken door het gele graan. Het begint buitengewoon hard te regenen. De stoet weet zich onbeschut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden