Generatie Nix door de jaren heen

Twintig jaar geleden interviewde de Volkskrant jongeren van de vermeende Generatie Nix. In 2005 zochten we ze weer op, en nu, 20 jaar later, spreken we hen opnieuw. Aflevering 5 en slot: Roberto Tjon-A-Meeuw zei het leger vaarwel en werd surfleraar en kunstenaar.

Roberto Tjon-A-Meeuw geeft nu surfles op CuraçaoBeeld Berber van Beek

1995

'Toen ik in Joegoslavië zat, dacht ik: wat wil ik nou voor mezelf? Een Amerikaan. Daarom heb ik nu een Chevrolet ­Caprice, gekocht van een boer, heel goedkoop, beetje opgeknapt. Als ik daarin rij, zie je ze denken: dikke auto, bruine man, pooier.'

Roberto Tjon-A-Meeuw is monteur bij de luchtmobiele brigade in Schaarsbergen. Hij is net terug van een VN-uitzending naar Srebrenica. Als monteur had hij het in Joegoslavië relatief rustig. Trauma's heeft hij er niet aan overgehouden.

Roberto is 25 jaar en vindt het jammer dat hij nooit een studie heeft gevolgd. Maar dat komt doordat hij nooit een vaste plek had gehad. Geboren in Suriname, op z'n 6de jaar naar Nederland, de Bijlmer. Toen hij 12 was weer naar ­Suriname, op z'n 19de terug naar ­Nederland.

Roberto wil misschien technisch werk doen op een boor­eiland, of bij de NS. 'Terug naar Suriname wil ik ook wel. Als ik later kinderen heb, dan wil ik dat ze net als ik de hele dag in hun blote piemel buiten kunnen rondrennen.'

Roberto Tjon-A-Meeuw als soldaat in 1995Beeld Marcel Molle

2005

Suriname is karren-spoor, karrenspoor, karrenspoor. Relaxed. Beetje chillen met vrienden, zwangere vriendin en zoontje Idris (2). Natuurlijk ook hosselen, hard hosselen. Schilderijen ­maken, meubels timmeren. Werken moet, er is in zijn land nauwelijks iets geregeld. Een lekkend dak moet je zelf maken.

Roberto Tjon-A-Meeuw (35) is in 1999 naar Suriname vertrokken. Zijn moeder had hem ­nodig. Ze wilde een pompstation bouwen langs de oost-westverbinding, midden in de bush-bush. Met zijn power en technische kennis ging dat zeker lukken.

In Nederland had Roberto het best goed gehad. Nadat hij na zeven jaar dienst eervol uit het leger was ontslagen, hielp hij mee om Fat Beats op te bouwen, een Amsterdamse shop gespecialiseerd in hiphop. Later opende hij zijn eigen winkel met kleding, muziek en literatuur uit de hiphopscene. Maar de zaak kwam niet van de grond. Daarbij stuitte het ­Neder-­lan­dse systeem van sneller-sneller-sneller hem steeds meer tegen de borst. De tijd was rijp om te gaan. Zijn geliefde Hester reisde hem achterna.

Toen het pompstation er eenmaal was, ging hij in Paramaribo als loodgieter aan de slag. Hij kwam bij alle ­lagen van de bevolking over de vloer. Hij zag hun interieur, de meubels, de schilderijen. 'Nice, maar simpel en ­alles in het bruin. Ik was Nederland gewend, en daar maken ze echt geen grappen met design. Ik vond dat ik meubels voor de Surinamers moest maken.' En opeens kwam ook het schilderen. Leverde hij tafel en stoel bij de klant, vond Roberto het geheel incompleet. Wat ontbrak, was een schilderij. Sinds twee jaar schildert hij op alles wat hij tegenkomt: pijpleidingen, koloniale ramen, koraal, kleding, glas. Van monteur tot kunstenaar. 'Ik ben trots.'

Roberto Tjon-A-Meeuw met zoon Idris in 2005Beeld Marcel Molle

2015

Roberto Tjon-A-Meeuw (45) zit in T-shirt en korte broek achter het beeldscherm in zijn huis op Curaçao. Het interview vindt plaats via Skype. Op de achtergrond klinkt het ruisen van de ventilators. Zonen Sonny (9) en Idris (12) zijn naar school. Echtgenote Hester Jonkhout, filmmaakster, maakt zich klaar om te gaan werken. Drie jaar ­geleden verhuisde Roberto met zijn gezin naar Willemstad. Dit keer was het de moeder van Hester die hun hulp nodig had. Ze woont op Curaçao en was ziek.

De kinderen moesten erg aan het eiland wennen. Nog steeds missen ­ze hun vriendjes en de jungle in Suriname. Curaçao is een kleine, kale rots met weinig natuur. Maar de oceaan maakt alles goed, zegt Roberto. Hij is nog altijd kunstenaar, maar tegenwoordig geeft hij ook surflessen, voornamelijk aan toeristen. Op een plankje een golf nemen en dan die ­super force van de oceaan voelen, dat is zijn ultieme vrijheid. In de weekenden trekt hij er met zijn gezin op uit in de pick-uptruck. Kampvuurtje maken op het strand, snorkelen tussen de vissen en schildpadden, slapen in de open laadbak onder de sterrenhemel. 'Zolang ik buiten ben met mijn gezin, in het bos of bij de zee, is het goed. De natuur is mijn thuis. Daar kom ik tot rust, meer heb ik niet nodig.'

Roberto heeft een Nederlands paspoort, maar voelt zich geen Nederlander. Hij is geboren in de Surinaamse jungle. De vochtige aarde onder zijn blote voeten, om hem heen oeroude bomen, vogels en wilde dieren: dat heeft hem gevormd. Er was altijd ruimte, en dat was er in Nederland steeds minder. 'Als ik was gebleven, had ik er nu heel anders uitgezien. Ik was gek geworden, oud, uitgeput. Hoe jullie daar leven is zo fucked up. Al die gezinnetjes boven op elkaar tussen de glasvezelkabels en pijpleidingen, zonder frisse lucht, geobsedeerd door social media. Dat kan niet anders dan verkeerd aflopen. Man, al die scheidingen en ellende. You guys are doomed. En dat je je lekker moet voelen door een like op Facebook. Zo'n spuuglelijk duimpje! Ik voel me goed als ik de wind door m'n haren voel. Als ik met mijn gezin ben. Mijn vrouw en kinderen zijn mijn beste vrienden, till death do us part.'

Vragen over Nix

Heb je idealen?
‘Surfles geven aan probleemjongeren op Curaçao. De jeugdcriminaliteit is hier gigantisch. Antilliaanse jongeren surfen niet, je ziet alleen maar jongens met blauwe ogen en blonde haren op een board. Ik wil die jongens een alternatief bieden, het goede gevoel van de zee meegeven en ze een nieuwe manier van leven bieden.’

Vind je dat je verder bent gekomen dan je ouders?
‘Veel verder. Ik vind het ook een mooi streven om het leven beter te maken dan je ouders konden doen. Ik heb een gezin, wij zijn samen, terwijl mijn ouders uit elkaar gingen toen ik jong was. Behalve een vrouw en twee gezonde kinderen heb ik ook nog eens twee honden, twee schildpadden, een kat en elf surfboards. Ik heb echt een droomleven.’

Heb je bereikt wat je voor ogen had?
‘Jazeker. Als ik kijk naar wat ik allemaal heb gedaan met een minimum aan diploma’s en zonder financiële back-up van mijn ouders. Wat ik echt goud vind, is dat ik elke dag gelukkig ben met mijn gezin.’

Begrijp hem niet verkeerd, Nederland is goed voor hem geweest. Hij heeft er veel geleerd. De luchtmobiele brigade was te gek. Na zijn dienstplicht tekende hij voor vijf jaar bij. Niet vanwege het vaderland of de ­koningin, maar voor zichzelf. 'Ik had een passie voor het wapen. Als ik een geweer vasthield, voelde ik een enorme kracht door mijn aderen vloeien. En het leger bood me allerlei mogelijkheden. Duiken, parachutespringen, het monteursvak leren. Met 25 graden vorst in Noorwegen bivakkeren. Betaald buiten spelen, heerlijk. Mijn specialiteit was camoufleren. Als ik in het bos was, dan wás ik het bos. Dat aanpassen is nog steeds mijn specialiteit. In zee ben ik een vis, op het land een leguaan.'

Hij vond het leger prima, tot Srebrenica zich aankondigde. 'De supermarkt van ellende. We zaten daar in een dal, een makkelijker doelwit kan je niet bedenken. De kogels vlogen in het rond, al hadden wij het relatief rustig. Ik zat bij de eerste lichting, begin 1994. Met de jongens die na ons kwamen, is het misgegaan. Zij waren veel jonger en onervaren.'

Vlak na Srebrenica moest Roberto op VN-missie naar Zaïre, het tegenwoordige Congo. Een eyeopener noemt hij het achteraf. Tijdens de voorbereidingen voor de missie kreeg hij niet het idee dat hij daar zou worden gestationeerd voor de bescherming van de bevolking. 'Integendeel. Wij moesten de goudmijnen voor de Zaïrese regering beschermen, terwijl diezelfde regering op grote schaal burgers en vluchtelingen afslachtte. Toen ben ik eruit gestapt. Dankzij mijn luitenant kon ik eervol afzwaaien. Hij vond me ook te creatief voor het leger, ik was een aparte soldaat. Ik liep altijd met schetsboeken, een mondharmonica en een skateboard rond.'

Met wapens heeft Roberto niets meer. Hij heeft tijdens zijn VN-missies te veel leed gezien om nog te geloven dat kogels conflicten kunnen oplossen. Hij moet er ook niet aan denken dat een van zijn zonen ooit bij het ­leger gaat. No way. Never. Scholing, de natuur, sporten: daar ligt hun toekomst. Toch heeft hij baat gehad bij zijn legeropleiding. Hij is altijd alert, met militaire precisie schuimt hij de straten en bermen af op zoek naar huisvuil, dat in overvloed aanwezig is op Curaçao. Plastic, hout, oude kasten, gedumpte verfblikken; alles is bruikbaar voor zijn functionele kunst. Van oude pallets maakt hij bijvoorbeeld banksculpturen die op ­diverse plaatsen in Suriname en ­Nederland staan. Binnenkort gaat hij naar zijn geboorteland om een speeltuin van gerecycled materiaal en een kindermuseum te bouwen. 'Ik wil de troep die we weggooien en die de ­natuur niet kan verteren, omzetten in kunst.'

2025

Zijn leven in 2025? Roberto heeft geen idee waar hij dan met zijn gezin zal wonen. Als Zuid-Afrika hem uitnodigt om daar kunst te komen maken, dan pakt hij zo zijn boeltje op. Nieuw-Zeeland lijkt hem ook te gek. Het liefst leeft hij tegen die tijd geheel zelfvoorzienend, zonder hypotheek. Toen ze op Curaçao gingen wonen, kochten ze een huis, en de lening bij de bank, die zit hem echt dwars. Het voelt alsof hij capituleert voor het systeem, terwijl hij niet in geld gelooft. 'Ik geloof in ruilhandel en de natuur. Zolang er zon, zee en bossen zijn, kun je me overal op de wereld neerzetten.'

Nieuw! Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden