column eva hoeke

Gewoon iemand groeten op straat. Makkelijk, toch? Eva Hoeke weet het nog niet zo zeker

Geen halszaak verder, maar ik heb een haat-liefdeverhouding met groeten.

In principe is er weinig mis mee. Hup, even je hand opsteken en de mondhoeken omhoog draaien, kleine moeite. Of alleen doeg roepen en weer doorgaan, ook prima. Leuk juist, zo’n klein gebaar van wederzijdse genegenheid, het kan een verder druilerige dag nét dat zwiepertje omhoog gegeven.

Maar er zijn geen regels voor, en in het Dorp, waar het pad van het sociale verkeer toch al glibberig is, ligt verwarring dan snel op de loer.

Voorbeeld.

Je zit op de fiets en denkt na, over het avondeten waarschijnlijk, of misschien wel over iets diepers – ze zeggen dat de grootste ideeën worden geboren tijdens de meest eenvoudige handelingen, Immanuel Kant bedacht zijn Kritiek van de zuivere rede ook tijdens zijn ­dagelijkse wandeling en Spinvis schrijft zijn beste teksten onder de douche, dus waarom jij niet, kan maar zo. Hoe dan ook, ineens komt er iemand voorbij die iets roept. Naar jou ja, want er wordt verwachtingsvol naar je gekeken, de mond waar de groet uitkwam hangt soms zelfs nog een beetje open. Je kijkt of je diegene kent. Is het antwoord ja, is er niks aan de hand, kan je diegene gewoon teruggroeten. Maar negen van de tien keer herken ik mensen niet, of kan ik ze niet thuisbrengen, en dat ziet de ander ook. Ik groet dan toch, meestal met een soort langgerekt, non-descript keelgeluid, iets van heuueeee-jaaaahaai, en daarna hoop ik vurig dat we allebei doorrijden.

Nou ja, kan gebeuren.

Lastiger wordt het wanneer je iemand wel kent maar niet verwacht dat diegene jou gaat groeten, en jij dus niks zegt, terwijl die ander dat wél doet. De spontane groeter sterft daarna een langzame dood, je ziet nog net hoe hij zijn ogen weer snel op de weg richt, vol schaamte, zichzelf afvragend of hij of zij soms niet cool genoeg is, en bij jou, niet-groeter, is het al niet anders, want jij vraagt je vervolgens een half uur lang af waarom je nou eigenlijk niks hebt gezegd, wat onáárdig, zo was het helemaal niet bedoeld en dat zou je diegene ook willen zeggen, hee, het lag niet aan jou, ik wist gewoon niet dat wij op groetbasis waren en bovendien dacht ik aan de snaartheorie en werd ik verblind door de zon, dat was het, ik zag je gewoon niet, geloof me, maar het moment is voorbij en terugfietsen doe je niet, en het enige wat je kan doen is wachten op de volgende keer dat je diegene weer tegenkomt en dan maar extra hard zwaaien, als je dan tenminste niet wéér wordt overvallen door een onverwacht aardig gebaar.

Ook lelijk: wanneer je iemand én kent én weet waarvan én op tijd ziet maar gewoon geen zin hebt om te groeten, een fenomeen dat op de een of andere manier altijd op perrons voorkomt. Het afschuwelijke amateurtoneel waarin je je verliest wanneer die ander alsnog vrolijk op je afkomt – ‘O! Hee! Hoi!’ en: ‘Ik had je helemaal niet gezien!’ – is het moment dat die leuke zwieper die een groet in potentie is, ineens een vrije val naar beneden maakt en de toch al druilerige dag richting afgrond duwt, als een deksel op je neus, een haar in je vla, een bon van 80 piek voor een overschrijding van 3 kilometer.

Eén troost, het kan veel erger: van de week hoorde ik de Man een half uur lang herinneringen ophalen met iemand tegen wie hij niet had durven zeggen dat hij eigenlijk niet meer wist wie het was.

Lief hè?

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.