Geloof niet de makelaars in angst

Hoe is het mogelijk dat aan de loyaliteit wordt getwijfeld van mensen die bereid zijn ons uniform aan te trekken?...

In onze geschiedenis is twijfel over de loyaliteit van minderheden een vaker terugkerend fenomeen. Vroeger gold die twijfel katholieken, want die hadden dan misschien geen twee paspoorten, maar wel twee bazen: de eigen staat en de paus. Zouden zij niet het gezag van de paus boven dat van de staat zetten en zo een vijfde colonne in Nederland vormen? Socialisten viel een tijdlang hetzelfde lot ten deel.

Heel veel ‘koppelteken-Nederlanders’ hebben op bepaalde momenten moeten ervaren dat hun loyaliteit ter discussie werd gesteld. Men kan erover meepraten in Joods-Nederlandse, Indisch-Nederlandse en Surinaams-Nederlandse kring. Inmiddels is die vraag daar verstomd en is zelfs het koppelteken verdwenen dat vandaag nog wel te vinden is bij de Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse gemeenschap.

Zeker die laatste groep wordt sinds 11/9 eigenlijk vooral als ‘moslims’ aangeduid en aan hen wordt voortdurend een loyaliteitsverklaring gevraagd. Tot en met het afstand moeten nemen van uitlatingen of opvattingen van andere moslims. Alsof ik mij steeds voor de opvattingen van de paus over reproductieve rechten of de positie van vrouwen zou moeten verantwoorden, of voor de ontsporingen van het socialisme door massamoordenaars als Mao en Stalin.

Ik wil best aannemen dat sommigen oprechte bedoelingen hebben met het stellen van de loyaliteitsvraag, misschien uit zorg over mogelijke bedreiging van (libertaire) verworvenheden van onze samenleving. Maar dat niet iedereen even oprecht is, bleek deze week weer bij Pauw & Witteman. Daar was PVV-Kamerlid Hero Brinkman te gast. Hij heeft zich ontpopt als echte vakman, als kundig vertolker van het gedachtengoed van zijn partijleider.

Hij was uitgenodigd om toe te lichten waarom de PVV van oordeel is dat in ons leger geen imams als geestelijk verzorgers mogen worden aangesteld. Voor het eerst in lange tijd zag ik dat iemand van de PVV ook echt kritisch bevraagd werd over een standpunt, en niet alleen maar een microfoon onder de neus kreeg om zijn visie ongehinderd te verkondigen.

Maar Brinkman gaf geen antwoord op de vraag waarom islamitische militairen geestelijke verzorging onthouden zou moeten worden die wel aan humanistische of christelijke militairen wordt gegund. Ze moesten het maar privé regelen, verder kwam hij niet. ‘Maar’, vroeg Witteman, ‘ze zijn bereid hun leven te geven voor...’ Brinkman: ‘En wij zeggen, dubbel paspoort, dubbele loyaliteit.’ Witteman, duidelijk verbaasd:‘ ...zij zijn bereid hun leven te geven!’ Brinkman: ‘Ja, prima.’

De kilte waarmee het werd gezegd, de hardheid, hebben mij zeer aangegrepen. Ik heb in mijn eigen omgeving meegemaakt dat mensen een halfjaar lang hun leven in de waagschaal stelden in Afghanistan, omdat zij geloven in de waarden waar Nederland voor staat en bereid zijn voor die waarden en onze veiligheid het hoogste offer te brengen. Dit moet door alle Nederlanders, en zeker door politici, met het grootst mogelijke respect worden begroet. Hoe is het toch mogelijk dat aan de loyaliteit van mensen wordt getwijfeld die bereid zijn ons uniform aan te trekken en bovendien ook vrijwillig de onveiligheid in te stappen?

Als zelfs dan aan je loyaliteit wordt getwijfeld, heb je geen enkele kans het vertrouwen te krijgen dat je verdient. Dan is de boodschap: ‘We willen je niet, donder op.’ Dan is de loyaliteitsvraag niet oprecht, maar een smoes om de ware bedoelingen te verhullen.

De opvattingen van Brinkman en Wilders zijn genoegzaam bekend en hoefden mij dus ook niet te verrassen. Veel meer ben ik verrast door het ontbreken van ook maar enige politieke of maatschappelijke reactie sinds Pauw & Witteman. Zijn wij inmiddels zo afgestompt en zo bevangen van de nieuwe politieke correctheid, die ons gebiedt elke natte wind uit de onderbuik te begroeten als ware het welriekend parfum? Je zou het haast gaan denken, ook na de oorverdovende stilte over een artikel in De Pers waarin landgenoten de wens uitspreken dat andere (werkloze) landgenoten de dood in moeten worden gejaagd door ze in lekke bootjes de zee op te sturen.

Ik wil niet dat mijn kinderen opgroeien in een land waarin dit soort opvattingen gemeengoed worden en ik weet zeker dat negen van de tien Nederlanders dat ook niet willen. Ik wil aan mijn kinderen blijven voorhouden dat het onfatsoenlijk is andere mensen dood te wensen en dat het onfatsoenlijk is andere mensen te verhinderen hun geloof uit te oefenen en dat mensen die hun land dienen, moeten worden benaderd met respect en dankbaarheid. Daarom zie ik het als mijn burgerplicht mijn mond open te doen als mensen onfatsoen propageren. Ik geloof niet in het recept van de makelaars in angst. U toch ook niet?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden