Geven omdat ooit is gegeven

Zorg, hulp, steun, attenties en geschenken houden relaties in stand. Dorien Pessers deed onderzoek naar het begrip wederkerigheid: 'Als wij bereid zijn de vreemdelingen en de zwakken genereus te geven, krijgen we goede burgers die zich inzetten voor de samenleving.'..

'ALS DE koningin op staatsbezoek gaat, met in haar gevolg een lange stoet zakenlieden, is zij beladen met geschenken. De cadeaus worden plechtig overhandigd. Als de ceremonie goed verloopt, is het bedrijfsleven tevreden. Het vertrouwen is gewekt. Nu kunnen we zaken doen. Het ritueel is nodig.'

Er is, meent Volkskrant-columniste en docente vrouwenstudies Dorien Pessers, weinig veranderd sinds primitieve stammen elkaar ter wille van vrede en vriendschap schelpen en sieraden gaven.

'Als je iets geeft aan een ander, voelt die ander zich verplicht vroeg of laat iets terug te geven. Als je het niet doet, als je niet helpt wie jou hielp, voel je je beschaamd. Het is heel iets anders dan in het krijt staan bij de bakker omdat je de rekening niet betaalde. De ethiek van de gift is veel verplichtender dan de ethiek van het contract.'

De Franse antropoloog Marcel Mauss, zegt Pessers, schreef dat je met het geschenk ook iets van jezelf geeft. De geest van de gever, dachten primitieve stammen, zat in het cadeau. En die geest moet 'wederkeren', terug naar de gever. Als je geen offers bracht aan de goden of de voorouders die jou het leven, het voedsel hadden gegeven, werd je gestraft met dood en hongersnood. Wie een cadeau niet op waarde schatte, riep de wraak der geesten over zich af.

In een beschouwing over de hedendaagse samenleving schreef de Duitse filosoof Jürgen Habermas: 'Als de wederkerigheid wordt verbroken, komt de causaliteit van het lot op gang.' 'Hij bedoelt het noodlot, sociale uitsluiting, sociaal lijden', zegt Pessers.

Habermas inspireerde de jurist Pessers tot haar onderzoek naar 'het wederkerigheidsbeginsel': Liefde, solidariteit en recht (Uitg. UvA) waarop zij vorige maand aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde. 'Het werd een zoektocht naar een moraal van wederkerigheid.'

Pessers begon met het motto van de Franse Revolutie: Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Hoe krijg je het juiste evenwicht? Absolute vrijheid brengt anarchie, absolute gelijkheid brengt de vrijheid om zeep. De begrippen vrijheid en gelijkheid, zegt zij, zijn uitputtend onderzocht. Maar het begrip broederschap - zij koos 'wederkerigheid' - niet.

'Het is ook een intens moeilijk begrip. Het is veel gecompliceerder dan het do ut des: 'ik geef opdat jij teruggeve. Dit slaat op de gewone markttransacties. Veel interessanter is hoe het wederkerigheidsbeginsel werkt buiten de markt. Tussen familieleden, vrienden en buren. Een contractuele verhouding is nou juist het laatste wat zij willen. Zij willen duurzame betrekkingen, gebaseerd op vertrouwen. Kinderen ontvangen zorg van hun ouders. Later zullen zij die zorg weer teruggeven aan hun ouders, of doorgeven aan hun eigen kinderen. Vrienden en buren staan elkaar bij, in de verwachting dat er te zijner tijd wel verevend zal worden. Niet volgens het beginsel van do ut des, maar van: ik geef omdat mij ooit is gegeven.'

Zorg, hulp, steun, attenties en geschenken houden, aldus Pessers, de relaties in stand omdat zij morele verplichtingen in het leven roepen. Maar die morele verplichtingen mogen nooit hardop worden uitgesproken. Wie een cadeautje krijgt, zegt altijd: 'Dat had je niet hoeven doen', waarop de gever stamelt: 'Nou ja, het is maar een kleinigheidje.'

'Dat lijkt leugenachtig, omdat wel degelijk een mooi cadeau werd verwacht en ook gekocht. Maar gever en ontvanger willen met hun 'leugens' benadrukken dat hier niet de wetten van de markt gelden.

'Ik wilde in mijn onderzoek aantonen dat solidariteit niet alleen een sociale noodzaak is, maar dat mensen er ook grote capaciteit toe hebben. Wel te verstaan: buiten het marktmechanisme. De solidariteit, de sociale cohesie, zit gewoon in de human condition ingebakken; maar wordt bedreigd.'

Tweeverdieners moeten, illustreert Pessers, zo hard werken dat ze niet meer in staat of bereid zijn wederkerigheidsbetrekkingen na te komen. Er is geen tijd meer om naar elkaar, naar de kinderen te luisteren. 'Luisteren is een prachtige vorm van teruggeven, de woorden van de ander beantwoorden. Daarom ga je naar de psychiater, die wel luistert; tegen betaling. Wat vloekt met het wederkerigheidsbeginsel, waar nooit openlijk mag worden afgerekend.'

Ouders, meent zij, zijn steeds minder bereid zelf voor hun kinderen te zorgen. 'Vanuit de wederkerigheidsmoraal is dat een verontrustende ontwikkeling. De zorg voor de kinderen komt in de professionele sfeer terecht, de sfeer van de markt; de zorg wordt letterlijk afgekocht. Kinderen worden niet meer opgevoed in een sfeer van duurzame morele betrekkingen, waarin zij leren te geven en ontvangen. Het gezin is dan niet meer de leerschool voor solidariteit.'

Pessers ziet 'een pervertering van de gift-ethiek. Wij leven, net zoals in Amerika, in een gigantische giftcultuur. We worden overladen met cadeaus. Wij kopen onze schuldgevoelens af. Moeders die de hele week werken en steeds maar cadeaus geven, suggereren een band met hun kinderen die niet bestaat. Die band kun je niet kopen.

'Iedereen weet dat een samenleving kapotgaat als zij alleen uit contractuele relaties bestaat. Maar wat doen we om een nare, harde maatschappij te voorkomen? We geven niet meer ruimte voor normaal, sociaal-menselijk verkeer, nee, we gaan de contractuele verhoudingen humaniseren. We krijgen de smiling professions. De persoonlijke aandacht voor klant en werknemer lijkt op aandacht die vrienden en geliefden aan elkaar geven, maar het is een totaal andere setting: alles in dienst van het streven naar winst. Het is een karikatuur van het wederkerigheidsbeginsel.'

Pessers gelooft dat in het debat over normen en waarden mensen snakken naar een begrip waar ze iets mee kunnen. 'Ik wil laten zien dat het wederkerigheidsbeginsel als een verzonken continent schuilgaat onder marktrelaties, de sociale relaties, de affectieve relaties. Geef het weer een kans. Ook uit eigenbelang. Maar noem het geen plicht-ethiek. Ik heb het niet over rechten en plichten.

'Door een bijstandsmoeder de economische markt op te sturen, ontneem je haar de mogelijkheid haar plichten als moeder te vervullen. Natuurlijk, wie bijstand krijgt, behoort iets terug te geven. Het is maar hoe je die tegenprestatie definieert. Gun de eigen invulling, want voor je het weet zit Annelies Verstand het zaakje weer te reguleren. Je weet wat waardevol is, wat je meekreeg van je ouders. Je weet wat je blij, droevig en gelukkig maakt. Ik zou zeggen, denk daar eens over na.' - Dus moet de huisvrouw toch maar weer terug naar aanrecht en gezin?

'Absoluut niet. Ik kan niet genoeg benadrukken dat betaald werk heel belangrijk is voor de eigenwaarde van vrouwen; om te ontsnappen aan een vaak geestdodende gezinssituatie, waar geen vrijheid en gelijkheid is. Maar we kunnen niet ontkennen dat de hoge arbeidsparticipatie van mannen en vrouwen grote sociale en morele risico's voor kinderen inhoudt.'

Herkenning en erkenning, benadrukt Pessers, zijn de sleutelbegrippen van wederkerigheid. Pas als men de ander herkent, zijn mensen bereid elkaar ook te érkennen en morele plichten jegens die ander na te komen. Een samenleving kan alleen hecht en solidair zijn indien er gemeenschappelijke taal, cultuur en ervaringen zijn, waardoor in de andere het eigene kan wederkeren. Daarom is het ook onjuist het nationalisme te verguizen.

Nationalisme kweekt solidariteit, omdat het met veel symbolische waarden gepaard gaat waarin mensen zichzelf en elkaar herkennen. Ze ontlenen er hun identiteit aan. Die waarden kunnen naar de gemeenschappelijke geschiedenis verwijzen, naar het culturele erfgoed, ze zijn meestal moeilijk te definiëren en ze zijn irrationeel.

'Kijk naar de Waddenzee. Boren is op geen enkele manier schadelijk voor het milieu. En toch willen we het niet. Het is onlogisch, volledig irrationeel. De symbolische grens is bereikt. Het is puur symboliek. Volgens de technische normen mag je boren, volgens de symbolische waarden niet. Plotseling gaat het om de natuur, de verhalen van Jan Wolkers, het Bijbelse rentmeesterschap. Het Kamerdebat kreeg veel kritiek van journalisten. Zij wilden argumenten. Geen emotie. De journalisten hadden geen oog voor de symboliek.'

Pessers ziet een parallel met de ophef over de vervalste koningsmantel. 'Zoals bij primitieve stammen zie je dat er altijd enkele goederen zijn die je niet verhandelt. Ze hebben te veel betekenis. Het zijn de sacrale elementen in de cultuur. We smullen van het verhaal van de vroegere hof-couturier die met de echte koningsmantel rondliep in homobars in Bazel, maar toch vinden we dat het niet kan. Die mantel vertegenwoordigt een brok vaderlandse geschiedenis, heeft symbolische waarde. Wij herkennen en erkennen elkaar in deze gemeenschappelijke goederen, de Waddenzee, de koningsmantel.'

- Heeft dat ook geen vreemde, griezelige trekjes?

'Het zou zorgelijk zijn als we de kracht en de betekenis van symbolische waarden ontkenden. Symbolische waarden houden ons kritisch. Een slechte koning, een corrupte minister, doet aan het ideaalbeeld niet af. Integendeel, zij benadrukken hoe een koning, een minister, zich behoort te gedragen. Wij vinden het leven heilig, terwijl we de hele dag zien dat het leven niet heilig is; de oorlogen, de verkeersslachtoffers, de kinderen die misbruikt en kapotgemaakt worden. Als we het leven niet als sacraal beschouwen, niet idealiseren, hebben we nooit meer een middel om de schending van het leven te bekritiseren.

'Dat is niet hypocriet. Kennelijk zit de mens zo in elkaar. We hebben symbolische waarden nodig om een beetje fatsoenlijke maatschappij te krijgen.' Pessers vreest dat in het euthanasiedebat de heiligheid van het leven te veel uit het oog is verloren, zoals in het debat over de eicel- en spermadonatie de symboliek van de voortplanting wordt weggeredeneerd.

'In de Nederlandse cultuur bestaat weinig begrip voor irrationele elementen. Daarom zijn wij, vergeleken met andere landen, in dit soort ethische kwesties vaak een buitenbeentje.'

- Wordt het voor de nieuwkomers in de Nederlandse samenleving niet erg moeilijk als zo'n grote nadruk op het nationaal, cultureel eigene wordt gelegd?

'Het grote nadeel van het nationalisme is natuurlijk dat als de symbolische waarden niet worden gedeeld met andere bevolkingsgroepen, er vervreemding optreedt. Dat is ook de reden waarom we de vreemdeling weren. Er zal dan ook niet gauw solidariteit ontstaan. In dat geval zal het recht moeten bemiddelen. Dan zal het recht erkenning moeten afdwingen, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat iedereen op voet van vrijheid en gelijkheid behandeld wordt. Dat is de grote verworvenheid van de rechtsstaat.

'Als de staat iedereen langdurig een principiële behandeling garandeert, ontstaat er sociaal vertrouwen tussen vreemden. Net zoals binnen de familie en een homogene buurtgemeenschap is sociaal vertrouwen de voedingsbodem voor solidariteit. Kijk naar onze verzorgingsstaat. Katholieken, protestanten en socialisten hebben hun oude tegenstellingen overwonnen en zijn bereid via het systeem van sociale zekerheid aan elkaar te geven in het vertrouwen dat ze iets terugkrijgen.

'Maar zijn we bereid de AOW van Somaliërs te betalen? Ik vrees van niet. Er zal eerst een gemeenschappelijk speelveld gevonden moeten worden. Dat kan alleen als de partijen het spel thuis in eigen omgeving hebben geleerd. Daarom is groepsvorming en groepsidentiteit zo van belang. Net zoals het gezin is ook de sociale of etnische groep een leerschool voor de moraal van de wederkerigheid. En dan moeten we onderhandelen aan de ronde tafel, die zo oud is als koning Arthur. Niemand kan aan het hoofd zitten. Alle partijen lijken dus gelijkwaardig.

'We moeten ook ondemocratische groepen als de Grijze Wolven aan de tafel uitnodigen. Zij zijn goed georganiseerd, hebben sterke leiders die goed kunnen onderhandelen. Als de leiders van de groepen elkaar leren vertrouwen, ontstaat een gemeenschappelijk speelveld. Misschien kunnen dan ook ondemocratische groepen ervan overtuigd raken dat democratie een groot goed is. Zo kan de basis worden gelegd voor solidariteit tussen mensen die nu nog vreemden voor elkaar zijn.

'We mogen ons niet laten afschrikken door de schietpartij in Veghel. We moeten praten over eer en wraak, maar ook duidelijk maken dat wat in Veghel gebeurde, absoluut niet kan. Zo'n inbreuk op onze cultuur is onaanvaardbaar en dat moet ook duidelijk aan de Turkse gemeenschap worden gezegd.

'Niemand mag zich uitgesloten voelen. Er zijn helaas ook signalen dat er Nederlanders zijn die het vertrouwen verliezen en menen het recht in eigen hand te mogen nemen. Het eigene herkennen ze niet meer in de normen en de wetten. Kijk naar de buurten waar vermeende pedofielen verdreven worden; en naar de commotie in het asielzoekerscentrum in Kollum. Niet mooi, maar het Openbaar Ministerie had het verdriet van de gemeenschap over de moord op het meisje moeten erkennen. Het had moeten luisteren en de wonden laten helen.'

- Bent u hoopvol gestemd?

'Als wij nu bereid zijn de vreemdelingen en de zwakken genereus te geven, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, zullen wij volgens de oerfunctie van de gift genereus terug ontvangen, krijgen we goede burgers die zich inzetten voor de samenleving. Maar als we het niet doen, krijgen we een tweedeling in de maatschappij, zoals in de gezondheidszorg.

'En dan zie je dat waar de wederkerigheidsgedachte terugkeert, met buurtverenigingen en vrijwilligers, men zich vaak afschermt in blanke bolwerken. Dan gaat de solidariteit verloren. Dan ontstaat, om met Habermas te spreken, de causaliteit van het noodlot. Dan krijgen we Amerikaanse toestanden en vragen we om sociale onrust.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.