column Ibtihal Jadib

Geld opzij zetten voor de studie van mijn kinderen: krijgen ze dat óók al in hun schoot ­geworpen?

Mijn man opperde dat we geld opzij moeten zetten voor de studie van de kinderen. Ik keek verbaasd: krijgen ze dat óók al in hun schoot ­geworpen? Hij lijkt het vanzelfsprekend te vinden, maar ik moet het even op mij in laten werken. Studeren op kosten van je ouders, wat betékent dat eigenlijk?

Ikzelf heb gestudeerd in de tijd dat de overheid het nog waardeerde als jongeren wilden doorleren: ik kreeg iets van € 80 per maand als basisbeurs en, gelet op het inkomen van mijn ouders, een aanvullende beurs van € 160. Daar kon ik het collegegeld in maandelijkse termijnen van betalen. De boeken en andere kosten financierde ik met bijbaantjes. Zo kon ik prima studeren. Wel hield ik bedrukt mijn planning in de gaten omdat die levensreddende beurs een looptijd had van vier jaar. Voor een uitwisselingsprogramma in het buitenland, een bestuursjaar of andere ongein had ik tijd noch geld, maar gelukkig mocht ik van mijn ouders aan dat soort losbandige activiteiten toch niet meedoen, waardoor alle beperkingen mooi samenvielen. Hijgend hing ik de vlag uit toen ik na vier jaar mijn bul kreeg, het was gelukt! Op kosten van de overheid had ik kunnen studeren, iets wat anders nooit voor mij weggelegd zou zijn geweest. Sindsdien draag ik met een glimlach mijn belasting af, want een land dat zo in mij heeft geïnvesteerd, betaal ik graag terug.

Doordat geld niet vanzelfsprekend was, heb ik van alles gedaan om eraan te komen. Mijn eerste baantje kreeg ik door te reageren op een advertentie in de krant voor ‘schuurwerkzaamheden’. Ik zat in de brugklas en sleepte een klasgenootje mee: stonden we giechelend keramieken bloemen op een stok te lijmen voor 5 cent per stuk. Daarna ging ik bollen pellen, bloemen verkopen, hamburgers bakken, in de supermarkt werken, tulpenboekjes verkopen aan Japanners, een krantenwijk lopen, oppassen, bijles geven, de telefoon aannemen bij ik-weet-niet-hoeveel bedrijven, schoonmaken. Noem het maar op. Ik was nieuwsgierig en wilde overal zien hoe het werkte. Of ik nou bij mensen thuis kwam om te poetsen en daarbij hun hele levensverhaal aanhoorde of op een kantoor de administratie moest invoeren, ik keek mijn ogen uit. Veel bleek ik daar allemaal niet aan te hebben want bij het eerste advocatenkantoor waar ik stage liep, werd mij verteld dat er weinig levenservaring sprak uit mijn cv. Er werd mij op het hart gedrukt me snel nog bij een studentenvereniging aan te sluiten om te laten zien dat ik op eigen benen kon staan. Ik ben toen met een beleefde glimlach naar buiten gelopen.

Hoe zal dat straks gaan bij mijn kinderen? Ze spelen nu achteloos met een eindeloze voorraad speelgoed en hebben in hun korte bestaan al meerdere dierentuinen, kindermusea, speelparken en ander vermaak achter de kiezen. Het kan niet op. Laatst nam ik ze voor het eerst mee naar de bioscoop. Zat ik daar, met een 2-jarige prinses op schoot, die haar eigen miniatuurzakje popcorn naar binnen zat te werken alsof ze nooit anders had gedaan. ‘Bieskoop is leuk mama’, werd mij met een goedkeurend knikje te verstaan gegeven.

Weet je waar ik geld voor opzij ga zetten? De psycholoog. Kunnen m’n kinderen daar later hun beklag doen over al die baantjes die ze van hun rotmoeder moesten nemen, alleen maar omdat zíj dat nodig vond voor hun levens­ervaring.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.