Interview Glenn Greenwald

Glenn Greenwald, journalist en activist die links en rechts tegen de haren instrijkt

Journalist Glenn Greenwald Beeld Gabriel Rinaldi/Redux

Journalist Glenn Greenwald is sinds zijn samenwerking met NSA-klokkenluider Edward Snowden nooit opgehouden het machthebbers moeilijk te maken, in juni nog bracht hij de Braziliaanse minister Moro in de problemen. Maar behalve invloedrijk is hij ook controversieel. En waarom is juist hij niet onder de indruk van het onderzoek naar Russische beïnvloeding bij de verkiezing van Trump? Eelco Bosch van Rosenthal vroeg hem ernaar.

Thuis in Rio heeft Glenn Greenwald 27 zwerfhonden geadopteerd. Ze liggen in zijn enorme huiskamer of lopen door de ommuurde, tropische tuin. Bij elk straatgeluid beginnen ze te janken. Maar iemand wil de honden dood hebben. ‘Ze dreigden tientallen kilo’s vergiftigd vlees over de buitenmuren te gooien.’ De e-mail was anoniem. Niet alle bedreigingen neemt Greenwald (52) even serieus. ‘Elke publieke figuur krijgt online weleens te horen: ik hoop dat je sterft. Dat is niet echt een doodsbedreiging, maar gewoon een idioot die een hekel aan je heeft. Die negeer je.’ Maar een paar maanden geleden veranderde de toon, zegt Greenwald als hij op teenslippers aan een massieve houten eettafel is gaan zitten. ‘We weten hoe je kinderen heten, dit is hun school, daar gaan we ze ontvoeren, in die en die sloppenwijk verkrachten en vermoorden we ze, hun vlees snijden we in stukken en voeren we aan de favelahonden, we filmen alles en sturen de opnamen naar je toe.’

Kijk, zegt Greenwald: met zulke berichten stap je wél naar de politie.

In zijn geboorteland de Verenigde Staten is Greenwald, die vooral bekend werd met zijn onthullingen in The Guardian over de inlichtingendienst NSA, al jaren veelbesproken. Sinds 9 juni kan ook Brazilië, waar hij sinds 2005 woont, niet meer om hem heen. Die dag trok hij het masker af van de populairste politicus in het land: Sérgio Moro, een voormalig onderzoeksrechter die dit jaar minister van Justitie werd. Moro gaf jarenlang leiding aan ‘Operatie Wasstraat’, een corruptieonderzoek dat honderden zakenmensen en politici in de gevangenis deed belanden. Onder hen is de linkse oud-president Lula da Silva. Die zit momenteel een gevangenisstraf van acht jaar uit en mocht vorig jaar niet meedoen aan de race om het presidentschap, waarop hij opnieuw een goede kans had gemaakt. De man die wél won, de radicaal-rechtse parlementariër Jair Bolsonaro, nam Moro op in zijn kabinet. De schijn van een beloning voor het wegwerken van zijn concurrent was gewekt. En toen kwam begin juni The Intercept, het internetplatform waarvan Greenwald het voornaamste gezicht is. De site kreeg de beschikking over vele duizenden gehackte Telegram-berichten en audiobestanden waaruit bleek dat rechter Moro Lula’s aanklagers van adviezen had voorzien. De bewijzen tegen Lula waren karig, maar de oud-president moest hangen.

De president en zijn minister gingen vol in de tegenaanval. Bolsonaro-getrouwen in het parlement, waar Greenwald half juli getuigde, verspreidden een petitie voor zijn deportatie. Ruim honderdduizend Brazilianen zetten hun handtekening; de hashtag #DeportGlennGreenwald was even trending. Bolsonaro erkende dat uitzetting lastig werd omdat Greenwald getrouwd is met een Braziliaan, de parlementariër David Miranda. Maar gevangenisstraf, suggereerde de president, was een optie. The Intercept huurde beveiliging in. ‘Hier staan elektrische hekken omheen’, zegt Greenwald, wijzend naar zijn tuin. Overal hangen camera’s. ‘Weggaan is een soort politieoperatie: de beveiliging moet de auto gereedmaken, de omgeving inspecteren. Dus zit ik vooral thuis.’

Protest Greenwald (rechts) kust zijn man David Miranda tijdens een bijeenkomst in juli, waar werd geprotesteerd tegen Greenwalds dreigende deportatie uit Brazilië. Beeld AP

Op drie continenten veroorzaakte Greenwald inmiddels schokgolven in de hoogste regionen van de macht. Het maakt hem een van de invloedrijkste journalisten van het afgelopen decennium. De NSA die niet alleen Amerikaanse burgers maar ook Angela Merkel afluisterde, de onstilbare datahonger van technologiereuzen en overheidsdiensten: met zijn onthullingen in 2013, met dank aan Edward Snowden, lanceerde Greenwald een debat dat nog steeds voortwoedt. Het Amerikaanse Congres nodigde hem uit en hij getuigde voor het Europees Parlement. Voor zijn NSA-verhalen ontving Greenwald een Pulitzer Prize, als hoofdrolspeler in de winnende Snowden-documentaire Citizen Four stond hij op het Oscarpodium in Hollywood. Het tijdschrift Foreign Policy schaarde Greenwald in 2013 onder de honderd belangrijkste denkers in de wereld. Na zijn onthullingen vertrok hij bij The Guardian en richtte hij met twee anderen The Intercept op, met geld van internetmiljardair Pierre Omidyar. Sindsdien schaakt hij vanuit Rio fanatiek op twee borden tegelijk: Brazilië en de VS, twee landen waar de rechtsstaat momenteel behoorlijk op de proef wordt gesteld.

Maar controversieel is Greenwald ook. Oud-CIA-baas Michael Hayden zei na een debat met hem ‘het kwaad in de ogen’ te hebben gekeken. In zijn kruistocht tegen de surveillancestaat omschrijft Greenwald klokkenluiders als Snowden en Chelsea Manning als ‘helden’ – niet de meest kritische benadering van een bron. Bolsonaro noemt hij in een tweet ‘een gek (...), een pathologische leugenaar (...), een corrupt monster (...) met misselijkmakende vooroordelen’. Maar Greenwald omarmt juist het activisme dat anderen hem aanwrijven: ‘Alle goede journalistiek is activisme. Goede journalistiek wil iets aan de kaak stellen.’ 

Ongebruikelijk is de felheid waarmee hij als mediacriticus zijn collega’s de maat neemt. Nadat speciaal aanklager Robert Mueller geen bewijs voor een Trump-Rusland-samenzwering had kunnen vinden, stelde Greenwald met leesbaar genoegen een top-10 samen van grootste journalistieke blunders tijdens het onderzoek. Hoe abject Greenwald Trump ook vindt (‘the biggest fucking joke in the history of politics’), over het Ruslandonderzoek waren ze het eens. Greenwald was zelfs de eerste die (in een kop op The Intercept) de term deep state het Trump-tijdperk inslingerde: de inlichtingengemeenschap die de president ten val zou willen brengen. Zijn omschrijving belandde via rechtse media in het vaste lexicon van de president. ‘Natuurlijk is de deep state geen complottheorie. Het is een bestaande academische term die meestal op andere landen maar nu ook op de VS toepasbaar is. Midden in de verkiezingscampagne beschuldigden twee oud-CIA-directeuren Trump ervan een Russisch agent te zijn. Na de verkiezingen lekten inlichtingenmensen het ‘Steele-rapport’ (vol saillante beweringen over Trump en Rusland – inclusief het welbekende plasseksverhaal) naar de pers. Dat had maar één doel: ondermijning van een gekozen president.’ Het Democratische establishment gruwelt van Greenwald, terwijl de zoons van de president zijn kritiek op de media en het Ruslandonderzoek gretig retweeten.

Eigen advocatenpraktijk

Na een rechtenstudie in New York begon Glenn Greenwald  al snel een eigen advocatenpraktijk. Hij specialiseerde zich in het Eerste Amendement: het recht op vrije meningsuiting. (Zo verdedigde hij een beruchte neonazi, Matthew Hale.) Het was het begin van het vorige decennium. Het Amerikaanse leger viel Irak binnen. Greenwald – geïnteresseerd krantenlezer – was aarzelend voorstander, zo blikt hij terug in zijn boek How Would a Patriot Act (2006): ‘Ik had zorgen, maar uit loyaliteit aan mijn land gaf ik onze regering het voordeel van de twijfel. Ik accepteerde het oordeel dat de Amerikaanse veiligheid geholpen zou zijn door dit soevereine land binnen te vallen.’ Greenwald nu: ‘Ik was advocaat, geen journalist. Mijn inzichten haalde ik uit The New York Times, The Atlantic, The New Yorker. Ik dacht dat die in grote lijnen de waarheid spraken. Later besefte ik dat ze propaganda bedreven. De spin van het Witte Huis belandde ongefilterd in de kranten. Niet uit kwade wil, maar omdat die in een bubbel zaten die na 9/11 was geïnfecteerd met patriottisme.’

Greenwald (midden) thuis, met David Miranda en hun twee zonen. Beeld DADO GALDIERI/The New York Times

Het gesprek wordt onderbroken door Greenwalds geadopteerde zoons van 10 en 11. Het tweetal hangt over hun vader heen en vraagt of ze een computerspel mogen spelen. Het mag. ‘Glenn heeft geen talent voor discipline. Niet voor zijn honden, niet voor onze zoons’, zal echtgenoot David Miranda later vertellen. Het stel leerde elkaar kennen in 2005, een paar kilometer verderop. Greenwald was zijn advocatenpraktijk beu en besloot een korte sabbatical te nemen (‘een denkvakantie’) in Brazilië. De eerste kennismaking kwam uit het script van een matige romcom: toerist ligt op het strand van Ipanema, gespierde strandvolleyballer raakt bal verkeerd, bal rolt toeristendrankje omver, volleyballer biedt aan nieuw drankje te halen. Nog diezelfde week woonden ze samen. Greenwald: ‘Als homoman mocht je geen buitenlandse echtgenoot naar Amerika halen. Dus moest ik me in Brazilië vestigen.’

Zijn emigratie luidde voor Greenwald het eind van de advocatuur in en het begin van een carrière als publicist. Eerst op zijn eigen blog, later voor onder meer internetmagazine Salon en vanaf 2012 voor The Guardian. Met ideologische labels had Greenwald vanaf het begin weinig op, groepsdenken verafschuwt hij. Toch viel uit zijn oeuvre al snel een ideologie te destilleren: dat van de civiele libertariër, voor wie burgerrechten en privacy boven alles gaan. 

Al snel trok hij de aandacht. Greenwald was net zo kritisch op Republikeinen als op Democraten, net zo kritisch op linkse als op rechtse media – zeldzaam autonoom in de Washingtonse stammenstrijd. Dat viel ook een systeembeheerder van afluisterdienst NSA op. Edward Snowden had ook naar The New York Times kunnen stappen. Maar die vertrouwde hij niet. ‘Hij was bang voor zelfcensuur’, zegt Greenwald. ‘De Times wist in 2004 dat de NSA op grote schaal burgers afluisterde. Het stuk lag klaar, maar op de valreep boog de hoofdredacteur voor een telefoontje uit het Witte Huis. Pas een jaar later publiceerden ze alsnog. Bush was inmiddels herkozen.’

Greenwalds onthullingen in The Guardian – telecombedrijven die metadata afstonden, techreuzen die de NSA hielpen bij het lezen van versleutelde berichten – spraken voor zich. Maar, zegt Greenwald, de meeste documenten haalden de krant níét. ‘Negentig procent van de documenten die Snowden meenam, gold als ‘top secret’, maar het merendeel daarvan was fucking boring. Lunchschema’s, NSA-regels over vakantiedagen. Staatsgeheim! Het publiek informatie onthouden moet uitzonderlijk zijn, maar inmiddels zijn westerse landen zodanig doorgeslagen naar geheimhouding dat het de democratie ondermijnt. Daarover zouden de kranten grote stukken moeten schrijven, maar ze leggen zich er grotendeels bij neer.’

Maar brachten journalisten van The Washington Post niet ook het bestaan van geheime CIA-gevangenissen aan het licht? En stonden zij niet naast hem op het Pulitzerpodium? Ook de Post putte gretig uit de documenten van Snowden. ‘Natuurlijk zitten er goede journalisten tussen. Maar daarmee kan ik zo’n krant als instituut toch wel bekritiseren? Ik vind bijvoorbeeld ook dat Amerika met zijn imperialistische grondhouding de wereld veel schade berokkent. Dat we óók humanitaire hulp sturen naar een strategisch onbelangrijk land als Haïti als daar een aardbeving heeft plaatsgevonden – dat doet aan die grotere conclusie toch niets af?’

De ironie is, zegt Greenwald, dat sinds Trump er zit veel media de macht ineens kritischer zijn gaan volgen. ‘Ze nemen minder vaak zo’n misplaatst neutrale enerzijds-anderzijdshouding aan als het over feiten gaat. ‘Het Witte Huis zegt dit en dit, zoekt u zelf maar uit of het klopt.’ Ineens zien ze hun rol kennelijk anders. Als Trump spreekt, laat CNN onder in beeld vaak een tekst meelopen waarop staat dat hij liegt. Uitstekend, maar daar moeten ze na Trump dan niet ineens mee stoppen.’

Zijn stukken voor The Intercept gingen de afgelopen jaren zelden over Trump. ‘Over hem schrijft iedereen al. Wat moet ik daaraan toevoegen? Als we over Trump praten, praten we niet over andere zaken.’ Hij steunt de progressieve Congresleden Ilhan Omar en Alexandria Ocasio-Cortez. Ze zijn net als Greenwald uitermate kritisch op de onvoorwaardelijke Amerikaanse steun voor Israël en pleiten voor afschaffing van immigratiedienst ICE, die het kwade gezicht is geworden van het menselijk drama aan de Mexicaans-Amerikaanse grens. Greenwalds bête noire de laatste jaren was Hillary Clinton: afgezant van het door hem zo verafschuwde veilige midden. Clinton, die op haar partijcongres in 2016 vakbondsleiders het televisiepodium op sleurde, maar intussen een deal met Uber sloot voor vervoer naar de congreshal. ‘Vind je het gek dat al die working class-kiezers naar Trump overliepen?’ Berucht zijn Greenwalds twitterruzies met mensen uit Clintons entourage. ‘De Democraten schoven de schuld van haar verlies op Rusland af, zodat ze zich niet publiekelijk hoefden te verantwoorden over hun falen’, zegt Greenwald, die zich in 2016 achter Bernie Sanders schaarde en denkt dat Trump de huidige koploper bij de Democraten, Joe Biden, met huid en haar opvreet. ‘Biden is een kopie van Clinton.’

Vele duizenden woorden wijdde Greenwald aan het Ruslandonderzoek. Hij was sceptisch vanaf het begin. Greenwald blééf sceptisch toen aanklager Mueller dertien Russen aanklaagde wegens beïnvloeding van de verkiezingen via sociale media. Toen Mueller twaalf Russische inlichtingenofficieren aanklaagde voor het hacken van de Democratische Partij. Toen meerdere medewerkers van Trump gelogen bleken te hebben tegenover de FBI over hun Russische contacten. ‘Ik vind die Russische inmenging gewoon niet zo fascinerend, sorry’, zegt Greenwald. Hij kijkt er verveeld bij. Denkt hij dat het doorslaggevend is geweest voor Trumps overwinning? Hij haalt zijn schouders op. ‘Sure, misschien. Misschien ook niet.’ Wéér die schouders. Hij laat het er liever bij zitten.

Dat is opvallend, want Greenwald laat het er nóóit bij zitten. Een discussie duurt hem zelden te lang. Altijd moet het schuren. Journalistiek benadert hij als een advocaat in een rechtszaak, zei hij eens tegen The New York Times: ‘Iemand beweert iets, je gaat ervan uit dat die persoon liegt en gaat dan op zoek naar bewijzen die dat aantonen.’ Greenwald laat geen gelegenheid schieten om de gitzwarte bladzijden uit het Amerikaanse buitenlandbeleid te belichten. Verbrandt IS een Jordaanse piloot levend, dan schrijft Greenwald over de gevolgen van Amerikaanse napalm in Vietnam. Pro-Russische rebellen halen vlucht MH17 neer? Als reactie twittert Greenwald over het neerhalen van een vol Iraans passagiersvliegtuig door Amerikaanse raketten in 1988. Voor een nieuwsorganisatie kan het ook te véél activisme zijn. Hoofdredacteur Betsy Reed, telefonisch vanuit New York: ‘Vooral in de beginjaren van The Intercept vereenzelvigden lezers onze site vaak met Glenn. Als dat nog steeds zo zou zijn, ja, dan was zijn stelligheid wel een probleem. Maar The Intercept heeft tegenwoordig meerdere gezichten. Dat houdt Glenn ook uit de wind. Alleen op Twitter neemt hij nooit gas terug. Daar kan ik wel iets van zeggen, maar dat zou averechts werken.’

‘Ik haat Twitter’, zegt Greenwald. ‘Het is eigenlijk afschuwelijk, ik wilde dat ik ermee kon stoppen. Ik scroll soms terug en dan denk ik: jezus, aan welke idioot heb ik nu weer een paar minuten van mijn leven verspild. Maar tegelijkertijd is het een belangrijk platform voor me.’

Maar goed – het Ruslandonderzoek. Voor iemand die de macht als geen ander wantrouwt, leek Greenwald opvallend weinig interesse te tonen in de handel en wandel van de man die, met op zijn minst een kontje vanuit Moskou, president was geworden. Inmiddels gaat ook hij ervanuit dat Russen (‘misschien wist Poetin van niets’) de Democratische servers hackten. ‘Ik denk niet dat Mueller de aanwijzingen daarvoor gefabriceerd heeft.’ Het Ruslandonderzoek lijkt politiek dood na een recent verhoor van de aanklager in het Congres, dat weinig opleverde. 

Greenwald maakte al maanden eerder zijn overwinningsronde, toen Trumps trouwe Justitieminister William Barr daags na het voltooien van het onderzoek met een wel erg rooskleurige samenvatting van de feiten kwam. Zo vermeldde hij niet dat Mueller de mogelijkheid op vervolging van Trump na zijn presidentschap openliet. Het was een cruciaal moment, het eerste en in veel gevallen enige moment waarop Amerikanen inhoudelijk kennisnamen van het rapport. De Democraten steigerden over Barrs partijdigheid, zelfs Mueller klaagde, maar voor Greenwald was Barrs samenvatting genoeg. Was uitgerekend de beroepsscepticus dan niet benieuwd naar het hele rapport? ‘Barr moest snel met een reactie komen, Amerika wilde weten wat erin stond. En de belangrijkste conclusie was: geen enkele Trump-medewerker is schuldig bevonden aan samenspanning met Russen. Dat was de kern van het onderzoek. Ik vond het een adequate samenvatting.’

Tussen Greenwald en het Democratische establishment komt het nooit meer goed.

Glenn Greenwald met 4 van zijn 27 honden in zijn ommuurde tuin in Rio de Janeiro. Hij wordt streng beveiligd. Beeld Hollandse Hoogte / The New York

‘Ik begon met publiceren tijdens de Bush-jaren. Democraten loved me, want ik pakte een president aan die ze haatten. Congresleden stuurden mijn stukken rond, noemden me ‘het belangrijkste nieuwe geluid’ in Washington. Maar toen kwam Obama en hield mijn kritiek aan. Obama joeg op klokkenluiders, voerde hopeloze droneoorlogen. Dat schreef ik op.’ 

Sinds Trump er zit, lieten Greenwalds vrienden in de progressieve media hem definitief vallen. Onder hen Amerika’s best bekeken linkse talkshowhost, Rachel Maddow. ‘We waren altijd goed bevriend, kochten kerstcadeautjes voor elkaar. Ze is slim, empathisch, schreef een geweldig proefschrift over de behandeling van met hiv besmette gevangenen. Van die vriendschap is niets meer over.’ Maddow raakte bezeten van het Rusland-onderzoek, zegt Greenwald, en verkocht elke halve theorie als een alarmerend feit. Op Twitter valt hij zijn oude vriendin geregeld aan (‘ze verdient 10 miljoen dollar per jaar maar geeft nooit rekenschap van haar fouten’). Bij Maddows tv-zender, MSNBC, wordt Greenwald niet meer uitgenodigd. 

Bij het rechtse Fox News wel: Greenwald verschijnt regelmatig in het programma van Tucker Carlson, de beroemde host die afgelopen winter nog ruziede met Correspondent-redacteur Rutger Bregman. Carlson fulmineert in zijn programma wekelijks over de ‘invasie’ van immigranten. Hij stelt dat het blanke Amerikaanse volk langzaam wordt vervangen en noemde ook na het recente bloedbad in El Paso white supremacy een mediaverzinsel. Maar Greenwald blijft er verschijnen. ‘Wat immigratie betreft, hangt Tucker inderdaad een giftige ideologie aan. Maar verder vertolkt hij een van de weinige autonome geluiden op televisie. Daarom zit ik daar. Hij is altijd kritisch over de Republikeinse orthodoxie over kapitalisme, over militarisme. En wie weet, zet ik een nieuw publiek aan het denken. Tenzij je denkt dat elke Trump-stemmer een racistische idioot is, maar dat geloof ik niet.’

Inmiddels dient het volgende langetermijnproject zich aan. Greenwald – een fanatiek tennisser – werkt aan een documentaire over zijn jeugdidool: Martina Navratilova. ‘Toen ik 13 was, had je nauwelijks openlijk homoseksuele beroemdheden. David Bowie en Freddy Mercury noemden zich biseksueel. Martina zei op een gegeven moment gewoon: I’m a fucking lesbian. Haar coach was transseksueel. Geweldig: dan speelde ze tegen Chris Evert, de girl next door. De camera’s lieten haar spelersbox zien: allemaal mooie zusjes met een lange paardenstaart en een knap vriendje. En dan bewoog de camera ineens naar de box van Martina, en dan hoorde je’ – Greenwald begint te fluisteren als een beschaafde tenniscommentator – ‘… daar zit Martina’s speciale vriendin... en daar zit haar coach, zij was ooit een.... mannelijke dokter.’

Voor het eerst in het gesprek giert Greenwald het uit. ‘Mijn conservatieve vader maakte dan allemaal walgelijke opmerkingen, totdat de camera weer terugging naar Chris Evert. Op haar was hij stapelgek, ze was opgegroeid in Florida, waar we woonden.’ Navratilova was dapper, zegt Greenwald. ‘Ze kwam uit Tsjechoslowakije, durfde hier de regering-Reagan te bekritiseren... Ik voelde me emotioneel verbonden met Martina. Ik huilde als ze verloor. Het ging om zoveel meer dan haar homoseksualiteit. Om haar persoonlijkheid, haar volstrekte autonomie: ik ben wie ik wil zijn, I don’t give a fuck. Martina was essentieel voor de vorming van mijn persoonlijkheid.’

Via documenten van klokkenluider Edward Snowden (links) onthulde Greenwald dat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA niet alleen Amerikaanse burgers maar ook Angela Merkel afluisterde. Beeld Facebook/ David Miranda

David Miranda in Mondriaanblouse

De Avenida Paulista is de belangrijkste verkeersader in het centrum van São Paolo, maar deze zondag is er voor autoverkeer geen doorkomen aan. Zo’n drie miljoen lhbti’ers en sympathisanten zijn afgekomen op de eerste Pride Parade in het tijdperk-Bolsonaro: een homovijandige president in een land waar vorig jaar volgens homorechtengroepen ruim vierhonderd homo’s en transgenders werden vermoord of zelfmoord pleegden vanwege hun geaardheid. Maar op de Paulista heerst geen angstige sfeer. Strijdvaardig, dat wel. Voor het Museu de Arte de São Paolo, een doos van beton en glas op indrukwekkende rode poten, staat een praalwagen. Onder een boog van gekleurde ballonnen verschijnt aan het eind van de middag een boom van een vent voor de microfoon. David Miranda (34) draagt een Mondriaanblouse. Met overslaande stem bedankt hij alle aanwezigen voor hun steun.

Na de eerste Intercept-publicaties schamperde Bolsonaro over Greenwald en zijn meisje – David Miranda. Miranda’s levensloop is opzienbarend. Zijn alleenstaande moeder, een prostituee in de favela, stierf toen hij 5 was. Op zijn 13de liep Miranda weg bij zijn tante. Zes jaar lang werkte hij als schoonmaker – totdat hij Greenwald ontmoette. Nadat hij zijn geliefde had geholpen bij de Snowden-onthullingen, hield de Britse politie Miranda in 2013 negen uur lang vast op Heathrow. Het werd wereldnieuws. Miranda, die op aanraden van Greenwald inmiddels een marketingstudie had afgerond, ging de politiek in. In 2016 nam hij plaats in de gemeenteraad van Rio als lid van de kleine linkse Partij voor Socialisme en Vrijheid (PSOL). Zijn bondgenoot en vriendin was Marielle Franco, een lesbische, zwarte vrouw die zich als raadslid tegen politiegeweld in de sloppenwijken uitsprak. Vorig jaar werd ze het slachtoffer van een gerichte moord, waarvoor twee oud-agenten werden opgepakt. Er zijn aanwijzingen dat paramilitairen de opdracht gaven. Niet lang daarna verliet PSOL-politicus Jean Wyllys zijn land na doodsbedreigingen. Bolsonaro reageerde met een duimpje op zijn Twitterfeed. Hij noemde PSOL al eens ‘een partij van flikkers en pikken’. Afgelopen januari nam Miranda Wyllys’ plek in het nationale parlement in. Time Magazine nam hem op in hun top-10 van leiders van de nieuwe generatie.

‘Dat heeft Glenn nooit gehaald’, grinnikt Miranda, terwijl hij een slok water neemt. De parlementariër zit aan een tafeltje in een hotellobby vlak bij de Avenida Paulista. Verderop zitten beveiligers. ‘Natuurlijk ben ik bang dat mij iets overkomt, net als Marielle. Maar politiek is mijn roeping. Wij zijn geen single issue-partij, maar de lhbti-gemeenschap heeft wel iemand nodig die voor ze opkomt.’ Miranda is trots op zijn echtgenoot. ‘Links en rechts haten hem, maar tegelijkertijd hebben ze ontzag voor zijn onverschrokkenheid. En hij is een geweldige vader voor onze zoons. Soms zit ik vier dagen per week in het parlement. Hij is dan bij onze jongens. Dat doet hij met engelengeduld.’

Veel prominente Brazilianen hebben inmiddels hun steun aan Greenwald gegeven. Op een solidariteitsbijeenkomst bij de nationale persvereniging kwamen duizenden mensen af, onder wie de beroemde acteur en activist Wagner Moura, Pablo Escobar in de Netflix-hit Narcos. Eind juli arresteerde de Braziliaanse politie ene Walter Delgatti Neto op verdenking van het hacken van de Telegram-berichten in de Wasstraat-zaak. In een openbaar gemaakte bekentenis zegt Delgatti dat hij pas na het plegen van de hacks contact zocht met Greenwald. Edward Snowden was zijn inspiratiebron. Intercept-hoofdredacteur Reed vanuit New York: ‘Wij geven hier geen enkel commentaar op. Algemeen gesproken zijn bij elke bron slechts twee vragen relevant: is het materiaal authentiek, en is het belangrijk dat de informatie naar buiten komt’.

De onthullingen blijven komen: Greenwald heeft inmiddels veel materiaal gedeeld met invloedrijke Braziliaanse media. Het Hooggerechtshof verbood de regering-Bolsonaro om onderzoeken naar Greenwald en The Intercept in te stellen. Maar de haatcampagne gaat door. Een pro-Bolsonaro-blogger bezocht het Facebookprofiel van Greenwalds in Miami woonachtige moeder. Ze heeft uitgezaaide kanker. Greenwald vroeg spoedvisa aan bij het Amerikaanse consulaat zodat haar kleinzoons nog één keer hun oma konden zien. De blogger zag een reeks vrolijke Facebookfoto’s en concludeerde: die is helemaal niet ziek, de kanker was een smoes om snel aan een visum te komen. Resultaat: een stroom aan haatdragende berichten op haar Facebookpagina. In een openbare reactie verklaarde Arlene Greenwald dat ze wel degelijk uitgezaaide kanker heeft. Stadium 4. En dat niets haar trotser maakte dan de moed van haar zoon. Die maakte de blogger op Twitter uit voor ‘de ziekste, walgelijkste persoon op deze planeet.’

Te gast bij Fox News

Op de avond van de Pride Parade heeft Greenwald, 400 kilometer oostelijker in Rio, toch zijn vesting verlaten voor een half uur durende autorit naar een studio in de wijk Botafogo. Een kleine 3 miljoen Fox News-kijkers zien hoe Greenwald te gast is bij Tucker Carlson. Ditmaal gaat het over militaire interventies: deze zomer blies Trump een raketaanval op Iran op het allerlaatste moment af, terwijl – zo zeggen de presentator en zijn gast eensgezind – interventionistische Congresleden en patriottische media zich alweer klaarmaakten voor oorlog.

Het biedt Greenwald de gelegenheid om af te rekenen met een van zijn favoriete vijanden: Jeffrey Goldberg, sinds een aantal jaren hoofdredacteur van het invloedrijke tijdschrift The Atlantic. In de aanloop naar de Irak-oorlog schreef Goldberg – toen sterverslaggever van The New Yorker – een geruchtmakende reportage vanuit Irak, waarin hij onder meer banden tussen het bewind van Saddam Hussein en Al Qaida suggereerde. Goldberg gold destijds als een van de meest vooraanstaande liberal hawks: progressieve intellectuelen die zich uitspraken vóór de Irakoorlog. Niet alleen heeft Goldberg met zijn inmiddels zeventien jaar oude reportage het recht op deelname aan het publieke debat voorgoed verspeeld, meent Greenwald, maar het is ook tekenend voor de journalistieke cultuur in Washington dat zo’n figuur vervolgens een van de beroemdste tijdschriften ter wereld mag leiden. ‘Hoe meer oorlogen je promoot’, zegt Greenwald – de lichtjes van de baai van Botafogo op de achtergrond – via een satellietverbinding tegen Carlson, ‘hoe hoger je kunt klimmen. Zo ziek is de politieke en de journalistieke klasse in de VS. Diegenen die over Irak logen, of oorlogen in andere islamitische landen aanmoedigden: telkens weer worden ze als autoriteit naar voren geschoven. En zo houden we dit systeem in stand.’

Eelco Bosch van Rosenthal is verslaggever bij Nieuwsuur

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden