Columnarthur van amerongen

Geluk bestaat nog, maar niet in de stad

null Beeld

Ik ben dol op muzikanten die in hun moerstaal zingen en kan dan ook oprecht genieten van Rowwen Hèze, Neet oét Lottum, Skik, Daniël Lohues, Ede Staal, De Hûnekop, Normaal, Bökkers, Jovink en de Voederbietels, The Kapsones, Ton van der Meer, Osdorp Posse en Hausmagger.

Mijn moeder sprak Rotjeknors en mijn vader een soort notabelen-Veluws. Ik heb daarom nooit echt dialect gepraat. Later leerde ik mij plat Mokums aan en een van mijn schaarse talenten is het snel schakelen tussen Nederlandse dialecten. Zet me tussen Limbo’s, Tukkers of Brabo’s en ik kakel vrolijk mee in hun takkietakkie.

Jarenlang deed ik mij voor als een kosmopolitische bohemien vol stadse fratsen, maar in feite ben ik altijd een Veluwse boer gebleven. U moet mij maar eens zien eten: het liefst prak ik – net als mijn pa – soep, draadjesvlees, piepers, gele vla en rode Tova-saus door elkaar, vreet die smurrie binnen een minuut op en laat dan tevreden een luide boer.

Van meditatie moet ik niks hebben, dat moge duidelijk zijn. Toch was ik na het zien van De Beentjes van Sint Hildegard in trance geraakt en hing ik helemaal zen op de bank. Noem het voor mijn part rebirthing want de Twentse tragikomedie van en met Herman Finkers was een reis terug in de tijd, naar een streek waar mensen heerlijk plat praten en waar tumult uitbreekt als er een kip de straat oversteekt. De loomheid en de broeierigheid van de film riepen herinneringen op aan het onschuldige Nederland van Help, de dokter verzuipt! en Doctor Vlimmen.

null Beeld Gabriël Kousbroek
Beeld Gabriël Kousbroek

Ik werd sowieso geraakt door de film omdat mijn ouders op huwelijksreis gingen naar Rüdesheim am Rhein (het prachtige stadje is de rode draad in Beentjes). De souvenirs die mama meenam, waaronder een spuuglelijke sierfles Weinbrand van Asbach, stonden zeker tien jaar in ons huis te pronken.

De weldadige rust die de film uitstraalde, deed mij wederom beseffen waarom ik in de Algarve woon. Soms steekt er hier die kip over maar verder gebeurt er helemaal niets. De boeren ruiken naar mest en nippen tevreden aan hun neutjes. De vrouwen roddelen en koppelen op de wasplaats en hebben geen internet nodig.

Ik denk vaak aan de woorden van de dichter Werumeus Buning: ‘Terwille van den boer die ploegt. Besta de wereld voort!’

Vroeger was alles beter, maar het geluk bestaat nog. Je moet er wel de stad voor uit en het platteland op. Tjow!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden