InterviewGregory Sedoc

Gregory Sedoc: ‘Schietpartijen, reanimaties, huiselijk geweld. Ik vind het leuk, afwisselend werk’

Gregory Sedoc Beeld Frank Ruiter

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van Knappe koppen (NPO 2): acht dilemma’s voor tv-maker en parttime-politieman Gregory Sedoc.

Knappe koppen of Sportlab Sedoc?

‘Ik bijna niet kiezen, maar als het echt moet: Sportlab SedocIn dat tv-programma kon ik mijn verhaal goed kwijt. Ik heb een topsportverleden en ben geïnteresseerd in wetenschap. Dat kwam samen in de zes afleveringen die ik vorig jaar voor Avrotros heb gemaakt. Centraal stond de vraag hoe wetenschap en technologie zorgen dat sporters beter gaan presteren. Het thema van de eerste uitzending was stress: ik sprak een sportpsycholoog, interviewde Frank en Ronald de Boer over penalty’s nemen en was bij een uitvoering van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Ook musici kunnen veel last van stress hebben.

‘In Knappe Koppen, dat woensdagavond is begonnen op NPO 2, ben ik gastheer en presentator. In het Trippenhuis in Amsterdam ontvang ik elke aflevering iemand met een vraag, zoals: waarom luisteren pubers niet naar hun ouders? Het is breder dan sport. Ik koppel de vragensteller aan een wetenschapper, die een privécollege over dat onderwerp geeft. Het hele programma duurt een kwartiertje en is heel interessant.’

Hoogtepunt: je Europese titel hordelopen of je drie halve finales op de Olympische Spelen?

‘Mijn Europese titel. Dat was zo mooi. Het was ook nog eens in Engeland, een land met een grote atletiektraditie. Ik won de finale van de 60 meter hordelopen, een honderdste seconde voor Marcel van der Westen, ook een Nederlander. Het overviel me dat ik ineens kampioen was, dat had ik niet verwacht.’

Topsporter of tv-persoonlijkheid?

‘In 2015 vroeg de NOS me commentaar te geven bij de Fanny Blankers-Koen Games, een groot atletiekevenement. Ze wisten dat ik tijd had, omdat ik geblesseerd was. Het ging zo goed dat de NOS me nog altijd terugvraagt. Ik heb de finale gehaald, en verloren, van Expeditie Robinson en meegedaan aan De slimste mens (zonder succes, red.). Maar tv-persoonlijkheid? Nee, zo voel ik me niet. Er zijn zoveel mensen op tv, dat heeft iets toevalligs. De reden dat ik op tv kom, is dat ik een weg heb afgelegd, als sporter. Als je me nou tv-maker noemt… Dat vind ik leuk om te doen, en ik neem het heel serieus. Ik kijk alle atletiekwedstrijden en volg trainingen om beter te presenteren.’

‘Maar ik kies voor topsporter. Ik ben een geboren atleet, mijn vader was ver- en hinkstapspringer (negentien keer Nederlands kampioen, red.), mijn moeder en broers deden ook aan atletiek. Als jongen van 4 stond ik zo te huilen als ze naar de atletiekbaan gingen, dat ze me maar hebben meegenomen. Achttien jaar later stond ik voor het eerst op de Spelen. Ik heb mijn droom geleefd: de hele wereld over gereisd, volle stadions.’

Wat was spannender: rappen in de Melkweg of je vriendin Marcha voor een volle bioscoopzaal ten huwelijk vragen? 

‘Rappen. Dat was volledig buiten mijn comfortzone. En ook nog eens live, in de Melkweg, voor publiek. Ik stond daar op 27 januari, omdat ik meedoe aan het tv-programma HipHop Stars. Daarin schrijven bekende Nederlanders met een coach – in mijn geval rapper Akwasi - een nummer over hun leven. Het ging over mijn jeugd, opkijken tegen mijn ouders, en dat ik hoop dat mijn kinderen ooit ook tegen mij zullen opkijken. Het begint zo: ‘Groot hoe ik ben, klein hoe ik me voelde, ik liet mijn benen spreken, men snapte wat ik bedoelde.’ Ik heb de beelden nog niet teruggezien, ze komen binnenkort op tv, maar volgens mij ging het goed.’

‘In 2016 heb ik een bioscoop afgehuurd en familie en vrienden uitgenodigd voor een borrel, zogenaamd om mijn laatste jaar in de atletiek te vieren. Ik deed alsof ik te laat was. Ineens moest iedereen gaan zitten en werd een film afgespeeld. Die had ik gemaakt. Ik had onder anderen vriendinnen van Marcha geïnterviewd. In de film zag je me steeds dichterbij komen: eerst zit ik in de auto, later ben ik bij de bioscoop. Op het moment dat je me de deur zag openen, kwam ik echt binnen. Ik liep naar Marcha, ging op de knieën en vroeg of ze met me wilde trouwen. Ze zei: ‘Ja. Natuurlijk wil ik dat!’

Doet het Nederlands Olympisch Comité genoeg of te weinig aan begeleiding van topsporters?

‘Ik kan alleen oordelen over enkele jaren geleden. Dan zeg ik: te weinig. NOC/NSF kan niet op iedereen letten, maar ze moeten zich op z’n minst beter ontfermen over absolute toppers. Na de Spelen in Londen, in 2012, viel ik in een zwart gat. Ik was 30 jaar en dacht: en nu? Ga ik nog vier jaar door, tot de volgende Spelen? Er veranderde veel, in de praktijk:  op grond van mijn prestaties  ik viel geblesseerd uit in de halve finale – raakte ik mijn A-status kwijt. Dus moest ik mijn auto en mijn maandelijkse financiële bijdrage inleveren. En de Defensie Topsportselectie werd opgeheven, dus ik verloor mijn baan als militair.  Ik zonderde me af, had moeite mezelf op te laden en begreep niet echt hoe dat kwam. Het waren niet alleen die praktische problemen.

‘Het Nederlands Olympisch Comité kwam pas in beeld toen al duidelijk was wat er aan de hand was: ik had een burn-out en een depressie erbovenop. Die depressie heb ik nog steeds - het is een ziekte, dat gaat nooit helemaal weg. Ik weet er nu mee om te gaan: af en toe moet ik gas terugnemen. Ik ben er bovenop gekomen door gesprekken met een sportarts en anderen. Maar ik weet zeker dat de val kleiner was geweest als NOC/NSF eerder had gevraagd: ‘Greg, hoe gaat het? Wat zijn je plannen? Waarin kunnen we je ondersteunen?’’

‘Ik wist dat Afghanistan gevaarlijk was. Ik had 24 uur per dag een wapen bij me.’Beeld Frank Ruiter

Blij dat je in Afghanistan was voor Defensie of was je daar liever niet geweest?

‘Toch wel blij, want zoiets verrijkt je leven. Ik ben er twee keer geweest: drie weken in 2009 en anderhalve week in 2011. Ik mocht meekijken in de operatiekamer, als belangstellende, en zag de spanning in de ogen van militairen als ze de poort van Kamp Holland uitliepen. Het is altijd maar de vraag of je weer terugkomt, in zo’n oorlogsgebied.

‘De eerste keer, ik was toen sergeant, was ik in Uruzgan om een sportevenement te organiseren. Het was heftig, want er landde een raket in het kamp. Normaal gesproken vliegt zo’n raket voorbij of raakt hij niks, toen sloeg hij toevallig vlakbij in. Ik zag het gebeuren. Ik wil er niet te veel over zeggen, uit respect voor alle betrokkenen, maar het was een ravage. Aan Nederlandse kant zijn veel gewonden gevallen, en een dode. Het was heel naar. Echt heel naar.

‘Of ik daardoor anders naar het leven kijk? Nee. Ik ben niet lang in Afghanistan geweest. De militairen die daar zaten, hebben veel meer meegemaakt en zijn hun maat kwijtgeraakt. Dat is anders. En ik was goed voorbereid; ik wist dat het gevaarlijk was, had 24 uur per dag een wapen bij me. Defensie heeft me wel goed begeleid. Bij mijn huidige werkgever, de politie, weten ze ook hoe je met zoiets moet omgaan.’ 

Zoetermeer of Buitenveldert?

‘Ik woon in Zoetermeer, met Marcha en onze twee kinderen, maar ik heb nul komma nul met Zoetermeer. Ik zou graag terug verhuizen naar Buitenveldert, waar ik ben opgegroeid. Dat is Amsterdam (stadsdeel Zuid, red.), maar groen en rustig. Helaas zijn de huizen daar veel te duur, het is een eliteplaats geworden. In Buitenveldert heb ik een geweldige jeugd gehad. Elk appartementenblok had een binnentuin. Als we uit school kwamen, gingen we meteen voetballen, knikkeren of basketballen. Iedereen kende elkaar. Als ik nog een keer mocht leven, mag ik hopen dat ik het weer zo meemaak.’

Werken bij de politie of een lunchroom openen?

‘Ik ben sinds 2017 hoofdagent in de Schilderswijk in Den Haag. Eerder werkte ik in een andere wijk. Ik doe dit werk twee dagen per week, met plezier. In de praktijk is dat veel noodhulp bieden, reageren op meldingen. Daar maak ik van alles mee: schietpartijen, reanimaties, parkeer- en geluidsoverlast, huiselijk geweld, dronken lui. Voor een buitenstaander is dat bijna onwerkelijk, maar ik vind het leuk. Het is afwisselend.  

‘Toch kies ik de lunchroom. Ik heb hotelschool gedaan en wil al jaren een restaurant openen waar mensen lekker kunnen ontbijten en lunchen. Liefst met één specialiteit. Ik twijfel tussen pancakes en sandwiches. Wat ik gaaf vind, zijn de concepten van The Corner Bakery in Amsterdam en Mugs & Mermaids in Den Haag: daar maken ze heerlijke pannenkoeken, maar dan net anders. Op Instagram ziet alles er kleurrijk en heel fotogeniek uit.

‘Het probleem is dat het me ontbreekt aan geld, lef en een stuk of vijf mensen die de zaak voor me kunnen draaien. Ik zie mezelf vooral als het gezicht van die tent: ik bepaal het beleid, help als het druk is maar ben er lang niet altijd. Dat is nu mijn droom: mijn eigen restaurant hebben en tv-programma’s presenteren, bijvoorbeeld over koken en wetenschap.’

CV Gregory Sedoc

1981 Geboren op 16 oktober in Amsterdam

2002 Eerste van veertien nationale titels atletiek

2004 Halve finale Olympische Spelen Athene

2005 Militair bij Defensie Topsportselectie

2007 Europees kampioen 60 m. horden (indoor)

2008 Halve finale Olympische Spelen Peking

2009 Nederlands record 60 m. horden: 7,52 seconden

2012 Halve finale Olympische Spelen Londen

2013 Politieagent (deeltijd)

2015 Atletiek-analist bij NOS

2019 Sportlab Sedoc (Avrotros)

2020 Knappe Koppen (Avrotros)

Sedoc is getrouwd met Marcha van Zee, ze hebben twee kinderen: Ruben (4) en Emily (1 maand).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden