Column Chris Oostdam

Geldkwesties houden me meer bezig dan voorheen, want deze maand ga ik mijn tweede ziektejaar in

Chris Oostdam (62), rechter in Assen, schrijft elke eerste woensdag van de maand over haar leven sinds ze terminaal longkankerpatiënt is.

Mijn broer heeft een nieuwe auto. Hij heeft een goede baan bij een verzekeringsmaatschappij, is veel onderweg en heeft een lease-auto van de zaak. De laatste paar jaar was dat een hybride-SUV, een gigantische bak die, als de accu’s leeg waren, nou niet bepaald ­zuinig en milieuvriendelijk te noemen was. Maar omdat de auto deels elektrisch was, werd hij flink gesubsidieerd door de overheid.

Met die auto was verder niets mis, maar de baas wil optimaal profiteren van de gunstige fiscale regelingen voor elektrische auto’s en dus kwam er een nieuwe auto, deze keer volledig elektrisch. Met een actieradius tussen de 250 en 400 kilometer, afhankelijk van weersomstandigheden en rijstijl.

In januari was ik jarig en dat vierde ik voor het eerst in dertig jaar – wat zo’n ziekte al niet ­teweegbrengt. En leuk dat het was! Alleen: mijn broer zou op de weg terug naar huis moeten stoppen bij een laadstation. Grootmoedig bood ik aan er bij ons thuis de stekker alvast in te steken. Maar nee, dat zou hoogstens een minuutje of twintig ­ rijden opleveren. Niet voldoende om thuis te komen.

Wat een waanzin. Grote, dure auto’s, zwaar gesubsidieerd met geld dat via wegenbelasting en accijnzen op benzine en diesel wordt opgebracht door de sukkels die nog in gewone auto’s rondrijden en die zich zo’n elektrische auto helemaal niet kunnen permitteren. Ook niet met 6.000 euro subsidie, meneer ­Jetten.

Het doet denken aan de huidige klimaatplannen, waarbij de extreem vervuilende industrie niets hoeft te betalen voor haar CO2-uitstoot, maar wel subsidie kan krijgen voor het verminderen van de ergste viezigheid. Subsidie die voor het grootste deel wordt bekostigd uit de energiebelasting voor particulieren die, hoe verzin je het, zelf geen aanspraak kunnen maken op die subsidie.

Ik kijk met spanning uit naar mijn loonstrookje van januari. We zullen er immers allemaal op vooruitgaan, zo is beloofd. En dat is ook zo. Ik heb netto 0,2 procent meer salaris dan in december. En nee, dat is geen tikfout: nul komma twee procent. Weliswaar is de loonbelasting een paar tientjes lager, maar dat wordt vrijwel geheel tenietgedaan door een stijging van de pensioenpremie. Tel uit je winst. Alleen de stijging van de maandelijkse energienota vanwege de hogere energiebelasting is al meer dan het dubbele.

Ik zal niet de enige zijn voor wie de met veel bombarie gepresenteerde verlaging van de ­inkomstenbelasting tegenvalt. Ik ben bang dat de gewone, hardwerkende Nederlander die aan het eind van het jaar de balans opmaakt, tot de conclusie komt dat hij, na tien jaar crisis en de ­belofte dat hij er nu eindelijk eens op vooruit zal gaan, ­wederom in het pak is genaaid.

Geldkwesties als deze houden me meer dan voorheen bezig. De dividendbelasting, de btw-verhoging, de aangekondigde stijging van de gemeentelijke lasten (afvalstoffenheffing met meer dan 100 procent), de rekening voor verduurzaming en vergroening die eenzijdig bij de middeninkomens lijkt te worden neergelegd: ik word er erg onrustig van. Want deze maand ga ik mijn tweede ziektejaar in en gaat mijn inkomen er 30 procent op achteruit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.