Het Eeuwige levenGerrit de Bruijne

Gerrit de Bruijne (1933-2020), de frietkoning die nieuwe markten opende

Gerrit de Bruijne begon met een gemengd boerenbedrijf en bouwde dat uit tot de op twee na grootste aardappelverwerker van Europa.

De benaming ‘grootste patatboer van Nederland’ vond hij maar niets. ‘De frietkoning van Nederland’, zoals hij ooit in deze krant werd genoemd, was gepaster.

Uit het niets stampte Gerrit de Bruijne in Oudenhoorn, een op het voormalige dubbeleiland Voorne-Putten gelegen dorpje, een giga-onderneming uit de grond die nu in zeven landen jaarlijks 1,6 miljoen ton aardappelen verwerkt tot frites en andere voorgebakken aardappelproducten.

Hij overleed 29 maart in Oudenhoorn. Met zijn jong overleden eerste vrouw Aad kreeg hij twee dochters en zoon Piet die in 1999 de leiding van het familiebedrijf overnam.

De Bruijne werd geboren in Zuid-Beijerland in de Hoeksche Waard. Hij was de middelste van de drie zonen van een akkerbouwer. Na het doorlopen van de landbouwschool in Hoek van Holland en een baantje bij een aannemer pachtte hij in 1959 een gemengd bedrijf in Oudenhoorn. Kees van der Lede sr., de vader van de latere VNO-voorzitter en Akzo-topman , stak hem daarbij een helpende hand toe.

Hij bleek al snel zakeninstinct te hebben. De boekhouding werd geprofessionaliseerd. De koeien gingen de deur uit. ‘Dit kwam hem goed uit, want hij had er een hekel aan om elke ochtend om 5 uur met zijn blote handen de koeien te moeten melken’, zegt zijn zoon Piet de Bruijne. De routine van de veehouderij verveelde hem. ‘Ik liep rond in mijn overalletje en kon mijn ei niet kwijt’, zo zei hij.

Tijdens een studiereis in de Amerikaanse staat Idaho zag hij hoe hij de waarde van zijn aardappelen kon verhogen door er zelf frieten van te snijden. In 1971 begon hij met een lening van 30 duizend gulden van de NMB op kleine schaal met het verwerken van aardappels tot voorgebakken frites. ‘In het begin reed ik met kistjes frites, verpakt in vetvrij papier, langs snackbars en restaurants. Tot ik op een gegeven moment moest besluiten een fabriek naast mijn boerderij te bouwen.’ Het succes kwam snel. Einde jaren negentig was Farm Frites na Aviko en McCain uitgegroeid tot de derde aardappelverwerker van Europa en stond De Bruijne in de Quote 500.

In 1999 opende De Bruijne onder de naam Farm Diary ook een zuivelfabriek. Als hij zoveel omzet kon genereren met een bulkproduct als aardappels, waarom zou dat dan ook niet kunnen met melk, zo stelde hij in de Volkskrant.

Hij begon daarnaast ook met een vriend in het onvruchtbare Gambia een boerenbedrijf waar op 60 hectare grond aardappelen, uien, maïs en rijst worden verbouwd. Hij wilde aantonen dat er aan de voedselschaarste in de wereld wel iets te doen is. ‘Dat kleine poosje dat we hier op aarde zijn, moet je er toch iets van maken’, zei hij in een interview met het blad Boerenbusiness.

Hij benadrukte daarbij geen wereldverbeteraar en filantroop te zijn die een schip van bijleg in stand zou gaan houden uit ideële overwegingen. Het bedrijf moet zichzelf kunnen bedruipen.

Zijn belangrijkste verdienste is dat hij met Farm Frites de teelt van consumptieaardappelen in Nederland redde. Door de dalende vraag naar de traditioneel gekookte aardappelen leek die op sterven na dood, maar met voorgebakken aardappelproducten openden zich nieuwe markten.

Piet de Bruijne noemt hem ‘iemand die in zijn hart een boer bleef’. ‘Veeleisend maar fair. Conservatief maar niet behoudend en serieus maar met een sterk gevoel voor humor. ‘Een milde vorm van dementie heeft eraan bijgedragen dat hij ook zijn laatste dagen goed gehumeurd heeft doorgebracht. Zijn gevoel voor humor bleef.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden