'Gelegenheidsdader begrijpt eigen gedrag niet' 'Als je een kerel bent, vecht je. Dat is de code'

Voor de rechtbank in Leeuwarden begint vandaag de strafzaak tegen drie mannen die ervan worden verdacht Meindert Tjoelker te hebben doodgeschopt tijdens een avondje stappen....

Van onze verslaggever

Peter Giesen

AMSTERDAM

Marco is een gelukkige, jonge huisvader. Hij heeft een vaste baan als hamburgerbakker. Marco is een man met burgerzin. In het weekeinde is hij vrijwilliger in het buurthuis. Vandaag verschijnt Marco voor de rechter. Met twee anderen wordt hij verdacht van het doodschoppen van Meindert Tjoelker, op 13 september in Leeuwarden.

De dood van de 30-jarige Tjoelker wekte grote onrust. Zowel daders als slachtoffer waren, naar het zich laat aanzien, geen notoire vechtersbazen. Kan iedereen het slachtoffer worden van 'zinloos geweld', als hij toevallig het pad kruist van een paar medeburgers die een slok te veel op hebben?

Verreweg de meeste slachtoffers van geweld zijn ooit dader van een geweldsdelict geweest, blijkt uit een deze week te verschijnen onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving in Leiden. Wie ooit iemand mishandeld heeft, loopt een kans van 18,6 procent om zelf slachtoffer te worden. Vreedzame types hebben daarentegen een kans van 1,5 procent.

Over de daders van geweld op straat is betrekkelijk weinig bekend. Alleen de harde kern van jonge geweldplegers, geschat op 2 tot 3 procent van de jongeren, is in kaart gebracht. Zij voldoet aan vrijwel alle stereotiepe verwachtingen: kansarm, laag opgeleid, vaak werkloos. Bijna de helft van de harde kern is allochtoon. Door geweld en macho-gedrag verwerven deze jongens - en een klein aantal meisjes - een prestige dat in de gewone maatschappij niet voor hen is weggelegd.

Daarnaast bestaat een veel grotere groep gelegenheidsdaders, die misschien maar één keer in hun leven iemand mishandelen. 'Zulke jongens gaan gezellig een avondje uit, zonder dat ze rotzooi willen schoppen. Maar ze zuipen vreselijk veel, gedragen zich maf en raken bij een vechtpartij betrokken. Iemand valt een vriendin lastig of loopt vervelende dingen te roepen. Dan vertonen ze opeens een gedrag dat ook voor hen zelf achteraf onbegrijpelijk is', zegt criminoloog H. Ferwerda van bureau Beke uit Arnhem.

De groep gelegenheidsdaders is veel gevarieerder dan de harde kern van jonge criminelen. Het kunnen nette scholieren zijn, of verdienstelijke werknemers die plotseling door het lint gaan. Cijfers van het WODC - het onderzoekinstituut van het ministerie van Justitie - geven een indicatie. Van de mavo- en vbo-scholieren is 13 procent wel eens betrokken geweest bij vechtpartijen of relletjes, van de havo- en vwo-scholieren 9 procent. Ook hier zijn lager opgeleiden oververtegenwoordigd, maar veel minder sterk dan bij de harde kern.

Het geweld van de gelegenheidsdader wekt meer onrust, omdat het zo moeilijk te verklaren lijkt. Toch heeft vechten een lange traditie als volksvermaak. In het verleden ontaardden kermissen geregeld in veldslagen tussen twee dorpen. In de uitgaanscentra is het tegenwoordig elk weekeinde kermis. Uit verschillende regio's komen mensen bij elkaar in een anonieme omgeving die knokken alleen maar eenvoudiger maakt.

Daarbij is de consumptie van alcohol en drugs aanzienlijk toegenomen. 'Vooral de opmars van speed vind ik verontrustend', zegt criminoloog B. Beke van onderzoeksbureau Beke. Het bureau doet veel onderzoek naar geweld en criminaliteit, onder meer in opdracht van het ministerie van Justitie.

'Vroeger zópen die jongens alleen maar, nu is ook het gebruik van speed doorgesijpeld. Speed werkt sterk ontremmend. Daarom is het drugsbeleid van de overheid ook gevaarlijk. Doordat de productie van xtc bestreden wordt, stappen steeds meer jongeren over op speed.'

'Zinloos geweld' is een weinig adequate term voor wie het vechten op straat wil begrijpen. Een kopstoot of een goede hoek geeft de dader een kick. Beke: 'Dat gevoel is universeel; die adrenalineverhoging kennen we allemaal. Alleen hebben de meeste mensen andere manieren gevonden om hun agressie kwijt te raken. In het zakelijk verkeer bijvoorbeeld wordt een agressieve aanpak vaak hogelijk op prijs gesteld.'

Daarnaast geeft geweld een gevoel van macht en status. 'Veel jongens van de harde kern zijn gewend dat iedereen de ogen neerslaat als ze een café binnenkomen. Als iemand dat niet doet, onvoldoende respect betoont, slaan ze erop los. Op een bijna dierlijk niveau oefenen ze macht over anderen uit.'

Het geweld op straat is ernstig, maar we moeten ook weer niet overdrijven, vinden Beke en Ferwerda. Nederland heeft geen echte mean streets zoals grote buitenlandse steden die hebben. 'De kans dat je wordt overreden, is heel wat groter dan de kans dat je zomaar in elkaar wordt geslagen', zegt Beke. Ferwerda: 'Elk weekeinde vinden in de uitgaanscentra vechtpartijen plaats, maar als je die afzet tegen het aantal mensen dat uitgaat, wordt slechts een miniem percentage slachtoffer.'

Bovendien pakken doorgewinterde vechtersbazen in de regel geen argeloze voorbijgangers, maar andere jongens die van een kloppartij houden. Veel slachtoffers zijn ooit dader geweest, zoals uit de NSCR-cijfers blijkt. 'In de krant lees je dat er iemand is neergestoken of in elkaar geslagen. Maar je leest niet dat het slachtoffer de week daarvoor zelf iemand te grazen heeft genomen', zegt Ferwerda.

Beke: 'Als je een kerel bent, vecht je. Dat is de code in zulke groepen. Ze zijn ook stomverbaasd als het slachtoffer aangifte doet. Zelf vinden ze dat een enorme diskwalificatie. Ze denken: ik pak hem wel een andere keer terug.'

Persoonlijk ingrijpen bij een vechtpartij is moedig, maar niet altijd even raadzaam. Beke: 'Iemand wilde tussenbeide komen bij een beroving en werd zelf in elkaar geslagen. De dader zei: wat denkt die jongen wel niet? Die idioot gaat opeens voor Batman spelen, terwijl ik bezig ben. Als individu kun je niet zo veel doen.'

Geweld moet op collectief niveau bestreden worden, vindt Beke. Scholen en horecaondernemingen moeten zich streng en duidelijk opstellen. 'Het is geen erg helder signaal als iemand een ploertendoder moet inleveren en die bij de uitgang weer terugkrijgt. Dat is een houding die je vaak aantreft: zolang het bij mij maar geen rotzooi is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden