Gespannen rust

Vanuit het zenddorpje Radio Kootwijk gingen in de vorige eeuw vele programma’s de ether in. De KPN vertrok, de gebouwen bleven achter....

‘Het went nooit, zo mooi is het’, zegt Cees Poortman, wijzend op zijn tuin ter grootte van een voetbalveld met daarachter het uitgestrekte bos van de Veluwe. De stellage voor zijn hangmat staat klaar; de vogels kwinkeleren en de wind ruist door de bomen.

Vijftien jaar geleden had KPN nog de grootste moeite om bewoners te vinden voor de riante, maar net iets te afgelegen dienstwoningen in het voormalige zenderdorpje Radio Kootwijk. Nu lijken ze de perfecte idylle voor wie het geluk heeft er te mogen wonen.

Het buurtschapje op de Veluwe kent 120 inwoners in minder dan vijftig huizen. Het ligt verscholen tussen het Ugchelse bos en het Kootwijker Zand, zes kilometer verwijderd van de doorgaande weg naar Apeldoorn. Vroeger zorgde de PTT voor alles; nu is het hokje van de opgeheven bushalte de enige openbare voorziening. Een kerk, kroeg of winkel is er nooit geweest.

De sociale contacten zijn er aangenaam maar niet uitbundig, zegt Poortman. ‘We leven hier niet op straat’. Aan de wapperende oranjegekte van juni 2006 doet het dorp in elk geval niet mee.

Tussen de jaren twintig en tachtig van de vorige eeuw was Radio Kootwijk een bedrijfsdorp van de PTT waar je aan de grootte van het huis iemands rang en functie kon aflezen. In de rijtjeshuizen werden de hoekwoningen bezet door de opzichters, het lager personeel woonde ertussen. De nog hogere rangen waren ‘ingenieurs’ en zij hadden een vrijstaande ingenieurswoning.

Samen zorgden ze ervoor dat het Hallo Bandung via de ether in de koloniën kon worden ontvangen. Het complex was in de vooroorlogse jaren een van de modernste zendinstallaties ter wereld. Volgens verhalen van gepensioneerde dorpsbewoners waren de zenders zó sterk dat je fietslampje oplichtte als je er onderdoor reed.

Toen KPN haar activiteiten eind jaren negentig beëindigde, kwamen de woningen te koop. Sindsdien verwatert de band tussen het oude zendervolkje en de bewoners van Radio Kootwijk. Maar de voormalige bedrijfsgebouwen weerspiegelen een trotse geschiedenis.

Pronkstuk is het monumentale Gebouw A; het hart van de voormalige zendinrichting die als een betonnen kathedraal uitsteekt boven de omringende zand- en heidevlakte. Vroeger staken er ook zes zendmasten van 212 meter de hoogte in, maar die zijn al gesloopt.

Het is zo’n gebouw dat mooi is van lelijkheid, vindt Poortman, voorzitter van de dorpsraad. ‘Het had zó in Batman-city kunnen staan’. In 2002 werd er de film Mindhunters opgenomen en figureerde het als FBI-kantoor in het Amerikaanse Virginia. Het hele jaar door trekt het leegstaande rijksmonument een stroom dagjesmensen en Veluwefietsers die zich aan het eigenaardige bouwwerk vergapen.

Naar nieuwe bestemmingen voor het zendergebouw wordt al jaren gezocht. Maar commerciële publiekstrekkers die vooral drukte zouden veroorzaken, vallen in Radio Kootwijk in verkeerde aarde. Onder rumoerig protest sneuvelde vorige maand het plan van TV-producent Harry de Winter om een museum of een gaming-centrum in de kathedraal te vestigen, maar aan nieuwe plannen wordt gewerkt.

Wie in Radio Kootwijk iets wil, moet van natuur en stilte houden, zegt Poortman. Aanvankelijk moest zelfs hij daar aan wennen. ‘In het begin werd mijn hond achter het huis aangevallen door een wild zwijn en daar heb ik nog over geklaagd bij de boswachter. Die wees me terecht. Dat zwijn zit niet in mijn achtertuin. Ik woon in zíjn achtertuin. En zo is het natuurlijk. De natuur heeft hier voorrang.’

Zijn overbuurman Jan Willem Udo, gepensioneerd PTT’er en zendamateur, heeft voor de grap een sensor geplaatst in de overgang van zijn tuin naar de bosrand. Als daar een hert, vos of zwijn voorbij loopt, gaat bij zijn huis een oranje zwaailicht branden. In het begin was dat spannend en bezoekers vinden het nog steeds leuk. Maar zelf komt hij er zijn stoel eigenlijk niet meer voor uit.

De doodlopende weg naar Radio Kootwijk loopt uit in de verderop gelegen enclave Gerritsfles. Tussen de boomgroepen en zandverstuivingen doemen daar de laatste tien villa’s op, letterlijk midden op de hei. De stilte is verpletterend.

Tenminste, zo lijkt het. Want de laatste maanden heerst in Radio Kootwijk de gespannen rust van Twin Peaks. In of rond het dorp loopt een gek rond. ‘Een kwaadwillige’, zegt Poortman. ‘Een zieke geest die zich rare dingen in het hoofd haalt’, denkt Balder Schragen van antikraakbedrijf Kabath. ‘Een idioot die trammelant wil’, vermoedt dorpsbewoner Frits van Burik, voormalig lid van de bedrijfsbrandweer van de PTT. Een pyromaan, zeggen sommige andere dorpelingen.

In elk geval is het iemand die Radio Kootwijk goed kent. Hij slaat midden in de nacht toe en weet kennelijk wanneer de bewoners thuis zijn. De eerste brand in de nacht van zaterdag op zondag 19 maart legde het voormalig hotel van Radio Kootwijk in de as.

Het monumentale ‘hotel voor ongehuwde ambtenaren’ uit de jaren twintig stond leeg en werd bewoond door vier antikraakwachten. Daar waren er net twee van verhuisd. Vermoedelijk begon het vuur in de kamer van één van hen. Een bewoner kon zich net op tijd redden; de tweede moest met ademhalingsklachten worden geholpen.

In de nacht van vrijdag op zaterdag 29 april werd het tweede pand verwoest; het voormalige directiegebouw ‘F’. Ook deze bakstenen villa stond leeg en werd bewaakt door antikraakwachten. Maar die waren om twee uur ’s nachts net een half uur afwezig toen de brand begon. Het gebouw had een brandmeldingsinstallatie uit de KPN-tijd. Die zou de volgende dag weer worden aangesloten.

Het vuur werd toevallig ontdekt. Een stukje verderop in het bos bivakkeerde die nacht een agente van de Apeldoornse politie met haar vriend. ‘Om wild te kijken’, zegt politiewoordvoerder Bert Top. ‘Echt waar’. De agente rook brand, voelde onraad en belde de brandweer, die desondanks te laat arriveerde om het pand te behouden.

Oud bedrijfsbrandweerman Van Burik was wel snel zijn bed uit om een kijkje te nemen. ‘Je kon zien dat ze wisten hoe je zo’n vuur moet beginnen’, zegt hij. Na de eerste brand van het hotel leek brandstichting al waarschijnlijk. Nu ook het tweede mooie gebouw in de fik stond, twijfelde niemand daar meer aan. Het hoe en waarom is hem een raadsel. ‘Maar je ziet hier weleens jongens in auto’s voorbij komen waarvan je denkt: wat moeten die hier?’

Met het verzet van het dorp tegen de nieuwe plannen rond Radio Kootwijk kan het niets te maken hebben, bezweert Cees Poortman. De verwoesting van de deels onverzekerde gebouwen maakt het uitvoeren van projecten niet moeilijker; misschien zelfs eerder het tegendeel. Bewoners die zó boos zijn dat ze tot zoiets in staat zijn, kent hij trouwens niet.

Bij sommige dorpsgenoten heerst wantrouwen tegen de antikraakwachten, weet hij. Maar ook dat lijkt hem onterecht. ‘Er zit een xenofoob in ieder mens, en hier zouden het dan de antikrakers zijn die de schuld krijgen. Maar zij zijn óók gedupeerd en hebben hier geen belang bij.’

Toch zou het wel handig zijn wanneer ze elkaar eens beter zouden kennen. ‘Laatst wandelde ik ’s avonds op straat en werd ik door één van die jongens staande gehouden. Wat ik hier precies deed? Haha! Ik vond het prima, maar gelukkig hebben we na de zomer een gezamenlijk feestje, met badges waarop staat wie we zijn.’

De antikrakers zelf willen niet praten en verwijzen naar hun opdrachtgever Kabath, een bureau dat leegstaand vastgoed van tijdelijke bewoning voorziet. Ook onder hen heerst angst, zegt directeur Balder Schragen. ‘Hoe zou u zich voelen als uw huis twee keer achter elkaar wordt aangestoken, en degene die daar verantwoordelijk voor is nog vrij rondloopt?’

Het bureau werkt in opdracht van de Dienst Landelijk Gebied; eigenaar van het zendercomplex. Samen heeft men er alles aan gedaan om de veiligheid te verbeteren, vindt Schragen. Zijn antikrakers hebben in elk geval niet gefaald. ‘Het zijn geen bewakers, maar bewoners. Na alle gebeurtenissen zijn die wel vastbesloten om zich niet te laten wegjagen.’

Maar misverstanden en geruchten zijn snel geboren. ‘Misschien hebben de krakers iets met de branden te maken’, oppert een vriendelijke bewoonster van de villa-enclave Gerritsfles, op minder dan één kilometer van het afgebrande hotel. Bedoelt ze misschien de anti-krakers, die de gebouwen in opdracht van de eigenaar bewaken? ‘Oh, ik dacht dat het krakers waren’, verontschuldigt ze. Wat er in het iets verderop gelegen Ugchelen, Harskamp of Apeldoorn wordt gedacht, gaat misschien nog wat verder.

Wijkagent Rob van Schaik zoekt de verklaring ook in die richting, maar tast feitelijk nog in het duister. De branden staan niet op zichzelf, zegt hij. Er is ook sprake van een golfje van inbraken en vernielingen. Het aantal meldingen van incidenten in Radio Kootwijk is sinds 2005 verdriedubbeld.

Dat kan te maken kunnen hebben met de aanloop van vreemd publiek door evenementen en bedrijfsfeesten die sinds 2005 in ‘de kathedraal’ zijn gehouden. Ook de media-aandacht over de dorpsprotesten brengt steeds nieuwe nieuwsgierigen naar het dorp. ‘Dat is een speculatieve verklaring, maar gezien mijn ervaring in andere kleine buurtschappen wel voor de hand liggend.’

Na de branden hield de politie een uitgebreid buurtonderzoek, dat vrijwel geen sporen opleverde. Technische bewijzen van brandstichting werden óók niet gevonden, maar ‘gezien alle feiten en omstandigheden’ twijfelt de wijkagent daar niet aan.

De heide rond Kootwijk staat trouwens geregeld in de fik, en dat is vaak aangestoken. In 2002 was er bovendien een niet opgehelderde reeks caravanbranden op Gerritsfles, in het laatste jaar dat de camping bestond. Maar dat heeft allemaal niets met elkaar te maken, denkt hij. ‘Formeel staan we met lege handen.’

Dus is er angst. ‘Wij zijn echt bang. Met één natte benzinelap is ons huis er geweest’, zegt een bewoner die anoniem wil blijven. Dorpsraadsvoorzitter Poortman: ‘Sommige bewoners zijn berustend; anderen bang. Ze voorspellen al welk gebouw het volgende zal zijn. Zelf ben ik vooral bevreesd voor een grote bosbrand die al onze huizen kan bedreigen. Na twee weken droogte kan dat in één keer zijn gebeurd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.