INTERVIEWGEORGE STEINER

George Steiner: ‘Wij moeten ons gedragen als elkaars gasten’

In 2008 zocht verslaggever Wim Bossema de Frans-Amerikaanse geleerde George Steiner, die op 3 februari 2020 overleed op 90-jarige leeftijd, op in Cambridge. Het onderwijs levert alleen maar specialisten af, geen hartstochtelijke boekenlezers, meende Steiner. Maar aan doemdenken over identiteit had hij een hekel.

George Steiner in 2008.Beeld Corbis via Getty Images

De regie houdt George Steiner graag in eigen hand. Aan die eigengereide houding dankt hij zijn reputatie als exemplarische intellectueel van het uitstervende soort, erudiet in de wereldliteratuur, filosofie, geschiedenis, en nog een hoop ongesorteerde wetenschap. Op universiteiten en academische conferenties trekt hij zijn eigen plan. En zo stuurt hij ook de interviews die hij geeft bij hem thuis in een lommerrijke buitenwijk van Cambridge. Die interviews beginnen vaak met de harige hond Ben.

De deur van het oude huis in een wijde tuin gaat langzaam open en Ben steekt zijn snuit vooruit. Achter hem staat George Steiner. ‘Dit is Ben’, zegt hij. ‘Hij is een oud-Engelse schaapsdoes en vooral Franse verslaggevers zijn gefascineerd door hem. Bens foto heeft zelfs eens op het omslag van een magazine gestaan. Kom binnen.’ Precies zoals het onlangs stond beschreven in een interview in The Guardian. En ook in het zojuist verschenen boek van Steiner met de intrigerende titel: My Unwritten Books.

Waarom juist Franse journalisten Ben zo interessant vinden? Hij heeft geen idee. Het hoofdstuk met Ben is ‘Man and Beast’. Steiner verhaalt daarin over zijn liefde voor zijn honden en de vragen die dat vreemde gevoel bij hem oproept over zijn menselijkheid. Antwoorden geeft hij niet, het is een project waarover hij ooit had willen schrijven, maar wat hij niet heeft aangedurfd. Zo schetst hij nog zes onderwerpen, waarover hij gezien zijn naderende 80ste verjaardag geen boek meer zal schrijven.

Welk boek zal George Steiner nog wel schrijven? ‘Ah! Geen enkele! Nou, misschien nog één dan. Maar dan postuum.’ Hij zegt het raadselachtig, met een licht morbide ondertoon, geamuseerd. Het thema van dat mysterieuze mogelijke boek verzwijgt hij. We lopen dan al in de achtertuin, het interview heeft hij abrupt beëindigd: ‘Nu heb je wel genoeg, nietwaar? Kom, ik laat je mijn werkkamer in het tuinhuis zien.’

Hij heeft zijn domein getoond, geheel volgens zijn bezoekersscenario. Achter in de tuin staat een zeshoekig huisje met boekenkasten langs de wanden, een vrijstaand bureau met uitzicht op het woonhuis. Hier werkt hij alle ochtenden, vertelt Steiner. Op het bureau staat een oude typemachine, geen computer. ‘Ik had, net als Heidegger, ook liever geen telefoon hier, maar ik ben helaas zwak. De kinderen kunnen bellen uit Amerika. Smoesjes, ik weet het.’ Voor het huisje staan kinderspeeltoestellen. ‘Voor de kleinkinderen, als ze komen uit de VS. Twee, schatjes, geadopteerd. Uit India. Waarom ook niet?’

My Unwritten Books

Terug naar het interview, anderhalf uur eerder. Ben leidt ons van de hal naar de woonkamer, waar twee stoelen klaarstaan met een bijzettafeltje ertussen. Steiner: ‘Meestal zit ik hier en de journalist in die stoel, dat tafeltje is voor je apparaat, is dat goed?’ Ben is er alvast bij gaan liggen.

Het plan voor dit interview: Steiner is de hoofdspreker op de Nexus-conferentie op 14 juni, daar is het thema Identity, please! En My Unwritten Books gaat in wezen ook over zeven aspecten van identiteit van de moderne mens – Steiner trekt zijn persoonlijke belevenissen, gevoelens en bespiegelingen altijd door naar de grote wereld, van het persoonlijke naar abstracte en terug. Met prikkelende thema’s als taal en erotiek, jaloezie onder academici, Joden en Israël, het anti-intellectualistische schoolsysteem. Laten we zijn essays eens toepassen op de Nexus-zorgen over de Europese, dan wel westerse identiteit. ‘Hm, heel goed’, zegt Steiner. En steekt van wal.

‘Waarom is het Nederlandse onderwijs toch zo verschrikkelijk achteruitgegaan? Jullie universiteiten tellen toch bijna niet meer mee!’

Het is de openingszet voor een tirade over teloorgang van het onderwijs als beschavende vorming van jonge mensen. Het hoofdstuk ‘School terms’ gaat daarover in My Unwritten Books. Hij heeft college gegeven in de VS en op Europese universiteiten en overal ziet hij de studenten berekender worden. ‘De bureaucratie van de topuniversiteiten is erop gericht de studenten voortdurend aan examens te onderwerpen. Wat is het nut? Zodra ze je college binnenkomen, denken ze aan wat ze later zullen verdienen; helpt dit mij omhoog op de ladder naar het succes? De beste manier om kennis te vergaren, is door creatief fouten te maken, door de weg kwijt te raken.’

Maar: ‘We hebben geen tijd meer om ergens tijd voor te hebben. We moeten weer leren tijd te verspillen.’

Kinderen worden steeds vroeger gedrild in wiskunde en computervaardigheden. Boeken lezen is er niet meer bij, gruwt Steiner. ‘Vroeger maakten we grapjes over de Japanners die hun peuters al naar de crèche stuurden om te leren. Moet je ons nu eens zien. Ik woon hier midden tussen de bètadocenten van Cambridge; ze vertellen me dat leerlingen al bij aankomst de wiskunde moeten kennen die ze vroeger bij vertrek hadden geleerd. Specialiseren, technische perfectie: wat voor mensen leiden we dan op? Identiteit is heel belangrijk, die kun je niet reduceren tot technische kennis. We moeten weer amateur worden, letterlijk ‘hij die houdt van’ de wetenschap. Het is een paradox, maar amateur zou wel eens het grootste compliment kunnen worden.’

Iets van die oude dorst naar kennis onder studenten uit zijn eigen jeugd komt hij nog tegen op avondonderwijs voor volwassenen in New York.

‘Even een anekdote. Op de eerste avond vullen ze een kaartje in met vragen over zichzelf. Een jonge vrouw trilde helemaal. Ik zei, doe het een andere keer. De volgende avond trilde ze nog. Ik zag wat ze had geschreven bij beroep vader: ‘pappie speelt piano’. En toen zag ik haar naam: Rubinstein! Ik leerde de familie later beter kennen en begreep dat zij Arthur Rubinsteins laatste kind was. Hij was al behoorlijk oud toen zij werd geboren en hij nam haar mee op tournee als mascotte. Dus ze heeft wel een eigen geschiedenis, maar toch is het ook heel Amerikaans om te zeggen: ‘pappie speelt piano’. In ieder geval: zij was een van die mensen die studeren om hun innerlijk leven te verrijken, niet zozeer vanwege een carrière als wel vanwege de vreugde ervan. Zij en anderen zijn trouwens juist daarom succesvol. Ik word overal voor inaugurele redes van mijn oud-studenten uitgenodigd. Het is een familie.’

Niet te somber

Is dat een verdwijnende wereld? Jawel, zegt Steiner, hij maakt zich er druk over, maar hij wil er ook weer niet al te somber over doen. Dat is zo zinloos. De wereld verandert de hele tijd, de ene keer vind je het leuker dan de andere. Van cultureel geklaag wordt hij knorrig. ‘Wie heeft onze cultuur het eeuwig leven beloofd?’

Welke kant we opgaan? Voorspellen doet hij niet graag, ‘dan word je al gauw idioot’. Schalks: ‘Er komt iemand naar de Nexus-conferentie die het einde van de geschiedenis heeft verkondigd, hoor ik. Ik bedoel maar.’ Een steek naar Francis Fukuyama. Maar twee trends wil hij wel benoemen. ‘We leven veel langer en dat brengt het probleem van een slinkende groep jongeren die een groeiende groep ouderen moet onderhouden.’ Ouderdomsziekten nemen ook toe, zoals Alzheimer. ‘Ik hoop bij God maar dat euthanasie makkelijk wordt.’ Maar ook de medische oplossingen, denkt hij: ‘De transplantatie van het geheugen komt in zicht. Alzheimer schijnt voor een groot deel een chemische zaak te zijn. Denk je in: welke identiteit heb je als je een nieuw geheugen krijgt?’

Hij peinst even. ‘Nu maak ik een idioot van mezelf. Maar goed. Tweede punt: het arbeidsethos zal verdwijnen uit Europa. Die was sterk ten tijde van de welvaartsstaat, maar nu die wordt afgebroken denken mensen: waarom zou ik eigenlijk werken voor minder geld, belasting betalen terwijl pensioenen wegsmelten en de gezondheidszorg slechter wordt? Mensen willen werken als het beter wordt, niet slechter. Mijn buren hier hebben allemaal twee of drie auto’s, er is geen prikkel meer.’ Die consumptiedrift was de ‘triomf van het kapitalisme’, maar de truc is uitgewerkt.

In Frankrijk ziet hij het gebeuren: de Fransen willen niets meer uitvoeren. In Italië wint Berlusconi: ‘Hij is een genie, hij houdt zijn kiezers voor dat het leven entertainment is.’

Steiner raakt in de stemming: ‘Voor Europa is het sluitingstijd. Laten we elkaar niets wijsmaken. De Amerikanen zien Europa allang als een toeristisch lolletje. Het wordt hier een museum van grote cultuur uit voorbije tijden. Azië, daar gebeurt het in de economie. En in de wetenschap: de begroting van Harvard is net zo groot als die van alle universiteiten in West-Europa bij elkaar. Europa is het continent van de catastrofe, vergeet dat niet. Van Stalin en Auschwitz. Het is verbazingwekkend dat jij en ik hier nog zo gezellig kunnen zitten praten, zestig jaar na de horror.

Haat

‘Wat me nu beangstigt, is hoeveel haat er in onze Europese cultuur is geslopen. Op de Balkan bijvoorbeeld. Alleen in Ierland lijkt de haat afgenomen. Maar het nationalisme in Kroatië of Rusland is tragisch en vreeswekkend. Het racisme is terug. Er zijn ook in Amsterdam no-go-area’s. Die spanning komt voort uit angst, maar er zijn ook gegronde redenen. Miljoenen immigranten staan voor de deur. Stel je voor dat er echt hongersnood uitbreekt in Afrika, het Midden-Oosten of Azië; nu al proberen elke nacht zeshonderd illegalen Italië binnen te komen. In Californië bouwen ze hekken om hun villa’s tegen de Mexicaanse illegale migranten. Gewapend, opgesloten in je eigen huis. Het is verschrikkelijk als een mens zo in angst leeft.’

Wat te doen? Moeten de westerlingen hun identiteit beschermen? Steiner: ‘Ja!’

Maar niet door ons af te sluiten, juist in openheid ziet hij een uitweg. ‘Als we leren gasten te worden. Heidegger schreef ‘wij zijn gasten van het leven’, want we kunnen niet kiezen waar we worden geboren, we weten niet waarom we in het leven zijn geworpen. Het is mijn diepe overtuiging dat wij alleen kunnen overleven als we leren te leven als elkaars gasten. De hele wereld is toch interessant om in te leven?’

En hij vertelt over al die plekken in de wereld waar hij les gaf. Zelfs in China, alleen gelaten in een desolaat, kaal werkkamertje, werd zijn gevoel van vervreemding snel verdreven ‘toen een student binnenkwam met de vraag: wat is de leeslijst? Ik was thuis.’

Maar is die kosmopolitische levenshouding voor iedereen weggelegd? Steiner kijkt uit het raam. ‘Natuurlijk heb ik het over Jood-zijn.’

Maar diaspora en migratie worden meer en meer de staat van de gehele mensheid, volgens Steiner. ‘Onze samenleving is een bouillabaise. En alles is in beweging. Overal trekken mensen rond. Heel opwindend. Natuurlijk is het jammer dat het met zoveel spanning samengaat. De xenofobie neemt toe. De xenofilie, waar ik mij mijn hele leven sterk voor maak, neemt af. We hebben veel van ons idealisme verloren. Daarvoor in de plaats hebben we Russische miljardairs gekregen. Abramovitsj.’

En Steiner vertelt met smaak over hoe deze ‘gast’ in Engeland toch maar Chelsea heeft gered. Abramovitsj’ vrouw wil een museum in Londen beginnen met moderne kunst. Manlief heeft net een Lucian Freud en een Francis Bacon als beginnetje gekocht. Sommigen zien het als een veeg teken dat Russische plebejers zich van Europese identiteit meester maken, schampert Steiner, maar hij niet: ‘Ik roep: Hoera! Hoera!’

Hij weet ook wel dat de zorg in Europa vooral de islam betreft. Hij is mordicus tegen het islamisme: ‘Daaruit is geen enkele originele of positieve gedachte voortgekomen.’ Maar hij wil per se niet alleen het moslimfundamentalisme op de korrel nemen. Van de opstomende anti-immigratiepartijen in Europa moet Steiner niets hebben. Die willen muren opwerpen, eisen eenzijdige assimilatie, proberen de geschiedenis tegen te houden. Moderne intellectuelen moeten zich keren tegen élke vorm van fundamentalisme, zegt Steiner, die zich nooit in zijn leven tot enige politieke of religieuze stroming heeft bekend. Fundamentalisme in het christendom of het hindoeïsme vindt hij net zo beangstigend.

Onze moderne identiteit wordt vooral aangetast door onszelf, zegt hij, met de terugkeer van allerlei hocus pocus. Steiner buigt zich naar voren: ‘Cherie Blair draagt magische stenen om haar hals. Nou vraag ik je. En je moest eens weten hoeveel van mijn buren, allemaal bètadocenten nota bene, een wichelaar door hun tuin laten lopen, voor het meten van de aardvibraties.’

Piano van Darwin

Steiner staat op. Tijd voor de lunch. Echtgenote Zara knikt vanuit de keuken. Eerst nog even de rondleiding door de tuin, langs de werkkamer. In de muziekkamer toont Steiner trots de studiepiano van Charles Darwin, die hij ooit op een veiling op de kop tikte voor de lessen van zijn dochter.

De onderwerpen die zijn blijven liggen, roeren we dan maar aan tijdens de rondleiding en aan de keukentafel met Zara Steiner erbij. Zij is een gerenommeerde historica en legt de laatste hand aan een tweedelige studie over de geschiedenis van Europa in de eerste helft van de 20ste eeuw.

In het hoofdstuk ‘Zion’ legt Steiner uit waarom hij niet in Israël woont. Hebben de Shoah en de emigratie van de Joden de Europese identiteit niet wezenlijk verwond? Steiner: ‘Dat hoofdstuk is me in Israël niet in dank afgenomen.’ Maar hij wil niet te romantisch doen over het verlies van de Jiddische minderheidscultuur. ‘In de elite spelen Joden nog steeds een belangrijke rol.’

The Tongues of Eros’ is een hoofdstuk waarin hij openhartig over zijn lustbeleving in het verleden schrijft met minnaressen die hij in vier verschillende talen in extase bracht. ‘Dat vonden de Britse recensenten nou weer een onsmakelijk hoofdstuk!’ Zijn dat verworvenheden van de seksuele revolutie die nu door de puriteinse islam worden bedreigd? Steiner steigert: ‘Ach, welnee! Verworvenheid, jazeker, maar als er een kentering is, vooruit maar.’

Het hoofdstuk ‘Invidia’ gaat over verstikkende jaloezie onder geleerden en kunstenaars. ‘Hét taboe! Met verstrekkende gevolgen. Natuurwetenschappers werken nog in teams. In de humaniora is er haat en nijd. Ja, ook op zo’n Nexus-conferentie.’ Meer zegt hij er niet over. Steiner houdt het buiten de setting van een interview bij korte opmerkingen. Zo blijft dit vraaggesprek een beetje in de stijl van Steiners boek: My Unwritten Interview.

Het is tijd om Ben uit te laten. Dat zal Zara doen. George Steiner brengt zijn gast naar het centrum van Cambridge in zijn oude Japanse autootje, hij moet toch zijn postbus leeghalen. ‘Ik schrijf graag brieven, waar is e-mail voor nodig?’

Achter het stuur komt hij nog even terug op zijn gekoesterde adagium ‘laten we ons gedragen als gasten van gasten’. Dat is niet elitair. ‘De Engelsen zagen in de jaren zestig, toen er televisie kwam, voor het eerst dat er ook landen bestaan waar het niet altijd regent. En ze gingen op vakantie. Benidorm was de eerste bestemming. Nu trekken in de zomer twaalf miljoen Britten naar stranden en warme oorden. Dat is toch prachtig! Gast te zijn in die grote wereld. Een verrijking.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden