column Georgina Verbaan

Georgina Verbaan zit in een restaurant een spitst haar oren: ‘En, zit jij een beetje lekker in je velletje?’

Op een maandagavond zitten twee vrouwen van middelbare leeftijd in het restaurantgedeelte van een bioscoop in droge gadogado te prikken. Kan pech zijn, dat van die ­gadogado (in mijn gadogado zitten sappige groene sperziebonen, geen wit uitgeslagen, kromgetrokken, zieke, afgehakte vingers), maar het kan ook dat de dames al dagen achter rijst in een impasse zitten.

Eén van de twee vrouwen (die door haters én liefhebbers van Amsterdam en haar inwoners als een typische grachtengordeltrut zou kunnen worden omschreven) wipt met een kordaat knikje een streng haar uit haar gezicht – die meteen weer terugvalt – en vraagt (de klinkers laat ze met zo min mogelijk inspanning hoog achter in haar keel rondfladderen en du moment dat ze gedreven door een milde levenslust naar buiten dreigen te vliegen, bijt ze ze met een bitse ­medeklinker dood): ‘En, zit jij een beetje lekker in je velletje?’ aan een van de nog net niet rottende sperzieboontjes, ik weet niet welke.

De verrassing is groot als haar disgenote – nasaal en klagelijk – antwoordt. ‘Nou, ik moet binnenkort weer. Hoop niet dat het wéér een inwendig onderzoek is’. Er valt een stilte.

Ik kijk naar de sperziebonen. Ze liggen er beteuterd bij. De vrouw van het inwendig onderzoek kijkt ook naar de sperziebonen, zie ik. Of misschien is het de hard geworden pindasaus die haar aandacht trekt, haar in gedachten naar het aanstaande onderzoek teleporteert. Ze is kleiner en dikker dan de trut, die op haar beurt weer naar de vrouw van het inwendig onderzoek kijkt als was ze een sperzieboon. De kleine vrouw neemt een slokje lauw ogende wijn. Uiterlijk geeft de trut er geen blijk van dat zich binnen in haar een proces afspeelt dat een vraag oplevert. Maar toch: ‘Ja? Nog steeds je blaasje?’, vraagt ze, zonder haar blik te verleggen, zonder een spier te verrekken, haar elleboog op tafel, haar vork losjes in haar hand, naast haar hoofd, als een roofdier dat ontspanning veinst zodat het kan overvallen, verrassen, de vork zo recht in het inmiddels vochtig geworden oog van de kleine zielige vrouw gestoken kan worden, omdat een trut op een zeker punt óók gewoon klaar is met droog eten.

‘Ja, ik loop er nu al een half jaar...’ En precíés op dat moment komt de montere jongen van de bediening aangestuiterd: of ik nog naar de dessertkaart wil kijken. Nee, natuurlijk niet, lul, ik wil naar die vrouw luisteren! Ze zal waarschijnlijk snel, naar en eenzaam sterven en ik heb details nodig om mij daar een zo ­levendig mogelijke voorstelling van te maken, denk ik, maar zeg ik niet. In plaats daarvan bedank ik hem en bestel nog een wijn. De jongen loopt ritmisch ­verend weg – hij draagt van die kolossale gympen – maar de kleine vrouw is net klaar met wat ongetwijfeld een interessante medische lamentatie was.

De kleine vrouw kijkt naar de trut alsof ze een reddingsboei verwacht. Daar moet de trut even over nadenken. Ze legt haar vork bedachtzaam neer en veegt haar zuinige mond af met een servet. Ze kijkt nog eens naar de zielige vrouw, die nu extra zielig kijkt, werpt nog een blik op de bonen, die op een bord hun ­samenzijn verbeelden. Dan kantelt ze haar hoofd, lacht ze een roestige glimlach en vraagt ze met een artificiële, vinex-achtige warmte: ‘Jij kunt goed alleen zijn hè?’ De zielige vrouw worstelt zichtbaar overvallen met haar ­antwoord en schokschoudert wat van ‘ja, I guess’. Ze wordt gered door de jongen van de bediening, die zich als een hoedenplankhondje aan de dames presenteert. Hij wijst naar de gadogado. ‘Zijn we er klaar mee?’, vraagt hij. ‘Ja!’, antwoordt de trut. De letter a fladdert opgelucht door de ruimte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden