Interview Vrouwkje Tuinman

Geliefde van overleden F. Starik: ‘Sommige dingen die ik met Frank deelde hoeven niet te worden vervangen. Die mag ik blijven missen.’

Vrouwkje Tuinman. Beeld Gerard Wessel

Precies een jaar geleden overleed schrijver F. Starik. Zijn geliefde, Vrouwkje Tuinman, trof zijn computer aan vol nagelaten bekentenissen en maakte er een boek van.

Bij de deur, na afloop van het interview, zegt Vrouwkje Tuinman (44): ‘Poeh, ik heb er een dikke keel van, zie je dat? Er zit zowat een sinaasappel in mijn strot.’ Zo gek is dat niet. Bijna twee uur heeft ze gepraat over de dood van haar geliefde, schrijver F. Starik (1958-2018), en over drankzucht, dementie en droefenis - overigens op verrassend nuchtere en zelfs opgeruimde toon. Ze is een schrijver en dichter, tenslotte, die het zware altijd afwisselt met lichtheid en humor. Ook als ze over de dood schrijft, wat ze in haar schrijversloopbaan al veelvuldig heeft gedaan.

Een ingrijpende gebeurtenis tien jaar geleden zette haar als vanzelf op dat spoor: haar beste vriend (en ex) Frodo ging dood na een auto-ongeluk toen hij 39 was en zij 34. Hoe kun daar als schrijver níét over schrijven? Het boek Intensive care kwam eruit voort en later De rouwclub, een roman over een groep rouwende vrienden.

Nu is er Klaar, het boek van haar grote liefde - F. voor iedereen, maar Frank voor haar - die vandaag, 16 maart, precies een jaar geleden ook overleed. ‘Mijn trackrecord is niet best’, grinnikt ze in haar Utrechtse arbeiderswoning, waar ze volkorenkoeken op tafel zet. (‘Zijn ze te eten? Ik ben nogal erg van de eco.’) Ja, ze grinnikt dus gewoon, terwijl ze het afgelopen jaar toch met niets anders bezig is geweest dan met de dood van Frank, met wie ze op zijn sterfdag op de dag af precies vijftien jaar samen was - het raakte áán, wie verzint dat, op een schrijversgala getiteld het Gala van de Dood.

Wat je over de dood leert in zo’n jaar, en over jezelf, alsof je er nog niet genoeg van wist? Dat je al snel weer kunt lachen, bijvoorbeeld, zelfs op die 16de maart vorig jaar, toen de politie met het lichaam van Frank liep te slepen. Dingen kunnen gruwelijk zijn en komisch tegelijk. Dat je wel móét lachen en grappen moet maken om niet te verzuipen in je verdriet. En dat je bezig moet blijven, het liefst, in haar geval, met datgene wat je tot in elke vezel in beslag neemt. ‘Ik heb het nodig om er een project van te maken, van Franks dood. Ik ben geen huiler die op de bank gaat zitten en pannen soep aanneemt, maar ik wentel me erin op mijn manier: ik heb dit boek samengesteld, er komt een expositie aan van Franks beeldende werk en zo meteen mag ik zijn belasting gaan doen. Het wordt bijna mijn beroep. De begrafenis ook, dat werd een productie, we kregen zelfs recensies. Goeie, want het was mooi: geen poppenkast, geen bobo’s, het paste allemaal precies bij hoe Frank was. Hij had eens ergens geschreven dat het hem mooi leek als de dragers op muziek van The Virgin Prunes steeds twee stappen vooruit zetten en één achteruit, alsof hij in de kist lag te schudden om eruit te komen. Zo hebben we het gedaan. Het was out of the box.’

Ze lacht: ‘Nou ja, hij kwam niet letterlijk out of the box.’

Klaar - Afscheid van moeder en zoon heeft Tuinman niet geschreven, maar bezorgd. Het zijn stukken van F. Starik, die ze uit zijn computer heeft gevist, geredigeerd en aan elkaar heeft gemonteerd, wat nog een puzzel was, want eigenlijk zijn het twee boeken ineen. Het ene gaat over zijn dementerende moeder. Het is een vervolg op Moeder doen, dat een aantal Trouw-colums bevatte waarin hij verslag doet van zijn bezoeken aan haar in het verpleeghuis, door lezers afwisselend als hartverwarmend en harteloos beoordeeld. Hartverwarmend, omdat het beeld oprijst van een schat van een man, die meegaat met uitstapjes met de dementerenden en met iedereen goedgeluimd grapjes maakt. Harteloos vanwege zijn eerlijkheid: het duurt maar en het duurt maar, moeder mag wel dood.

(Moeder, overigens, leeft nog.)

Gerard Wessel Froquwkje Tuinman Beeld Gerard Wessel

Het andere onderwerp is Starik zelf: zijn zware hartinfarct in 2017, zijn hunkering naar alcohol en sigaretten toen dat daarna niet meer mocht, zijn afkeer van patiënt zijn. Zijn dood ook, nou ja, bijna dan, door dat hartinfarct. Dan schrijft hij: ‘58 jaar. Volkomen nikserige leeftijd om dood te gaan. Geen belofte meer, maar ook nog lang niet klaar. Niet voltooid.’

Van voltooide - en onvoltooide - levens wist schrijver en dichter Starik een boel: hij organiseerde sinds 2002 de Amsterdamse tak van De Eenzame Uitvaart, een groep dichters die zich over de begrafenis buigt van gestorvenen bij wie niemand komt. Journalist Auke Kok schreef na zijn dood over Starik: ‘Poëzie voordragen bij een dode van wie niemand afscheid wil nemen: hoe lief kan een mens zijn?’

Vrouwkje Tuinman heeft het niet gelezen. ‘Ik heb bijna niets gelezen van wat er over Frank na zijn dood verschenen is. Ik bewaar het wel allemaal netjes voor zijn zoon, maar nee, ik durf het nog niet aan. Het enige wat ik gelezen heb is een blog van de directeur van Het Literatuurhuis hier in Utrecht, die met Frank in Schotland was het weekend voor zijn dood. Daar moest hij optreden. Het was eigenlijk veel te veel voor hem, maar hij wilde het graag en hij heeft het daar ontzettend leuk gehad, viel te lezen in dat blog. Dat vond ik fijn, want Frank was niet zo goed in reizen en ik zat hier op afstand alles voor hem te regelen. Ik moest vanuit hier een taxi voor hem bellen in Schotland, zijn vliegticket werd gecanceld, kortom, ik had een heel andere, nogal stressvolle beleving van dat weekend. Ik weet ook dat hij daar twee nachten niet heeft geslapen. Uit solidariteit dronken de mensen die van zijn infarct wisten ook geen alcohol en ze zaten dus de hele avond aan de koffie. Het was te uitputtend voor hem, zulke dingen, zijn hart heeft het niet getrokken.

‘Maar ach, wie zegt dat als hij niet naar Schotland was gegaan, hij nog had geleefd? Dan was het misschien een paar maanden later gebeurd. Hij droeg, achteraf gezien, een tijdbom in zijn lijf.’

Ruim negen maanden eerder had hij zijn hartinfarct gehad. Hoe was het hem sindsdien vergaan?

‘Hij vond het een behoorlijke tegenvaller. Hij is ontzettend lang gereanimeerd en een paar dagen in coma gehouden, daar ben je niet een, twee, drie van hersteld. Maar Frank kon er helemaal niet tegen om patiënt te zijn, hij vond het verschrikkelijk dat hij het rustig aan moest doen en dat hij zorg nodig had.’

‘Een paar dagen voor het infarct, toen we op mijn moestuin waren, had hij tegen mij gezegd: ik heb pijn op mijn borst. Had hij al een tijdje. Hij had het me niet eerder verteld omdat hij dan van mij naar de dokter moest natuurlijk - ik heb hem ook meteen gestuurd. Hij moest onderzocht worden in het ziekenhuis. Ik ging met hem mee. Daar, op de onderzoekstafel, heeft hij het infarct gekregen. Meteen dotteren, een bypass - ze houden je dan een paar dagen in slaap met een lichaamstemperatuur van 34 graden om hersenletsel te voorkomen. Dat was bij Frodo ook gebeurd. Het was allemaal zo herkenbaar voor mij. De artsen zeiden: we weten niet hoe hij eraan toe is, áls hij wakker wordt. Door Frodo vreesde ik het ergste, maar Frank was meteen stikchagrijnig toen hij bijkwam. Zijn zoon Boris en ik zeiden: pff, gelukkig, hij is er weer gewoon.’

‘Om je vraag te beantwoorden: hij heeft daarna een heel zware tijd gehad. Er moest voor hem gezorgd worden, dat is een gevecht voor hem geweest.’

Ook voor jou, om voor hem te zorgen?

‘Het was niet voor niets dat hij zijn leven zo inrichtte als hij het zelf wilde. Hij heeft nooit voor een baas willen werken, wij hebben nooit samengewoond. En opeens werd er op hem gelet. De eerste maand zijn Boris en ik om en om de hele tijd bij hem geweest, maar dat was voor niemand vol te houden. Toen hebben we een vriendin ingehuurd, en er zijn ook andere vrienden ingeschakeld. Daar klaagde hij over: werd er weer een oppas met hem naar de markt gestuurd. Hij vond het geen leven, dat je niet eens je eigen wc-papier kunt halen. Dan was hij liever dood.

‘Na vier maanden ging het beter en kon hij zich een beetje met zijn lot verzoenen. Hij ging weer veel schrijven, vond zijn levenslust terug. Toen zei hij ook tegen me: goh, wat is het eigenlijk lekker om niet de hele tijd te hoeven drinken, wat hou je een hoop ruimte over in je hoofd.’

Om Starik in die tijd te beletten drank en sigaretten te kopen, neemt ze hem zijn betaalpasjes af (ze zorgt dat hij boodschappen in huis heeft). Hij schrijft daarover: ‘Best een beschamende toestand, genant, om als volwassen man geen visje op de markt te kunnen halen.’

Je hebt hem min of meer onder curatele gesteld om hem te laten stoppen met drinken. Was hij dan niet zo geschrokken van dat infarct dat hij dat uit zichzelf al deed?

‘Het eerste wat hij wilde toen hij thuiskwam was roken en drinken. Hij had verdorie twee weken niet mogen roken in het ziekenhuis! En hij was natuurlijk alcoholist. Al decennia. Alleen, het probleem was: hij was geen problematische alcoholist. Hij functioneerde gewoon, hij werkte, hij voedde zijn kind prima op. Hij begon ook pas ’s avonds, hij dronk nooit overdag.’

Hoeveel dronk hij?

‘Twee flessen wijn per dag, denk ik, gemiddeld, en dan soms nog wat sterkers erbij. Het was veel erger geweest, maar nu had hij het redelijk onder controle. Mijn gevoel is trouwens eerder dat hij zich dood heeft geróókt. Hij rookte wel een pakje shag per dag, dat was een veel moeilijkere verslaving om vanaf te komen. Tegen de drank nam hij op een gegeven moment Refusal. Als je dat slikt word je kotsmisselijk en krijg je hartkloppingen als je drinkt, niet heel aanlokkelijk voor een hartpatiënt. Die pillen nam hij keurig elke morgen. Maar tegen het roken bestaat er niet zoiets, terwijl de arts had gezegd: elke volgende sigaret kan voor u fataal zijn. Dat roken was voor hem een soort Russische roulette.’

Vrouwkje Tuinman. Beeld Gerard Wessel

Was je niet kwaad op hem dat hij zo zelfdestructief bezig was met dat roken en dat drinken al die jaren?

‘Nee. Na dat infarct was ik af en toe wel een beetje nijdig, maar zoals je dat op een kind bent: stop er nou mee, het is voor je eigen bestwil. Maar in de jaren daarvoor heb ik de verschillen tussen ons altijd geaccepteerd. Hij was een avondmens, ik een ochtendmens, ik ben vegetariër, hij at vlees voor drie. Ik heb nooit gerookt - bij mij binnen rookte hij niet hoor, hij rookte in de tuin. Drinken doe ik ook nauwelijks. Het laatste jaar heb ik er wel wat meer behoefte aan. Ik zit nu op drie, vier consumpties per week, dat is voor mijn doen veel. Maar ik heb nooit de behoefte gehad mijn levensstijl aan hem op te dringen. Hij de zijne ook niet aan mij. We hebben elkaar vijftien jaar ontzettend veel ruimte gegund om onszelf te zijn, en om méér te worden dan we waren. We waren niet heilig, hoor, samen, maar het was wel een heel grote liefde. Dat maakt het gemis des te erger, maar ik heb die grote liefde wel mooi gehad.’

‘Ik wil per se niet zomaar ongemerkt wegglippen. Ik was altijd zo goed met de dood’, schreef hij in een stuk dat in Klaar terecht is gekomen. Hoe is het gebeurd?

‘Ik was bij zijn moeder geweest in het verpleeghuis en belde bij hem aan. Hij deed niet open, ik hoorde zijn telefoon binnen overgaan. Ik had een sleutel, maar hij had de haak op de deur, dat deed hij wel vaker als hij zat te werken. Toen heb ik 112 gebeld. Het kostte nog verrassend veel moeite de politie te overtuigen de deur open te breken. Ik trof hem aan op bed, een hartstilstand, luidde later de diagnose. Zijn voet, die ik pakte, was al koud. Toch gingen ze hem nog reanimeren. Daarvoor moest hij naar de huiskamer worden gesjouwd en daarbij stootten ze hem tegen een deurpost, waardoor hij een hoofdwond opliep. Toen moest er een schouwarts komen en was ik opeens een soort verdachte. Het was achteraf best komisch.’ Lacht: ‘Frank had het allemaal heel smakelijk opgeschreven als hij erbij was geweest. Sowieso had hij het hele verhaal over zijn dood flink uitgemolken. Als hij in de krant stond, zei hij altijd vergenoegd: nu begint het misschien echt iets te worden. Vandaar dat ik ook geen twijfels heb over het uitbrengen van Klaar. Aandacht voor zijn werk vond hij alleen maar prachtig.’

Drong het meteen tot je door wat zijn dood voor jouw leven zou gaan betekenen?

‘Hij was wel meteen weg, als je dat bedoelt. En daarmee is er ook een deel van mezelf verdwenen. Toen ik voor zijn deur stond, wist ik het eigenlijk al. Het was net als bij Frodo: ik ervaar de dood vrij concreet, Frank is er niet nog een beetje wél. Ik hoor van anderen dat ze weleens contact met hem hebben via een medium, en dan geeft hij ook weleens een boodschap aan mij door, maar ik vind het heel discreet en fijn van hem dat hij dat via via doet. Ik zou het niet prettig vinden als hij steeds boven me zweeft. Eén keer heb ik, toen ik aan zijn graf stond, iets aan hem gevraagd - wat gek is, want voor mijn gevoel is hij daar helemaal niet. Ik kreeg toen ook antwoord. Maar ach, misschien geef je dat dan wel zelf.’

Je zegt: een deel van mij is ook weg. Wat mis je van jezelf?

‘Mijn vermogen om te ontspannen. We konden samen heel goed stil zijn. We gingen eens per jaar op leesvakantie, altijd naar hetzelfde huisje op La Palma, ik had het alweer geboekt. Dan lazen we allebei een boek per dag. Wie zat te grinniken, moest die passage aan de ander voorlezen, dat was de code. Zulke dingen komen nooit meer terug, net als onze taal samen, ons oog voor de absurde kant van het leven, het feit dat we altijd elkaar ons werk lieten lezen - er gaat nu ongetwijfeld iets ontbreken in wat ik schrijf. Vijftien jaar is best lang, hè. Alles wat we samen hebben meegemaakt bestaat nu alleen nog in míjn hoofd, en dat is minder dan in dat van ons samen, ook omdat ik misschien minder heb opgelet dan hij.’

Gerard Wessel Froquwkje Tuinman Beeld Gerard Wessel

‘Moeder is er nog’, schrijf je in het nawoord van Klaar. Hoe is het met haar?

‘Ik was ervoor haar niet te vertellen dat Frank dood is, maar zijn broers vonden dat het wel moest. Ze heeft hem in de kist gezien en toen was het concreet voor haar, maar sindsdien heeft ze het er niet meer over. Daar ben ik blij om; toen ze nog thuis woonde maar al wel dementeerde, overleed haar lieve zus. In haar agenda, bij de zondagen, noteerde ze: ik hoef niet naar An, An is overleden. En elke zondag was dat weer een drama. Dus ik denk dat het goed is om het nu maar zo te laten.

‘Ze vraagt nooit naar hem, maar laatst keek ze naar mijn vinger en zei ze: zijn Frank en jij nu nog niet getrouwd? Toen zei ik naar waarheid: ik denk niet dat dat nog gaat gebeuren, Con.’

In Klaar valt te lezen hoe plichtsgetrouw Frank haar bezoekt en op het terras voor haar een wijntje haalt. Maar tegelijkertijd heeft hij een afkeer van haar.

‘Ja, een fysieke afkeer, hij walgde van haar lichaam, van de situatie, van de eindeloze herhaling in zo’n verpleeghuis. Maar dat liefdevolle was er ook, al zou hij dat niet gauw hebben toegegeven, haha. Hij kreeg pas een band met zijn moeder toen ze ging dementeren. Ze bleek eigenlijk een heel goed gevoel voor humor te hebben, en hij bewonderde het ook dat ze nooit klaagde zoals de anderen, zo van: ik krijg nooit bezoek.’

Frank ging twee keer in de week. Over De Eenzame Uitvaart heeft Eberhard van der Laan eens gezegd: het lijkt een zinloze exercitie, maar het is de ultieme vorm van beschaving. Dit was te vergelijken: moeder had het niet gemerkt als Frank veel langer was weggebleven.

‘Ja. Heus niet dat hij alleen uit liefheid en goedheid bestond, hij was ook gewoon raar, maar hij had wel oog voor mensen naar wie anderen niet omkijken. Naar het verpleeghuis ging hij ook voor tante Riet en voor anderen die weinig bezoek kregen. Met een grap en een aai over hun schouder heb je toch even iets betekend op zo’n dag. Met de eenzame doden was het net zo: als er weer een uit de Amstel werd gevist, zagen de omstanders alleen het spektakel, maar hij verdiepte zich in zo iemand en in het leven wat daaraan vooraf was gegaan.’

‘Ik ben wel een beetje klaar met de dood’, zegt ze op een gegeven moment - de titel die Starik aan zijn boek gaf, is op vele manieren toepasselijk. Maar de dood is nog niet klaar met haar; ze kan niet anders dan erover schrijven. Gedichten, maar ook non-fictie. Ze vertelt over een interview dat ze maakte voor Trouw met een schrijfster wier man ook pas is overleden. ‘Zij had het gevoel dat iedereen op straat vijandig tegen haar was. Ik had juist het tegenovergestelde, alsof ik verstikt werd in goede zorgen. Iedereen legt een hand op je bovenarm en zegt: ‘Gaat het een beetje?’ en: ‘Het hoofdstuk liefde is niet uit, dat komt heus weer op je pad.’ Terwijl ik dacht: dat bepaal ik zelf wel. Misschien wíl ik wel dat het boek gesloten blijft.’

Nog iets later, toch: ‘Ik zie iemand, ik heb hem leren kennen op mijn volkstuin. Het is alsof ik hem van Frank cadeau heb gekregen. Ik ben echt honderd procent getrouwd met Frank en toch ben ik verliefd.’

Maar als je honderd procent getrouwd bent, voelt dat als vreemdgaan.

‘In het begin was dat ook zo, ja, maar nu niet meer. Ik kan je wel vertellen wat ik aan zijn graf tegen Frank zei, ik zei: mag ik weer bestaan? En het mag, het leven is nu lichter. Ik vind dit wel privé hoor, komt dit in de krant? Straks zeggen mensen: lekker dan, ze heeft hem al vervangen. Maar zo is het niet, natuurlijk. Sommige dingen die ik met Frank deelde, het samen lol beleven om dingen die anderen niet zien, die hoeven niet te worden vervangen. Die mag ik blijven missen.’

Een dag na het interview stuurt Vrouwkje Tuinman een mail met de titel ‘Gister’: ‘Toen je wegreed, zei je: bel even iemand. Dat was wel de spijker op de kop. Ik zou normaal al F. aan de lijn hebben gehad voor je de straat uit was. Nu heb ik niemand gebeld. Dat staat er tragischer dan ik het bedoel.’

CV Vrouwkje Tuinman

14 september 1974 geboren in ’s Hertogenbosch.

Publiceerde vier romans en vijf dichtbundels.

In 2016 verscheen haar meest recente roman Afscheidstournee. In het theaterseizoen 2017/18 tourde ze met Hans Dorrestijn en Ingmar Heytze met de voorstelling Neurosen en andere hobby’s.

In september 2019 komt haar bundel Lijfrente uit.

Later in 2019 verschijnt, in samenwerking met Ingmar Heytze, het interviewboek Wie is u? Kunst- en vliegwerk van Wim T. Schippers.

Het vandaag verschenen boek Klaar. Afscheid van moeder en zoon werd geschreven door F. Starik, die op 16 maart 2018 overleed. Vrouwkje Tuinman heeft het bezorgd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.