interview Francis Rossi

Gitarist Francis Rossi (70) over zijn band Status Quo: ‘In 1984 dacht ik dat onze tijd voorbij was’

Francis Rossi. Beeld Daniel Cohen

Al vijftig jaar weet de rockband Status Quo alle trends te overleven. Hoe denkt de voorman Francis Rossi (70) over andere gitaarbands toen en nu?

Francis Rossi (70) kijkt uit het raam en geniet van het zicht vanuit het café van het Amsterdamse American Hotel op het Leidseplein. De zanger van de Britse band Status Quo komt er graag. ‘Ik heb hier al meer dan veertig jaar een vaste kamer. Aan deze plek zijn zoveel herinneringen verbonden’, mijmert hij.

Rossi is naar de hoofdstad gekomen om de aandacht te vestigen op Backbone, het 33ste album van Status Quo, en op zijn autobiografie, I Talk Too Much die hij deze zomer samen met ghostwriter Mick Wall publiceerde. Amsterdam komt er ook in voor, zegt hij met enige trots.

‘Wist je dat ik begin jaren negentig een paar jaar hier vlak om de hoek heb gewoond, op de Keizersgracht?’

Belastingperikelen, voegt hij er aan toe. Het was in de jaren waarin hij voor het laatst  een lijntje coke snoof. ‘Dat was ook in American. Ik was al een paar jaar gestopt en eigenlijk volkomen clean toen ik een oude bekende zag. Die stopte me ongevraagd een pakje coke toe. Dat viel verkeerd. Ik ging duizelend naar de bar en bestelde achter elkaar triple tequila’s. Geen coke zonder drank. En ik hield niet eens van drinken, dat ben ik door die drugs gaan doen. Maar toen dan ook echt voor het laatst. Ik gebruik niets meer en hou het op vruchtensap.’

Zo brandt Rossi nog geen vijf minuten na de kennismaking los over zijn drugsverleden. ‘Je moet me maar stoppen hoor, die boektitel komt tenslotte ergens vandaan. Waar gaan we het ook al weer over hebben? Over de nieuwe Quo-plaat? Wel bijzonder, de eerste plaat zonder Rick.’

Gitarist Rick Parfitt overleed in 2016, 68 jaar oud. ‘Hij was eigenlijk al een half jaartje uit de band. Zijn gezondheid was slecht, hij zoop te veel en de laatste jaren hadden we eigenlijk niets meer aan hem. Dat klinkt hard, maar dit moet ik echt even kwijt.

‘Veel Quo-fans vonden dat ik niet zonder hem kon doorgaan, maar dat sterkte me alleen maar in mijn wil er zonder hem iets moois van te maken. To prove the bastards wrong.

‘Nou, wat wil je weten? O, we gaan naar muziek luisteren? Kom maar op.’

Het leek V een aardig idee om de man die nu al meer dan vijftig jaar zingt en gitaar speelt in een van de succesvolste rockbands van het Verenigd Koninkrijk te onderwerpen aan een luistertest. Geen quiz, maar een reis door vijftig jaar Status Quo aan de hand van muziekfragmenten.

Rockmuziek heeft immers sinds Status Quo in de jaren zeventig succes boekte met klassiek geworden liedjes als Down Down, Roll Over Lay Down en Whatever You Want nogal wat transformaties ondergaan.

Hardrock, de term waaronder ‘de Quo’, zoals Rossi zijn band noemt, aanvankelijk werd geschaard, evolueerde tot heavy metal, hair metal, thrash metal, grunge en nu-metal. Status Quo doorstond alle modes en trends in stevige gitaarmuziek en hield vast aan een typerende mix van boogie-ritmes, blues-riffs en melodieuze rock ’n roll.

Altijd bleef de band zoeken naar de juiste, pakkende gitaarriff en melodie. Onverstoorbaar en schijnbaar door niets of niemand beïnvloed. Maar hoe zit het met de invloed van Status Quo op andere bands en wat vindt Rossi zelf mooi van wat er de afgelopen vijf decennia aan harde gitaarmuziek is geproduceerd?

Om er in te komen beginnen we met een paar eigen liedjes.

Status Quo: Down The Dustpipe (1970)

‘We hadden al een paar hits gehad met een beetje psychedelische popliedjes, zoals veel rock-’n-rollbands die eind jaren zestig maakten. Maar dit was het eerste liedje waarin de drie kernbegrippen, als ik ze zo mag noemen, uit onze muziek samenkwamen: een boogie-ritme, pakkende riffs en vooral een sterke gitaarmelodie. In onze beste liedjes komen al die elementen terug.’

Status Quo: Roll Over Lay Down (live, 1975)

‘Ik weet nog dat we in 1974 terugkwamen van een tournee in Amerika, waar we uiteindelijk nooit een voet aan de grond kregen. Thuis leek het alsof de revolutie was uitgebroken. Glamrock was ineens overal. Het ging om bands als The Sweet en Slade en zelf hadden we succes met ons album Hello, maar daar ging de nieuwe band Mud met de hit Tiger Feet nog overheen. We kregen het gevoel dat we de boel hadden aangestoken en toch de slag hadden gemist.

Down Down werd wel een hit, maar Roll Over Lay Down van Hello was ten onrechte aan de wereld voorbijgegaan, vond ik. Dus slingerden we een net iets stevigere live-versie op de markt. En opeens wist heel Europa wie Status Quo was.’ Een stevige rock-’n-rollband, expliceert Rossi, met in de voorste linie twee gitaristen die elkaar goed aanvullen, zowel vocaal als instrumentaal. Rick Parfitt was de blikvanger, vindt Rossi nog altijd. ‘Een grote, knappe, blonde man, achter wie ik me met mijn melkmuiltje kon verschuilen.’

Parfitt was het rock-’n-rollbeest in de band, stelt Rossi. ‘Althans, dat imago mat hij zich  aan. Toen hij in de band kwam, was hij een zachtaardige jongen met een fluwelen stem. Hij zong aanvankelijk onze meer tedere popliedjes. Maar hij wilde liever de woeste rocker uithangen. Aanvankelijk snoven en zopen we gelijk op, maar ik ben al dertig jaar clean. Rick had een houding van ‘ik ben cool als ik dronken ben’. Hoe meer ik hem erop aansprak, hoe verder we uit elkaar dreven. Ik hield van Rick en wil geen kwaad over hem spreken, maar de laatste twintig jaar hadden we niets meer aan hem in de studio. Bij de opnamen van Backbone heb ik hem niet gemist. ’

Status Quo in 1979, met geheel rechts Francis Rossi en tweede van links Rick Parfitt. Beeld Getty

ZZ Top: Gimme All Your Lovin’ (1983)

Rossi reageert verbaasd als hij hoort dat we de riff uit dit liedje terughoren in Waiting For A Woman, het openingsnummer van Backbone. ‘Dat was geen opzet. Wel een lekkere riff natuurlijk. Dit was de grootste hit van ZZ Top, waarmee we in de jaren zeventig nog hebben gespeeld.

‘Ik vind het wel gek dat je zoveel gitaren over elkaar hoort, terwijl Billy Gibbons de enige gitarist is. Ik houd daar niet zo van. Als je één gitarist hebt, wil ik er geen drie horen, die wil ik dan ook zien. Maar ja, dat is ouwemannenpraat. Het gaat in de popwereld om het totaalgeluid. Dat had ZZ Top goed begrepen. En dan die clips met lekkere meiden, niks mis mee.’

AC/DC: Highway To Hell (1979)

‘Kijk, Angus Young van AC/DC is hier de enige gitarist en je hoort dus ook maar één gitaar. Zo moet het. En natuurlijk, AC/DC is een geweldige band. We zijn generatiegenoten en werden in de jaren zeventig vaak in één adem genoemd. Torturing steel rock werd onze muziek genoemd, maar daar stel ik me toch iets anders bij voor. Ook AC/DC is een boogie-band die de muziek bouwt op bluesriffs. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die zangstem niet trek. Ik heb altijd moeite gehad met zulke schreeuwerige vocalen. Al was Bon Scott die je hier hoort mij liever dan Brian Johnson, die na Scotts dood ging zingen.

‘Brian Johnson kwam uit Geordie, een lichtgewicht glamrock-band die we altijd uitlachten als ze in Top Of The Pops verschenen. Toch knap dat ze met Johnson nog succesvoller werden dan met Scott, die onvervangbaar heette te zijn. Het was ook altijd lachen met die jongens. Ze kregen een keer de opmerking naar hun hoofd: ‘Jongens jullie maken nu al zeventien keer dezelfde plaat’, waarop Angus Young antwoordde: ‘Zeventien? Ben jij belazerd, achttien!’ Wij kregen vaak vergelijkbare kritiek, maar ik zie  herkenbaarheid juist als compliment.’

Oasis: Roll With It (1995)

In 1995, in het heetst van de populariteitsstrijd tussen de bands Oasis en Blur, verweet  Damon Albarn van Blur dat de liedjes van Oasis net als die van Status Quo allemaal dezelfde simpele akkoorden kenden en dat ze zich daarom beter Oasis Quo konden noemen. Noel Gallagher trok daarop een shirt aan met het woord Quoasis, wat een gewild item in de merchandising werd.

Als Francis Rossi de eerste noten van Roll With It hoort, schiet hij in de lach. ‘Roll With It was een mooie reclamespot voor ons, maar zelf heb ik het nooit zo gehoord. Ik houd ook niet echt van Oasis, geloof ik. Misschien herken ik er te veel van onszelf in. Mannen van in de 40 die doen alsof ze 19 zijn. Zo is het bij mij en Rick ook lang gegaan.

‘Die broedertwisten in Oasis (tussen zanger Liam Gallagher en gitarist Noel Gallagher, red.) zijn toch allemaal aanstellerij. Je kunt wachten op het moment dat de onvermijdelijke lucratieve reünie wordt aangekondigd. Want die komt er, heus.’

Metallica: Creeping Death (1984)

Rossi maakt een wegwerpgebaar. ‘Is dit Iron Maiden of zo? Nooit van gehouden. Ik kan om te beginnen al niet tegen die schreeuwende zang. Ik heb me altijd te oud gevonden voor dit soort muziek. In 1984, toen metal opkwam, dacht ik al dat onze tijd voorbij was, al was ik nog maar krap 35. Daar ben ik anders over gaan denken, maar lelijke muziek vind ik het nog steeds.’

Iron Maiden: The Trooper (1983)

‘Dit is wél Iron Maiden, toch? Hetzelfde verhaal als Metallica, ik heb er niets mee. Ik geloof dat de andere jongens in de band de nieuwe metal van toen wel interessant vonden, maar sorry, not for me.

Tame Impala: Elephant (2012)

‘Dus dit is een van de hipste bands van de laatste jaren? Die zang lijkt een beetje op die van onze bassist Alan Lancaster, jaren geleden. Het boogieritme komt me ook bekend voor. Maar waarom doen ze alsof het nog 1973 is? Waarom zou je als vroeger willen klinken? Ik begrijp dat niet. Bedenk zelf eens wat, jongens. Weet je aan wie de zanger me doet denken? Aan Alvin Stardust, ken je die nog van dat seventies hitje My Coo Ca Choo? Dat was destijds een grote concurrent voor The Quo. Daar wil nu toch niemand meer op lijken?’

De Staat: Mona Lisa (2019)

Rossi beweegt in zijn stoel ritmisch mee op de beat. ‘Lekker boogiegevoel en toch van deze tijd. Zo kan het dus ook. Lijkt me typisch zo’n Britse band die één leuke plaat maakt, op alle tijdschriftcovers staat en daarna in het niets verdwijnt.

‘Wat? Ze komen uit Nederland en dit is hun vijfde plaat? Dan heb ik niets gezegd. Dit vind ik echt goed. Lekker modern klinkende rock-’n-roll.’

Bolland & Bolland: Wait For The Sun (1972)

‘Zijn dit die jongens van In The Army Now? Ferdi en Rob, heel goeie gasten. We hebben hier ook nog weleens gezeten, in dit café. Nadat onze versie van In The Army Now overal op één had gestaan, wilden die slimmerds nog wel een liedje aan ons slijten.

‘Daar trapte ik niet in. Maar ze hadden ons in 1986 wel aan een van onze allergrootste hits geholpen. Een beetje atypisch Quo-liedje, maar toen ik het in Ierland voor het eerst hoorde, wist ik meteen dat het voor ons was.

‘Zo ging het vaker, ik denk dat ik een goed oor heb voor covers. Rick trouwens ook. Hij kwam in 1977 op het idee om Rockin’ All Over The World te doen. Een liedje van een soloplaat van John Fogerty die niemand had gekocht.

‘Het werd een enorme hit, Fogerty zal er een lekker centje aan hebben overgehouden, zeker toen we er in 1985 Live Aid mee openden.

‘Maar een bedankje hebben we niet gekregen, ook niet toen we elkaar een keer op een festival tegenkwamen. Wat een grumpy fuck, die man.

‘Maar goed, zeker sinds Live Aid denkt iedereen dat het een liedje van ons is. Ik heb veel aan dat festival te danken. Eigenlijk waren we al gestopt, onze Farewell Tour zat erop, maar Bob Geldof (de organisator van Live Aid, red.) bleef maar aandringen.

‘We openden Live Aid om 12 uur ’s middags met Rockin’ All Over The World en gingen echt de hele wereld over. We waren met U2 en Queen een van de grootste Live Aid-successen. Daarna dronk ik me een stuk in de kraag en van de rest van de dag kan ik me helaas nog maar weinig herinneren.

‘Het bezorgde me zo’n ego boost dat ik de band toch  weer bij elkaar riep. In The Army Now bewees een jaar later dat het geen slecht idee was. We begonnen gewoon opnieuw en Status Quo bestaat nog altijd.’

Status Quo: Backbone. Edel/V2.

Francis Rossi: I Talk Too Much – My Autobiography. Constable.

Status Quo speelt op 25/10 2020 in AFAS Live, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden